Bekijk het origineel

„Reken erop dat we die kapitein grondig zouden schoonborstelen

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

„Reken erop dat we die kapitein grondig zouden schoonborstelen"

6 minuten leestijd

BURGH-HAAMSTEDE/SCHARENDIJKE - Op het strand is de rust weergekeerd. Helmplanters doen hun werk. Een enkele nieuwsgierige wandelaar maakt zijn handen vuil aan de zwarte klonten olie die er altijd al lagen. Maar in het dorp wil iedereen wel over de ramp praten. „Leuk hoor, ik mag mijn eiland in de toekomst gaan verkopen als het eiland van zon, zee, strand en olie. Van die olie waar je zo lekker bruin van wordt".

Een beetje verbitterd is ze wel, de dame die het VVV-kantoor runt. Zonder dat ik iets vraag wil ze allerlei nummers voor me draaien. De dierenarts? De man van de vogelwacht? Nergens wordt opgenomen. „Ze zijn natuurlijk allemaal nog op het strand". Tussendoor moet ze nog iets kwijt. „Zit ik zaterdag avond op een verjaardag, zegt een van de aanwezigen: Het zijn toch maar vogels? Zou je zo'n vent niet? Ik ben bereid om hem persoonlijk door de olie te halen". Iemand wie ook een oliebad wordt gegund, is de nog onbekende kapitein van het schip dat in volle zee de olietanks schoonde. Dierenarts M. K. Buth van  Schouwen-Duiveland zou hem na het oliebad met alle liefde ook willen schoonschrobben met de zeep die nu voor de vogels wordt gebruikt. „Reken erop dat het grondig zou gebeuren ". Grijze vuilniszakken vol met zwarte zeevogels. Een trieste aanblik. Zeekoeten, futen, alken en zee-eenden zijn vaak nauwe lijks meer per soort herkenbaar. De dierenarts moet negen van de tien vogels uit hun lijden helpen, voor een vogelliefhebber een erg verdrietig werk. Toch zijn de ten dode opgeschreven exemplaren beter af met een spuitje. Buth selecteert thuis; hij , wil absoluut niets weten van euthanasie op het strand. „Dat vind ik ethisch niet verantwoord en ik wil voorkomen dat leken zich ermee gaan bemoeien". Honderden vogels zijn bij hem binnengebracht. De selectie moet helaas streng zijn. Wanneer de overlevingskansen van het dier minimaal zijn, moet de dierenarts een realistische beslissing nemen. Met een overdosissis van een slaapmiddel wacht de vaak alleen nog aan de snavel te herkennen zeevogel een zachte dood. „Het kan niet anders. Veel van de vogels kunnen niet eens meer hun ogen opendoen. Ze zitten van kop tot staart onder een dikke laag olie en hun verenvet is opgelost. Als we ze laten leven spartelen ze misschien nog een paar dagen, een week. Ze krijgen olie binnen, want ze proberen met hun snavels het aaneengeplakte verenpak schoon te maken. Dat tast de slijmvliezen en vervolgens maag en darmen aan".

Olieplatform

Zijn bewering wordt beaamd door Hennie Ravesteijn, een vrijwilliger die met zijn familie al dagen onafgebroken in de weer is in het gebied tussen de vuurtoren en de Brouwersdam. „Ik heb nu alleen nog maar vogels achterin mijn Simca, die aan een verschrikkelijke diarree lijden. Ik stink de auto uit". Ravesteijn, de rechterhand van Simon 't Hart van het Nederlands Stookolieslachtofferonderzoek (NSO), werkt om de andere week op een gasplatform voor de kust en heeft nu dus zijn vrije week, „Achteraf zeg ik: Vorige weck dinsdag zag ik al een zeealk langskomen die onder de olie zat. Later heb ik me afgevraagd: Had ik het niet gelijk moeten melden?. Dat zou de ramp wel niet meer hebben kunnen keren, maar misschien zou het schip waarvan de olie afkomstig is, beter te localiseren zijn geweest". Dat dit soort milieumisdrijven in deze tijd nog gebeurt, acht Ravesteijn onbestaanbaar. „Zelfs het regenwater dat bij ons op het platform valt wordt pas na zuivering weer geloosd. En juist platforms worden vaak afgeschilderd als vervuiler".

Het huis van 't Hart in Scharendijke is de' afgelopen dagen een zoete inval geweest voor horden helpers en mediamensen. „Vaak zaten we met meer dan twintig man in de kamer. Je mag nu trouwens ook best je laarzen aanhouden, het is toch al een rommel", 't Hart wordt niet moe te vertellen, „We zijn hier best wat gewend, maar wat we vrijdagmorgen op het strand aantroffen, daar schrokken we toch wel van. Twintig 'vogelwrakken' op een klein stukje. Het waren toen voornamelijk zeekoeten en futen. Nu ligt de nadruk op de zwarte zee-eend en de eidereend". Een groot deel is geruimd, al heeft Ravesteijn er vandaag in zijn eentje nog veertig opgehaald. Hoe lang zullen die lugubere vondsten nog doorgaan? „Dat is afhankelijk van de weersomstandigheden. De wind is nu aanlandig. Dat heeft tot gevolg dat we nog wel even levende beesten zullen vinden. Als het weer zo blijft, zullen we nog wekenlang dode dieren kunnen rapen die in het zicht van de kust zijn verdronken. Als er een periode komt met oostenwind, zal het probleem zich -voor het oog- oplossen, dan zie je geen beest meer terug. De duizenden vogels die we vinden zijn maar een fractie van wat de werkelijke sterfte inhoudt. Er wordt onderzoek naar gedaan, maar je kunt er vrij veilig van uitgaan dat maar 10 procent wordt gevonden. Ga dan uit van de bijna tweeduizend dieren die we nu hebben en dan zie je dat met deze ramp het totale aantal stookolieslachtoffers van de afgelopen vijf jaar wordt overtroffen".

Wéér zeep

De slechte berichten over 10 procent van de gevonden beesten die het halen, zijn volgens 't Hart reëel. „Ik vind dat cijfer zelfs vrij hoog, ik ben bang dat het nog heel wat lager uitkomt, maar dat zal 'de tijd leren". De telefoon gaat. Als het gesprek is afgelopen zegt 't Hart met een veelzeggende blik: „Wéér zeep. De zoveelste aanbieding van het ideale schoonmaakmiddel. Kijk, een middel dat zulke agressieve olie oplost en het vet van de vogel niet aantast, is er niet. Dat ' zou een wondermiddel zijn, maar dat bestaat niet".

De publieke belangstelling was zaterdag en zondag volgens de redders niet leuk meer. De ongeveer zeventig vrijwilligers die in touw waren werden gehinderd door trimmers en mensen die de hond los lieten lopen, zodat veel aangespoelde vogels werden teruggejaagd, een wisse dood tegemoet. Volgens coördinator H. S, Zandstra yan Natuur, Milieu, en Faunabeheer van het ministerie van landbouw een heel teleurstellende ervaring voor de ijverige redders.

Ravesteijn: „Op het laatst ben ik met m'n autootje maar langs de dam heen en weer gaan rijden. Iedereen die weer een vogel had stak zijn hand op en ik laadde alleen maar in. Bij een vrachtwagen van Rijkswaterstaat werd dan weer overgeladen. Vrachtwagens vol hebben we afgevoerd".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 12 januari 1988

Reformatorisch Dagblad | 12 Pagina's

„Reken erop dat we die kapitein grondig zouden schoonborstelen

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 12 januari 1988

Reformatorisch Dagblad | 12 Pagina's

PDF Bekijken