Bekijk het origineel

Om de uitleg van „voor de doden gedoopt

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Om de uitleg van „voor de doden gedoopt"

11 minuten leestijd

Een genealoog is volgens het woordenboek „iemand die de afstamming en verwantschap van families naspoort". Simpel gezegd: iemand die handschriften van eeuwen her bestudeert —de soms bijna onleesbare hanepoten in kerkelijke doop-, trouw- en begraafboeken— om iets meer aan de weet te komen over zijn voorouders. Genealogie is geen typisch Nederlandse gewoonte. Genealogie heeft in een enkel geval godsdienstige trekken. Zo heeft de "Kerk van Jezus Christus van de heiligen der laatste dagen" —beter bekend als de mormonen— niet uit hobby of liefhebberij, maar omdat het een stuk is van haar religie, besloten om in Nederland een "family history library", een genealogisch centrum op te zetten.

Nu is dat aan de ene kant best aardig van de mormonen. Want ook degenen die niets met het mormoonse geloof te maken willen hebben, mogen gebruik maken van hun dienstverlening. Dat komt van pas. In iedere provinciale hoofdstad immers bevindt zich in het algemeen een Rijksarchief waar zich datums en feiten betreffende het voorgeslacht bevinden. Als die verre voorouders van drie eeuwen terug veel van verhuizen hielden, kost dat de kinderen die op zoek zijn naar de wortels van hun stamboom dus ook nogal wat reizen en trekken. Van de ene provincie naarde andere; van het eerste Rijksarchief naar het tweede.

Niet los zien van geloof

Het initiatief van de mormonen om in een "genealogische bibliotheek" zoveel mogelijk gegevens op een plaats samen te brengen is dus zeer aantrekkelijk. Toch moeten wij in de gaten houden, dat het mormoonse plan niet losstaat van het mormoonse geloof. De vraag is: Waarom zijn mormonen zo geweldig gebrand op complete en kloppende stambomen? Ik geef geen uitvoerig antwoord op die vraag. Want er is een heleboel over te zeggen. Ik pak slechts een facet op. Dat is het probleem van de eeuwige staat van ons voorgeslacht. Een heel algemene kwestie. Stel je voor dat je vroeger heiden was. En je ouders ook. Nu word je christen. Dan heb je er verdriet over dat je ouders geen christen waren. Want volgens hefr christelijk geloof zijn er slechts twee mogelijkheden na dit leven: hemel of hel. En een heiden komt niet in de hemel.

Voldoende reden dus voor ons menselijk verstand —dwaas als ieder mens, mormoon of gereformeerd, is— om het doen en laten van God te gaan beoordelen, alsof wij niet Zijn ondergeschikte schepsel, maar de geen rekenschap van Zijn daden gevende Schepper Zelf zijn. Voldoende reden ook om God van oneerlijkheid te beschuldigen. Om het onbarmhartig te vinden van God, dat onze ouders, die Christus niet leerden kennen als hun persoonlijke Zaligmaker, niet zalig zullen worden.

Oplossing gevonden

De mormonen hebben een oplossing gevonden voor deze de vleselijke ergernis opwekkende kwestie. Niet zonder reden spreekt ds. A. B. W. M. Kok over de mormonen als over een „karikatuur van het christendom". Hij noemt "het mormonisme" „een Evangelie, pasklaar gemaakt voor de zondige mens". Dat is eigenlijk best scherp en hard. Maar als ik zie hoe die oplossing van de "Kerk van Jezus Christus van de heiligen der laatste dagen" eruitziet kan ik niet anders dan met Kok instemmen. Een mormoon behoeft niet wanhopig te worden, wanneer hij denkt aan zijn voorgeslacht dat in eeuwige duisternis is ondergegaan, alsof er voor zijn voorouders geen hulp en redding meer is. Want een familielid van een reeds lang overleden voorouder mag zich tijdens z'n leven plaatsvervangend laten dopen ten behoeve van die dode. Er is volgens de mormonen ook sprake van evangelieverkondiging onder de gestorvenen. Door die doop wordt de dode alsnog aangenomen „tot kind van Jezus Christus". De mormonen die zich voor de doden laten dopen heten zelfs „de zaligmakers voor hun geliefde voorouders".

Het is duidelijk dat —wie zich uit liefde tot het voorgeslacht- wil laten dopen voor de doden, wel nauwkeurig moet kunnen nagaan wie zij precies waren. Maar er is nog meer: door deze (Joop zouden eigenlijk alle mensen, dus ook de overledenen, „tezamen worden gebracht in een glorierijke familie". En dat allemaal 'tot Gods eer'. Daarom zijn genealogische gegevens van zo groot belang.

Oneindig verschil

De belangstelling van de mormonen voor genealogie is dus oneindig verschillend van de reden waarom ik mij interesseer voor mijn stamboom. Al heeft mijn interesse ook best met godsdienst te maken. .

Genealogie is prachtig, ja zeker. Niet echter omdat een zondig mens als 'heiland' of 'zaligmaker' van het voorgeslacht zou kunnen dienen. Genealogie wordt echt de moeite waard als het niet slechts gaat'over jaartallen, geboorteplaatsen of kwartierstaten, maar over de omstandigheden waarin onze voorouders "hebben geleefd. Als het gaat over de vraag of en de wijze waarop zij hebben geleefd in de vreze des Heeren.

Een oude familiebijbel immers kan kille, nuchtere overlijdensdata illustreren. „Int jaer 1722 is mijn moeder in den Heere ontslapen den 5 july pp sondage omtrent negen uren out synde 51 jaer". Of: „Haar mond zingt eeuwig tot Gods lof, de 11 junij 1897 in den jeugdigen leeftijd van 37 jaar en 12 dagen". Gezang en gejuich, niet door een gering mens als 'zaligmaker', maar uitsluitend door de genade van de Middelaar Gods en der mensen.

Verleidende geesten

Op dit oneindig verschil mag iedere bezoeker van de in Apeldoorn op te starten "family history library" of genealogische bibliotheek wel verdacht zijn. Het citaat van ds. Kok was ontleend aan zijn boek "Verleidende geesten".

Verleidende geesten! Wat te denken van de mormoonse stelling dat Christus met meer vrouwen gehuwd geweest is? Dat God de Vader en de Zoon lichamelijke wezens zijn van vlees en been, die alle organen, ledematen en lichaamsdelen bezitten, die een mens bezit? Dat deze God woont in de centrale planeet Kolob? Dat God niet de Schepper is van de mens, maar alleen de oorzaak van zijn bestaan op aarde? Dat erfzonde niet bestaat? Dat de canon van de Heilige Schrift nooit afgesloten is?

Vraagtekens

Het op te richten genealogische centrum houdt dus verband met het „dopen voor de doden". Wat is het mormoonse argument voor die doop? Zij vinden dat in 1 Korinthe 15 vers 29: „Anders, wat zullen zij doen, die voor de doden gedoopt worden, indien de doden ganselijk niet opgewekt worden?" Het is een feit dat de uitleg van deze tekst in de christelijke kerk altijd nogal wat vraagtekens heeft opgeleverd. „De uitleggers hebben zeker drie maal drie en meer betekenissen gevonden", schrijft Henry. De zeventiende-eeuwse schriftverklaarder Calovius komt tot zelfs 23 verklaringen. Als wij de mormoonse praktijk van het dopen voor de doden afwijzen, wat betekent dan deze tekst?

Verklaring

Sommigen zeggen dat „voor de doden gedoopt" betekent: in de naam van een dode Verlosser. De doop in de naam van een dode Zaligmaker heef immers geen zin, zo zou Paulus willen zeggen: Toch kan dit niet. „De doden" is meervoud. Anderen zeggen dat de bewuste passage betrekking heeft op het martelaarschap, omdat de marteldood wel de "bloeddoop" genoemd werd. Deze verklaring is ver gezocht. Bovendien was er waarschijnlijk bij het schrijven van deze brief aan Korinthe daar nog betrekkelijk weinig vervolging geweest. Weer anderen beweren dat sommigen zodanig geschokt waren door de dood van leden van de gemeente —zoals de stokbewaarder door de aardbeving— dat zij tot het geloof kwamen en zich lieten dopen „door toedoen van de doden".

Er zijn er naar het schijnt geweest, die zich boven lijken hebben laten dopen, zegt nu wijlen dr. J. Hoek, maar met welke bedoeling zij dat deden weten wij niet. Jawel, zegt Henry: Om daarmee hun hoop op de opstanding te kennen te geven. Kohlbrugge is van harte deze mening toegedaan. „Zo kwamen dus volwassenen, die zich tot het Evangelie bekeerd hadden en lieten zich boven de graven dopen, gingen dus daarheen, waar de ontslapenen rustten en lieten zich daar dopen om daarmede te betuigen: die in het graf liggen zullen nochtans opgewekt worden en ook mijn sterfelijke li- ' chaam zal eenmaal door de kracht van Christus opstaan". Ook Luther hing deze overtuiging aan.

Aannemelijk

Dachsel zegt: Er waren zieken, die niet anders dan de dood te wachten hadden. En hoewel zij nog niet de gehele cursus der catechumenen doorlopen hadden en dus nog niet toe waren aan de (volwassen)doop na geloofsbelijdenis, lieten zij zich —met de dood voor ogen— toch dopen. Dit ter versterking van hun geloof en hun aandeel aan de opgestane Christus. Op deze manier werden zij niet opgenomen in de gemeente van de levende christenen, maar als het ware in die van de dode christenen.

Calvijn is van dezelfde mening. De „doop voor de doden", zegt hij, is de doop van hen „die nu dood gerekend worden, en die van het leven ganselijk geen hoop hebben". Degenen die nog onderwijs ontvingen tot hun geloofsbelijdenis „begeerden gedoopt te worden, opdat zij niet uit deze wereld zouden verscheiden, eer zij zichzelven aan Christus overge geven hadden". Deze laatste verklaring komt mij zeer aannemelijk voor.

De ene na de andere gereformeerde verklaarder betitelt in elk geval de zienswijze als die van de mormonen als een "grof bijgeloof" dat reeds vroeg in de kerk gevonden werd bij de "haeretici", de ketters. Het spijt mij voor al die mormonen met wie ik al zoveel vriendelijke gesprekken gevoerd heb!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 16 juli 1988

Reformatorisch Dagblad | 18 Pagina's

Om de uitleg van „voor de doden gedoopt

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 16 juli 1988

Reformatorisch Dagblad | 18 Pagina's

PDF Bekijken