Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Vlaamse dichters in het voetspoor van Gezelle zijn vaak onderschat

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Vlaamse dichters in het voetspoor van Gezelle zijn vaak onderschat

7 minuten leestijd

<br />De verzamelde gedichten van twee Vlaamse priester-dichters —die de religieus-poëtische traditie van Guide Gezelle op hun wijze voortzetten— mogen ook in Noord- Nederland wel voor het voetlicht worden gehaald. Hun werk wordt door Nederlandse critici, voorzover die zich al met Vlaamse auteurs bezighouden, vaak volkomen onderschat. Niét omdat nu wijlen Gery Florizoone en de nog actieve Anton van Wilderode in kwaliteit zo zouden onderdoen voor de wèl in ons land bekende dichtende niet-christelijke Vlamingen van Hugo Claus en Freddy de Vree tot Paul Snoek en Jotie 't Hooft. Maar omdat zij priester en<br />christen-dichter zijn. En dat genre is bij 'de' kritiek vaak besmet en taboe.<br />

JANUARI BIDT ZIJN NOOD

Er is nog geen gedicht op handen.
De morgen geeuwt de wolken open.
Een vogel vraagt om brood
en nergens is de dorst. In huizen vult het licht
de ketels voor de straat.
De boden spreken deuren
met wat gisteren heeft beraamd.

Er is alleen de dood
die  stuit  tegen de borst,
nu hij zijn vroege klokken luidt
naar de maatstaf van geboorte.

"Januari bidt zijn nood" is een gedicht van Gery Florizoone uit zijn in 1986 uitgekomen bundel "Het wachten van water".

Niet omdat het minderwaardig werk is, want Kees Fens, hoogleraar moderne
letterkunde aan de Katholieke Universiteit van Nijmegen, moet erkennen dat
hij deze religieuze Vlamingen en hun dichtwerk niet eens kent, laat staan dat hij ze kritisch bekijkt en eventueel wegschrijft. Nee, ook in Vlaanderen zelf is de christelijke (lees: rooms-katholieke) poëzie niet erg in tel, behalve bij een kleine schare liefhebbers, onder meer in de Kofschip-Kring.

Natuur en religie

Maar uitgeverij Den Gulden Engel in Wommelgem (die zoveel Felix Timmermans in zijn fonds heeft) verblijdde
ons met "Verzamelde gedichten 1973- 1986" van de in juni 1986 verongelukte
priester-poeet Gery Florizoone (anno 1923), die als religieuze natuurdichter
gelukkig wel diverse bekroningen kreeg.
Stilte, eenzaamheid, spiritualiteit, menselijke kwetsbaarheid en innerlijke groei: dat zijn constanten in het werk van Florizoone, die zelf nog bij het
bloemlezen uit zijn bundels betrokken is geweest. Zijn poëzie werd gebundeld in onder meer "Drie knotwilgen" (1976), "Een reiger van klei"  (1977),  "Het dageraadsel" (1978), "De oeverloper" (1979), "Als zachte klaver" (1981), "De aarde is een huis" (1985) en "Jona" (1986). Niet te situeren verzen zijn weggelaten.

Rudolf van de Perre tekent in een veel te kort Woord vooraf de boerenzoon uit Adinkerke, wiens natuurlyriek toch spiritueel geladen is en heenwijst naar de hogere werkelijkheid. De natuur als schepping is onderdeel van een kosmisch verband. Maar in zijn laatste bundel, "Jona", komt ook zijn priesterschap sterk naar voren; de eenzaamheid die zijn roeping en aanleg met zich meebrengen, zijn hoop ook dat hij zich na dit leven „aan beter vuur" kan warmen. Florizoone's poëzie over zijn vader en moeder is van verstilde en toch intense innigheid. Zijn achteloos noteren getuigt van grote opmerkzaamheid, zoals in "Male Hoek": „Het paard verzonken/ in zijn zondagsheup/ tot wilg verworteld.// De boom een schimmel,/ in zijn manen/ zachte gensters/ stil verdriet". Soms ook oude beproefde versvormen, zoals het sonnet in "De nanachten", "Kerkmorgen" of "Broze vaten".

Opnieuw verzameld

Er is méér over Florizoone te zeggen dan dat hij een waardige loot was aan de stam van Gezelle, maar deze postuum verschenen verzameling met heel mooie verzen als "Pinkstertijd", "Leerschool", "Die moeder was en meisje" en "Heilig uur" verdient het ook op zichzelf te worden beoordeeld. Religie en natuur kunnen nog atijd waardig literatuur voortbrengen. Zijn "Verzamelde gedichten" is een genaaid gebrocheerde uitgave, 527 blz., 48,50 gulden. Helaas ontbreken foto, inleiding, bio- en bibliografie en registers.

Veel van wat ik over Florizoone opmerkte, geldt ook voor de priester-dichter Anton van Wilderode (pseudoniem van dr. Cyriel Paul Coupé, in 1918 geboren in Moerbeke-Waas), wiens "Verzamelde Gedichten" bij Lannoo in Tielt en Houten verschenen (gebonden, 504 blz., 69,50 gulden, eveneens zonder register, maar wel met aantekeningen). Deze bundeling is inmiddels de vierde druk van dit aan zijn ouders opgedragen verzameld werk, dat eerder en minder volledig in 1974,1976 en 1980 uit kwam. Van Wilderode is, ook gezien de Vlaamse Boekenbeurzen en diverse uitgaven waaraan hij medewerking verleende, meer bekend en gevierd dan Florizoone. Of dat geheel terecht is, weet ik niet zo precies.

BETHLEHEM

(Gabriel) De dagen, stromen als Water voort
geluidloos gelijk aan elkaar,
de witte bloesem die woei op de wind
wordt een kers op de kerselaar.
De kleine stad slaapt een zomer lang
in haar muren als in een schild
en Maria gevoelt de belofte van God
wanneer zij de waterkruik tilt.
Zij loopt van huis naar de bron naar huis, 
gelijk zij het altijd deed
verward en gelukkig en veilig bemind door de man die Jozef heet.

Zij zit voor de rit naar de verre stad
op de verende ezelsrug
en zij denkt terwijl zij de dagen telt:
wij komen gedrieën terug.
In Bethlehem zijn de straten vol
van onwil en ongeduld,
maar zij rijden doorheen een lichte wolk
die hun zwijgend geluk verhult
voorbij het laatste huis in  de straat
de laatste herberg voorbij
naar de bomen, de dieren, een dal van gras
die zo eenzaam zijn als zij. 

Eerste gedicht ("Gabriel") uit de cyclus'" Bethlehem" van Anton van Wilderode uit zijn in 1957 verschenen bundel "Maria Moeder".

 

Cultuur en religie

Gezelles erfgoed

Eén verschil met Florizoone is er wèl: Van Wilderode houdt zich meer aan strakke, degelijk-ouderwetse versvormen en rijmen. Voor eigentijdse experimenten in blanke verzen en onpoëtische teksten voelt hij weinig. En wat zijn religiositeit betreft: zoals Gezelle lijkt Anton van W. mij een trouw zoon der Moederkerk, die zijn verering voor paus Pius XII, voor  Maria, voor het kindeke Jezus niet onder stoelen of banken steekt. Het zal duidelijk zijn dat hier onze wegen scheiden.

Van Wilderode verloochent zich niet. In zijn vers "Ondelgbaar hart", op- . gedragen aan Gezelle, belijdt hij: „Gij woont sinds lang met hymnen en gebeden/ diep in het huis van mijn herinnering" en verder „Gij zijt in ons de stem die niet zal zwijgen de vlam die vuur geeft aan het nageslacht". Welnu, de Vlaamse letterkunde van deze tijd kan zich slechtere leermeesters denken dan die droevig ogende priester uit Roeselare, die Vlaanderen via Rodenbach, Verriest en nu ook Florizoone en Van Wilderode leerde zingen van Gods schepping. 


Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 januari 1988

Reformatorisch Dagblad | 30 Pagina's

Vlaamse dichters in het voetspoor van Gezelle zijn vaak onderschat

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 januari 1988

Reformatorisch Dagblad | 30 Pagina's

PDF Bekijken