Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Theologisch onderwijs is door rapport in beweging

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Theologisch onderwijs is door rapport in beweging

„Kwaliteit, niet confessioneel gehalte belicht"

8 minuten leestijd

ZOETERMEER - Het theologisch onderwijs is in rep en roer nadat de zogeheten verkenningscommissie gisteren uitgebreide voorstellen uit de doeken deed om de kwaliteit van de theologie in Nederland te verbeteren. Voorop stond de kwaliteit van het onderwijs. De minister gaat nu de opleidingen zelf 'bevragen'. Het ziet er echter naar uit „dat er harde strijd zal ontbranden" over de invullingen van de adviezen.

Prof. dr. W. van 't Spijker van de Christelijke Gereformeerde Theologische Universiteit te Apeldoorn toonde zich tevreden. Hij sprak over een knap rapport dat een zuivere weergave biedt van de theologische wetenschappelijke situatie. „Het is wel zo dat slechts met wetenschappelijke technische maatstaven gerekend is. In het rapport is bij voorbeeld niets gezegd over het confessionele gehalte. We dienen echter te beseffen dat dit rapport geschreven is voor de minister en niet voor het kerkvolk", aldus de hoogleraar kerkgeschiedenis.

Oecumenisch ideaal

Het eigentijdse en de moderne ontwikkelingen in de theologie gingen de commissie zeer ter harte, getuige enkele uitspraken van de commissieleden, gisteren op het ministerie van onderwijs in Zoetermeer. Prof. H. A. Oberman wees er enerzijds op dat het naar een oecumenisch ideaal moest tussen Rome en het protestantisme. Anderzijds prees hij de duplex ordo, waardoor theologie en religie nog bijeen zijn. Dat is iets wat wij in het buitenland ook nodig hebben, aldus de hoogleraar uit Arizona. Prof. dr. A. H. Smits wees erop dat de ontwikkeling in de theologische opleiding steeds meer gaat in de richting van het algemene gesprek tussen de wereldgodsdiensten.

Landelijk instituut

Verder vindt de commissie het onontbeerlijk dat er een landelijk instituut voor de wetenschappelijke studie van theologie en religie (STER) komt, dat als hoeder en stimulator van het wetenschappelijk niveau en als kweekplaats van de toekomstige wetenschappers optreedt.

Bij de beoordeling van de theologische opleidingen (vier openbare, vijf rooms-katholieke, twee gereformeerde, een vrijgemaakt-gereformeerde en een christelijke gereformeerde) heeft de commissie het theologisch onderzoek vooropgesteld, gezien „het feit" dat hiervan de kwaliteit van het wetenschappelijk onderwijs afhankelijk is.

Op basis van een meting van onder meer het aantal publikaties en promoties, de kwalificatie van de wetenschappelijke staf, het aantal jonge onderzoekers en de externe beoordeling van onderzoeksprogramma's komt de commissie tot de conclusie dat Leiden en Groningen wetenschappelijk gezien de sterkste faculteiten zijn, dat Nijmegen „een faculteit met berg en dal" is en dat de VU en Utrecht tot de middelmaat behoren.

De overige opleidingen worden zwak tot zeer zwak genoemd. De Christelijke Gereformeerde Theologische Universiteit behoort tot de middelmaat en met name het werk van prof. dr. W. van 't Spijker en prof. dr. W. H. Velema kon de toets der kritiek doorstaan en wordt als wetenschappelijk sterk omschreven. Overigens is het zo dat strikt juridisch gezien de overheid op de opleiding van de Vrijgemaakte Kerken in Kampen en die van de christelijke gereformeerden geen enkele invloed heeft. De vrijgemaakten ontvangen geen enkele overheidssteun, terwijl de christelijke gereformeerden slechts voor 48 procent gesubsidieerd worden.

Op tweesprong

De theologiebeoefening in Nederland staat op een tweesprong tussen provincialisme en internationale oriëntatie, zo schrijft de commissie in het hoofdstuk "Op weg naar de 21e eeuw". De meeste faculteiten dreigen de aansluiting bij het internationale niveau te verliezen.

De commissie noemt als oorzaken structurele factoren, zoals de vermindering van het aantal leerstoelen, de systematische inperking van de tijd voor onderzoek, de toenemende onderwijslast en de tijdrovende vergaderplichten, die met het verbeterde democratische overleg binnen de moderne universiteiten hand in hand gaan.

Een heet hangijzer is ook het gelijktrekken van de predikantenopleiding aan die van de opleidingen van de Rooms-Katholieke Kerk. Men wijst echter ook op het gevaar dat de openbare theologische faculteiten hierdoor in hun bestaan worden bedreigd. Kort geleden stelde minister Deetman in een notitie waartoe de Hervormde commissie voor het theologisch-wetenschappelijk onderwijs (TWO) het initiatief had genomen voor dat de Hervormde Kerk op grond van een wetswijziging een bijzondere instelling van wetenschappelijk onderwijs kan oprichten.

Hervormde instelling

In de samenwerkingscontracten tussen zo'n hervormde instelling en een openbare universiteit moeten volgens de verkenningscommissie bepalingen worden opgenomen waardoor de openbare faculteiten geen gevaar lopen. Doordat de bijzondere instelling zelf de studenten inschrijft, verliezen deze faculteiten ongeveer twee derde van de studenten en daarmee goeddeels hun financiële basis. Verder bestaat er vrees over de wetenschappelijke onafhankelijkheid en over het onafhankelijke academische benoemingsrecht.

De duplex ordo (de scheiding tussen kerkelijke en wetenschappelijke vakken) heeft goede kanten, die gehandhaafd moeten blijven. Zij waarborgt de wetenschappelijkheid van de theologie, beschermt de vrijheid van onderzoek en sluit eventuele kerkelijke inspraak uit.

Utrecht nieuwe stijl

De commissie stelt voor in Utrecht, Leiden en Groningen een bijzondere instelling in te richten. In Utrecht moeten behalve de hervormden hierin de baptisten, oud-katholieken en vrij-evangelischen participeren. Er werd gisteren al gesproken over Utrecht nieuwe stijl. Door de opheffing van de Amsterdamse faculteit staan doopsgezinden en lutheranen „voor de moeilijke beslissing een nieuw thuis te vinden", dat de bijzondere instelling in Leiden met hervormden en remonstranten kan bieden.

Een heet hangijzer vormt ook het werk van de zogenaamde Amsterdamse faculteit, waaraan de namen van K. Deurloo en F. Breukelman verbonden zijn. „Een theologische faculteit die tot zo'n diepte is gedaald, kan geen respect afdwingen". Volgens Oberman zou het „rampzalig" zijn als de Universiteit van Amsterdam mocht besluiten de faculteit alsnog te handhaven. Deze oudtestamentici moeten maar onderdak zien te krijgen in Leiden. teiten gebeurt, bepalen wij zelf', zo laat Gevers weten.

Kampen

„Onze kansen om te overleven liggen niet onder de 50 procent", zegt prof. dr. K. A. Deurloo, dekaan van de met opheffing bedreigde Amsterdamse theologische faculteit. Er hangt volgens hem „ontzaglijk veel" af van hoe de hervormden, lutheranen en doopsgezinden zich zullen opstellen. Deze kerkgenootschappen hebben (een deel van) hun predikantenopleiding aan de Amsterdamse faculteit verbonden. Voorzitter drs. J. K. M. Gevers van het college van bestuur is „niet ondersteboven" van het werk van de verkenningscommissie.

Wat de gereformeerden betreft, adviseert de commissie dat de predikantsopleiding in toenemende mate aan Kampen wordt toevertrouwd. De VU kan zich dan specialiseren in theologisch onderwijs zonder de barrières van de klassieke talen. Kampen zou met de hervormde kerkelijke opleiding in Groningen een bijzondere instelling moeten formeren. Wetenschappelijk gezien is het in Kampen bij de gereformeerden erbarmelijk gesteld. Het hoog wetenschappelijk niveau van Groningen gecombineerd met de studenten van Kampen moet dan volgens de commissie leiden tot een volwaardige, uit twee afdelingen bestaande faculteit.

Prof. dr. O. J. de Jong van de theologische faculteit van de RU Utrecht was niet bereikbaar voor commentaar. Prof. dr. C. Graafland, hoogleraar vanwege de Gereformeerde Bond in Utrecht, deelde mee dat het rapport van de commissie hem nog niet bereikt had en dat hij daarom geen reactie kon geven.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 4 april 1989

Reformatorisch Dagblad | 14 Pagina's

Theologisch onderwijs is door rapport in beweging

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 4 april 1989

Reformatorisch Dagblad | 14 Pagina's

PDF Bekijken