Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Rechter en Redder

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Rechter en Redder

6 minuten leestijd

Komt dan, en laat ons samen richten, zegt de Heere; al waren uw zonden als scharlaken, zij zullen wit worden als sneeuw, al waren zij rood als karmozijn, zij zullen worden als witte wol. <br />Jesaja 1:18.

 Deze woorden sprak de Heere door middel van de profeet Jesaja tot het volk van Juda. Maar zo spreekt de Heere ook tot ons. Hij wil een ernstig onderhoud met een ieder van ons. Hij wil ook u, mijn lezer, in een gericht betrekken. Dit gericht Is nodig om de Rechter ais Redder te leren kennen. Zijn wij beter dan Juda?
 De Heere heeft uit onbegrijpelijke liefde Zich aan dat volk verbonden. Hij heeft hen Zijn llefdewet gegeven. Maar zij hebben het verbond verbroken, zij hebben zich niet aan die liefdewet onderworpen.

Ze hebben de Heere, de God van het verbond, verlaten. We vinden In Jesaja 1 een hele lijst van aanklachten, die hierop uitloopt: „Zo niet de Heere der heirscharen ons nog een weinig overblijfsel had gelaten, als Sodom zouden wij geworden zijn, wij zouden Gomorra gelijk zijn geworden". Dal ze er nog zijn, het Is enkel vanwege Gods goedheid.

Was er dan helemaal geen godsdienst meer? Dat was er genoeg. Het was echter alleen maar uitwendig. Een dode vorm zonder inhoud. Het kan daarom niet voor de Heere bestaan, het gaat Hem immers om ons hart. Nu zendt hij Zijn knecht, de profeet Jesaja tot hen. Hij wekt ze op zich te bekeren tot de Heere. Nemen zij de woorden Gods ter harte? Belijden zij hun zonde en schuld, komen zij tot een ander leven? Het tegendeel is waar. Ze voelen zich verongelijkt. Waarom komt de Heere hun tegen, doen ze dan niet hun best?
 Ze menen met hun uitwendige godsdienst voor de Heere God te kunnen bestaan. Nu komt de Heere tot dat volk dat zich zo verongelijkt voelt en zegt; „Komt dan, en laat ons samen richten". De kanttekeningen verklaren deze woorden heel duidelijk. Dit betekent: „Met redenen bewijzen, wie de oorzaak Is van uw ellende; Ik of uw zonden".

Kom maar. Zeg maar wat tot uw verontschuldiging dienen moet. O, jawel, de zondaar spreekt. Hij heeft veel vonden gezocht. We zijn er zo goed in om te proberen te ontkomen aan de els van schuldbelijdenis en bekering. Eer een mens zijn schuld voor God belijdt, is er heel wal nodig. Komt dan, zo zegt de Heere, laat ons samen richten. Hoe Is het met ons? Het lijkt misschien nog heel wat, zo aan de buitenkant gezien. Maar met wat vormelijke godsdienst kunt u echt de Heere niet behagen. Hoe is het in uw hart?
 Weet, dat God God is, Die het kwade niet duldt. En uw verborgen zonden lellen ook mee. Hebben ook wij het verbond niet verbroken? Hebben ook wij niet gezondigd tegen een goeddoend God? Zeg het maar: is er enig onrecht bij de Heere als Hij u voor eeuwig zou wegdoen? Komt dan, laat ons samen richten. Nu moeten wij er wel op letten, dat de nadruk hier niet valt op dan, maar op komt.
 Als de nadruk gelegd wordt op dan, zou dit kunnen betekenen dat eerst aan bepaalde voorwaarden voldaan moet worden, voordat we gehoor geven aan de nodiging des Heeren. Eerst moetje dit, of eerst moetje dat. Zo is het niet. De Heere laat u geen voorwaardelijk Evangelie horen, ook hier niet. Alle nadruk valt op: "Komt". U hoeft uzelf niet eerst wat op te knappen, trouwens u kunt het niet eens. U moet komen, nog meer, u mag komen mei al uw vuile zonden. Jazeker, het gaat niet bulten ontdekking om. De Heere wil u ontdekken aan uw zonde en schuld, zodat u het moet belijden: „Heere. ik heb gezondigd en de eeuwige dood verdiend". Maar in die weg schenkt de Heere Zjjn genade.

Komt dan en laat ons samen richten, zegt de Heere, ai waren uw zonden als scharlaken, ze zullen wit worden als sneeuw, al waren ze rood als karmozijn, ze zullen worden als witte wol. Dat is de genade, die de Heere schenkt aan een mens die tot Hem komt met een hart door schuldbesef verbroken en verslagen. Scharlaken en karmozijn, dat zijn verfstoffen van zulk een dieprode kleur, die je er nooit uit kunt krijgen. Onmogelijk!

Zo staat de ontdekte zondaar voor God: „Heere, het is onmogelijk om mijzelf te reinigen van mijn zonde". Maar dit is nu de genade des Heeren: wat onmogelijk is aan 's mensen kant is mogelijk bij God. Hij kan de zonden, al waren ze rood als scharlaken en karmozijn, wit maken. Ze zullen worden als sneeuw. Wat is er witter dan sneeuw? Het witste laken Is er nog goor bij. Maar sneeuw smelt weg, die is niet duurzaam. Daarom staat er ook bij: en wit als wol. Wol smelt niet weg voor de zon, die blijft.

Gods vergevende liefde is eindeloos, matelos, goedheid zonder peil. Hoe kan dat? De Heere moet naar Zijn heilig recht de zonde toch straffen? Jazeker, Hij Is rechtvaardig, maar ook genadig. Het kan, omdat er Een uit dat volk Juda geboren Is, de Here Jezus Christus, Gods Zoon. Hij Is om onze overtredingen verwond, om onze ongerechtigheden Is Hij verbrijzeld; de straf die ons de vrede aanbrengt was op Hem en door Zijn striemen Is ons genezing geworden.

Hij werd van God verlaten, opdat een zondaarsvolk nimmermeer van God verlaten zal zijn. Het bloed van Christus reinigt ons van alle zonden. Komt dan. Ja maar ik kan niet, ik durf niet. Maar gelukkig. Hij doet ze komen, zij die niet kunnen en niet dun/en. Wat is dat erg als we dat bloed van Christus onrein achten en de Heilige Geest smaadheld aandoen. Kan en wil Hij het niet doen? 

Als u niet komt, dan zult u straks zelf moeten betalen. Dan zult u straks In het gericht niet voor God kunnen bestaan. Dan zal Christus niet uw Redder, maar uw Rechter zijn. Dan zult u de toorn van God moeten ondergaan, en dat voor eeuwig. "Komt dan". Niemand heeft te denken: Dat geldt mij niet. Voor de grootste der zondaren is er genade. Om Christus wil alleen. En wie komt tot Hem, geeft Hem de eer. Dan is het niet: Ik kwam. Nee: Hij deed mij komen. Het Is Zijn werk geheel en al. Ik moest komen en ik zal de Heere voor eeuwig danken, dat Ik zondaar, zondares, mocht komen: „Loof Hem, die u, al wat gij hebt misdreven, hoe veel het zij, genadig wil vergeven".







Dit artikel werd u aangeboden door: Reformatorisch Dagblad

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 januari 1988

Reformatorisch Dagblad | 32 Pagina's

Rechter en Redder

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 januari 1988

Reformatorisch Dagblad | 32 Pagina's

PDF Bekijken