Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Geref. ouders dragen alleen maar uiterlijke regels en gewoonten over

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Geref. ouders dragen alleen maar uiterlijke regels en gewoonten over

Volgens onderzoek wordt over diepe inhoud van 't geloof niet gepraat

5 minuten leestijd

FRANEKER — Het godsdienstig leven van kerkelijk gereformeerden bestaat grotendeels uit gewoonten en uiterlijke dingen. Ouders dragen aan hun kinderen weinig inhoudelijks over als het over het geloof gaat. Deze conclusie trekken de godsdienstsociologen R. J. Benjamins en P. A. van der Ploeg in hun onderzoek "Gewoonweg gereformeerd; Een onderzoek naar geloofsoverdracht" onder gereformeerden in Drenthe.

In de gereformeerde kerken is een groeiend onbehagen over de toenemende kerkverlating onder jongeren te zien. Dat was aanleiding voor de particuliere synode van de Gereformeerde Kerken in Drenthe om een onderzoek in te stellen naar de achtergronden van de kerkverlating onderjongeren.

In opdracht van de particuliere synode hebben Benjamins en Van der Ploeg -twee medewerkers van de Theologische Faculteit van de Rijksuniversiteit van Groningen— 74 ouders en kinderen in twintig gereformeerde gezinnen uitgebreid geïnterviewd. Dat waren uitsluitend gezinnen waarvan de ouders kerkelijk meelevend en actief zijn.

De onderzoekers hebben geprobeerd de godsdienstigheid van zowel het kind als de ouder te achterhalen en daarbij te letten op een eventuele samenhang. Ook onderzochten ze hoe de overdracht en de verwerving van godsdienstigheid plaatsvond in de twintig gezinnen. Het begrip godsdienstigheid splitsen ze uit in vijf dimensies: godsdienstige overtuiging, godsdienstige praktijk, geloofsbeleving, kennis en reflectie, en relevantie voor het alledaagse doen en laten. De 'graad' van godsdienstigheid bepalen de godsdienstsociologen aan de hand van de godsvoorstelling, de voorstelling van het hiernamaals, persoonlijk bidden en persoonlijk bijbellezen.

Naast godsdienstigheid gingen de onderzoekers ook op zoek naar kerkelijkheid. Met die term wordt de houding tegenover de organisatie, het instituut, bedoeld. Men 'meet' dat aan de hand van onder meer kerkgang, kerkdienst, catechisatie en kerkelijke activiteiten.

Ten slotte werd gekeken naar de diverse regels en gewoonten binnen de twintig gezinnen rond kerkgang, catechisatie, zondagsrust, verkeringen, samen bidden, samen bijbellezen, het persoonlijk avondgebed en het persoonlijk bijbellezen.

Uiterlijk vertoon

Volgens de onderzoekers valt de godsdienstige opvoeding in de meeste gezinnen samen met gewoontevorming en regelgewenning. De ouders getroosten zich veel moeite om de kinderen vertrouwd te maken met de gewoonten en regels. Maar opvallend is dat ze nauwelijks of geen aandacht besteden aan de inhouden. De overdracht van de uiterlijkheden heeft kennelijk prioriteit. Volgens de onderzoekers komt dit ook tot uitdrukking in de wijze waarop regels opgelegd worden: „De verplichte kerkgang en catechisatie, de zondagsregels en ook de eventuele verkeringsregels krijgen de meeste kinderen zonder tekst en uitleg opgelegd, terwijl hiervoor redenen gegeven worden die weer op andere gewoonten sn regels terugslaan. „Zo doen we dat nu eenmaal", is het motto".

Dat de inhouden van het geloof weinig aandacht krijgen, blijkt ook uit het gegeven dat m de meeste gezinnen bijna niet gesproken wordt over geloof en kerk. „Zo gemakkelijk als de ouders spreken over alle andere onderwerpen (ook over minder voor de hand liggende als sexualiteit sn problemen in het eigen gezin), zo moeizaam spreken ze over hun geloof", aldus de onderzoekers. De meeste ouders lijken hiervoor weinig moeite te doen en menen dat het allemaal wel vanzelf gaat. Sommige ouders verlaten zich wat dat betreft op anderen: leerkrachten en dominees.

Kindergeloof

De kinderen hebben vroeger allemaal precies hetzelfde kindergeloof gehad ondanks de verschillen in godsdienstigheid tussen de ouderparen. Zowel de traditionele als de niet-traditionele ouders hebben hun kinderen grootgebracht met dezelfde kinderbijbels en het gebedje "Ik ga slapen, ik ben moe". Volgens de onderzoekers is dit ook een bewijs dat men zich weinig druk maakt over de inhouden van het geloof.

De meeste kinderen groeien weg van de kinderlijke godsdienstigheid zonder dat hiervoor iets in de p'aats komt. Van de kinderlijke voorsi^Uingen vervagen de beelden. De praktijken of gedragingen laat men langzamerhand achterwege. Bij voorbeeld het avondgebedje. De meeste ouders bemoeien zich daar niet meer mee als het kind wat ouder wordt. Ook leren ze het kind niet om 'vrij' te bidden.

Andere kinderen stemmen zonder enige blijk van betrokkenheid in met geloofsvoorstellingen. De instemming hangt samen met de vanzelfsprekendheid -of liever 'vanzelfzwijgendheid'— in deze gezinnen. Zonder zich de geloofsinhouden werkelijk eigen gemaakt te hebben, weten kinderen niet meer en niet beter dan: „het zal wel".

De godsdienstigheid van de meeste kinderen kenmerkt zich dan ook volgens de onderzoekers door de afwezigheid van relevantie, beleving en kennis. Het raakt met andere woorden hun hart niet.

Bevestiging

Dit onderzoek is een aanvulling op en een bevestiging van het onderzoek dat P. A. van der Ploeg eerder heeft uitgevoerd: "Het lege testament". Het beeld dat kerkverlaters in "Het lege testament" schetsten van het godsdienstig 'klimaat' vroeger bij hen thuis komt in grote lijnen overeen met het godsdienstige 'klimaat' in de onderhavige twintig gezinnen.

Mits bedacht wordt dat 'slechts' twintig gezinnen onderzocht zijn, zijn volgens de onderzoekers verdergaande conclusies op grond van de resultaten mogelijk. De gegevens uit dit onderzoek geven wel te denken.

Laten we met de conclusies eens tot onszelf inkeren. In hoeverre is er ook bij de reformatorische gezindte sprake van een 'inhoudsloze' belijdenis van de opvoeders, van het opleggen van een vorm vol uiterlijkheden los van inhouden? Praten ouders binnen de reformatorische gezindte ook over van alles en nog wat behalve over het geloof? Heeft het geloof ons nog wat meer te zeggen dan alleen maar vasthouden aan de traditionele waarden en normen? Laten we als ouders het ook niet graag over aan leerkrachten en dominees?

Laten we de raad van de synode van Dordrecht in 1618 en 1619 ter harte nemen om de jeugd „van hare teedere jaren aen, neerstelicken in de fondamenten der ware Religie onderwesen ende met ware Godsaelicheyt vervult moghe worden".

N.a.v. "Gewoonweg gereformeerd; Een onderzoek naar geloofsoverdracht" door R. J. Benjamins en P. A. van der PLoeg,- uitg. Van Wijnen, Franeker; 425 bidz., prijs 37,50 gulden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 augustus 1988

Reformatorisch Dagblad | 18 Pagina's

Geref. ouders dragen alleen maar uiterlijke regels en gewoonten over

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 augustus 1988

Reformatorisch Dagblad | 18 Pagina's

PDF Bekijken