Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Over de internationale dimensies van een vergeten oorlog in Afrika

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Over de internationale dimensies van een vergeten oorlog in Afrika

Oost en West zijn vertegenwoordigd in Unita's strijd in Angola

10 minuten leestijd

LOEANDA — Portugal was in het begin van de jaren zeventig het enige Europese land dat nog grote koloniën in bezit had. Binnenlandse politieke turbulentie —ik denk dan aan de Anjer-revolutie van 1974— waren de oorzaak van het terugtrekken van de Portugese troepen uit de "overzeese gebiedsdelen" Guinee-Bissau, Mozambique en Angola.

Voor dit laatste gebied zagen de Ovimbundu is in aantal veel groter vooruitzichten er aanvankelijk gunstig dan de Bakongostam. uit. Volgens de Alvor-overeenkomst tussen de toenmalige Portugese regering enerzijds en anderzijds de drie verzetsbewegingen zouden in november 1975 vrije verkiezingen worden gehouden. Deze verkiezingen zijn er echter nooit gekomen. De sterk marxistisch georiënteerde MPLA greep, met steun van de Sowjet-Unie en Cuba, de macht. De Cubaanse leider Fidel Castro zond enkele duizenden troepen naar de Angolese hoofdstad Loeanda om zijn bewonderaar Agostinho Neto, de leider van de MPLA, in het zadel te houden. Het was het Angolese Volksbevrijdingsleger (Bapla) die de twee pro-westerse verzetsbewegingen bestreed. Van begin af aan heeft de MPLA de burgeroorlog dus een internationale dimensie gegeven.

De Unita en de FNLA kregen daarentegen van de westerse staten weinig politieke en militaire steun. De omringende Afrikaanse staten stonden (en staan) wat ambivalent tegen het conflict in Angola. De Republiek van Zuid-Afrika maakt hierop een uitzondering. De regering in Pretoria heeft steeds de beweging van Savimbi (de Unita dus) gesteund. De militaire betrokkenheid is, blijkens berichten uit zuidelijk Afrika, de laatste maanden aanzienlijk geïntensiveerd. Daarover later meer.

Zaïre

Een tweede Afrikaans land, dat min of meer openlijk betrokken is bij de strijd in Angola is Zaïre. De FNLA opereerde voornamelijk in het noorden van Angola en had haar bases op Zaïrees territorium. Guerrillastrijders van de FNLA infiltreerden vanuit het land van dictator Moboetoe de Portugese ex-kolonie. Deze organisatie heeft de strijd echter niet lang vol kunnen houden. De FNLA verloor de bases in Zaïre toen de regering in Kinshasa diplomatieke contacten met de MPLA ging onderhouden. Volgens Unita-leider Savimbi is het enkel beschikken over uitvalbases op het grondgebied van een naburig land funest voor een guerrilla-beweging. „Het is belangrijk dat de guerrillabases op het territorium van je eigen land liggen", zo schreef hij in het vakblad Policy Review. Een les die de Unita-leider naar zijn zeggen van de grote Chinese roerganger Mao Zedong heeft geleerd. Een tweede reden voor het verdwijnen van het FNLA is dat deze beweging uitsluitend gesteund wordt door de Bakongo-stam in het noorden van Angola, met name in de provincies Uige en Loeanda. De Unita heeft daarentegen veel sympathie bij de Ovimbunustam. Deze woont voornamelijk in het zuiden van Angola en omvat 40 procent van de totale bevolking. De

Amerikaanse wapens

Met het wegvallen van de FNLA bleef de LInita de enige grote verzetsbeweging die weerstand bood tegen de MPLA. En als we de doorsijpelende berichten mogen geloven, doet ze dat zeker niet zonder succes. Zo zou eenderde deel van Angola onder controle van de Unita staan, hetgeen neerkomt op circa 400.000 vierkante kilometer. Dan gaat het om een gebied dat grenst aan Namibië, Botswana, Zambia en Zaïre. In het overige gebied van Angola voert de Unita sabotage-acties uit. Bij dat gebied hoort ook de enclave Cabinda. Er doet zich hier een merkwaardige situatie voor. Cabinda staat namelijk bekend om zijn olievelden, die door Amerikaanse maatschappijen geëxploiteerd worden. Cubaanse en Oostduitse militairen beschermen deze velden tegen aanslagen van Unita-strijders. Maar intussen maken deze guerrilla's gebruik van Amerikaanse wapens!

De inkomsten uit de export van olie is, gelet op de bescherming van de olievelden door buitenlandse troepen, een belangrijke bron voor het financieren van de oorlog. De MPLA besteedt meer dan de helft van de Angolese staatshuishouding aan de defensie. De olie is niet de enige bron waaruit de Angolese regering inkomsten zou kunnen halen. Andere zijn: de diamanten en het vervoer van goederen over de Benguelaspoorlijn. Deze lijn loopt dwars door Angola en maakt transport mogelijk van goederen van Zambia en Zimbabwe naar de Atlantische Oceaan. De acties van de Unita verhinderen dergelijke transporten. De diamantmijnen zijn deels in handen van de Unita en deels in die van de MPLA.

Doelstellingen

De economische sabotageacties brengen ons bij de doelen, die de Unita zich heeft gesteld. In zijn boek "De Angolese weg naar nationaal herstel" heeft leider Savimbi deze nog eens uiteengezet. Allereerst dienen de Cubaanse en andere vreemde troepen het land te verlaten. Vervolgens zou er een „ware democratische samenleving" moeten komen waarin de mensenrechten en andere vrijheden grondwettelijk worden gewaarborgd. Collectivisering wordt afgewezen. In de agrarische samenleving, die de Unita op het oog heeft, behoort niet de staat maar de boeren het land te bezitten. Verder wordt een meerpartijensysteem toegestaan. Angola zou dan een van de weinige Afrikaanse landen zijn, waar zo'n systeem functioneert. Uitgaande van deze doeleinden wil Savimbi de kosten van de aanwezigheid van Cubaanse en Sowjettroepen zo hoog op laten lopen, dat ze die niet langer kunnen dragen. „De Fransen verleenden onafhankelijkheid aan Haïti, de eerste zwarte republiek, omdat Napoleon de financiële lasten van de bezetting niet langer kon betalen", aldus Savimbi in Policy Review.

De militaire structuur van het Unita-leger heeft Savimbi overgenomen van de Viet Minh die actief was tijdens de Vietnamese oorlog en van de guerrilla van Mao Zedoeng in de jaren dertig. De strijdkrachten van de Unita bestaan uit verschillende staten:

- De sentinela. Die komen uit de pas veroverde gebieden. Ze helpen bij het opzetten van lokale militia en zijn over het algemeen slecht bewapend.

- Guerrilla's die voor een tot t,wee jaar ingezet worden in een operatiegebied. Ze treden dan in groepen op, die variëren van 20 tot 450 man. Volgens Unita-woordvoerders zouden er 16.000 tot 20.000 van zulke guerrilla's zijn.

- De reguliere soldaten. Dezen ontvangen een intensieve opleiding in de 'bevrijde gebieden' van bijna twee jaar. De omvang van deze groep schat men op 15.000 a 20.000 mensen.

- Speciale eenheden, die getraind worden in sabotagehandelingen. Marokkaanse en Franse adviseurs leiden hen op.

De bewapening van de guerrilla's is feitelijk een menging van buitgemaakte Sowjet-wapens, bij voorbeeld de SAM-7 raketten en wapens afkomstig uit het Westen. Naast materieel van Zuidafrikaanse makelij, heeft Savimbi ook de beschikking over de gevreesde Stingerraketten. Voor de gevechtshelikopters en de vliegtuigen van de MPLA zijn de operatiemogelijkheden door de trefzekerheid van de 'Stingers' aanzienlijk beperkt.

Resultaten van strijd

Hoe succesvol is de Unita, militair gezien, tot dusverre geweest? In 1981 en 1982 voerden de beide vijandelijke partijen de operaties tegen elkaar op. De Unita breidde haar guerrilla-activiteiten uit tot de Benguela en Cuanze-provincies. Vervolgens moest de MPLA in het voorjaar van 1982 erkennen dat ze de provincie Cuando Cubango niet meer onder controle had. In het najaar van 1982 en in 1983 poogde de MPLA, met Cubaanse steun, tevergeefs het verloren gegane gebied te heroveren. In 1984 kreeg de Unita controle over het grensgebied langs Zambia en Zaïre. Inmiddels was de opvolger van Agostinho Neto, president Santos ook op het diplomatieke front in het offen-sief gegaan. Op 6 februari 1985 tekenden de regeringsleiders van Zaïre en Angola namelijk een gemeenschappelijk defensie en bijstandspact. Met dit akkoord wilde Don Santos voorkomen dat vanuit de vluchtelingkampen de Zaïrese provincie Shaba de Unita gesteund zou worden.

Bemoeienis Pretoria

In het najaar van 1985 mengde zich Zuid-Afirka direct in de strijd. Vliegtuigen van dit land bombardeerden namelijk het gebied rond de stad Mavinga, terwijl tegelijkertijd de Zuidafrikaanse infanterie de Unita zou hebben bijgestaan in deze strijd. Het offensief van de MPLA tegen Mavonga was bedoeld om uiteindelijk de hoofdstad van het Unita-gebied Jamba in te nemen. Hoewel de aanval in 1985 werd afgeslagen, betekende dit niet het einde van de aanwezigheid van Zuidafrikaanse troepen op Angolese bodem. Recente berichten spreken van een offensief van het Zuidafrikaanse leger dat gericht is op het afsnijden van de aanvoerroufes van de belegerde stad Cuito Cuanvale. De MPLA en Cubaanse troepen verdedigen deze stad. Bij Punto Verde zouden volgens de Britse krant The Independent de Zuidafrikaanse troepen een voorwaartse basis aan het inrichten zijn. Tot de militairen van Petoria horen volgens diezelfde krant het speciale 32e bataljon van vroegere zwarte Angolese vluchtelingen en zwarte soldaten van het 101e bataljon in het noordelijke Owamboland in Namibië. Volgens westerse waarnemers is de toenemende betrokkenheid van de Zuidafrikanen gebaseerd op het uitgangspunt dat de SowjetUnie, zoals in Afghanistan, haar troepen uit Angola terug wil trekken.

Namibië

Een tweede reden van de intensivering van Zuid-Afrika in de burgeroorlog betreft de kwestie Namibië. Zoals bekend, heeft de regering in Pretoria de onafhankelijkheid van Namibië gekoppeld aan de terugtrekking van de 40.000 man sterke Cubaanse troepen uit Angola. De laatste maanden lijkt er enige beweging te zijn opgetreden over zo'n mogelijke terugtrekking. Tijdens een missie van de Amerikaanse onderminister voor Afrikaanse aangelegenheden Chester Crocker in februari aan zuidelijke Afrika werd gesproken over een volledige, en gefaseerde terugtocht van de Cubanen. In een situatie van het mogelijk vertrek van Russen en Cubanen is het voor de Unita en Zuid-Afrika aantrekkelijk de militaire druk op de MPLA te vergroten.

De regering Botha heeft ook te maken met de 'bevrijdingsbeweging' van Namibië, de Swapo. Deze opereert vanuit zuidelijk Angola, een gebied dat grotendeels door de Unita wordt gecontroleerd. Hoe is nu de verhouding tussen de Unita en de Swapo? Savimbi gaf hierover in een interview met het blad Jeune Afrique opening van zaken. Naar zijn mening heeft zijn organisatie nauwe contacten met de Swapo. „We hielden gemeenschappelijke trainingen. Sinds de Swapo erkend is door de Organisatie van Afrikaanse Staten, verdelen we de wapens die ontvangen.van het "bevrijdingscomité" van de OAE", zo vertelde hij Jeune Afrique. Savimbi meende dat Namibië onafhankelijk moet worden. De Swapo zou dan in dit land een regering kunnen vormen. Hij vroeg zich wel af of dit onder leiding van de huidige Swapo-leider Sam Nujoma moest gebeuren. „Het is geen sterke man, hij is gemakkelijk te manipuleren", aldus Savimbi. Naar zijn mening bestaan er geen contacten tussen de Unita en de guerrilla's van de MNR in Mozambique. De Unita ondertekende op 12 juni 1985 wel het "Jamba-akkoord". Dit .gebeurde samen met anticommunistische verzetsbewegingen in Afghanistan, Nicaraqua en Laos. Het "Jambaakkoord" kondigde de vorming van een Democratische Internationale aan. De deelnemers hieraan verzetten zich tegen de communistische overheersing in hun land en willen de democratische waarden van het westen introduceren.

Internationale steun

Als we kijken naar de (in)formele steun, die de Unita van regeringen ontvangt, is dit een bonte mengeling. Op het Afrikaanse continent krijgt Savimbi, behalve van Zuid-Afrika, aciteve militaire steun van Marokko. Dit land leidt officieren van de Unita op. Soedan, Somalië, en Ivoorkust helpen Savimbi ook openlijk. Via Zaïre worden steeds meer wapens aangevoerd. De verhouding met Zambia is wat onduidelijk. Formeel hebben de MPLA-regering en de Zambiaanse regering een samenwerkingsovereenkomst gesloten. Dit betekent niet dat MPLA-troepen vanuit Zambia de Unita-bases aan kunnen vallen. Ondanks deze overeenkomst bestaat er een levendige handel tussen Zambia en de Unita.

Wereldwijd kan de Unita rekenen op steun van Saoedi-Arabië, China en de Verenigde Staten.

Clark-amendement

De intrekking van het Clark-amendement door het Amerikaanse Congres betekende dat de Unita volop anti-tankwapens en wapens ter bestrijding van vliegtuigen (Stingers en Red-eye-raketten) kon kopen. Senator Clark had enkele jaren terug een dergelijk amendement ingediend. Ook andere invloedrijke Amerikanen hadden hun twijfels over het pragmatisme van Savimbi. „Hij steunt elke ideologie waarvan hij hulp krijgt. Savimbi wil echter niet het marxisme in Angola uitroeien", aldus Gwynne Dyer in het blad Foreign Affairs. Of de agrarische sociaal-democratie van de Unita marxistisch is, is nog maar de vraag. Vast staat wel, dat Savimbi de marxistische gevechtstactiek van Mao Zedong heeft overgenomen. Het is afwachten of het daarbij zal blijven.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 13 april 1988

Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's

Over de internationale dimensies van een vergeten oorlog in Afrika

Bekijk de hele uitgave van woensdag 13 april 1988

Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's

PDF Bekijken