Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

„EZ moet wapenwet beter handhaven

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

„EZ moet wapenwet beter handhaven"

Voor drie miljoen aan boetes geëist tegen kruitfabriek Muiden Chemie

4 minuten leestijd

AMSTERDAM - Het ministerie van economische zaken maakt er een rommeltje van als het gaat om de handhaving van de wetgeving Inzake de wapenexport. Economische Zaken geeft niet aan welke gegevens bedrijven bij het aanvragen van een exportvergunning moeten verstrekken en stelt evenmin beperkingen of voorschriften aan de vergunning. Bovendien verleent het ministerie ook vergunningen als de eindbestemming van de te exporteren goederen niet bekend Is.

De Amsterdamse officier van Justitie, mr. A. Fransen maakte gisteren de kachel aan met het beleid van Economische Zaken. Het beleid zou, zo vindt Fransen, op grond van recente uitspraken van rechters gewijzigd moeten worden. Wil men dat niet, dan moet de wet veranderd worden. Wanneer men dat niet doet, is het beleid, aldus Fransen, een politiek loos gebaar.

Boete

De officier kwam met zijn kritiek tijdens zijn requisitoir tegen de van overtreding van het uitvoerbesluit strategische goederen verdachte kruitfabriek Muiden Chemie en haar voormalige directeur J. de G. Muiden Chemie hoorde een geldboete eisen van drie keer 2 miljoen gulden, waarvan drie keer 1 miljoen gulden voorwaardelijk. Tegen De G. werd een geldboete geëist van drie keer 20.000 gulden, waarvan telkens 10.000 gulden voorwaardelijk.

Muiden Cliemie leverde tussen december '84 en november '87 via Joegoslavië, Engeland, Portugal en Oostenrijk kruit aan Iran. De kruitfabriek vroeg voor de eerstgenoemde landen een exportvergunning aan en kreeg die ook van Economische Zaken. Een vergunning voor Iran zou geweigerd zijn omdat dit land in een „spanningsgebied" ligt.

Componentenleer

Centraal bij de behandeling van de zaak stond de zogenaamde componentenleer. Deze leer houdt • in dat indien na export uit Nederland een goed een bewerking ondergaat, men bij de vergunningverlening geen rekening hoeft te houden met de verdere export van het bewerkte produkt. Muiden Chemie zou alleen wat te verwijten zijn als ze rechtstreeks aan Iran had geleverd. Haar in oktober ontslagen directeur De G., die als commercieel man de contracten met de kopers sloot, huldigde dit standpunt.

De advocaat van Muiden Chemie vroeg vrijspraak voor de kruitfabriek. Muiden Chemie had volgens hem gehandeld in overeenstemming met het beleid van Economische Zaken. Dat ministerie zou een zelfde invulling aan de componentenleer hebben gegeven als zijn chënt.

De officier van Justitie en de opsporingsambtenaren van de Economische controledienst (ECD) meenden dat er in dit geval geen sprake van bewerking was. Zij kwamen met documenten waaruit bleek dat het kruit wel bij voorbeeld via Joegoslavië was vervoerd, maar daar niet eens het schip uit was geweest.

Dat Joegoslavië in 1984 ineens belangstelling had voor 950 ton kruit, vond De G. niet vreemd. Het land was bezig zijn leger te moderniseren, zo wist hij uit onder andere vakliteratuur. Bovendien, als Nederland een nieuwe granaat in gebruik neemt, heeft het ook extra kruit nodig, waarom Joegoslavië dan niet? Voor De G. stond vast dat het Joegoslavische leger de eindgebruiker was, ook al had hij daarvoor geen enkele aanwijzing. Navraag doen was in het kruitwereldje ongebruikelijk. De G.: „Wij leverden puur de grondstof aan munitiefabrieken. Op het moment dat je wilt weten wat ze met het kruit doen, zegt iedereen:^» Dat gaat je niets aan".

Voorzichtiger

De strafzaak heeft Muiden Chemie -die doori! het optreden van Justitie vorig jaar haar fabriek in* het F,riese Kollum vrijwel geheel stil moest leggen? en mensen moest ontslaan- en Economische Za-; ken wel nader tot elkaar gebracht. Sinds mei ver-J telt Muiden Chemie Economische Zaken alles wat' zij weet als zij een exportvergunning aanvraagt. Economische Zaken op zijn beurt schakelt bij twijfels eerder ambassadepersoneel in om de status van buitenlandse kopers van kruit te onderzoeken. Ambtenaren van het ministerie die als getuigen werden gehoord, vertelden dat het ministerie door de ervaringen voorzichtiger is geworden bij het verlenen van exportvergunningen. Uitspraak 28 december.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 december 1988

Reformatorisch Dagblad | 26 Pagina's

„EZ moet wapenwet beter handhaven

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 december 1988

Reformatorisch Dagblad | 26 Pagina's

PDF Bekijken