Bekijk het origineel

Beurskrach drukte stempel op 1987

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Beurskrach drukte stempel op 1987

6 minuten leestijd

De ontwikkelingen die zich in 1987 op financieel terrein voltrokken, krijgen ongetwijfeld een plaatsje in de geschiedenisboeken. Met de beurskrach van maandag 19 oktober kwam er een einde aan de periode van almaar stijgende aandelenkoersen, die vijfjaar duurde. Als we de balans van de achterliggende twaalf maanden opmaken, zien we dat het koersniveau in Amsterdam per saldo met 24,5 procent daalde en dat diverse fondsen meer dan de helft van hun waarde verloren, si „. ,.;«/

Op de New Yorkse effectenbeurs heerste dit jaar aanvankelijk een uitbundige stemming. De Dow-Jones-index, het gemiddelde van dertig vooraanstaande industriële ondernemingen, vervolgde in sneltreinvaart de opwaartse lijn. Aan het eind van 1986 hadden we een stand van 1895,95. Op 8 januari overschreed deze graadmeter voor het eerst in de historie de 2000 punten. Nog geen drie maanden later, op 6 april, sneuvelde de grens van 2400. Daarna deed Wall Street het even wat kalmer aan. In juli en augustus zette de hausse verder door. Dat resulteerde in een voorlopig laatste record van 2722,42 op 25 augustus. De Dow-Jones lag toen 43,5 procent boven het niveau van eind 1986.

Afwachtende houding

Amsterdam kon dit hoge tempo niet bijbenen. De algemene ANP/CBS-index sloot het vorige jaar af op 278,4. In de eerste maanden van 1987 namen de beleggers op Beursplein 5 een afwachtende houding aan. Met moeite, vooral dank zij de oplopende noteringen van Unilever en Koninklijke Olie, bleef de index enigszins op peil. Het gemiddelde schommelde tot juni tussen 257,7 en 293,4. In de zomer kon het Damrak zich eindelijk onttrekken aan het wisselvallige klimaat. Bij een levendige handel, mede onder invloed van de cvemamestrijd in de uitgeverswereld, vestigde ook Amsterdam nieuwe records, Zo doorbrak de index op 12 juni de barrière van 300 punten. Op 14 augustus boekten we een hoogtepunt van 334,1. Daarmee was ten opzichte van eind december een stijging van 20 procent gerealiseerd. Na genoemde datum brokkelden de koersen langzaam af. Toen kregen we de negentiende oktober. De Dow-Jones, die in de voorafgaande week al 224 punten moest prijsgeven, kelderde op Zwarte Maandag met 508,32 punten ofwel 22,6 procent. Dat was niet eerder voorgekomen. In Amsterdam trad, gemeten aan de CBS-stemmingsindex, een teruggang op van 12,6 procent. Op alle effectenbeurzen zagen we hetzelfde beeld: massale paniekverkopen en ongekende koersdalingen. De dramatische gebeurtenissen riepen uiteraard herinneringen op aan de krach van oktober 1929, die de economische depressie van de jaren dertig inluidde.

Achtergronden

Wat waren de achtergronden van de beurscri'sis? We moeten vaststellen dat de oorzaak niet lag bij de internationale conjunctuur. In de industrielanden hield de economische groei immers aan. Het verlies van vertrouwen op de financiële markten kwam voort uit andere factoren. Zo kunnen we ons afvragen of er geen sprake was van een overwaardering van de aandelen. De koersen hadden een geweldige stijging achter de rug. De Dow-Jones bij voorbeeld noteerde in augustus 1982, bij het begin van de hausse, 777 punten. Vijf jaar later lag dit gemiddelde zo'n 250 procent hoger. De ANP/CBS-index bevond zich destijds nog beneden dé 100 en boekte daarna een winst van ongeveer een zelfde omvang. Het ging dus allemaal wel erg snel en er moest derhalve met een terugval naar meer normale verhoudingen rekening worden gehouden. Niemand wist echter wanneer en op welke wijze de recordjacht zou eindigen.

De omslag van het klimaat had ongetwijfeld ook veel te maken met de onevenwichtigheden binnen een wereldeconomie. Ondanks de sterke waardevermindering van de dollar wilde het negatieve saldo op de Amerikaanse handelsbalans maar niet naar beneden. Het omvangrijke begrotingstekort droeg in belangrijke mate bij aan de overbesteding in de Verenigde Staten. Toen enkele dagen voor 19 oktober door Washington een nieuw recordtekort op het handelsverkeer met de rest van de wereld bekend werd gemaakt, bracht dat een schrikreactie teweeg op Wall Street.

Renteklimaat

Bovendien verslechterde het renteklimaat in het najaar. Wereldwijd vertoonden de tarieven een opwaartse beweging. Ten slotte werden beleggers op die beruchte maandagmorgen geconfronteerd met een wegzakkende dollar. Deze munt dook op de Amsterdamse valutamarkt voor de tweede maal in 1987 onder de twee gulden. Al met al zette een samenspel van negatieve factoren de spectaculaire koersval op de effectenbeurzen in gang.

Voor Wall Street was het slot van 19 oktober, 1738,41, tevens de laagste stand van dit jaar. De Dow-Jones bleef na de scherpe koerscorrectie schommelen tussen zo ongeveer 1800 en 2000. Gisteren eindigde de handel in New York op 1942,97. Dat betekent per saldo een lichte winst (2,5 procent) in vergelijking met eind 1986. In Amsterdam brokkelden de noteringen na de crash verder af tot een dieptepunt van 192,2 op 10 november. Gistermiddag werd de ANP/CBS-index berekend op 210,3. Hij lag daarmee, met nog twee beursdagen in 1987 voor de boeg, 24,5 procent lager dan op 30 december van het vorige jaar.

Wat betreft de grote fondsen brachten Unilever en Koninklijke Olie, het er het best af. Een aandeel Unilever kostte gisteren 102,20 gulden, tegen 103,80 gulden eind 1986. Ook Koninklijke Olie kon zich redelijk handhaven met een verlies van slechts enkele guldens, 200,50 gulden tegen 209,20 gulden. De andere internationals moesten een flink stuk terug. Akzo ging van 157,10 gulden naar 87,00 gulden (-45 procent), Philips van 43,90 gulden naar 26,70 gulden (-39 procent) en Hoogovens van 42,90 gulden naar 26,00 gulden (eveneens -39 procent).

Veel fondsen kregen nog zwaardere klappen te verwerken. Datex bij voorbeeld leverde maar liefst 80 procent in en Holec 78 procent. Andere forse verliezers zijn: Macintosh (-69 procent), Multihouse (eveneens -69 procent). Van der Moolen (-68 procent), Samas-Groep (-67 procent), Blydestein-Willink (-66 procent). Staal Bankiers (eveneens -66 procent). Fokker (-64 procent), Nutricia (eveneens -64 procent), Océ-Van der Grin ten (-58 procent), AMEV (-52 procent), Nijverdal Ten Cate (-51 procent) en Gist-Brocades (-50 pro cent).

Omzet

Wat de omzet aangaat, kan de Amsterdamse effectenbeurs terugzien op een gunstig jaar. Half december lag de omvang van de handel met 298,3 miljard gulden al ruim boven de uitkomst over geheel 1986 (257,7 miljard). Oktober was een absolute topmaand, met een omzet van 38,6 miljard gulden. Ook dit laatste hield nauw verband met de krach. Die drukte zijn stempel op 1987. Het bijna verstreken jaar bracht een zwarte bladzijde in de geschiedenis van de effectenbeurzen en betekende een rampjaar voor veel beleggers.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 29 december 1987

Reformatorisch Dagblad | 14 Pagina's

Beurskrach drukte stempel op 1987

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 29 december 1987

Reformatorisch Dagblad | 14 Pagina's

PDF Bekijken