Bekijk het origineel

Politiek links en rechts in Israël veroordelen aanslag op Arabieren

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Politiek links en rechts in Israël veroordelen aanslag op Arabieren

Palestijnen leven in grote angst door jacht op 'collaborateurs'

8 minuten leestijd

Het oostelijke, Arabische gedeelte van Jeruzalem blijft gespannen na de, naar het zich laat aanzien, vanuit extreem-rechts joodse hoek gepleegde terroristische aanslag op een groepje Arabieren afgelopen maandagavond. De vier hadden hun ramadanvasten na zonsondergang net onderbroken en verbleven bij een fraai wandelpad buiten de muren van de zogenoemde Oude Stad van Jeruzalem. Een man in uniform passeerde. Hij kwam enige tijd later terug en opende het vuur met een uzi-geweer. Een van de vier stierf en drie anderen raakten gewond. Als extra spanningverhogend element kwam daar donderdag het incident in het dorpje Nahalin bij, waarbij minstens vier Palestijnen werden doodgeschoten.

De aanslag in Jeruzalem kwam als een schok omdat hij sterke overeenkomsten vertoonde met de werkwijze van de joodse ondergrondse van enkele jaren geleden. Deze terroristen uit de gelederen van de kolonistenbeweging pleegden toen aanslagen op Palestijnen uit wraak voor het geweld van Palestijnse zijde. Ze werden ten slotte door de veiligheidsdienst gearresteerd.

Thans heeft een groep met de naam "Sicarii" de verantwoordelijkheid voor de aanslag opgeëist. Ze had het tot nu toe uitsluitend gemunt op joden die naar haar zin te linksgezind of te vriendelijk voor Arabieren waren.

Ooggetuigen

De moordenaar handelde op een plaats in Jeruzalem die ontspannen aandoet: bijna op de grens van Oost- en West-Jeruzalem, dus op die van het joodse en Arabische deel van de stad, op een wandelpad, bij de Jaffapoort, waar altijd veel joden, Arabieren en toeristen lopen.

Verschillende mensen zijn ooggetuige geweest van wat zich afspeelde. De politie heeft een groepje toeristen verzocht op kosten van de Staat nog enige dagen in het land te blijven om te helpen de dader te identificeren. Maar de meesten zijn toch vertrokken.

Scherpe veroordelingen

Joodse leiders van zowel rechtse als linkse signatuur hebben de aanslag in scherpe bewoordingen veroordeeld. Men is het zich terdege bewust dat de intifada (Palestijnse opstand) een grimmiger fase in zal gaan als burgers het recht in eigen hand nemen. Ook premier Sjamir, die deze week nog in de Verenigde Staten was, heqft de daad afgekeurd. Hij wees erop dat de daders zich buiten de Israëlische -samenleving hebben geplaatst.

Ook de Israëlische pers heeft de actie veroordeeld. Het dagblad Ma'ariv schreef dat dergelijke aanvallen „de animositeit tussen de twee volken verdiepen en de kans op het bereiken van een politieke overeenkomst die acceptabel is voor beide partijen verkleint". Volgens de krant kan worden verondersteld dat dit precies is wat de aanvallers willen, namelijk het saboteren van de kansen om een overeenkomst te bereiken, het extremisme te stimuleren en de haat en de verdeeldheid te vergroten. De krant hoopt dat de veiligheidsdienst er snel in zal slagen de daders van deze „afschuwelijke misdaad" op te pakken. Ook hoopt het blad dat de regering de doodstraf weer voor dergelijke misdadigers in zal stellen, zodat de schuldigen, „of ze nu Arabieren of joden zijn, zelfs opgehangen kunnen worden".

Rellen op de Tempelberg

Omtrent de motieven van de dader valt nog niet veel met zekerheid te zeggen, zolang hij nog niet achter de tralies zit, maar verschillende waarnemers hebben de daad geassocieerd met de rellen op de Tempelberg die vorige week vrijdag plaatsvonden.

Op deze eerste vrijdag van de islamitische heilige maand braken op de Tempelberg voor het eerst in maanden weer ongeregeldheden uit. De relschoppers gooiden stenen over de rand van het islamitisch heiligdom op de joden die bij de lager gelegen westelijke muur baden. Veel Israëliërs werden door dit incident ernstig geschokt. Voor 1967 -toen de Oude Stad van Jeruzalem nog in de handen van de Jordaniërs was— was het voor de joden onmogelijk te bidden op deze meest heilige plaats voor het jodendom. Maar in'juli 1967 kwam daar een einde aan. Dit werd en wordt door de Israëliërs beschouwd als een van de belangrijkste verworvenheden van de Zesdaagse Oorlog.

Het religieuze blad Hatzofeh memoreerde er deze week aan dat de staat Israël op zich tolerant tegenover het islamitisch geloof staat en dat de moslims zelf de verantwoordelijkheid hebben voor de orde op de berg. Onmiddellijk na de inbezitneming droeg Israël het bestuur over aan de moslimautoriteiten, de zogenaamde Waqf. De krant pleit voor een stevige hand. „Zolang Israël niet met daden bewijst dat de Tempelberg en de Oude Stad een onderscheidbaar deel zijn van de staat Israël, is het hoogst twijfelachtig of de gemoederen zullen kalmeren", meent zij. .

De krant kon gerust zijn: Deze week bevonden zich duizenden extra politiemannen in Jeruzalem, van wie alleen al honderden in de buurt van de Tempelberg. Bij de eerste de beste spoor van onrust vrijdag konden ze meteen naar de wapenstok en traangasgranaten grijpen.

PLO intenties

Deze week waren in Jeruzalem vooral de ontwikkelingen aan het diplomatieke front in het nieuws. Sjamir heeft bij zijn bezoek aan Washington voorgesteld verkiezingen te houden onder de Palestijnen. Met de leiders die dan gekozen worden, wil Israël praten. Zowel Jordanië en Egypte als de Palestijnse bevrijdingsorganisatie PLO hebben laten weten op zich niet tegen verkiezingen te zijn, maar dat deze niet onder een Israë-, lische heerschappij mogen plaatsvinden.

Wat de PLO dus eigenlijk wil, is dat het leger zich terugtrekt. Zo'n terugtrekking is voor Sjamir en het grootste deel van de bevolking nog steeds onacceptabel. Een uitspraak van Farouk Khaddoumi, een van de belangrijkste leiders in de PLO naast Yasser Arafat, maakt duidelijk waarom. Hij zei op de Arabische service van de BBC dat het terugwinnen van „een deel van 'het thuisland" (dat wil zeggen de westelijke Jordaanoever en de Gazastrook) niet tot gevolg zal hebben dat de Palestijnen de rest van hun land weggeven. Dit bevrijde gebied zal dan voor de Palestijnen de basis vormen voor „het najagen van de volgende fase".

Toch staat Arafat onder druk om een gematigd standpunt in te nemen. Deze pressie komt van onder anderen de Palestijnen die onder de Israëlische heerschappij leven. Want de intifada heeft tot nu toe niet geleid tot enige praktische verbeteringen voor de Palestijnen. Integendeel, terwijl het leven aan Israëlisch-joodse zijde gewoon doorgaat, klinken er uit de Palestijnse gemeenschap berichten van grote verwarring en angst. Angst voor het leger en voor elkaar. Want bijna dagelijks zijn er meldingen van aanslagen van Arabieren op Arabieren, vaak onder het voorwendsel dat het slachtoffer een collaborateur zou zijn.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 15 april 1989

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

Politiek links en rechts in Israël veroordelen aanslag op Arabieren

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 15 april 1989

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

PDF Bekijken