Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De kaars van Marnix

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

De kaars van Marnix

6 minuten leestijd

Wat is het gezellig in de keuken zeg. Het lijkt wel of er een feest is, want op de tafel brandt een kaarsje. Het is niet een gewoon kaarsje, nee, het is een poppetje, een lief klein poppetje. Marnix heeft het in de winkel gekregen en nu mag dit poppetje branden omdat het een echt kaarsje is. Dat is gezellig!

Okko en Hermen kijken er een beetje jaloers naar. Zij hebben geen kaarsje gekregen, want zij waren op school. Nu mogen zij vertellen over de school, over de juf, over hun vriendjes en over het buiten spelen. Marnix luistert naar zijn broertjes. Hij gaat nog niet naar school. Opeens kijkt hij naar zijn kaarsje... Hij schrikt heel erg, hij schreeuwt: „Mama, mama mijn poppetje is kapot!"

Iedereen kijkt naar de kaars. Och dat is jammer! Het poppetje heeft geen hoofd meer, dat is er afgebrand!

Papa blaast het kaarsje snel uit en hij kijkt naar Marnix. O, die arme jongen! Hij huilt steeds: „Het hoofd is eraf, wat zielig". „Ja Marnix", zegt papa, „dat gebeurt altijd als je een kaarsje laat branden". Marnix schudt zijn hoofd. Hij vindt het vreselijk... Zijn mooie poppetje heeft geen hoofd meer... o, wat zielig!

Nu is het stil in huis. Iedereen ligt nog in bed. Buiten wordt het al licht. Piep... piep... de deur gaat open... Okko komt de keuken in. Hij en Hermen zijn wakker geworden en nu willen zij in de keuken spelen. Dat mag van papa en mama. Zij gaan spelen bij de tafel. Okko ziet opeens het poppetje van Marnix liggen. Hé, hij heeft een plan! Hij zegt tegen Hermen: „Zullen wij het kaarsje aansteken, dat is gezellig". O ja, dat vindt Hermen leuk. Hij klimt op een stoel om de lucifers te halen. Okko pakt een bordje, daar moet het kaarsje op staan. Dat deed mama gisteren ook. Oei, het is wel moeilijk om een lucifer aan te steken. Okko probeert het wel vijf keer. Eindelijk... ja, het lukt! Hèhè. 'Voorzichtig steekt hij het kaarsje aan; zo, dat lijkt mooi. De kaars komt midden op de tafel. Okko en Hermen maken allebei een tekening. Ze zitten tegenover elkaar aan tafel. Okko is klaar met rood; hij moet nu een gele viltstift hebben. Hermen heeft hem in z'n hand. „Mag ik hem nu ?", vraagt Okko. Hermen steekt zijn hand uit. Okko buigt zich over de tafel, hij wil de viltstift pakken... Oei,... kijk uit Okko! Okko pas op! O wee..., zijn pyjamamouw komt boven het vlammetje van de kaars. Het vlammetje maakt er een gat in! Het gat wordt groter... Okko voelt het opeens... Au... au... wat is dat? Hij DoorA. Rietema-Hofman kijkt; o, wat erg, er zit een gat in zijn mouw!

En... o, au... wat doet zijn arm zeer... Okko rent naar de kraan. Hij houdt zijn arm onder de kraan. Gelukkig, dat helpt. Het koude water helpt goed. Hermen is vreselijk geschrokken; hij kijkt eerst wat Okko doet. Dan blaast hij het kaarsje uit. Samen met Okko bekijkt hij de pyjamamouw. Ja, er zit een gat in. De arm is ook wat rood. Drup... drup... drup..., er vallen waterdruppels van de natte mouw op de grond. O, wat moeten ze nu doen?

Papa en mama roepen? O, nee, dat niet, dat beslist niet, zij moge het niet weten! Okko doet zij pyjamajas uit, hij brengt hem w^ naar de wasmachine. Daar stot hij hem in de wasemmer. Dan zokt hij een andere pyjamajas opook een blauwe... Hermen zet hekaarsje terug. Het bord komt wer in de kast, zo klaar!

Isst, horen ze daar een deur? . adaar komt papa aan. De jongens )ugen zich snel over hun tekenig. Ze tekenen en ze kleuren... 'apa komt binnen en zegt: „(oede morgen". Okko en Herma zeggen niet zoveel terug, ze kluren maar door... Itn poosje later komt mama oa binnen. Ze moeten eten. Okko en-iermen denken steeds: Zulleipapa en mama het merken? Zullerwe het vertellen? Nee, dat duven ze niet.

•Ja het eten krijgen de jongens' hu kleren aan. Mama pakt hun scboltassen in en dan moeten ze nar school. Ze geven mama een kus mar ze durven haar niet aan te kifen... Papa brengt hen naar de scbolbus.

ondertussen haalt mama Mrnix uit bed. Marnix krijgt een bod pap, dat vindt hij lekker. Al het eten op is, loopt Marnix dór de keuken, hij zoekt zij.n popetje. Ja, daar staat hij. Maar W£ is dat? Het poppetje is nog veder afgebrand..., de buik is nu oa kapot! Marnix laat zijn poppe e aan mama zien, hij hui t alwer. Mama kijkt verbaasd...; de buk ook afgebrand? Hoe kan dat na? Wie heeft dat gedaan? Mma begrijpt er niets van! Heeft pap'dat gedaan?

ien poos later is mama bij de wamachine bezig. Ze zoekt het wagoed uit. Ze pakt ook Okkoipyjamajas. Hé, die mouw is nat en. wat ziet ze daar? Een gat in denouw! Een zwart gat: dat lijkt weeën brandgat. Wat gek! Wat is emee gebeurd? Gisteren zat dat gatsr nog niet.

Opeens begint mama boos te kijfen, héél boos. Ze denkt aan de afgbrande buik en aan het brandgat in de pyjama.

Ze zegt hardop: „Is dat echt waar? Is Okko echt zo stout en heeft-ie niks gezegd?" Mama kan het nu niet vragen, zij moet wachten totdat Okko en Hermen uit school komen.

Als de jongens thuiskomen, zijn ze bang en stil. Ze zien dat mama boos kijkt. Weet ze het al?

Mama vraagt aan Okko: „Hoe heb jij een brandgat in jouw pyjamamouw gekregen Okko?" Okko schrikt. Hij moet mama antwoord geven maar zijn lippen trillen zo. Mama vraagt 't opnieuw. „Wij... waren... aan... het... tekenen..., toen deden... wij het... kaarsje aan..., dat vonden wij... zo gezellig en toen... kwam... mijn mouw in... het vuur... en toen zat er... een gat in", vertelt Okko huilend. Mama kijkt naar Hermen. Hermen huilt ook, hij is bang. Krijgen ze nu straf?

„'Vooruit, naar bed jullie, alle twee", zegt mama boos. Daar gaan de jongens, ze kruipen in hun bed. Ze huilen omdat ze wel weten dat ze stout geweest zijn.

Na een hele poos komt mama bij hen. Ze kijkt ernstig. Ze praat met hen over de lucifers en over de kaars die van Marnix is.

Ze zegt ook: „Stoute dingen doen is erg, maar niets zeggen is nog erger. Ook al weten papa en mama het niet, de Heere ziet het wel". Hermen vraagt: „Is de Heere nu erg boos op ons?" „Ik denk van boos en verdrietig", zegt mama. „De Heere wil dat wij gehoorzaam zijn en iedere dag naar Hem luisteren. Maar als we spijt hebben en vergeving vragen, dan wil de Heere het ook weer vergeven. Zullen we dat doen?"

Ja ja, knikken Okko en Hermen en ze huilen niet meer. Als de 'Heere hun vergeven wil, dan wordt het allemaal weer goed. Dan kunnen ze ook weer blij worden. Misschien krijgen ze nog straf van papa en mama, maar dat geeft niet, dat hebben ze verdiend, eerlijk verdiend.

Dit artikel werd u aangeboden door: Reformatorisch Dagblad

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 augustus 1988

Reformatorisch Dagblad | 26 Pagina's

De kaars van Marnix

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 augustus 1988

Reformatorisch Dagblad | 26 Pagina's

PDF Bekijken