Bekijk het origineel

In vijf jaargangen Woordwerk kwam lang niet alles aan bod...

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

In vijf jaargangen Woordwerk kwam lang niet alles aan bod...

„Ook christenen schrijven gelukkig over het totale leven"

4 minuten leestijd

Van het christelijk literair tijdschrift "Woordwerk" is de twintigste aflevering verschenen waarbij de vijfde jaargang is volgemaakt. Het wordt uitgegeven door de prot.-christelijke auteurvereniging Schrijvenderwijs, maar is nooit bedoeld als verenigingsorgaan. Voor intern gebruik heeft men daar trouwens het blad "Lectori Salutem". De Woordwerk-redactie (thans: Hans Werkman, Bert Hofman en Anne Schipper) erkent dat het blad weliswaar 'ruimer' is dan de vereniging, maar benadrukt ook dat voor beide de grondslag gelijk is: „het geïnspireerde Woord van God, dat in zijn totale omvang goddelijk gezag heeft". Wat daarmee strijdig was, is voor plaatsing geweigerd.

De bijdragen hebben niet steeds een uitgesproken christelijk karakter, „want ook christenen schrijven gelukkig over het totale leven. Maar de lijn van Woordwerk is, dat het literaire talent niet buiten Christus om gebruikt moet worden". Dat lijkt me een formulering, waarmee je nog heel wat kanten uit kunt. Overigens: als christenen over het totale leven schrijven, is het dan gelukkig wanneer het christelijke karakter in hun geschrift niét expliciet aanwezig is? Ik snap de bedoeling, maar vind de formulering iets minder gelukkig...

Retour afzender...
Voor al diegenen wier werk niet opgenomen werd, is er troost. In vijf jaar ontving de redactie 2890 gedichten en 307 prozastukken. Daarvan werd in de 1072 verschenen pagina's liefst 85 procent van de poëzie niét geplaatst. Van het proza werd 60 procent teruggestuurd. Het blad heeft nu een oplage van elfhonderd stuks en dat is voor zo'n literair orgaan lang niet gek. Een lijst van hen wier werk wèl eens of meermalen werd geplaatst, toont aan dat uiteraard de redactieleden zelf het meest aan bod kwamen. Dat betreft echter niet altijd poëzie of verhalen, maar ook essays, boekbesprekingen etcetera.

Toch zouden de redacteuren tegen de achtergrond van wat ze moesten weigeren misschien zichzelf wat méér beperkingen moeten opleggen. Nu had het er soms dè schijn van dat hun bijdragen steeds beter waren/zijn dan dat wat ongevraagd werd aangeboden.

Misschien ïs dat ook wel zo, maar ook onredelijke verwijten zijn te vermijden. Opvallend is dat van bepaalde inzenders zo vaak en per nummer zovéél verzen worden opgenomen. Henk Knol is zo'n 'toptiener'. L. v.d. Hengel een goede tweede. Van verenigings-bestuurslid Hennie Roth zijn relatief ook tal van gedichten afgedrukt.

Er zal wel argumentatie voor bestaan, maar is het logisch dat bij voorbeeld in dit lustrumnummer liefst vijf pagina's poëzie van Henk Knol zijn opgenomen, terwijl hij in het verleden al in zeven afleveringen aan bod kwam en dus goed is voor tientallen gedichten? Zijn die kwalitatief alle van zo'n gehalte dat deze ruimte terecht voor hem -en niet ook voor wat verzen van de geweigerde 85 procent- is opgeëist? Ik vermag dat aan de hand van het afgedrukte werk niet in te zien, nog afgezien daarvan dat zijn laatste verzen typisch een uiting zijn van dat „niet-expliciet christelijke dichten".

'Nieuwe' Rijnsdorp
In Woordwerk 20 verder een interessant artikel van D. van der Stoep over een onbekende (vierde) roman van Kees Rijnsdorp, "Ik volg je tot Istanboel" en enkele stukken uit een onvoltooid gebleven vervolg daarop, "Zachte stemmen in Ierland". Er is -door L. Strengholt vertaalde- Russische poëzie van Irina Ratoesjinskaja. Verder poëzie van Nel Goudzwaard, Jan H. de Groot, Frank Daen, Annie Pansier e.a. Schipper memoreert Roel Houwink, terwijl de rubriek "Literadata" J. K. van Eerbeek en 350 jaar Statenvertaling herdenkt.

G. Puchinger blikt terug op de in 1887 geboren dichter en literatuurprofessor P. N. van Eyck, die afkomstig was uit de 'zware kringen', maar daar mee brak. Van Eyck tot zijn vriend Geerten Gossaert: „... ter catechisatie grootgebracht met Groot-Hellenbroek, thuis onder interminabele gesprekken met dominee, ouderlingen of diakenen - allen 'bekeerden'; een gezin waar, dank zij mijn moeder, iedere avondmaalsdag een dag van tragedie was, en als een naar de ene kant van mijn wezen godsdienstig jongetje, die zich graag voedde met bekerings- en sterfverhalen over de op 11 jarige leeftijd te Gorinchem in den Heere overleden Gerrit Visser en dergelijken". Aldus de dichter van "De tuinman en de dood". Info Woordwerk: tel.01835-2193.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 21 december 1987

Reformatorisch Dagblad | 12 Pagina's

In vijf jaargangen Woordwerk kwam lang niet alles aan bod...

Bekijk de hele uitgave van maandag 21 december 1987

Reformatorisch Dagblad | 12 Pagina's

PDF Bekijken