Bekijk het origineel

BARMHARTIGHEID AAN DUIZENDEN

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

BARMHARTIGHEID AAN DUIZENDEN

4 minuten leestijd

Binnen enkele dagen verwachten wij de cijfers van de Centrale Recherche Informatiedienst. Zij zullen ons zoals gebruikelijk vertellen hoe het in 1987 in Nederland zat met de misdaad. Onze verwachting is niet hooggespannen. De tragische affaire met de Aholdtopman G. J. Heijn is mede schuldig aan dat 'pessimisme'.
De cijfers over 1985 signaleerden een verontrustende stijging van het aantal overvallen. In 1986 werden veel meer drugs gevonden. In dat jaar eiste ook vuurwapengeweld een hogere tol. Wie zou durven beweren dat er in 1987 minder misdaad gepleegd is?
Naast stijgende criminaliteit is er sprake van grote teruggang in het kerkelijk leven. Het dit jaar gepubliceerde rapport "Ontkerkelijking en verzuiling" van de humanisten Peter Doorn en Yvette Bomhieljé concludeerde dat de feitelijke onkerkelijkheid in Nederland gemiddeld bijna 50 procent bedraagt. Hun onderzoek richtte zich niet op de officiële cijfers, maar op kerkbezoek en op kerkelijke meelevendheid.
Leegstaande kerken werden de achterliggende jaren omgevormd tot sporthal, sauna, restaurant, museum, fietsenwinkel, jongerensociëteit, moskee, automatiek, kinderspeelplaats, pakhuis, bioscoop, discotheek, krantenopslagplaats, bloemenwinkel, slijterij, modemagazijn of appartementen.
Toenemende wetteloosheid dus en afnemende godsdienstigheid. Sommige van onze mensen stemt deze conclusie over 1987 tot doffe berusting. Anderen brengt zij tot publieke tirades hoe slecht alles en iedereen wel is. Degenen die de Heere liefhebben echter stemt dat alles tot verdriet. Wij weten immers uit de Bijbel hoe het afloopt!
Jeróbeam, de zoon van Nebat, deed Israël zondigen. Ook zijn zoon Nadab deed wat kwaad is in Gods oog. Baësa roeide het hele huis van Jeróbeam uit. Toen Baësa en zijn zoon Ela volhardden in de zonde roeide op zijn beurt Zimri dat hele geslacht uit. De kleinzoon van de nieuwe koning Omri, Joram, de zoon van Achab, werd gedood door Jehu.
Dit alles is de vervulling van de bedreiging die volgt op het loslaten van het eerste en het tweede gebod van Gods wet. In die wet zei God niet alleen dat Israël geen andere goden en geen beelden mocht dienen, maar Hij dreigde ook „de misdaad der vaderen te bezoeken aan de kinderen". Geen afgodische familie bleef dus bestaan tot na het derde en vierde geslacht! Wat een ingrijpende wetenschap!
Gods wet, deze bedreiging en Zijn bedoeling, geldt niet alleen voor Israël, maar net zo goed voor Nederland anno 1987. Die wetenschap mag ons wel zwaar doen tillen aan de zojuist getrokken conclusie van toenemende wetteloosheid en afnemende godsdienstigheid.

Passen wij echter op om als gereformeerde belijders buiten schot te blijven. Laten wij maar niet uitsluitend kijken naar ontvoerders van Heijn, naar de bezitters van vuurwapens of naar de drugshandelaars. Juist ook onder ons is zo'n gebrek aan liefde tot God, heersen dikwijls wettische gevoelens zonder meer, voert een eigenwillige godsdienst de boventoon en zijn traagheid, sleur en huichelarij aan de orde van de dag.
Gelukkig is er op de drempel van het nieuwe jaar meer te zeggen. Wij hoeven niet slechts achterom te kijken, we mogen ook vooruitzien. De bedreiging dat God de misdaad der vaderen aan de kinderen bezoekt betekent, zo zegt Calvijn, „evenveel alsof God zei, dat Hij het alleen is, in Wie wij moesten rusten".
Gods gebod is bedreigend, maar ook heilzaam. De bedreiging van het tweede gebod betekent niet, dat God kinderen verantwoordelijk stelt en straft voor de zonden van hun ouders. Integendeel. God geeft die kinderen en hun (achter)kleinkinderen tijd om Hem te zoeken. Volharden zij echter met in wetteloosheid God te negeren, dan zal God niet langer wachten met straf dan tot het derde en vierde geslacht; (pas) daarna wordt de bedreigde straf uitgevoerd. Tot die tijd heerst het geduld. De geschiedenis van Israël heeft het bewezen. Wat is de de Heere geduldig! Voor wie zich bekeert geldt: „Ik doe barmhartigheid aan duizenden dergenen die Mij liefhebben". Verwondert ons dat nog, als 'reformatorische mensen'? Of vinden we het gewoon? Dat mogen wij ons bij de jaarwisseling weleens afvragen. Hoe lang draagt Gods geduld ons nog?
Het geduld over een goddeloos en wetteloos Nederland, maar ook over vroomheid zonder God, heeft inmiddels al zolang geduurd, dat het naar onze menselijke maatstaf al uitgeput had moeten zijn. Soms vrezen wij de vervulling van wat de Kleinaziatische gemeente van Efeze ooit moest horen: Bekeer u, en zo niet, Ik zal uw kandelaar van zijn plaats weren. Dat mag ons er echter niet toe brengen ook maar één moment onze roeping in de wereld te verzaken.
Er is meer dan verdriet over uit- en inwendig bederf. Juist als de wereld bij de jaarwisseling kraakt in al zijn voegen en als het verdriet om zonde en afval van God ons kwelt horen wij Jezus' woord: Ziet omhoog en heft uw hoofden opwaarts, omdat uw verlossing nabij is. Nu 1987 achter ons ligt, is de verlossing voor hen die God liefhebben een jaar dichterbij.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 december 1987

Reformatorisch Dagblad | 18 Pagina's

BARMHARTIGHEID AAN DUIZENDEN

Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 december 1987

Reformatorisch Dagblad | 18 Pagina's

PDF Bekijken