Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Eerste christelijke kabinet trad eeuw geleden aan

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Eerste christelijke kabinet trad eeuw geleden aan

„Van Wassenaer is van de partij van Kuyper; Kuyper is koek en ei met Domela Nieuwenhuis"

14 minuten leestijd

Zoveel politieke partijen vieren dit jaar een jubileum (de VVD en het GPV werden 40, de PPR 20 en de SGP wordt 70), dat een andere gedenkwaardige gebeurtenis aan de aandacht dreigt te ontsnappen. Dat is het feit dat het volgende week donderdag, 21 april, precies honderd jaar geleden is dat het "eerste christelijke kabinet" aantrad. Nadat men in Nederland niet anders gewend was geweest dan liberale of conservatieve meerderheden, was een christelijk kabinet een politiek feit van de eerste orde. Het begin van een nieuwe fase in de vaderlandse politiek. Een verslag uit politiek Den Haag anno 1888.

Uithaal Kuyper naar liberalen;
felle campagne

's-GRAVENHAGE, winter 1887/1888 - De verkiezingscampagne voor de aanstaande kamerverkiezingen in maart heeft deze dagen een nieuw hoogtepunt bereikt. In het dagblad "De Standaard" heeft dr. A. Kuyper in een van zijn beruchte driestarren een felle aanval gedaan op de liberalen. De antirevolutionaire voorman beschuldigde de "liberalisten" van afvalligheid en verweet hen onder meer dat zij „de Christus en Zijn eere uit de kerk poogden uit te dragen". Van liberale zijde is nog niet op Kuypers aantijgingen gereageerd. Zelden in de recente parlementaire geschiedenis zijn de politieke partijen zo fel tegen elkaar van leer getrokken. Globaal genomen is het land in twee kampen verdeeld. Aan de ene kant staan de liberalen, sinds het overlijden van Thorbecke zestien jaar geleden intern meer dan ooit verdeeld, en aan de andere kant trekken antirevolutionairen en roomskatholieken, nauwer samenwerkend dan ooit te voren, daartoe geïnspireerd door dr. Kuyper, schouder aan schouder op. Welke van de twee hoofdrichtingen de verkiezingen zal gaan winnen, valt nog niet te voorspellen. Enkele politieke commentatoren wijzen er echter op dat de rechtse coalitie wel eens zou kunnen profiteren van de liberale verdeeldheid.

Thema's

Twee thema's staan in de huidige verkiezingsstrijd centraal. Allereerst natuurlijk de zich nu al weer vele jaren voortslepende onderwijskwestie. De voorstanders van het bijzonder onderwijs (antirevolutionairen en katholieken) zijn nog steeds niet te spreken over de Lagere-Onderwijswet, die, ondanks heftige oppositie in het hele land, onder het liberale kabinet-Kappeyne (1878) tot stand kwam. In die schoolwet werd het openbaar onderwijs onmiskenbaar bevoordeeld ten opzichte van het bijzonder onderwijs. Kappeyne wees iedere subsidiëring van de bijzondere school af met het argument: Geen staatsgeld voor inrichtingen die bedoelen te verdelen hetgeen de wet begeert verenigd te houden. Herhaaldelijk is in de afgelopen maanden door diverse sprekers van de coalitiepartijen aangedrongen op herziening van de door hen zo verfoeid^ wet Kappeyne. Ook over het kiesrecht zijn de meningen nog sterk verdeeld. Vorig jaar is in de grondwet het zogenaamde "elastiek-artikel" opgenomen, dat het kiesrecht toekent aan alle „mannelijke ingezetenen die de door de kieswet te bepalen kentekenen van geschiktheid en maatschappelijke welstand bezitten". Hiermee is een eind gekomen aan het systeem waarbij alleen de hoogste-belastingbetalers mogen stemmen, maar anderzijds zijn er nog velen aan wie het kiesrecht wordt onthouden. Twee vooraanstaande politici uit de kring van de coalitie. De Savornin Lohman (leider van de antirevolutionairen in de Tweede Kamer) en dr. Schaepman (de eerste man van de katholieke kamerleden) hebben al laten weten de huidige kieswet te willen wijzigen. Tijdens de verkiezingscampagne pleitten zij voor een of andere vorm van organisch kiesrecht, waarbij Lohman onomwonden zijn voorkeur uitsprak voor het huismanskiesrecht, dat wil zeggen per huisgezin één persoon naar de stembus.

Rechts wint;
Mackay formateur

's-GRAVENHAGE, maart 1888 -
De rechtse coalitiepartijen beschikken voor het eerst in de geschiedenis over een meerderheid in de Tweede Kamer. Dat is vandaag vast komen te staan nadat in alle kiesdistricten de stemmen zijn geteld. Grootste partij werd de ARP, die in de nieuwe Tweede Kamer (sinds de grondwetsherziening van vorig jaar bestaande uit 100 leden) 28 zetels krijgt (was 23). Samen met de katholieken onder leiding van Schaepman, die een recordwinst boekten van 8 zetels en daarmee uitkwamen op 26, staat de coalitie nu op 54 zetels. Dat is een absolute meerderheid.

Opmerkelijk is ook dat voor het eerst een socialist in de Tweede Kamer is gekozen. Het district Schoterland in Friesland vaardigde de gewezen predikant F. Domela Nieuwenhuis af naar Den Haag. Nieuwenhuis heeft zijn verkiezing te danken aan samenwerking met de Friese "Volkspartij", de Sociaal-Democratische Bond, en steun (bij de herstemming) van de rechtse partijen, die koste wat kost wilden verhoeden dat er een liberaal zou worden verkozen. Even opvallend is dat van de tot voor kort zo machtige conservatieven nog slechts één vertegenwoordiger is overgebleven, de bekende mr. Wintgens uit 's-Gravenhage.

Inmiddels heeft de koning de antirevolutionair Mackay, die zich in het afgelopen jaar een voortreffelijk voorzitter van de Tweede Kamer toonde, opgedragen een kabinet te formeren.

Kabinet-Mackay beëdigd;
coalitie aan het bewind

's-GRAVENHAGE, 21 april 1888 -
Koning Willem III heeft vanmorgen op paleis Noordeinde het kabinet-Mackay beëdigd. Het kabinet telt vier ministers van AR-huize, twee katholieken en twee oud-conservatieven. Het is voor het eerst dat er in ons land een regering aantreedt die vrijwel geheel is samengesteld uit vertegenwoordigers van de christelijke partijen.

Voorzitter van de ministerraad is mr. A. E. baron Mackay, die tevens belast is met de portefeuille van binnenlandse zaken. De namen van de overige ministers zijn: jhr. mr. Ruys van Beerenbroek (RK): justitie; mr. L. Keuchenius (AR): koloniën; H. Dyserinck (cons.): marine;]. W. Bergansius (RK): oorlog; jhr. mr. K. A. Godin de Beaufort (AR): financiën;]. P. Havelaar (AR): waterstaat; jhr. C. Hartsen (cons.): buitenlandse zaken.

Bevreemding

In Den Haag heeft het hier en daar bevreemding gewekt dat dr. Kuyper, de peetvader van de coalitie tussen AR en katholieken, niet in de nieuwe ministersploeg is opgenomen. De verklaring voor dit feit wordt gezocht in Kuypers polariserende optreden in de voorbije jaren, met name ook tijdens de recente verkiezingscampagne. Diens houding heeft niet alleen bij de liberalen weerstanden opgeroepen, blijkbaar is men ook aan het hof weinig gecharmeerd van Kuypers handelwijze.

Alom is de verwachting dat het nieuwe kabinet, bestaande uit personen die geen van allen ministeriële ervaring hebben, het moeilijk zal krijgen. In de liberale pers is er daarom al gespeculeerd op een voortijdig einde van het ministerie. Daarbij wordt ook gewezen op de meerderheid die de liberalen nog steeds hebben in de Eerste Kamer. In "De Standaard" echter, het dagblad van de antirevolutionairen, heeft dr. Kuyper de nieuwe ministersploeg begroet op de hem eigen wijze: „Toch zal de uitkomst tonen, dat voor een constitutioneel bewind een goede grondslag in de natie deugdelijker vastigheid oplevert dan schittering van staatsrechtlijke volleerdheid."

Openingsrede:
onderwijskwestie krijgt voorrang

's-GRAVENHAGE, 1 mei 1888 -
Omdat de Koning wegens ziekte verstek moest laten gaan, heeft minister van binnenlandse zaken Mackay vandaag de nieuwe zitting van de Staten-Generaal geopend. Dat gebeurde in een verenigde vergadering van Eerste en Tweede Kamer in de vergaderzaal van de Tweede Kamer. Deze openingsplechtigheid was nodig geworden nadat eind vorig jaar de beide Kamers in verband met de grondwetsherziening waren ontbonden. Uit de door de voorzitter van de ministerraad voorgelezen openingsrede blijkt zonneklaar dat het vorige week aangetreden minsterie het onderwijsvraagstuk met voorrang tot een oplossing wil brengen. Doelend op de schoolstrijd merkte Mackay op: „De uitslag der verkiezingen heeft opnieuw getoond de in den lande levendige begeerte, dat bij de regeling van het volksonderwijs rekening wordt gehouden met het Christelijk bewustzijn van het Nederlandse volk. 's Konings Regering, het openbaar onderwijs als een voorwerp harer aanhoudenden zorg beschouwende, zal trachten, binnen de perken der grondwet, belemmeringen die tot nog toe de ontwikkeling van het vrije onderwijs in de weg staan, zoveel mogelijk uit de weg te ruimen".

Jeugd en vrouwen beter beschermd;
arbeidswet aanvaard

's-GRAVENHAGE, 12 april 1889 -
De Tweede Kamer heeft vandaag met overweldigende meerderheid de Arbeidswet aangenomen. Alleen de socialist Domela Nieuwenhuis, die de wet niet ver genoeg vindt gaan, stemde tegen. In de wet wordt overmatige en gevaarlijk arbeid van jeugdige personen en vrouwen aan banden gelegd. De debatten in de Kamer leverden, zoals verwacht, weinig problemen op voor de regering. Zowel links als rechts kon zich vinden in de regeringsvoorstellen, die een direct uitvloeisel zijn van de gebleken misstanden in fabrieken en werkplaatsen. Die wantoestanden traden aan het licht toen twee jaar geleden de resultaten openbaar werden gemaakt van de parlementaire enquête die in 1886 werd ingesteld naar de arbeid van kinderen en de toestand van fabrieken en werkplaatsen met het oog op de veiligheid, de gezondheid en het welzijn der werklieden.

Na de aanvaarding, veertien jaar geleden, van het zogenaamde "Kinderwetje" van Van Houten (dat kinderarbeid beneden de 12 jaar verbiedt), is dit de tweede wet die regelen stelt op het gebied van de arbeidsomstandigheden. Meer en meer wint de gedachte veld dat de regering ook hier een taak heeft. De "sociale kwestie" wordt in de Kamer vooral aan de orde gesteld door Domela Nieuwenhuis, die vorig jaar nog de regering interpelleerde over de stakingen van de arbeiders in de Friese veenkoloniën. Nieuwenhuis drong er bij die gelegenheid op aan het de werkgevers te verbieden het loon aan hun werknemers anders uit te betalen dan in gangbare munt.

Tweede Kamer aanvaardt onderwijswet;
pacificatie

's-GRAVENHAGE, 26 september 1889 -
Na meer dan twee weken heftig debatteren is de Tweede Kamer vandaag akkoord gegaan met de door het kabinet- Mackay ingediende herziening van de onderwijswet. Het bijzonder onderwijs zal voortaan voor een gedeelte uit 's Rijks kas worden bekostigd. Daarmee is, voorlopig althans, een periode van rust ingetreden in de nu al decennia woedende schoolstrijd. De voorman van de ARP in de Tweede Kamer, Lohman, sprak direct na de beslissende stemming van vrede („pacificatie") op het gebied van het onderwijs. Kern van het nu aangenomen wetsontwerp is dat de bijzondere scholen uit de schatkist van het Rijk evenveel zullen ontvangen als de openbare scholen. Vergeleken met de wet-Kappeyne, die elf jaar geleden in werking trad en het bijzonder onderwijs uitsloot van iedere subsidiëring, betekent deze regeling een doorbraak. Toch blijft het openbaar onderwijs zijn bevoorrechte positie behouden. Want het bedrag dat Den Haag nu ter beschikking stelt, is nog niet eens genoeg om een derde deel van de totale kosten te dekken. Waar het openbaar onderwijs voor het ontbrekende deel een beroep kan doen op de gemeenten, moeten de voorstanders van het bijzonder onderwijs de resterende kosten -toch altijd nog het leeuwedeel- zelf opbrengen. Ook bij de stichting van een nieuwe school kan het openbaar onderwijs op veel meer financiële vergoeding aanspraak maken dan het bijzonder onderwijs.

Kritiek

Minister Mackay, die het wetsvoorstel in de Kamer verdedigde, plaatste de kabinetsplannen in het teken van verzoening tussen de partijen. Dit vermocht de oppositie er evenwel niet van te weerhouden ernstige kritiek op de voorstellen uit te oefenen. Zo stelde de radicaal S. van Houten dat hij zijn stem niet wenste te geven „aan een subsidie, dat zou strekken om propaganda te maken voor een bepaald leerstelsel, hetzij Christelijk, hetzij kerkgenootschappelijk, hetzij ongetemd godloochenend".

Ook de liberaal Lieftinck verklaarde zich faliekant tegen de kabinetsplannen. „Wanneer men het geld der belastingschuldigen wil aanvaarden om een persoonlijke zienswijze op theologisch terrein door te drijven en een theocratische staat wil stichten, wanneer men twist gaat stoken tussen de kinderen van hetzelfde volk en daarmee zelfs op een zo jeugdig mogelijke leeftijd wil beginnen", dan ben ik onverzoenlijk, aldus de afgevaardigde uit Franeker.

Naast deze volstrekt afwijzende kritiek lieten enkele andere liberale kamerleden een gematigder geluid horen. Tot hen behoren Mees, Roëll, Farncombe Sanders en De Beaufort. Zij stemden om redenen van verzoeningsgezindheid en billijkheid voor het wetsontwerp.

Overigens leverde het debat, na alles wat er al over de schoolkwestie is gezegd, geen nieuwe gezichtspunten op. Bij de stemming bleek dat de gematigde krachten uiteindelijk hadden gezegevierd. Het wetsontwerp werd aangenomen met een onverwacht grote meerderheid: 71 afgevaardigden stemden voor, 27 tegen.

Ondanks heftig verzet dat in de Senaat verwacht wordt van met name oudminister Kappeyne, gaat iedereen op het Binnenhof er van uit dat de kabinetsvoorstellen het ook in dit door de liberalen gedomineerde college zullen halen.

Senaat verwerpt begroting koloniën;
Keuchenius gaat heen

's-GRAVENHAGE, 31 januari 1890 —
De Eerste Kamer heeft met twintig stemmen tegen en negentien voor , de begroting van Koloniën verworpen. Als gevolg daarvan heeft minister Keuchenius zijn ontslag aan de Koning aangeboden, die dit nog in beraad houdt. Al geruime tijd was er ernstige kritiek op het optreden van minister Keuchenius. Vooral diens negatieve uitlatingen over de islam zijn verkeerd gevallen bij de linkse oppositie, die bevreesd is voor de reacties van de mohammedaanse bevolking in Indië.

De verwerping van de begroting van Koloniën komt niet onverwachts. Al in het door de Kamer uitgebrachte Voorlopig Verslag werd vernietigende kritiek uitgeoefend op de bewindsman. Een citaat: „De minister verdiept zich in bespiegelingen, maar hetgeen hij volbracht heeft is luttel en dat weinige geeft tot ernstige kritiek aanleiding". Over de godsdienstige gezindheid van Keuchenius werd opgemerkt: „Kan men daarvoor al enige verklaring vinden in des Ministers persoonlijke gevoelens, die in veler oog niet van dweepzucht zijn vrij te pleiten, ze zijn daardoor niet minder gevaarlijk voor de rust in de overzeese bezittingen, waar het werkelijk niet raadzaam is het fanatisme te prikkelen".

In de Kamer verdedigde de minister zich met verve tegen de kritiek. Hij verklaarde er niet aan te denken zijn godsdienstige meningen prijs te geven. Ze zijn de vrucht „van jarenlang onderzoek, nadenken en worstelen", aldus Keuchenius. Zijn betoog vermocht de Senaat evenwel niet te overtuigen.

De grote politieke vraag is nu of het aftreden van Keuchenius verdere gevolgen zal hebben voor de regeringscoalitie. "De Standaard" schreef onlangs nog: „Als Keuchenius valt, valt er meer". Tóch is de verwachting in politiek Den Haag dat het zo'n vaart niet zal lopen en dat Keuchenius' vertrek beperkt blijft tot een ministerscrisis. Het wordt niet uitgesloten geacht dat de oplossing zal worden gevonden in het doorschuiven van minister Mackay naar Koloniën, en dat de opengevallen plaats op Binnenlandse Zaken zal worden opgevuld door de AR-voorman in de Kamer, Lohman.

Affaire-Land wordt minister fataal;
Dyserinck stapt op

's-GRAVENHAGE, 10 maart 1891 —
Minister Dyserick van marine is afgetreden. Dat is het gevolg van de aanneming door de Tweede Kamer van een motie van afkeuring tegen het beleid van de minister in de geruchtmakende affaire- Land. Naar het oordeel van een meerderheid der Kamer heeft de minister geen geldige reden kunnen aangeven waarom hij de luitenant ter zee S. T. Land (tevens kamerlid uit Den Helder) bij de bevordering tot hoofdofficier heeft gepasseerd.

Koning ernstig ziek;
Emma voorgedragen als regentes

's-GRAVENHAGE, 28 oktober 1890 —
Voor de tweede keer is de gezond heidstoestand van koning Willem III dermate verslechterd dat het noodzakelijk bleek op grond van de artikelen 38 en 40 van de grondwet koningin Emma het koninklijk gezag tijdelijk te laten waarnemen. In een speciale vergadering van Eerste en Tweede Kamer gezamenlijk deelde de voorzitter van de ministerraad, baron Mackay, mee dat volgens een verklaring van de geneesheren van de vorst „zich ongunstige psychische verschijnselen bij den hogen leider hebben voorgedaan en ook de physieke krachten een langzame achteruitgang vertonen, zodat in dezen toestand en ook in de naaste toekomst Z. M. niet bij machte is de Staatszaken te behandelen".

Het is niet voor het eerst dat de regering zich geplaatst ziet voor een dergelijke uitzonderlijke omstandigheid. Ook vorig jaar was de Koning gedurende één maand niet in staat het koninklijk gezag uit te oefenen. De regeling die nu getroffen wordt en waarover de Staten- Generaal morgen zullen beraadslagen, voorziet in een overdracht van het koninklijk gezag aan 's konings tienjarige dochter Wilhelmina, terwijl zijn gemalin Emma tot de achttiende verjaardag van Wilhelmina het koninklijk gezag voor haar minderjarige dochter zal waarnemen.

Dat het met de Oranjevorst niet zo goed gaat, bleek al eerder dit jaar, toen de koning niet aanwezig kon zijn bij de jaarlijkse opening van de Staten-Generaal op Prinsjesdag. Naar verluidt liggen thans bij het kabinet des Konings inmiddels meer dan 800 onafgedane stukken te wachten op bekrachtiging.

Coalitie verliest meerderheid;
aftreden Mackay verwacht

's-GRAVENHAGE, juni 1891 -
De uitslag van de verkiezingen heeft de rechtse coalitiepartijen een gevoelige nederlaag bezorgd. Het verlies bedraagt tien zetels, waarmee antirevolutionairen en katholieken samen uitkomen op 46. In de nieuwe Tweede Kamer beschikt de regeringscoalitie dan ook niet meer over de absolute meerderheid.

De oorzaken van de verkiezingsnederlaag voor de coalitie moeten gezocht worden in de onderlinge verdeeldheid binnen de rechtse partijen. Niet alleen hebben ARP en katholieken meningsverschil over de militaire dienstplicht (de ARP is voor, de katholieken zijn vrijwel unaniem tegen), welk verschil onder het kabinet-Mackay nog tot een botsing leidde tussen de RK-minister van oorlog en zijn geloofsgenoten in de Kamer, van veel meer gewicht zijn de tegenstellingen die dwars door beide partijen lopen tussen enerzijds de conservatieven en anderzijds de vooruitstrevenden. Vooral op het punt van het kiesrecht en de sociale kwestie dreigen de verschillen binnen de rechtse partijen eerstdaags tot een uitbarsting te komen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 april 1988

Reformatorisch Dagblad | 28 Pagina's

Eerste christelijke kabinet trad eeuw geleden aan

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 april 1988

Reformatorisch Dagblad | 28 Pagina's

PDF Bekijken