Bekijk het origineel

Mdden-Amerika moeizaam op weg naar een stroeve vrede

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Mdden-Amerika moeizaam op weg naar een stroeve vrede

Alleen Nicaraguaanse leninisten blokkeren Esquipulas

23 minuten leestijd

Wie enkele weken door de vijf Middenamerikaanse landen Costa Rica, Guatemala, Ei Salvador, Honduras en Nicaragua trekt, komt al spoedig onder de indruk van de bijzondere sfeer die daar heerst. Natuurlijk, in de meeste van die landen is de armoede groot en er is nog veel sociaal onrecht, maar toch... er verandert ook veel in Midden-Amerika.

De meeste regeringen in de regio zijn ervan doordrongen dat de oude wegen en paden niet meer kunnen worden betreden, dat democratie en mensenrechten onmisbare voorwaarden tot vrede zijn. Echte dictaturen, zonder persvrijheid en met sterk gebreidelde opposities, vindt men alleen nog in Nicaragua en Panama, al zijn het, in tegenstelling tot vroeger, nu taaie linkse dictaturen, die van Cubaanse en/of Libische steun afhankelijk zijn.

Van alle Middenamerikaanse landen geldt Costa Rica al jarenlang als het meest stabiele. Het kent ook een langdurige democratische traditie en heeft geen leger. Toch is men in Costa Rica bezorgd over de ontwikkelingen in het buurland Nicaragua, waar een burgeroorlog woedt die wel eens naar Costa Rica, waar duizenden Nicaraguaanse vluchtelingen hun toevlucht hebben gezocht, zou kunnen overslaan. Vandaar dat de Costaricaanse president. Oscar Arias, zijn bekende "Vredesplan voor Midden-Amerika", lanceerde dat uiteindelijk door alle vijf Middenamerikaanse presidenten plechtig werd ondertekend

Vredig

De Costaricanen willen geen oorlog in de regio. Zij hebben belang bij rust en vrede. Wie door Costa Rica reist, begrijpt wel waarom: het is een van de vredigste landen in heel Latijns Amerika. Het heeft een heerlijk klimaat en het groene landschap met zijn uitgestrekte weides heeft iets Europees. Geen wonder dat het toerisme een belangrijke bron van inkomsten is.

Het economisch beleid van de in het buitenland zo gevierde president Arias blijkt daarentegen een mislukking. De bevolking klaagt steen en been over de slechte situatie - die sinds mijn bezoek vorig jaar nog verder is verslechterd.

In vergelijking met andere Middenamerikaanse landen is Costa Rica nog steeds een paradijs. Guatemala, met zijn overwegend Indiaanse bevolking, is een stuk armer. De meeste Indianen spreken er niet eens Spaans, kunnen niet lezen en schrijven, zodat de communicatie met deze grote bevolkingsgroep wel heel moeilijk wordt. Toch probeert de regering daar nu iets aan te doen.

Bemoeienis

 In Guatemala stellen de regerende christendemocraten onder leiding van president Vinicio Cerezo ook de toenemende Europese bemoeienis met de hele regio op prijs. „Europa kan ons bij het vredesproces in deze door conflicten verscheurde regio steunen", licht de Guatemalteekse vice-minister van buitenlandse zaken, Ariel Rivera, toe.

„Dit is vooral na de plechtige ondertekening door de vijf Middenamerikaanse presidenten van de regionale vredesovereenkomst van augustus vorig jaar ("Esquipulas II") heel belangrijk. In Guatemala wordt niet alleen gedacht aan Europese politieke steun voor het vredesproces, maar ook aan economische hulp, zodat deze landen verder tot ontwikkeling kunnen worden gebracht. Men is zich ervan bewust dat armoede en achterstelling het democratiseringsproces eerder belemmeren dan bevorderen. Daarbij weet de regering zich gesteund door de kerk, die al veel aan sociaal werk doet. Ook worden van regeringswege particuliere ziekenhuizen in het afgelegen binnenland gestimuleerd".

 Kleine boeren

De minister van landbouw in Guatemala- Stad, Rodolfo Estrada, legt uit dat de regering de positie van de kleine boeren probeert te verbeteren. Kunstmest is bij voorbeeld tegen geringe prijzen verkrijgbaar en grootgrondbezitters die niets met hun grond doen, zullen volgens minister Estrada worden aangepakt.

De bewindsman stelt dat landhervorming belangrijk is voor het consolideren van de vrede in Guatemala, maar dat er bij de grootgrondbezitters nog veel verzet moet worden gebroken.

Het interessantst is eigenlijk het bezoek aan El Salvador, waar de zittende christendemocratische president Duarte ernstig ziek is. Zijn plaatsvervanger, Rodolfo Castillo Claramount, neemt Duartes functies waar.

Tijdens het gesprek komt hij sympathiek over. Hij is niet een man met harde politieke standpunten, veeleer lijkt hij boven de partijpolitiek te staan. Ook hij wijst op de noodzaak van Europese steun voor de nog prille democratieën in Midden-Amerika. Hij heeft voor de toekomst geen grote politieke ambities en men moet Claramount derhalve als interimfiguur zien.

Onkreukbaar

De komende man in de regerende christendemocratische partij van El Salvador (PCD) is dr. Fidel Chavez Mena. Hij geldt, in tegenstelling tot enkele andere vooraanstaande christendemocraten, als onkreukbaar en heeft ook een goede relatie met links weten op te bouwen.

Hoewel hij het buitengewoon druk heeft en de telefoon om de vijf minuten rinkelt, neemt hij voor het gesprek ruim de tijd. Hij stelt dat het hoog tijd wordt dat er aan de burgeroorlog in El Salvador een einde komt. Al jaren is er in El Salvador een linkse guerrillabeweging actief, de FMLN, die door Cuba en Nicaragua wordt gesteund. Diverse pogingen van president Duarte om met de leiders van de FMLN tot een echte dialoog te komen, mislukten.

Inmiddels is er een legale politieke tak van het verzet ontstaan, die zich aandient onder de naam "Convergencia Democratica". Chavez Mena, die indertijd nauw bij de dialoog met het communistisch verzet betroklcen was, heeft goede contacten met de leiders van de "Convergencia Democratica". Hij juicht hun bereidheid aan het politieke proces deel te nemen alleen maar toe.

 Leninisten

„De fout van de guerrilla - de gewapende tak van het verzet— is geweest dat ze de dialoog met de regering heeft beëindigd. Het zal nu heel moeilijk zijn die dialoog te hervatten. De FLMN is te ver geradicaliseerd. Maar deelname van de Convergencia Democratica aan de verkiezingen zou het linkse front waarschijnlijk doen splijten, omdat de FLMN hoe dan ook tegen elke erkenning van het politieke proces in El Salvador is".

Volgens Chavez Mena vormt Nicaragua nog steeds een belangrijk obstakel op weg naar vrede in Midden-Amerika. „Ik doel dan vooral op het leninistische element bij de Nicaraj,uaanse sandinisten. De leninisten zijn altijd voorstanders van machtsuitbreiding geweest. Als de leninistische factor in de Nicagaruaanse politiek niet wordt uitgescliakeld, zal Nicaragua altijd een spanningshaard in de regio blijven. Als ze daar marxisten willen zijn, vind ik dat best. maar de leninisten in Nicaragua, die vormen het werkelijke gevaar".

Arena-partij

In El Salvador spreken vve ook nog de burgemeester van de hoofdstad San Salvador, die tot de rechtse Arena-partij behoort. Deze partij is sterk in opkomst en zou het bij de verkiezingen van volgend jaar wel eens van de regerende christendemocraten kunnen winnen.

 Dr. Amando Calderón Sol schuift beschuldigingen als zou de Arena-partij niet achter het Middenamerikaanse vredesproces staan, ter zijde. Ook stelt hij dat zijn partij opkomt voor de mensenrechten. In het verleden is Arena er n^eermalen van beschuldigd de hand te hebben gehad in rechtse doodseskaders, die onder anderen de populaire aartsbisschop van San Salvador, mgr. Óscar Romero, hebben vermoord.

Groot dorp

Nu lijkt er binnen Arena een jonge generatie in opkomst te zijn, die zich wil ontdoen van de vroegere harde lijn, al is op dit moment nog moeilijk te zeggen of zo'n accentverlegging naar standpunten van het midden wel werkelijk mogelijk is. Het kan ook een tactische manoeuvre zijn om het deerlijk gehavende imago van Arena in het buitenland wat op te vijzelen. -

In Honduras zou men alles met een verkleinwoord kunnen aanduiden. De hoofdstad Tegucigalpa is eigenlijk een groot dorp en het paleis van president José Azcona Hoyo is eerder een paleisje.

Honduras is geweldig arm. Het straatbeeld met zijn vele bedelaars is weinig verkwikkelijic. President Azcona komt over als een goedwillende ondernemer die als mens een zeer innemende indruk maakt. Hij legt uit dat de buitenlandse kritiek op Honduras vaak niet terecht is. „Er is hier volledige persvrijheid en er zijn geen politieke gevangenen. Iedereen kan over de radio zeggen wat hij wil".

Hij stelt ook dat zijn regering niet de hand heeft gehad in de dood van de vicevoorzitter van de Hondurese mensenrechtencommissie, waarover in een rapport van Amnesty International melding wordt gemaakt. „Wij waren op dat moment voor het presidentiële overleg in San José. We hadden geen enkel belang bij de dood van deze man - zeker niet op zo'n moment", zegt Azcona.

Maar of hij, ofschoon zelf goedwillend, wel werkelijk al het doen en laten van zijn veiligheidstroepen en het leger kan controleren, is nog maar de vraag. Ik voel me in Honduras in elk geval niet bijzonder thuis.

Veel erger

Toch moet het in Nicaragua vele malen erger zijn. Het land is ontegenzeglijk het armste land van Midden-Amerika, zo niet van geheel Latijns Amerika. Er is geen of alleen peperdure rijst, geen vlees, er zijn geen schoenen of overhemden, behalve dan voor de meer weigestelden en de sandinistische elite, die over dollars beschikt en in de dure dollarshop in Managua al het noodzakelijke kan kopen.

De oppositie meent dat er in Nicaragua sinds de ondertekening van het document van Esquipulas II alleen enkele kunstmatige veranderingen zijn aangebracht. De oppositiekrant La Prensa verschijnt weliswaar, maar heeft nogal eens met papiergebrek te kampen.

Wat echter opvalt, is dat de oppositie sterker is verdeeld dan ooit. Volgens sommige politieke waarnemers komt dit doordat de sandinisten een doelbewuste politiek van verdeel en heers voeren. Nu het vredesproces hen dwingt tot een zekere mate van interne democratisering, proberen ze verdeeldheid binnen de diverse oppositiepartijen te zaaien, door de ene groep tegen de andere uit te spelen.

Grootste obstakel

In Midden-Amerika wordt Nicaragua algemeen gezien als het grootste obstakel op weg naar de vrede. De ontwerper van het Middenamerikaanse vredesplan, president Oscar Arias van Costa Rica, heeft er bij Nicaragua herhaaldelijk op aangedrongen met de interne democratisering van het land ernst te maken. En de minister van buitenlandse zaken van El Salvador, dr. Ricardo Acevedo Peralta, beschuldigde Nicaragua ervan in strijd met de vredesovereenkomst van augustus vorig jaar nog steeds steun te geven aan de communistische rebellie in zijn land.

Wanneer ik in Managua met vertegenwoordigers van de oppositie spreek, is de klacht dat er alleen wat cosmetische verbeteringen zijn aangebracht. De uitspraak van president Daniel Ortega dat de andere politieke partijen maar moeten worden begraven, is kennelijk nog niet vergeten. Tegen leden van de oppositie worden nog regelmatig dreigementen geuit.

Demonstraties van de oppositie worden hard aangepakt — zoals begin deze week bleek nadat in het plaatsje Naidaime, even ten zuiden van de hoofdstad Managua, tweeduizend mensen demonstreerden tegen de snel verslechterende economische situatie en voor volledig herstel van de democratie. Na de demonstratie legde de regering Nicaragua's enige oppositiekrant La Prensa een verschijningsverbod op. Dit is een ernstige schending van de ook door Nicaragua ondertekende vredesovereenkomst van Guatemala (Esquipulas II).

Boekje open

In Nicaragua verneem ik uit de sandinistische pers nog dat „de verrader Alvaro Baldizón Aviles aan een overdosis drugs" in Los Angeles is gestorven. Baldizón was tot zijn vlucht in 1985 een naaste medewerker van Tomas Borge, de Nicaraguaanse minister van buitenlandse zaken. Hij had na zijn vlucht een boekje opengedaan over massale geheime executies in Nicaragua en de persoonlijke betrokkenheid van zijn vroegere chef Tomas Borge bij de drugssmokkel.

Was Baldizón misschien vermoord? Daags na het nuttigen van de maaltijd in een pasgeopend Nicaraguaans restaurant in Los Angeles werd hij door zijn moeder dood, met schuim op de lippen, lin bad aangetroffen.

Als Baldizón inderdaad door de Nicaraguaanse staatsveiligheidsdienst is vermoord, zou het niet de eerste keer zijn dat de sandinisten gevaarlijke tegenstanders die geheimen hebben verraden, in het buitenland lieten vermoorden.

 Terugslag

De recente ontwikkelingen in Nicaragua laten zien dat een ernstige terugslag van het Middenamerikaanse vredesproces niet mag worden uitgesloten. Mijn aanvankelijke optimisme wordt dan ook vooral tijdens en na mijn bezoek aan Nicaragua getemperd.

 Er is bij de regeringen van Midden- Amerika veel goede wil en bereidheid om, met Europese steun, het vredesproces door te zetten. De enige regering die dit proces momenteel blokkeert, is die van Nicaragua. Het lijkt erop dat de vertegenwoordigers van de harde lijn binnen de sandinistische regering, de leninisten, weer even de overhand hebben gekregen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 16 juli 1988

Reformatorisch Dagblad | 18 Pagina's

Mdden-Amerika moeizaam op weg naar een stroeve vrede

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 16 juli 1988

Reformatorisch Dagblad | 18 Pagina's

PDF Bekijken