Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Gorter, de dichter van

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Gorter, de dichter van "Mei", als een reporter met zijn blik op oneindig

Watergracht en oud stadje Balk is na een eeuw nog niet veel verjongd

6 minuten leestijd

"Een nieuwe lente en een nieuw geluid:/ Ik wil dat dit lied klinkt als 't gefluit,/ Dat ik vaak hoorde vóór een zomernacht/ In een oud stadje langs de watergracht". Wie kent deze schone versregels niet of niet meer? Natuurlyriek van een dichter, die later politiek het marxisme aanhing, maar cultureel toch weinig van socialistisch realisme en de 'heffe des volks' leek te moeten hebben. Herman Gorter (1864 tot 1927) is de maker van dit beroemde "Mei" en het oude stadje met de "gracht" is Balk in het Friese Gaasterland. Gorter staat er, als beeldje op de kade, bij een bruggetje en naast het raadhuis. Zijn brilletje ontbreekt nu, door vandalisme en diefstal.

Het is precies een eeuw geleden dat Gorter dit lange gedicht van zo'n 4500 regels publiceerde. Het is de lofzang op het meisje Mei en haar tragische liefde voor de —aan de Germaanse mythologie ontleende- god Balder. Gorter, die in Wormerveer ter wereld kwam, studeerde klassieke talen, was bevriend met mannen van "Tachtig" als Willem Kloos, met Alphons Diepenbrock en Homerus-vertaler Aegidius W. Timmerman en onderging ook de invloed van Multatuli.

Duizenden regels "Mei"

Als jong dichter schreef hij sonnetten en een episch-lyrisch, onvoltooid gebleven, "Lucifer", over Gorters 'bevrijding' van zijn autoritaire vader en van zijn verleden. Maar deze dichter van "Verzen" en "De school der poëzie" en vertaler van Spinoza's "Ethica" zou naam maken met één werk, "Mei, een gedicht", hoewel hij later brak met de beweging van Tachtig.

Hij schreef de duizenden regels tussen 18 april 1887 en 15 november 1888, publiceerde in februari 1889 in "De Nieuwe Gids" de Eerste Zang van het gedicht en op 19 maart van dat jaar verscheen de complete gedrukte "Mei".

Doopsgezinde dominees
Daarmee bereikte de poëzie der Tachtigers een hoogtepunt van schoonheidsverering en buitengewoon sterke "taalmuziek". De invloed van de klassieke en de Germaanse mythologie is onmisikenbaar. Maar waarom zou Gorter, die later in Amsterdam woonde en aanvankelijk theologie had willen gaan studeren, bij dat "oude stadje" uitgerekend zijn

Fotobijschrift"De "watergracht in het oude stadje": het gekanaliseerde riviertje de Luts in het Friese Balk. Links het raadhuis met ervoor het beeldje van Herman Gorter, die zijn "Mei" overigens niet in Balk heeft geschreven.

blik op Balk in Friesland hebben laten vallen?

Dat is niet zo verwonderlijk. Herman Gorter was de zoon van ds. Simon Gorter, die doopsgezind predikant (in Aalsmeer en later in Wormerveer) en letterkundige was. Naast publikaties in De Gids en de Volksalmanak schreef hij later —nadat hij om gezondheidsredenen zijn ambt had neergelegd en hoofdredacteur van de krant Het Nieuws van den Dag werd— tal van artikelen. Welnu, Simon Gorter was zelf ook de zoon van een doopsgezinde dominee. Hermans grootvader stond in Balk en Herman logeerde vaak bij hem, in het oude stadje met z'n smalle stadsgracht, die in wezen geen gracht is, maar het hier gekanaliseerde riviertje de Luts.
    Herman Gorter hield van Balk. Hij schreef er lyrisch over in zijn autobiografie. „De huizen zijn er grotendeels uit de 17-de en 18-de eeuw met luifels en trapgevels en aan beide zijden is de gracht met glad geschoren linden beplant en met grote zogenaamde balstenen bestraat, waarover op marktdagen de zware boerenkarren hotsen. Aan de stille zijde stond de pastorie met eromheen een wereld van appel-, pere- en kersenbomen".

Dromerig Fries stadje

Nu, een eeuw later, gaan wij een kijkje nemen in Balk, zo'n dertien kilometer van Lemmer, en afgezien van een enkele auto en fiets aan de kaden van de Luts is het nog een dromerig oud stadje met een paar kerken, een trapgevelraadhuis, een paar ouderwets aandoende winkeltjes, een Herman-Gorterstraat in de nieuwbouwwijk en het bescheiden beeldje van de dichter bij de brug op de vernieuwde kadewand naast het raadhuis. Op het beeldje staat, hoewel we dat mochten verwachten, niét de aanhef van het beroemde gedicht met de regels die Balk een plaats gaven in de schone vaderlandse letteren.

Er staan wèl naam en jaartallen van Gorter op en dat dit beeldje in 1982 is aangeboden ter gelegenheid van het honderdjarig bestaan van de Balkster Courant door D. Hoekstra BV. Wie niet beter weet, zal denken dat Gorter een vroegere redacteur van dit krantje was, want hij staat in brons met schrijfbloc en pen in aanslag en de blik op oneindig(e verten?). Eerder een journalist die op Prinsjesdag langs de route de Gouden Koets beschrijft dan een dichter die in de pastorie van zijn opa, het huidige pand Raadhuisstraat 37, op een zolderkamer ook aan "Mei" zou hebben gewerkt. Dat laatste klopt overigens geheel niet, want het gedicht kwam tot stand in Amsterdam, bij een bevriende familie in Beverwijk en in Amersfoort, waar Herman korte tijd leraar klassieke talen was.

Liefde van en voor "Mei"

Erg veel was er in Balk in maart nog niet te merken van "Mei". Dat kan natuurlijk volgende maand nog veranderen... Overigens is het denkbaar dat de omgeving van Balk de dichter wel tot deze lichte muzikale poëzie inspireerde: de (Zuider)zee, weilanden, de wijdse verten waren hier binnen handbereik. Maar zijn grootste inspiratiebron voor dit liefdesgedicht was toch Wies Cnoop Koopmans. Wies was het die zijn (eerste) vrouw zou worden en aan wie hij in het grootste geheim telkens delen van zijn "Mei"-in-wording toezond.
    Het geheel bestond uit drie zangen over de komst van Mei op aarde, haar liefde voor Balder, haar zoektocht in hoger sferen, haar terugkeer naar de aarde en haar dood. Vol beeldspraak en aan de natuur en Homerus ontleende vergelijkingen bezingt de jonge dichter het verlangen van Mei naar de geliefde Balder en in wezen zijn verlangen naar de al vroeg gestorven Wies Cnoop Koopmans. Over Mei zegt hij bij voorbeeld in Boek II: „Ze had niet één gedachte en geen woord/ Kan daarom zeggen wat ze dacht, gehoord/ Kan niet het teerste worden van een ziel". Het is lyriek en 'muziek' met een blijvende waarde, ook als men de wereld van de dichter en van "Mei" niet tot de zijne kan rekenen.
    Mijn eerste kennismaking met "Mei" en andere poëzie van Gorter was destijds in de goedkope Ooievaar-pockets van Bert Bakker, die ook de bloemlezing uit Gorter "De dag gaat open als een gouden roos" uitgaf. Poëzie, vind ik, die na een eeuw nog niet onder het stof behoort te worden bedolven.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 april 1989

Reformatorisch Dagblad | 26 Pagina's

Gorter, de dichter van

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 april 1989

Reformatorisch Dagblad | 26 Pagina's

PDF Bekijken