Bekijk het origineel

Nederlands Openluchtmuseum wil overdekt museum

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Nederlands Openluchtmuseum wil overdekt museum

7 minuten leestijd

ARNHEM - Het Nederinds Openluchtmuseum in xiihem wil een overdekt mu;um op het eigen terrein. Dit agenoemde binnenmuseum zou 1 de jaren negentig gereed loeten komen en onderdak loeten bieden aan de groeiende ollecties van het museum en an tentoonstellingen. Verder OU het binnenmuseum moeten 'orden gebruikt ten behoeve an voorlichting en educatie.

Het idee om een binnenmuseum bouwen ontstond in de jaren zeentig. Toen al zocht het museum aar mogelijkheden om de pulieksfunctie te versterken en meer andacht te besteden aan de collecievorming. Een binnenmuseum OU het openluchtmuseum aantrekelijker maken voor het publiek ijdens regenachtig weer. Bovenien zou dan de mogelijkheid betaan om een deel van het museum ok 's winters te openen. Momeneel is hot openluchtmuseum tijlens het winterseizoen gesloten. Volgens scheidend directeur dr. '. J. M. van Puijenbroek van het penluchtmuseum zou volgens de irogrammering van de Rijksgebou/endienst in 1992 met de bouw an nieuwe voorzieningen begon:en kunnen worden. „Maar de hoeeelheid geld die men ervoor uit n\ trekken, is zeer schamel en ik wijfel eraan of op dat tijdstip alle ilannen wel klaar zijn", aldus Van 'uijenbroek. De directeur verlaat het museum ip 1 april. Hij krijgt tot zijn pensilen, een jaar later, een andere baan lij het ministerie van welzijn, volksgezondheid en cultuur (WVC). Van Puijenbroek vertrekt dit jaar, omdat voor 1 januari volgend jaar de aangekondigde privatisering van het museum voltooid moet zijn. „Ik ga weg, omdat de besluiten die nu moeten worden genomen boven mijn normale verantwoordelijkheden als directeur uitgaan. Als directeur kan ik nu toch niets meer doen voor het museum in de nieuwe situatie".


Gepasseerd


Bij het museum is een projectleider benoemd die zich bezighoudt met de voorbereidingen voor de privatisering. Van Puijenbroek heeft weinig zin meer in de bemoeienis met het toekomstige museum. Volgens hem worden het personeel en de directie van het museum bij de voorbereiding voor de privatisering op een onbehoorlijke manier gepasseerd.


De privatisering is een gevolg van het voornemen van minister Brinkman van WVC. om het museum te sluiten. Begin vorig jaar kondigde de bewindsman aan dat het openluchtmuseum 120 arbeidsplaatsen zou moeten inleveren. Volgens de directie zou dat sluiting van het in dat jaar 75 jaar bestaande museum betekenen. „Maar we hebben onszelf gered", zegt Van Puijenbroek. „Door de publieke opinie te mobiliseren ging er een onthutsend signaal naar Den Haag dat we een museum van de mensen zijn". Uit protest tegen de sluitingsplannen trokken in twee dagen ruim honderdduizend mensen naar het museum.


De minister trok mede onder druk van de Tweede Kamer zijn plannen in en ging akkoord met een overname van het museum door de Stichting vrienden van het openluchtmuseum, gecombineerd met een bezuiniging van 3,5 miljoen gulden. De scheidende directeur heeft echter grote twijfels over de plannen tot privatisering. Van Puijenbroek gaat ervan uit dat de geplande datum van. 1 januari 1989 niet wordt gehaald.


Verlegenheid


Volgens Van Puijenbroek ligt er geen enkele filosofie ten grondslag aan de privatisering. „Het was geen beleidskeuze maar een keuze uit verlegenheid. De enige reden is dat de minister een bezuiniging op het aantal personeelsleden moest doorvoeren".


Het uitgangspunt achter de privatisering is een toename van het publiek tot 600.000 bezoekers per jaar. De directeur acht dat aantal in de huidige omstandigheden niet haalbaar. „Vorig jaar hebben we dank zij alle gratis reclame en de enorme belangstelling van de media ruim 500.000 bezoekers gehad. Ik zie niet in hoe je ten tijde van een gelijkblijvende en vergrijzende bevolking en een enorme toename van het aantal dagattracties aan zo'n aantal moet komen".


Van Puijenbroek is bang dat in de nieuwe omstandigheden de commerciële doelstellingen de culturele zullen overvleugelen. „Ik sluit dan ook niet uit dat het museum in de toekomst gedwongen zal zijn nietmuseale middelen te gebruiken om aan voldoende publiek te komen. Het museum dreigt het slachtoffer te worden van het Veronica-effect, waarbij het doel moet worden aangepast aan het publiek. Het museum heeft een publieksfunctie, maar is naar aard en doelstelling gewoon niet geschikt om gigantische stromen mensen te lokken".


Kunstmatig


Na de privatisering bestaat volgens de directeur het risico -dat het museum een collectie verzamelt die alleen aantrekkelijk is voor het publiek, terwijl de culturele waarde niet meer aan de orde komt. „Als we nu een kerkje uit Zeeland in het museum willen hebben, wordt dat gebouw steen voor steen afgebroken en op ons terrein steen voor steen opgebouwd. Zoiets is economisch niet haalbaar. Ik sluit niet uit dat het in geprivatiseerde vorm te veel gaat kosten, waardoor men besluit om het kerkje maar kunstmatig na te bouwen", aldus Van Puijenbroek. Hij wijst erop dat, toen het museum 75 jaar geleden werd gesticht, niet de economische, maar de culturele uitgangspunten de doelstelling vormden.


Van Puijenbroek noemt de manier waarop de Rijksoverheid momenteel met het museum omgaat niet nieuw. Sinds het openluchtmuseum in 1941 een rijksmuseum werd is er een constante klaagzang van directies geweest met betrekking tot de huisvesting van personeel en collectie. Centraal stond al die jaren de vraag om investeringsmiddelen. Waardevolle onderdelen van de collectie moesten jarenlang worden ondergebracht in brandgevaarlijke houten barakken, omdat het Rijk geen geld beschikbaar wilde stellen voor nieuwbouw op het terrein. „Een deel van de collectie liep daardoor schade op. Sinds 1968 kon de museumcollectie als gevolg van het gebrek aan ruimte minder worden uitgebreid dan de directie wenselijk achtte", aldus Van Puijenbroek.


Belemmering


Volgens de directeur is de museale taak op het gebied van cultuurbehoud voortdurend belemmerd door de slechte huisvesting. En hij benadrukt dat het met de aandacht voor het publiek al even slecht is gesteld. In de eerste decennia van het bestaan van het museum klonk ononderbroken de roep om een verantwoorde tentoonstellingsruimte. Tegenwoordig zijn naar de mening van de museumdirecteur bij voorbeeld accommodaties, zoals de toiletten en het restaurant, een steen des aanstoots. Pas in 1986 kon met de bouw van een nieuwe kantoorvleugel voor de administratie worden begonnen.


Dat was de eerste permanente nieuwbouw in dertig jaar. Nieuwbouw voor het openluchtmuseum heeft volgens Van Puijenbroek altijd een lage prioriteit gehad bij de Rijksoverheid. In 1982 liet hel' toenmalige ministerie var» CRM weten dat nieuwbouw in het Arnhemse museum op de drieëndertigste plaats stond van een lijst met 40 nieuwbouwplannen. Het enige wat werd toegestaan, was de ver^ vanging na dertig jaar van de houten kantoorbarakken.


Van Puijenbroek: „Als je met het Rijk moet werken, kost elke verandering een halve generatie. Bovendien leek het erop dat de Rijksoverheid alleen belangstelling had voor het creëren van nieuwe musea. En daarbij kwam dat Den Haag de moderne kunst altijd al op de voorplecht had staan". Er was volgens hem wel waardering voor het openluchtmuseum, maar men onderschatte voortdurend het belang van goede huisvesting. „Wat dat betreft kan ik niet ontkennen dat er een structurele onderwaardering is geweest van het museum". De scheidende museumdirecteur hoopt dat het openluchtmuseum in de toekomst zijn cultureel-historische doel kan blijven, waarmaken. „Privatisering kan voor een heleboel rompslomp uitstekend werken; je krijgt de kans om de zaken bedrijfseconomisch beter te organiseren. Maar de vraag is of het ook ten goede komt aan dat cultureel-historische doel."


Hij benadrukt overigens dat in zijn tijd ondanks de beperkingen veel voortgang is geboekt op het terrein van de museale aspecten. Er zijn verschillende nieuwe gebouwen bij gekomen, zoals een kerk, een landbouwwerktuigen-magazijn en een weeghuis, terwijl ook de collectie voorwerpen verder is uitgebouwd. » .:

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 februari 1988

Reformatorisch Dagblad | 30 Pagina's

Nederlands Openluchtmuseum wil overdekt museum

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 februari 1988

Reformatorisch Dagblad | 30 Pagina's

PDF Bekijken