Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Voorzichtigheid geboden bij uitleg van profetische woorden over Israël

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Voorzichtigheid geboden bij uitleg van profetische woorden over Israël

„Het zou kunnen zijn dat we het duizendjarig rijk al gehad hebben"

12 minuten leestijd

BILTHOVEN - Het leek mij goed op het artikel van ds. Den Admirant te reageren door eerst aan de hand van Jesaja 11 enkele opmerkingen te maken over het thema "profetie en vervulling", om van daaruit een paar vragen te stellen aan de schrijver van bovenstaand artikel. Voorop wil ik stellen, dat ik bijzonder getroffen ben door het hartstochtelijke pleidooi dat ds. Den Admirant voert om op onze zaak te letten, vooral waar het over Israël gaat. Niettemin meen ik dat er wel wat af te dingen is op de manier waarop hij met oudtestamentische profetieën omgaat.

Ds. J. den Admirant, hervormd predikant te Hollandscheveld, schreef een artikel waarin hij waarschuwt voor een onverschillige of louter kritische houding jegens Israël. Het is een levensgevaarlijke zaak om Israël te laten vallen, ook voor Nederland als natie, zo betoogt hij. De redactie verzocht ds. C. den Boer enkele kanttekeningen te plaatsen bij het artikel van ds. Den Admirant. Ds. Den Boer is hervormd predikant te Bilthoven en lid van het Bezinningscomité Israël.

----------------------------------------------------------------------------------------------

Daarom wil ik eerst - vanuit een voorbeeld, gekozen uit Jesaja 11 — een aantal dingen thetisch naar voren brengen, om daarna op de opmerkingen van ds. Den Admirant in te gaan.

Jesaja profeteert het herstel van het Davidische koningschap in een haast uitzichtloze toestand van het Godsvolk Israël. Hoe onaanzienlijk ook (een takje uit een, afgehouwen boomstam), er komt een Davidszoon, toegerust met de Geest des Heeren (wijsheid, raad, sterkte, kennis en vreze des Heeren). Een Koning, die rechtspreekt tot redding van de armen en de zachtmoedigen des lands en tot een oordeel voor de goddelozen (vers 1-5).

Onmiddellijk daaraan verbonden ziet Jesaja een vrederijk dagen, waarin de grootste tegenstellingen in de natuur (wolf en lam; luipaard en geitenbok; kalf en jonge leeuw; koe en berin; leeuw en os; zuigeling en adder; kleuter en slang) met elkaar verzoend zijn. Het verderf zal van Sion geweerd zijn. En de kennis des Heeren zal op aarde zijn als wateren op de bodem van de zee. Want de volkeren zullen zich verzamelen rondom de Wortel van Isaï als om een banier (vers 6-10).

Te dien dage zal de Heere Zijn volk Israël ophalen vanonder de volkeren, waarhenen het verstrooid was (de overgeblevenen, verdrevenen en verstrooiden uit Juda). En zij zullen door een wondere daad van God (zoals eertijds in de verlossing uit Egypte) weer in hun land komen te wonen, in goede verbondenheid met elkaar. Hun vijanden rondom zullen het tegen hen moeten afleggen. Door een gebaande weg komt Israël weer thuis (vers 11-16).

Leesregels

Van belang bij het lezen van een profetie als die van Jesaja 11 is, dat wij ons realiseren hoe „de profetie voortijds is voortgebracht". Hoe dient een profeet en hoe dient zijn profetische boodschap zich aan? Tegen deze achtergrond alleen is Jesaja's spreken te verstaan. Ik beperk mij tot de Schriftprofeten en ik laat de apocalyptiek (een speciaal letterkundig genre van de profetie) buiten beschouwing. Enkele kenmerken:

1. Een profeet is „mond van God". Hij heeft een vrij directe verhouding tot God. Zijn woord is door Gods Geest geïnspireerd Godswoord. Het is absoluut. „Aldus spreekt de Heere...".

2. Het gaat een profeet Gods om de heiliging van Gods Naam (onder Israël en op de aarde). Hij komt op voor het recht. Daarom is de profetie: de wacht betrekken bij het heilig recht des Heeren (Mozes, Elia, Amos, bij voorbeeld). En zo verkondigt een profeet dan ook oordeel, als hij het Godsvolk de perken van Gods verbondseisen te buiten ziet gaan (ballingschap bij voorbeeld). En heil (sjaloom) voor ellendigen, die aan het onrecht stuk dreigen te gaan (Jesaja 11:4,5).

3. Hoewel een pro-feet (letterlijk) een vooruit-zegger is, heeft zijn profetie lang niet altijd slechts betrekking op de toekomst. Hij doorlicht kritisch en actueel de situatie van zijn dagen, schouwt door de geschiedenis heen (ziener), vermaant, troost en signaleert het handelen Gods in de geschiedenis met weidse perspectieven. Zijn woord is situatiegericht (vanuit die situatie te verstaan) en tegelijk daarbovenuit grijpend (niet tijdgebonden), (Jesaja 11:11: Assyrië en andere volken). 4. Heel vaak is de profetie Messiaans geladen. Ze is verwachting van een komende heilstijd. Daarin is sprake van herstel van Israël (Jesaja 11:11 vv, 16) — een vreedzaam samenleven in het land der belofte. Tegelijk worden de volkeren daarin betrokken, krijgen deel aan dat heil (Jesaja 11:9,10, 12). Ja, de ganse schepping deelt in dat heil (Jesaja 11:6 vv). Kennis des Heeren blijkt verbonden te zijn met een vreedzame samenleving op aarde. En dat alles is vrucht van de verschijning van de Messias, in Wie God Zelf Zich openbaart en Die nu eens meer met profetische, dan met koninklijke, dan weer met priesterlijke trekken wordt getekend.

Er is geen reden om aan te nemen dat het Oude Testament daarmee verschillende Messiassen bedoelt (N.B. Als P. Lapide de opwekking van Jezus Christus uit de doden mogelijk acht, blijft de vraag of Jezus de enige Messias is, in Wie al de lijnen van het Oude Testament samenlopen). Verder valt het op, dat de profeten, wanneer zij de Messiaanse heilstijd aankondigen, soms in de verleden tijd spreken (perfectum profeticum). En ook is het zo, dat zij allerlei zaken die in de toekomstige heilstijd op verschillende tijden in vervulling blijken te gaan, in één vlak en ook soms direct naast elkaar zien liggen (het zogenaamde verkorte perspectief).

Vervulling profetie

De vraag die ons vooral bezighoudt is de vraag naar de vervulling van de profetie. Hoe, wanneer wordt een profetie vervuld? Wat is vervulling? Ik ontleen het antwoord op deze vraag aan het Nieuwe Testament. Heel vaak wordt daar gesproken over de vervulling. De volheid des tijds, de vervulling van de wet (Christus), de vervulling van het Woord der profetie. Wat houdt dat in?

1. Dat de Messiaanse profetieën tot hun ontplooiing zijn gekomen, dat betekent: tot realisering (vlees en bloed) en tot hun volle bestemming. Wat er vóór Christus van voor de dag kwam, is voorschot geweest.

Zo kan bij voorbeeld Matthéüs de tekst van Hosea „Uit Egypte heb ik Mijn zoon geroepen", ten diepste gerealiseerd zien in Christus (Matthéüs 2:15). En zo wordt het woord van David (Psalm 16) waarin hij zegt dat God hem niet verlaten heeft in de hel, profetisch op Christus' opstanding geduid (Handelingen 2:26 vv). En dat de wet in Christus vervuld is (Christus de vervulling van de wet), betekent dat in Hem het recht Gods overeind is gekomen. Vervullen is het bemannen van een schip.

Afronding
2. Dat de profetische beloften tot op zekere hoogte tot een afronding zijn gekomen. Met Christus is er een eind gekomen aan een bedeling. Zo wijst de Hebreeënbrief erop dat de cultus van Israël (tempeldienst) voorbij is. De profetie heeft dus ook iets in zich dat in de vervulling wordt achtergelaten.

3. Dat de in Christus vervulde profetie tegelijk nog niet ten volle verwerkelijkt is. Er is een nu-reeds en tegelijk een nog-niet. Er blijft wat achter. Er moet ook nog wat komen. De Geest van Pinksteren is "arraboon" (voorschot) van het Koninkrijk Gods in volheid. Er is dus nog een tegoed. De verzoening is er („Het is volbracht"), de verlossing is er ook, maar zeer voorlopig. En bij dat nog niet gerealiseerde tegoed mag ook het herstel van Israël gerekend worden (Romeinen 9-11). Inclusief de oud-testamentische landbelofte. De profetie is ten diepste en in Christus onuitputtelijk.

'Tegenstellingen'

Wenden we ons nu opnieuw tot Jesaja 11. Welke is de reikwijdte van deze profetie? Om die gelovig vast te stellen, dienen we ons te hoeden voor het maken van oneigenlijke tegenstellingen, waardoor wij de profetie misvatten. Ik noem er enkele:

1. De tegenstelling tussen letterlijk en figuurlijk. Is Jesaja 11:6 vv letterlijk op te vatten? (Wolf en lam, enzovoort.) Ja. stellig. In Christus wordt de ganse schepping, die nu nog zucht (Romeinen 8), vernieuwd (Efeze 1:10). Is deze

„Israël is er niet mee gediend, als wij het vrijpleiten wanneer het met de Arabische minderheid in dit land niet recht handelen zou". profetie figuurlijk op te vatten? Ja, stellig. Zij laat ook zien, dat gewelddadige mensen (leeuwen en beren) als zachtmoedigen der aarde zullen zijn. Calvijn ziet de letterlijke en figuurlijke betekenis terecht ineen.

2. De tegenstelling tussen aards en geestelijk. De zachtmoedigen des lands (vers 4) zijn de nul-moedigen (geestelijk arme zondaren) en tevens de ellendigen van de profeten, die hun erve der vaderen zijn kwijtgeraakt (sociaal armen). Verlossing is geestelijk-hemels (gemeenschap met God in Christus) en aards-stoffelijk. Het Evangelie van Christus maakt christenen die er verlost uitzien (Nietzsche). Terecht vraagt Israël vandaag naar de betekenis van Christus als Verlosser, al dwaalt het tegelijk zeer wanneer het meent dat de Messias geen verzoening behoeft te bewerken.

Israël en de volken

3. De tegenstelling tussen Israël en de volkeren. Geldt de profetische belofte van Jesaja 11:11 vv (het ophalen door God van Israels verdrevenen onder de volkeren) het lijfelijke Israël (zaad van Abraham)? Ja, stellig. Zou deze profetie, die slechts voorlopig gerealiseerd werd in de terugkeer van Israël uit dé Babylonische ballingschap, niet pas recht in de Messiaanse eindtijd tot haar bestemming komen? Ja, stellig. Calvijn erkent het eerste, maar heeft geen oog voor het laatste. Hij ziet hierin een beeld van de verzameling van de gelovigen uit de volkeren door het Evangelie.

En de Korte Verklaring (J. Ridderbos) zegt: „Het N.T. toont, dat de aan Israël gegeven beloften overgaan op de kerk des nieuwen dags. Gal. 3:7; 4:11-31; Ef. 2:19; Rom. 11:17-24; deze is het ware Israël, 1 Petr. 2:9, met het hemelse Jeruzalem als middelpunt. Gal. 4:26; Fil. 3:20; Hebr. 12:22; in onderscheiding van het Israël dat „naar het vlees is", 1 Cor. 10:18". Volgens deze verklaring wordt het wezen van Israël voortget in de nieuwtestamentische gemeente. Ik acht deze verklaring ver beneden de maat. Zij annexeert het beloftewoord. Omgekeerd kan ook gevraagd worden: Geldt de profetische belofte van Jes. ILllvv niet ook de kerk uit de heidenen? Ja, stellig. De heidenen zullen vragen naar de Wortel van Isaï, de Banier der volkeren. Zij delen in de zegen die Israël is bereid. In de nieuwe bedeling is de scheidsmuur tussen jood en heiden opgeheven (Ef. 2).

In vreze en beven

4. De tegenstelling tussen nureeds en nog-niet. Men kan de stichting van de staat Israël als vervulling van oud-profetische woorden waarderen. Israël woont weer in het land dat van ouds de vaderen is toegezegd. En woestijnen bloeien als een roos. God is voor het forum van alle volken voor Zijn volk Israël opgekomen en Hij doet dat nog. Maar wat Israël in dit alles aan vervulling van het oud-profetisch Woord mocht ontvangen, dat bezit het in vreze en beven. En waar de geestelijke en morele toestand van dit volk dat wonen mag in het land der belofte, in onze tijd ver beneden de bijbelse maat blijft (in vele opzichten is Israël een geseculariseerd volk), daar mag het zich echt wel afvragen of het zich de vervulling van Gods belofte niet onwaardig maakt. Net zo goed als wij die uit de heidenen zijn ons dit ahijd moeten afvragen.

Daarom is het ook mijn inziens niet goed om, zoals ds. J. den Admirant doet, zo onkritisch voor solidariteit met Israël te pleiten. Solidariteit met Israël is een geboden zaak. Maar Israël is er tegelijk niet mee gediend, als wij het vrijpleiten wanneer het met de Arabische minderheid in dit land niet recht handelen zou. Ook als wij op dit punt door alle valse berichtgeving van onze westerse media heen hebben leren zien, blijft het nog zaak dat wij in kritische solidariteit met Israël proberen mee te denken over een oplossing voor het ogenschijnlijk zo onoplosbare vraagstuk van een samenleving waarin zich ook een Palestijns volk voordoet. Laten we waken tegen antisemitisme, maar ook tegen filosemitisme, dat' gemakkelijk in het eerstgenoemde omslaat.

Voorzichtig

Op nog een andere wijze kan er een verkeerde tegenstelling worden gemaakt tussen het nu-reeds en het nog-niet. Als ik ds. Den Admirant goed begrepen heb, trekt hij van de oud-profetische beloftewoorden direct de lijnen door naar het Israël van nu en van het zogenaamde duizendjarig rijk, waarin Israël een centrale rol zal spelen. Naar mijn inzicht echter zullen wij nog eens grondig moeten studeren op de vraag hoe wij „apocalyptische bijbelgedeelten" moeten verklaren. En dat kon dan wel eens tot resultaat hebben dat wij veel voorzichtiger worden met de gedachte dat er (binnenkort) een rijk van 1000 jaren (=999+1) zal aanbreken.

Het zou ook weleens kunnen zijn dat er -bijbels gesproken— grond is voor de overtuiging dat we dat duizendjarig rijk reeds hebben gehad. Natuurlijk moet ik daar veel uitvoeriger over zijn dan in dit bestek mogelijk is. Ik voor mij geloof dat het geheimenis waarover Paulus spreekt in Romeinen 11:25vv (en waarover onder meer ook de kanttekeningen van de Statenvertaling zeggen dat er een heenwending naar de Messias Jezus Christus zal komen als van de ganse natie der joden), bepaald voor de deur staat. Bidt om deze vrede voor Jeruzalem. En in deze weg (maar op geen andere manier) zal de Heere alles wat in de oude profetische woorden aangaande Israels herstel is voorzegd, in vervulling doen gaan. Letterlijk en figuurlijk. Aards en geestelijk. Voor het volk uit Abraham gesproten en allen die in Israël zijn ingelijfd. Hier en nu en voor eeuwig. Hoe precies? Laten wij in elk geval voorzichtig zijn om dit allemaal met de krant in de hand nu reeds te willen invullen. Dat God niet één van Zijn Woorden, ook voor zover zij betrekking hebben op Israels herstel, zal doen ter aarde vallen, dat mag voor ieder die de God van Abraham, Izak en Jakob als zijn God heeft leren kennen, vaststaan.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 mei 1988

Reformatorisch Dagblad | 19 Pagina's

Voorzichtigheid geboden bij uitleg van profetische woorden over Israël

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 mei 1988

Reformatorisch Dagblad | 19 Pagina's

PDF Bekijken