Bekijk het origineel

Christenen moeten „één zijn

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Christenen moeten „één zijn"

Opmars gelijkheidsdenkers dwingt tot stilstaan bij verschuiven overheidstaak

4 minuten leestijd

DEN HAAG — De maatschappelijke emancipatie, die opvallend gelijke tred houdt met de ontkerstening van onze samenleving, brengt ons land steeds meer onder een nieuw juk. De overheid wordt ingezet om op het gehele maatschappelijke en economische leven een ideologische stempel te drukken.

Een van de belangrijkste symptomen voor deze conclusie is de kwestie van de gelijke behandeling. Een PvdA-adviescommissie voegde daar deze week een weinig verheffend hoofdstuk aan toe met de presentatie van de nota "Vrolijk voorwaarts", waarin wordt gepleit voor het voeren van een actieve homopolitiek.
De uitgangspunten die men hanteert zijn blijkbaar zo nobel en universeel dat ieder ze moet delen. Doet men dat niet, dan moet men voor de rechter verschijnen.
COC-voorvrouwe Willemien Ruygrok -voorzitter van de genoemde PvdA-adviescommissie— schrijft in het partijblad "Voorwaarts" over het voornemen om niet-huwelijkse samenlevingsvormen gelijk te stellen aan het huwelijk. Ruygrok is daar tegen: „Zadel samenwonende homoseksuelen niet op met dezelfde misselijkmakende afhankelijkheid van elkaar als het 'huwelijk' al jarenlang doet ten aanzien van de hetero's. „Even slecht is ook gelijk", is wel waar, maar daarom nog niet nastrevenswaardig".
Dit is blijkbaar de nieuwe moraal. Voeg hierbij de wens van het COC, de PvdA en anderen om een Algemene wet gelijke behandeling, die in alle verbanden van het leven voorschrijft wat burgers niet mogen en wel moeten, en de vlag van het dwangmatig gelijkheidsdenken wappert in top.

Niemand kan burgers weerhouden een bepaald standpunt in te nemen, maar als het zover gaat dat de nieuwe meerderheid van gelijkheidsideologie via dwangmiddelen zijn standpunten aan de hele samenleving wil opleggen, dan gaat men toch een stap te ver. Daar dient de overheid een stokje voor te steken.
Zij dient minimaal het vreedzaam naast elkaar leven van verschillende groepen in de bevolking te bevorderen en verworven vrijheden te handhaven. Doet de overheid dat niet dan doemen onvermijdelijk de contouren van een absolutistische staat op en verwordt de overheid tot een zedenmeester die dwingend een ideologie voorschrijft. Dat is principieel gezien verwerpelijk en uiteindelijk kan het averechts werken.

Meerderheid
Anderzijds is het zo dat bij de huidige invulling van het begrip democratie, waaraan ten diepste geen enkel tijdloos of universeel beginsel ten grondslag ligt, een meerderheid een minderheid kan onderdrukken. (Hitler kwam ook op democratische wijze aan de macht). Het feit alleen al dat niet wordt stilgestaan bij het verschuiven van aard en grenzen van de overheidstaak is niet zo'n best teken.
Ook christenen dienen realistisch te zijn en nuchter onder ogen te zien dat verreweg het grootste deel van de Nederlandse bevolking blijkbaar geen behoefte heeft aan wetgeving die geënt is op de Bijbel. Dat wil niet zeggen dat we maar moeten meewerken aan de afschaffing van deze wetgeving integendeel, want zij is tot heil van het volk, of men dat wil erkennen of niet.
Bij de huidige structuur van regering en volksvertegenwoordiging is voor alles nodig dat de uitgangspunten van het beleid door grote delen van de bevolking worden gedragen. Maar in het via dwangmiddelen opleggen van een bepaalde mening of een geloof ligt echter geen taak voor de overheid, zoals de 'gelijkheidsdenkers' dat wel vinden. Voor ons is de kerk en het in woord en daad getuigende kerkvolk hèt middel om mensen voor de zaak te winnen. Kracht en geweld zijn hierbij uit den boze.

Geen eenheid
De ellende is dat de kerk onderling zo verdeeld en in sommige gevallen zo innerlijk geseculariseerd is, dat er van een geloofwaardig en aannemelijk getuigenis van het geloof in Jezus Christus maar weinig terechtkomt. Laten we eerlijk zijn: de buitenwereld merkt wel aan de gevoelswaarde van de gekozen woorden, of het getuigenis of het vermanende woord voorkomt uit een levend en gunnend geloof of uit vrome napraterij. Zolang dat laatste het geval is, zal er weinig werfkracht uitgaan op de wereld en zullen bovendien christenen in politiek en kerk verdeeld blijven.
Dat is de principiële benadering. De vraag is echter vervolgens of de blijvende onderlinge verdeeldheid van kerken -ondanks bepaalde processen is er maar weinig groei in geestelijke eenheid- reden mag zijn om op bepaalde terreinen des levens de handen niet ineen te slaan? En mag de volksvertegenwoordiging daarvan buitengesloten worden?
Iedereen poetst zijn eigen kerk- en partij veld je nog steeds op, maar een oprecht verlangen naar „één zijn" wordt spaarzamenlijk gevonden. De 'nieuwe meerderheid' groeit door en legt straks, haar beslag op ons allemaal.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 19 december 1987

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's

Christenen moeten „één zijn

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 19 december 1987

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's

PDF Bekijken