Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Tuchtpraktijk toont onderscheid tussen 17e-eeuwse predikanten

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Tuchtpraktijk toont onderscheid tussen 17e-eeuwse predikanten

Presentatie van „boek met een andere invalshoek"

4 minuten leestijd

ROTTERDAM - "De Nadere Reformatie in Utrecht ten tijde van Voetius" heeft een heel andere invalshoek dan de publikaties die tot nu toe verschenen over de Nadere Reformatie. Gingen andere publikaties altijd over de mannen van de Nadere Reformatie, dit bdek —waarbij naarstig gespeurd is in de gereformeerde kerkeraadsacta— is een studie over de praktijk van de Nadere Reformatie". Aldus P. Lindenberg (van Lindenberg Boeken & Muziek) gisteravond in Rotterdam tijdens de presentatie van het boek van de schrijver F. A. van Lieburg.

Lindenberg organiseefde een presentatie-avond waarvoor men prof. dr. A. Th. van Deursen en dr. W. J. op 't Hof uitgenodigd had als gastsprekers. De schrijver zelf gaf een inleiding op zijn boek onder de titel "De Nadere Reformatie in Utrecht vanuit de kerkeraadsacta". Een forum, met daarin naast de drie inleiders dr. L. F. Groenendijk, besloot het programma.

Prof. Van Deursen stond stil bij de wijze waarop desbetreffende kerkeraadsacta gelezen moeten worden. „Je moet dan wel weten wat een "kerk" is. Hij vervvees in dit verband naar het bericht over het proces in de christelijke gereformeerde kerk . te Ede.„Ik vveét nief wat dé'Vechter zal beslissen maar als hij de klager in het gelijk stelt, geeft hij er in ieder geval blijk van niet te weten wat een kerk is".

Bij het lezen van die acta moet men, volgens Van Deursen, de norm, de toets kennen. Men gebruikte daarvoor wel Handelingen 20: 28. De kerkeraden hadden het heil van de gemeente op het oog en motiveerden dat ook. De kerk is de vergadering Gods, gekocht met Zijn lichaam. In plaats van een statistische benadering van tuchtgevallen pleitte de hoogleraar ervoor meer te kijken naar het effect van de tucht. Het doel van de tucht is immers verzoening, zodat men na schuldbelijdenis weer mag deelnemen aan het Avondmaal.

Teruggrijpen

Tijdens het forumgesprek kwam men op die tucht terug. „Als men teruggrijpt op de tuchtpraktijk van de Nadere Reformatie, moet men dan ook niet terug naar de Avondmaalspraktijk van die tijd? Immers alle belijdende leden gingen aan".

Dr. Op 't Hof was van mening dat men in de loop des tijds steeds 'zwaarder' over de het avondmaal was gaan denken, maar voegde eraan toe dat in het begin van de Reformatie de gemeente vooral bestond uit leden die bewust gekozen hadden. Daarna kwam het sociologisch probleem van de tweede en derde generatie.

Verder was dr. Op 't Hof van mening dat het onderscheid tussen een predikant die behoorde tot de stroming van de Nadere Reformatie en een 'gewone' gereformeerde dominee was dat weliswaar beiden op nagenoeg dezelfde wijze wantoestanden signaleerden, maar dat de een wel consequenties daaruit trok met betrekking tot de tucht en de ander niet.

Tevens kwam de vraag aan de orde in hoeverre de mannen van de Nadere Reformatie zwaardere 'toelatingseisen' gingen stellen toen zij beseften dat de tucht weinig effectief was. Dr. Op 't Hof achtte deze suggestie niet onwaarschijnlijk. Van Lieburg had geconstateerd dat in dé tweede helft van de zeventiende eeuw een forse toename van catechetisch materiaal t6 bespeuren valt. Ook dr. Groenendijk achtte deze suggestie juist.

Lodenstein

Dr. Op 't Hof stond stil bij de figuur van Voetius en diens invloed in Utrecht. Volgende week vrijdag herdenkt de Utrechtse Universiteit Voetius met een bijzondere bijeenkomst.

De schrijver, F. A. van Lieburg, vertelde dat niet zozeer Voetius als wel de bekende predikant Jodocus van Lodenstein terug te vinden is in de kerkeraadsacta. Het probleem was van Utrecht een calvinistische stad te maken waarbij ieder lid van de kerk een heilige levenswandel zou vertonen. De schijver zette de lijn van zijn boek uiteen.

"De reformatie der zeden" (hoofdstuk I) kende zijn beperking omdat slechts de helft van de Utrechters lid was van de gereformeerde gemeente. Tevergeefs deed de kerk een beroep op de overheid.

Ook behandelt Van Lieburg in het boek het labadisme („de kortste weg naar het piëtistisch ideaal is afscheiding") en met name de kerkelijke tucht.

Het boek, dat over enkele bijlagen beschikt en een aantal illustraties bevat, kost 34,90 gulden.

Dit artikel werd u aangeboden door: Reformatorisch Dagblad

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 februari 1989

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's

Tuchtpraktijk toont onderscheid tussen 17e-eeuwse predikanten

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 februari 1989

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's

PDF Bekijken