Bekijk het origineel

Iran verwerpt lagere richtprijs ruwe oKe

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Iran verwerpt lagere richtprijs ruwe oKe

Saoedi-Arable houdt vast aan voorstel

3 minuten leestijd

WENEN — Iran verwerpt de door Saoedi-Arabië voorgestelde richtprijs van 15 dollar voor een vat ruwe olie, 3 dollar minder dan de huidige richtprijs. Door de afwijzende opstelling van Iran is een eerder bij het beraad in Wenen tot stand gekomen akkoord over de beperking van de OPEC-produktie op losse schroeven komen te staan.

Een van de Iraanse vertegenwoordigers bij het beraad, Barkeshli, verklaarde dat zijn land niet met een prijsverlaging instemt en dat daardoor het akkoord over produktiebeperking „volledig kan worden gesaboteerd". De Iraanse afgevaardigde zei dat ook Algerije, Nigeria en Libië voorstander zijn van wijziging van de huidige richtprijs van 18 dollar. „Ik ben zeer pessimistisch", verklaarde Barkeshli nadat hij twee uur lang had gesproken OPEC-voozitter, de Nigeriaan Rilwanu Lukman.

Saoedi-Arabië zal niet terugkomen op zijn voorstel de minimumprijs voor een vat olie (van 159 liter) vast te stellen op 15 dollar. Dat heeft de olieminister van Saoedi-Arabië, Hisham Nazer, gisteravond gezegd. Het voorstel van Saoedi-Arabië stuit op fel verzet van Iran en heeft ertoe geleid dat nog geen afspraken zijn gemaakt over het produktieplafond voor de eerste helft van 1989. Volgens Hisham Nazer is het de intentie van Saoedi-Arabië het voorstel te :ÏSmï«S „versterken in plaats van af te zwakken". Ruggespfüük

Iran ging eerder gisteren akkoord met een voorgestelde quoteringsregeling tussen de leden van de Organisatie van olie-exporterende landen om tot een beperking van de produktie te komen om daarmee juist een hogere prijs te bereiken. De Iraanse minister van oliezaken Gholamreza Aghazadeh zei tegenover het officiële persbureau IRNA dat hij met de overeenkomst instemde. De overige twaalf OPEC-landen waren al eerder met de quoteringsregeling akkoord gegaan.

Aghazadeh had de vergadering van de OPEC-ministers in Wenen verlaten om in Teheran ruggespraak te houden.

De voorgestelde regeling voorziet in een beperking van de gezamenlijke olieproduktie van 18,5 miljoen vaten per dag tot medio 1989. De produktie wordt thans geschat op 22,5 miljoen vaten per dag, omdat veel OPEC-landen de aan hen toegewezen produktiequota overschrijden. Door die overschrijding zijn ook de prijzen op de wereldoliemarkt gekelderd, en met de nieuwe regeUng hopen de OPEC-landen de richtprijs weer op te krikken tot 18 dollar per vat.

Gelijk quotum

Irak wilde in de nieuwe regeling een produktiequotum dat gelijk was aan dat van Iran. Teheran wilde daar aanvankelijk niet van weten, maar volgens het voorgestelde akkoord zouden beide landen een quotum toegewezen krijgen van 2,64 miljoen vaten per dag. Iran zou zijn aandeel van ongeveer 14 procent in de totale produktie van de OPEC mogen behouden; andere landen zouden hun produktie moeten verminderen om Irak meer te laten produceren.

In reactie op de te elfder ure gerezen moeilijkheden binnen het oliekartel zijn de olieprijzen op de wereldmarkt vanmorgen gedaald. Op de vrije markt in het Verre Oosten noteerde de Britse oliesoort Brent uit het gelijknamige Noordzeeveld 14,15 dollar per vat, 25 dollarcent lager dan de prijs van 14,40 dollar die vrijdag in New York werd gemaakt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 28 november 1988

Reformatorisch Dagblad | 12 Pagina's

Iran verwerpt lagere richtprijs ruwe oKe

Bekijk de hele uitgave van maandag 28 november 1988

Reformatorisch Dagblad | 12 Pagina's

PDF Bekijken