Bekijk het origineel

Zonnehuisbewoner is energiemanager

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Zonnehuisbewoner is energiemanager

Castricum krijgt de eerste woning met zonnecellen van Nederland

7 minuten leestijd

Castricum krijgt deze zomer de eerste zonnecelwoning van Nederland: royaal in energie, zuinig met brandstof èn goed voor het milieu. De gratis en schone energie van de zon wordt in ons land haast niet benut. Het is goedkoper een snoer naar het stopcontact te leggen dan een zonnepaneel te installeren. Na jaren van een zeer matige interesse voor de "alternatieve" energiebron staan steeds meer provincies, gemeenten en nutsbedrijven open voor zonneenergie. Niet het besparen van energie, maar vooral de toenemende zorg voor het milieu is daarbij het toverwoord. Dank zij de rijkssubsidie van 40 procent worden momenteel honderden woningen uitgerust met zonneboilers. De zonvriendelijke ontwikkelingen gaan door. Een lichtpuntje in de duistere toekomst voor zonne-energie?

De voorraad kolen, aardolie en aardgas zal eens onherroepelijk uitgeput raken. Met deze mededeling schudde de Club van Rome de samenleving in de jaren zeventig wakker. De Arabische wereld deed daar nog een schepje bovenop en confronteerde het Westen met een "georganiseerde schaarste".
De belangstelling voor duurzame energiedragers (zon, wind en water) kreeg daardoor volgens drs. H. G. Altevogt van Holland Solar, de Nederlandse vereniging voor toepassing van zonne-energiesystemen in Utrecht, een krachtige impuls.
„De toenmalige verwachtingen daarvan waren hooggespannen, maar de prijzen van fossiele brandstoffen daalden enorm. Zonne-energie raakte vrijwel in een vergeethoek". Toch krijgt de zon opnieuw een kans. Altevogt: „Door het mondiaal toegenomen gebruik van niet-duurzame energiedragers raakt het milieu overbelast en wordt het droogvallen van de bronnen versneld. Een 'nieuwe' crisis dient zich aan: een milieucrisis. De overheid zal nu meer dan ooit meer moeten doen dan alleen maar lippendienst bewijzen aan het milieu. Zij moet het benutten van duurzame energiebronnen krachtiger stimuleren en financieel aantrekkelijker maken".

Zongericht
Altevogt vindt het onbegrijpelijk dat passieve zonne-energie slechts op kleine schaal wordt toegepast. „Architecten letten bij het ontwerpen van woningen meer op de avondzon in de tuin dan de warme middagzon in de huiskamer. Er wordt niet stilgestaan bij de zonne-inval en de mogelijkheid om later zonneboilers of zelfs zonnecellen op het dak aan te leggen". Bij een zonvriendelijke bebouwing gaat het erom dat er zongericht verkaveld wordt. Altevogt: „Dat hoeft geen extra ruimte en geld te kosten. Verder dient beschaduwing door hoge bouwblokken en groenvoorzieningen voorkomen te worden. Ook is het van belang dat de woning goed geïsoleerd is en dat het glasoppervlak aan de zuidzijde (de verblijfsruimten!) vergroot en aan de noordgevel, waar vooral de ruimten met een korte verblijftijd liggen (de zogenaamde "natte" ruimten), verkleind worden. Deze maatregelen kosten nauwelijks meer geld. Ze besparen daarentegen elk jaar ten minste 150 kubieke meter gas. Als je dat afzet tegen de totale woningvoorraad in Nederland en de levensduur van een woning, is dat een flinke hoeveelheid".

Zonneboiler
Het aanbod van zonlicht houdt geen gelijke tred met de behoefte aan energie, 's Avonds is het verbruik hoger dan overdag en 's winters groter dan 's zomers. Zonnewarmte kan opgeslagen worden in een zonneboiler, een geïsoleerd vat, dat 100 tot 120 liter water een paar dagen op 60 graden Celsius kan houden. Een naverwarmer zorgt dat er altijd een voldoende voorraad warm water is.
Het is volgens Altevogt een hardnekkig misverstand dat de boiler alleen functioneert als de zon schijnt. „Het gaat niet om de stralen, het gaat om het licht; dat kan direct of indirect (diffuus) zonlicht zijn. Op een heel sombere dag zal de boiler niet werken, maar met lichte bewolking wordt het water wel opgewarmd. Niet tot de maximale temperatuur, maar iedere graad die het water warmer wordt; scheelt weer in de naverwarming".
In ons land is de zonneboiler de meest voorkomende toepassing van zonne-energie. In de woningbouw bedraagt het aantal zonneboilers drieduizend installaties. Altevogt: „Eerst zal de terugverdientijd, die bij de huidige energieprijzen nu nog ten minste vijftien jaar is, drastisch verkort moeten worden. Maar als de prijs van gas en elektriciteit gaat stijgen, zal de terugverdientijd korter worden. Op dit moment is het apparaat vooral interessant voor gezinnen met een groot en duur warmwaterverbruik. Die kunnen 50 procent van de energie die daarvoor nodig is, besparen".

Zonnecelwoning
De ontwikkelingen op het gebied van zonvriendelijk bouwen staan niet stil. Evert Sjoerdsma hoopt samen met zijn vrouw Caty en zoons Wouter en Ruud deze zomer in Castricum een nieuwe woning te betrekken.
Op het eerste gezicht een gewoon huis. Toch is het uniek.
Het bijzondere zit hem in de energie-installatie. Niet het openbare elektriciteitsnet (de woning wordt daarop niet eens aangesloten!), maar zonnecellen (23 vierkante meter) zullen de Sjoerdsma's voorzien van elektriciteit. Met het rechtstreeks omzetten van zonlicht in elektriciteit had men tot dusverre in woningen nog geen ervaring.
Het "zonnehuis" is een project van het Provinciaal Bureau Energiebesparing (PBE) Noord- Holland, dat tot de bouw besloot uit milieu-overwegingen. Sjoerdsma, zelf werkzaam bij het PBE, wil door een gecombineerde benutting van zon en gas en een optimale isolatie (dubbel zo goed als gebruikelijk) het totale energieverbruik zeer laag houden. De zonnecelwoning kan jaarlijks beschikken over circa 2400 kWh. Het totale elektriciteitsvert ruik wordt echter geschat op een derde van dat van een gemiddelde woning: 1000 kWh per jaar. Een vergelijkbaar "gewoon" huis verbruikt, zo verwacht hij, daarnaast zo'n 1500 kubieke meter gas aan stoken, koken en warm water. In het "zonnehuis" blijft het gasverbruik onder de 1000 kubieke meter.

Gelijkstroom
De zonnecellen zullen twaalf accu's van elke twee volt voeden. In plaats van op 220 volt wisselstroom, draait het huis op 24 volt gelijkstroom. Incidenteel kan men gebruik maken van een 220 volt-omvormer. De woning wordt overigens wel op het aardgasnet aangesloten, 's Winters, als er niet genoeg elektriciteit beschikbaar is, is het mogelijk om daarop over te schakelen. In de praktijk betekent dat dat sommige (huishoudelijke) apparaten moeten worden omgebouwd. De koelkast kan bij voorbeeld koelen op 24 volt en gas.
Twee gevelkachels van elk 4,2 kW verwarmen de benedenverdieping. Het comfort kan concurreren met een cv-installatie.
Met een warmteterugwinapparaat wordt 90 procent van de warmte teruggewonnen. Tijdens zonarme perioden is een kleine noodstroom(aardgas)- aggregaat de aanvullende warmtebron. De warmte van de koellucht en uitlaatgassen wordt via een uitgebalanceerd ventilatiesysteem in de woning teruggebracht en verspreid. Hetzelfde geldt voor de warmte van sommige apparatuur. Zo wordt tijdens het koelproces warmte onttrokken aan het interieur van de koelkast.

Manager
De energie-installatie kost 60.000 gulden. Sjoerdsma en Altevogt venwachten dat een dergelijke investering kort na het jaar 2000 kan concurreren met conventionele vormen van elektriclteitsproduktie. „Het gaat nu nog om een experiment waar we veel van kunnen leren".
Zeker bewoners van zonnewoningen zullen er achter komen dat de voorraad energie wel gratis is. maar niet onbeperkt. In sommige gevallen zullen ze bepaalde apparatuur niet kunnen aanschaffen. Daar zal men bewust voor moeten kiezen.
„De mens die gebruik maakt van zonne-energie wordt een manager in de energiehuishouding. Dat kan op een speelse manier. Bepaalde beperkingen behoeven geen verslechtering te betekenen. Is een kwartier douchen minder fijn dan een uur?"

---
Nederland is vanwege zijn ligging niet het eerst aangewezen land voor zonne-energie. Toch schijnt de zon hier vaak genoeg om profijt van haar stralen te kunnen hebben. Deze 'onuitputtelijke' energiebron kan op drie manieren voor een dagelijkse portie warmte of elektriciteit zorgen.

De eenvoudigste (en goedkoopste) wijze is de passieve benutting van zonnestraling: laat de zon maximale toegang krijgen tot de bebouwde omgeving. Zonnecellen en zonnecoltectoren vormen twee andere mogelijkheden om zonne-energie te benutten.
De cellen -dunne plaatjes silicium- zetten zonlicht om in elektriciteit. De stroom kan direct gebruikt of opgeslagen worden in accu's. Momenteel wordt er veel onderzoek gedaan om de prestaties van zonnecellen te verhogen.
Men verwacht dat het huidige rendement kort na de eeuwwisseling verdubbeld zal zijn.
Zonnecellen kunnen dan concurreren met het elektriciteitsnet. Het worden de dakpannen van de toekomst. Ze worden thans gebruikt op plaatsen waar een kleine behoefte is aan energie of waar aansluiting op een elektriciteitsnet moeilijk of te duur is (lichtboeien, vakantiehuisjes).

Zonnecollectoren vangen ook zonlicht op. Een transparante ruit (glas of kunststof) bedekt de collector: het licht wordt in de collector door een speciale zwarte plaat 'gevangen'. De plaat wordt warm en draagt die warmte af. In of op de plaat zit een circulatiesysteem voor water, olie of lucht, die de warmte het huis invoert voor bij voorbeeld de verwarming van het huishoudelijk tapwater.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 21 maart 1989

Reformatorisch Dagblad | 32 Pagina's

Zonnehuisbewoner is energiemanager

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 21 maart 1989

Reformatorisch Dagblad | 32 Pagina's

PDF Bekijken