Bekijk het origineel

Kerstfeest op school (2)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Kerstfeest op school (2)

7 minuten leestijd

Wie komen daar zo blij uit school...? Het zijn Petra en Karin. We kennen ze wel. Petra en Karin, de tweeling.

Ze hollen op een drafje naar huis. Waarom hebben ze zo'n haast...? Wel, ze moeten papa en mama de stencils laten zien. Stencils waar teksten en versjes op staan voor de kerstmiddag van school. Ze moeten thuis oefenen. En... héél goed hun best doen!

Hijgend komen ze de kamer in. Mama zit te naaien. Ze naait voor Petra en Karin een overgooier en een bloesje.

„Wat hebben jullie een haast", lacht mama. „Ja mam! Kijk eens, hier staan de teksten en versjes op, die we leren moeten. Wat zal het een fijne middag worden, hè! En mam, krijgt... krijgt u de overgooiers nog af?"

„Ja hoor, ze worden heel mooi! Jullie kunnen straks passen". Mama schenkt eerst voor allemaal een kopje thee in. Ze krijgen ieder een koekje, dat mama gebakken heeft. O, o, wat smullen ze!

„Zo, nu gaan we passen!" Mama helpt de meisjes met de overgooiers en bloesjes. „O mam, wat mooi", roepen ze tegelijk. „Het lijkt... het lijkt precies uit de winkel", juicht Karin. „En wat staat de kanarie er leuk op".

„En ik heb een poesje". Petra geeft mama een kus. „Mam, wat kan u goed naaien! Later ga ik het ook leren!"

„Mogen we het morgen een keer aan", zeurt Karin. „Toe mam, mag het?" „Nou vooruit, maar héél voorzichtig zijn. Het moet netjes blijven voor de kerstmiddag. Dat begrijpen jullie wel".

„En ik krijg niets". Gertje zet een boos gezicht.

„Arme Gertje", lacht mama. „Ik ga voor jou ook een bloesje naaien. En... een broek. Een broek met een heleboel zakken. Hoe vind je dat?"

DoorJ. Visser-Vlaanderen

„Echt waar'. Gertje kijkt mama met grote ogen aan. „Met... met een hondje erop, mam?" „Ja hoor jongen, ik naai niet alleen voor de meisjes".

„En Hans, mam", vraagt Gertje. „Hansje ligt nog in de wieg. Weet je wat... ? Ik zal een trappelzak voor hem naaien!"

„Ja... ja...", Gertje danst van plezier.

De volgende dag gaan Petra en Karin opgewekt naar school. Ze hebben de nieuwe overgooiers aan. Wat zal de juffrouw zeggen. Enne... de meisjes in de klas?

Sommige meisjes kijken een klein beetje jaloers. Wat een leuke overgooiers zijn dat! Mieke zegt: „Jullie zijn opscheppers met die dure bloesjes en overgooiers uit de winkel. Mijn moeder heeft niet zo veel geld. Mijn moeder moet alles zelf naaien! O zo!" Mieke steekt haar tong uit tegen Petra en Karin.

„Meid, we hebben ze niet in de winkel gekocht", zegt Petra geschrokken. Maar Mieke zegt boos: „Je hoeft heus niet te jokken, opschepper. Ik heb ze zelf in de winkel zien hangen. Héél duur!" Petra en Karin zeggen maar niets meer. Mieke heeft het tóch mis! Als juffrouw Tineke de bijbelse geschiedenis verteld heeft, gaan ze met de leesles verder. Om de beurt moeten ze allemaal tien regels lezen. Als Petra aan de beurt is, zegt de juf: „Wat ben je deftig, Petra. En Karin ziet er ook al zo mooi uit. Zijn juUie jarig?" Dan zegt juf geheimzinnig: „Ik weet, waar jullie die leuke overgooiers gekocht hebben. Ik heb ze in de etalage bij Dankers zien hangen. Precies met zo'n poesje, Petra". „Zie je wel", denkt Mieke. Nu moeten Petra en Karin allebei lachen. „Mis juf, ze zijn daar niet gekocht. Mama heeft alles genaaid". „Dat geloof ik niet", zegt de juf, „het lijkt precies...!"

„Echt waar juf!" „Nou, nou, een knappe mama hebben jullie hoor! En weet je wat gemakkelijk is. Bij Petra zie ik een poesje. P~ -p. Bij Karin, een kanarie. K—k. Zo kan ik goed onthouden, wie jullie zijn. Handig hoor!" Mieke kijkt nog eens naar de overgooiers. Zou... zou het écht zelf genaaid zijn?

Voordat de school uitgaat, oefenen ze nog de kerstversjes en teksten voor de kerstmiddag. De juf zegt tevreden: „Het is goed gegaan. En alle vaders en moeders, of oma's en opa's mogen ook komen. Zeg Karin, jij moet een versje alleen zingen met het kerstfeest. Doe je nieuwe overgooier aan hoor! Het lijkt of die kanarie al zingt". „Ja juf". Karin krijgt een kleur. Thuis vertellen ze aan mama wat Mieke gezegd heeft. „Ze was boos, mam!" „En mam, juf kan nu goed onthouden, wie wij zijn. Handig hè!" „Dat is goed bedacht", lacht mama.

Wat horen ze...? „Toet... toettttt...", daar komen opa en oma. Die komen logeren. Gertje danst om opa heen. Opa gaat meestal met hem wandelen, dus Gertje is dolgelukkig.

's Avonds mogen Petra en Karin een poosje opblijven. Daarna gaan ze opgetogen naar bed. Maar... midden in de nacht wordt Karin wakker. Hè, wat doet haar keel zeer. Ze kan haast niet slikken. o, wat heeft ze een dorst! Ze zal... Zachtjes gaat Karin uit bed. Ze trilt op haar benen. „Bom...", ze stoot tegen een kastje. Direct is mama er. „Kindje, wat doe je...!" „Ik... ik... water...!" Mama stopt Karin vlug in bed en geeft haar water. Karin is ziek. „Ga maar slapen, meisje", troost mama.

De volgende dag is Karin nog ziek. „Ik wil niet ziek zijn. Ik... wil... naar het kerstfeest", huilt Karin. „Ik weet wat", sust papa. „Ik vraag of het opgenomen wordt, op een cassettebandje. Dan kun je het laten horen. Behalve natuurlijk, datje zelf zingt. Want... ons kanarie-pietje is ziek".

Karin droogt haar tranen. Oma blijft bij naar, want Hansje is er toch ook nog? Daar gaan ze. Opa, papa, mama, Petra en Gertje. Koud is het buiten, maar dat geeft niet.

Het is druk bij school. De kinderen hebben allemaal hun zondagse kleren aan. Ook Gertje heeft een nieuw bloesje en een prachtige broek. Een broek met zakken. En... een klein hondje erop. In school is het lekker warm. Het wordt heel stil als de directeur, meneer Hamstra, zijn handen samen doet om te bidden. Ook de kleine kinderen zitten eerbiedig. Daarna zingen ze met elkaar. Wat khnkt dat mooi!

Meneer Hamstra gaat de kerstgeschiedenis vertellen. Van de Heere Jezus, dat Hij geboren is in Bethlehem. Niet in een prachtig huis, maar...in een stal. „Hij is gekomen uit de heerlijke hemel voor zondige mensen. Voor grote mensen en kinderen, die Hem om vergeving van schuld en een nieuw hart vragen.

En in die donkere nacht, zeiden herders tegen elkaar: „Laten we naar Bethlehem gaan, naar de stal. Want een engel heeft ons verteld dat de Zaligmaker daar geboren is!" En toen ze daar kwamen. vonden ze Maria en Jozef en de Heere Jezus, Gods Zoon. Héél eerbiedig knielden ze neer en dankten voor dat grote wonder. Blij gingen ze het ook anderen vertellen, dat de Heiland geboren is! Engelen hebben ze horen zingen: „Ere zij God in de hoogste hemelen, en vrede op aarde, in de mensen een welbehagen". Nooit is er zo gezongen, jongens en meisjes!"

Wat kan meneer Hamstra mooi vertellen...!

Dan moeten een paar kinderen een tekst opzeggen, of een versje zingen. Een oeetje zenuwachtig zijn ze wel, maar het gaat goed. Juf Tineke vertelt een verhaal van twee jongetjes die verdwaald zijn. Gelukkig heeft een politieagent ze gevonden.

De kinderen hebben muisstil geluisterd. O, wat hebben ze een fijne middag. Voordat ze naar huis gaan, krijgen ze ieder een zakje mandarijnen en een leesboek. Ook Karin... Juf fluistert in Petra's oor: „Geef het maar aan ons zieke kanarie-pietje".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 december 1988

Reformatorisch Dagblad | 28 Pagina's

Kerstfeest op school (2)

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 december 1988

Reformatorisch Dagblad | 28 Pagina's

PDF Bekijken