Bekijk het origineel

Nationalistische onrust in Joegoslavië naar hoogtepunt

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Nationalistische onrust in Joegoslavië naar hoogtepunt

Honderdduizenden Serven en Albanezen de straat op

4 minuten leestijd

BELGRADO - De massale nationalistische betogingen van Serven en Albanezen hebben gisteren en eergisteren de crisis in Joegoslavië aanzienlijk verscherpt. Het conflict over de provincie Kosovo bracht honderdduizenden Serviërs en tienduizenden Albanezen op straat.

Demonstranten in Pristina, de hoofdstad van Kosovo, zeiden gisteren dat zij doorgaan met hun acties totdat het ontslag onder Servische druk van hun Albanese leiders weer ongedaan is gemaakt. President Remzi Koljgeci van Kosovo dreigde gisteren met noodmaatregelen als de demonstraties niet ophouden. Het partijpresidium van Joegoslavië eiste na spoedberaad dat er onmiddellijk een einde komt aan de acties van de Albanezen.

Volgens de organisatoren waren er zaterdag in Belgrado 1,3 miljoen Serviërs de straat opgegaan om een „ingrijpen" te eisen in de voornamelijk door Albanezen bewoonde provincie. De Joegoslavische televisie hield het op 800.000 betogers.

In Pristina gingen zaterdag net als de afgelopen dagen tienduizenden Albanezen de straat op om hun steun te betuigen aan hun partijleiders. Zij eisten de intrekking van het aftreden van twee van de belangrijkste partijleiders in Kosovo, die deze week onder Servische druk hun ontslag indienden. De Albanezen verzetten zich tegen een door de republiek Servië nagestreefde grondwetswijziging, waarmee Servië, de grootste en machtigste Joegoslavische republiek, meer invloed en controle wil krijgen over Kosovo.

„Op naar Kosovo"

De woordvoerder van de Serviërs, partijleider Slobodan Milosevic, nam zaterdag voor het eerst tijdens een massademonstratie het woord. Hoewel hij met geen woord sprak over de geëiste grondwetswijziging, betoonde hij in zijn rede verder geen terughoudendheid. Sprekend over de Serviërs en Montenegrijnen als slachtoffer van de „nationalistische Albanese terreur in Kosovo", zei Milosevic: „Het is niet meer de tijd voor klagen, maar tijd van de strijd. De slag om Kosovo zullen wij winnen".

„Kosovo blijft binnen Servië en niemand kan het eenwordingsproces van Servië dwarsbomen", aldus de Servische partijleider. Hij noemde de provincie Kosovo „het centrum van de historie, cultuur en herinneringen van Servië". Milosevics woorden waren niet aan dovemansoren gezegd.
„Wij trekken op naar Kosovo", riepen de honderdduizenden Servische demonstranten in spreekkoren. In de 70-jarige geschiedenis van Joegoslavië is nog nooit zo'n grote demonstratie gehouden.

Albanezen

In Pristina stelden tienduizenden Albanezen zich echter te weer tegenover de Servische eisen. „Geen grondwetswijziging", riepen zij. De Albanezen wijzen alle pogingen van de Servische republiek van de hand om meer invloed te krijgen in hun provincie, die onder wijlen de Joegoslavische leider Tito vérgaand zelfbestuur kreeg.

„Geen aftredens", was de tweede voornaamste eis van de betogers, wier aantal volgens waarnemers aan het begin van de avond opliep tot rond 70.000. Onder Servische druk trad de afgelopen week de partijleider van Kosovo, mevrouw Kacusa Jasari, af. De betogers eisten ook dat Azem Vlasi weer wordt opgenomen in het partijpresidium.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 21 november 1988

Reformatorisch Dagblad | 14 Pagina's

Nationalistische onrust in Joegoslavië naar hoogtepunt

Bekijk de hele uitgave van maandag 21 november 1988

Reformatorisch Dagblad | 14 Pagina's

PDF Bekijken