Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Het leerlingwezen als ideale combinatie van lerend werken en werkend leren nieuw leven ingeblazen

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Het leerlingwezen als ideale combinatie van lerend werken en werkend leren nieuw leven ingeblazen

Ma een periode van inzinking is er door aanpak van commissie-Wagner nu sprake van ongekende bloei

9 minuten leestijd

Het gaat goed met het leerlingwezen. Na jaren van vermindering :n inkrimping, als gevolg van de economische inzinking, is deze combinatie van werken en leren weer populair. Populair bij de bedrijven, populair in de politiek en ook populair bij de jongeren. Vorig jaar ïverd het magische en tot voor kort schier onbereikbaar geachte getal van 100.000 leerovereenkomsten gepasseerd. Zo'n hoogtepunt zegt toch wel veel over de bloei van het leerlingwezen.

 Zo'n tien jaar geleden zag het er voor iongens en meisjes die na hun schoolopleiding een vak wilden leren somber uit. Deze jongelui, vooral afkomstig uit het lager beroepsonderwijs, konden geen plaats in bedrijfsopleidingen bemachtigen. Ook namen steeds minder bedrijven jongeren in dienst, om ze via het leerlingwezen al werkend op te leiden en al

Een comissie onder voorzitterschap van mr. G. A. Wagner blies het leerlingwezen nieuw leven in. lerend te laten werken. Maar wat was toch de oorzaak van die kentering in de houding van de bedrijven?

Op het hoogtepunt van de economische oloei floreerden de bedrijfsscholen. Elk zichzelf respecterend bedrijf had een eigen school. In die bedrijfsscholen kregen de jongeren het praktijkgerichte deel van hun vakopleiding. Het meer theoretische deel moesten ze op de avondscholen, de streekscholen of het beroepsbegeleidend onderwijs opdoen. Ooit bevolkten niet minder dan 78.000 jeugdigen de leerlingstelsels.

Maar toen kwam de economische recessie. Driftig zochten de directies en bedrijfsleidingen in hun bedrijven naar mogelijkheden om de kosten te verminderen. Bij zulke zoekacties werd niet zel(ïeri de bedrijfsschool als eerste of bijnaeerste op de lijst geplaatst om afgestoten te worden. Dat gaf een besparing in mensen, leermeesters genoemd, in ruimte, machines, apparatuur, gereedschap en materiaal.

Werkloosheid

Het werd in die tijd gewoonte in de bedrijven om voor bepaalde vacatures niet zelf jongeren meer op te leiden, maar om van buiten geschoolden aan te trekken. Dat kon voor de meeste functies ook redelijk gemakkelijk, omdat de werkloosheid door massale bedrijfssluitingen of afstoting van afdelingen vrij hoog

Een bedrijf dat een meisje via het leerlingwezen opleidt in een traditioneel mannenberoep krijgt nog eens 2000 gulden extra. Het meedoen aan het emancipatiedrijven kan dus op korte termijn lonend zijn. was geworden. Overigens blijft tot op de dag van vandaag de vraag levend of deze vorm van bezuiniging wel echt zinnig genoemd kan worden, of deze besparing getuigt van groot inzicht.

Zeker, het zelf opleiden van jongeren in het kader van het leerlingwezen kost geld. Maar daar staat toch als groot voordeel tegenover dat de jongelui van meet aan niet alleen geschoold worden in een bepaald vak, maar bovendien in die scholing tegelijk eigen worden gemaakt met de typische bedrijfsgewoonten van het bedrijf waar zij die scholing ontvangen. Elk bedrijf heeft z'n eigen specifieke aanpak, die nooit aangeleerd kan worden via een algemene opleiding. De bedrijfsschool kan daarbij wel een goede functie hebben.

Een gevolg van het afstoten van bedrijfsopleidingen was dat er op een gegeven moment (in 1983) maar 65.000 jongeren via het leerlingwezen een bedrijfsopleiding ontvingen. Dat lijkt niet zoveel minder dan de 78.000 van het hoogtepunt, maar daarbij moet wel bedacht worden dat het aantal jongeren in 1983 onvergelijkbaar groter was dan in de jaren zestig.

Commissie- Wagner

Welnu, dat dieptepunt in het leerlingwezen zette verschillende verstandige mensen toch aan het denken. Te meer omdat men van lieverlee tot de ontdekking kwam dat een combinatie van leren en werken, zoals dit van oude tijden af in het leerlingwezen gestalte krijgt, nog niet zo'n gekke combinatie was. Onder voorzitterschap van de oud-Shelldirecteur Wagner ging een commissie aan het werk om onder meer te bezien hoe nieuwe impulsen konden worden gegeven aan deze opleidingsvorm.

Tegelijk kregen de verschillende leerlingstelsels het signaal om eens goed na te gaan of hun opleiding nog wel paste in deze tijd. Of de opleiding ook nog wel aansloot op het dagonderwijs, meestal lbo, dat de jongelui hadden gevolgd. Kortom, het leerlingwezen werd als het ware nieuw leven ingeblazen. En die aanpak blijkt succesvol te zijn. Immers, medio 1987 werd de honderdduizendste leerovereenkomst gesloten.

Tot nu toe ging het steeds over dè bedrijfsschool en hèt leerlingwezen. Maar dat wil natuurlijk niet zeggen dat het allemaal maar één pot nat is. Nee, elke bedrijfstak heeft in principe een eigen leerlingstelsel, bestaande uit een praktijken een theoriegedeelte. Als een jongen of een meisjes bij een bedrijf of instelling wordt aangenomen voor een combinatie van werken en leren, bestaat de werkweek uit drie of vier dagen werken en een of twee dagen les in theorie op een school. Voor dat praktijk-of werkdeel ontvangt de jongere meestal een evenredig deel van het minimumjeugdloon. Om dit allemaal goed te regelen, wordt een leerovereenkomst gesloten tussen "patroon en leerling".

Voorlichting over beroepsonderwijs
Regelmatig verschJInen in de RDplusbijlagc artikelen rondom beroepen en beroepsonderwijs. Aan dexe serie artikelen werken redacteuren, maar ook schooldecanen van diverse reformatorische scholen (gemeen schappen) mee.'

Het artikel op deze pagina gaat over het leerlingwezen. Eerder verschenen reeds artikelen over het gebrek aan gymleraren op 'onze' scholen, over problemen bij de studie medicijnen, over de christelijke heao in Rotterdam en over de opleiding Bosbouw eu Cultuurtechniek, De bedoeling van de serie is, in het algemeen informatie te geven waarmee in het bijzonder leerlingen en ouders van leerlingen hun voordeel , kunnen doen.

Leerovereenkomst 

In zo'n overeenkomst wordt afgesproken dat werkgever en werknemer zich zullen inzetten voor het realiseren van een bepaalde vakopleiding via lerend werken in het bedrijf, aangevuld met beroepsbegeleidend onderwijs in een streekschool, vormingsinstituut of avondschool. De derde partij die in zo'n overeenkomst wordt genoemd is de landelijke consulent van de vakopleiding. Die consulent begeleidt de leerling op de werkplek en onderhoudt contacten met de leermeester in het bedrijf.

Deze consulent is in dienst van een landelijk opleidingsorgaan van het bedrijfsleven. Dit opleidingsorgaan verzorgt in feite de praktijkopleiding en het daarbij behorende examen in een van de 32 verschillende bedrijfstakken. Bij elkaar hebben de 32 opleidingsorganen het COLO (Centraal Orgaan van de Landelijke Opleidingsorganen van het bedrijfsleven) opgericht. Op het gebied van afkortingen blijkt wel dat het leerlingwezen echt raakvlakken heeft met het andere onderwijs, men is er net zo kwistig mee. Elke leerweg bestaat uit een primaibrek aan gymleraren op 'onze' scholen, over problemen bij de studie medicijnen, over de christelijke heao in Rotterdam en over de opleiding Bosbouw eu Cultuurtechniek,

De bedoeling van de serie is, in het algemeen informatie te geven waarmee in het bijzonder leerlingen en ouders van leerlingen hun voordeel , kunnen doen. re, een voortgezette en een tertiaire beroepsopleiding. Na afronding van het eerste deel mag een jongere zich "adspirant-gezel" noemen, na de tweede is hij/zij "gezel" en als het examen na de derde fase met goed gevolg is afgelegd, mag men zich sieren met de "meester"-titel. De termen "gezel" en "meester" geven er blijk van dat de oorsprong van het leerlingwezen ligt bij het vroegere ambachtsgilde. Ook in het middeleeuwse gildewezen werd men opgeleid tot vakman door in de praktijk te werken en tegelijk te leren.

Regionale consulenten

Naast het COLO is er ook nog een CORO, dat zich intensief bezighoudt met het leerlingwezen. Dat CORO (Centraal Orgaan Regionale Organen) is een overkoepeld lichaam van de veertien regionale organen voor het leerlingwezen. Die regionale organen hebben ook consulenten in dienst. Zij zijn belast met de voorlichting over de opleidingen, die via het leerlingwezen kunnen worden gevolgd. Regionale consulenten dienen ook als vraagbaak voor deelnemers, als zij met problemen op het werk of op school geconfronteerd worden.

Deze regionale consulenten geven voorlichting op scholen. Ze onderhouden, als het goed is, contacten met de schooldecanen. Door de voorlichting krijgen jongeren enig zicht op de vakopleidingen en de verschillende beroepen. Dan zien ze dat het mogelijk is om voor erg veel —meer dan 400— opleidingen een leerovereenkomst te sluiten. Van computeroperator tot kapper en van opticien tot bakker. Zelfs voor overheidsbaantjes zijn er opleidingen via het leerlingwezen.

Maar wie draait er toch op voor de kosten van het leerlingwezen? Wordt alles betaald vanuit het inmiddels toch weer redelijk renderende bedrijfsleven? Neen, het is niet ondenkbaar dat de subsidie van het Rijk mede debet is aan het feit dat het leerlingwezen weer zo goed in de lift zit. De rijksbijdrage is kennelijk voor nogal wat bedrijven en bedrijfstakken een stimulans (geweest) om leerlingen aan te trekken. Waarmee overigens niet gezegd wil zijn dat de opleidingen de bedrijven helemaal niets kosten. Maar het geld dat men daar insteekt, kan best als een vorm van investeren gezien worden.

Subsidie

Zo rond de 200 miljoen gulden heeft de bewaarder van 's Rijks schatkist jaarlijks in z'n knip voor de regeling. Via die regeling krijgt het opleidingsfonds leerlingwezen voor elke nieuwe leerling die een primaire opleiding volgt ongeveer 3500 gulden. Daarvan is 85 procent bestemd voor het bedrijf of de instelHet is mogelijk om voor erg veel —meer dan 400— opleidingen een leerovereenkomst te sluiten, van computeroperator tot kapper en van opticien tot hakker. ling die een leerovereenkomst met een jongere heeft afgesloten. Daarnaast krijgt een bedrijf, dat een meisje via het leerlingwezen opleidt in een traditioneel mannenberoep nog eens 2000 gulden extra. Het meedoen aan het emancipatiedrijven kan dus op korte termijn lonend zijn.

Heeft dit leerlingwezen eigenlijk wel enige concurrentie? Jazeker, in de vorm van het gewone dagonderwijs. Zo is het extra vierde leerjaar binnen het lbo toch wel een vorm van concurrentie. Via dat extra jaar proberen jongeren hun mogelijkheden voor de arbeidsmarkt te verbeteren door hun niveau te verhogen of hun profiel te verbreden. Op zich vindt men dat bij het leerlingwezen allemaal goed en best, als het maar in het belang van de leerling is en het niet wordt gestimuleerd, omdat de school anders te weinig leerlingen houdt.

Juist omdat het leerlingwezen een ideale combinatie is van lerend werken en werkend leren, terwijl boverjdien het leren goed kan aansluiten op de werkelijke praktijk in een bepaald bedrijf, is het goed dat deze combinatie flink in de lift zit. Dat is in het belang van de jongeren, in het belang van de overheid, maar zeker ook in het belang van de bedrijven. De commissie-Wagner heeft goed werk gedaan door alle partijen daarvan te doordringen. Nu blijft het zaak om ervoor te zorgen dat de opleidingen de vernieuwing in het bedrijfsleven op de voet volgen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 maart 1988

Reformatorisch Dagblad | 30 Pagina's

Het leerlingwezen als ideale combinatie van lerend werken en werkend leren nieuw leven ingeblazen

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 maart 1988

Reformatorisch Dagblad | 30 Pagina's

PDF Bekijken