Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Voetius' reformatorisch programma voor de theologie is nog steeds actueel

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Voetius' reformatorisch programma voor de theologie is nog steeds actueel

„Theologische wetenschap verbonden met vroomheid blijft mogelijk"

12 minuten leestijd

APELDOORN — Aan mij is de vraag voorgelegd of "wetenschappelijke beoefening van de theologie in de toekomst nog wel te combineren is met vroomheid". Deze vraag komt niet uit de lucht vallen. Zij wordt gesteld in verband met het rapport van de Verkenningscommissie Godgeleerdheid. Ik zal in het vervolg van dit artikel de afkorting gebruiken die de commissie in vakkringen heeft gekregen, VCG.

(De Verkenningscommissie Godgeleerdheid, ingesteld door minister Deelman om de in Nederland beslaande dertien instellingen voor theotogieheoefening (kosten: jaarlijks 65 miljoen) door te lichten, kwam lol de conclusie dat er uiteindelijk maar zes van die opleidingen zouden moeien overblijven. Naar aanleiding van dit rapport verscheen verleden week in onze krant een eerste artikel van ds. C. den Boer, studiesecretaris van de Gereformeerde Bond. Prof. dr. W. H. Velema, als hoogleraar verbonden aan de Theologische Hogeschool van de Christelijke Gereformeerde Kerken te Apeldoorn, gaal vandaag in op de vraag of wetenschappelijke beoefening van de theologie in de toekomst nog wel te combineren is met vroomheid. In een derde artikel zal dr. .1. van Oordt het rapport wetenschappelijk doorlichten.)

Het feit dat de vraag in dit kader gesteld wordt, doet vermoeden dat er zijn die voor deze verbinding in de toekomst geen ruimte meer zien. Wie zouden tot de twijfelaars op dit punt behoren? De theologen zelf, de werkers in theologische instituten, predikanten en gemeenteleden. De vraag suggereert dat ieder die van de resultaten van het rapport kennis neemt met recht een vraagteken kan zetten achter de verbinding van wetenschappelijke beoefening van de theologie en vroomheid.

Waarom dit vraagteken? Het antwoord op deze vraag is niet te geven zonder iets over het rapport zelf te zeggen. De minister heeft heel het wetenschappelijk theologisch bedrijf laten doorlichten. Daarvoor was reden genoeg. De overheid investeert jaarlijks een aanzienlijk bedrag (zoals bekend 65 miljoen gulden) in de theologie. Wat is het rendement daarvan? Het wil mij voorkomen dat die vraag op zichzelf begrijpelijk is en dat het daaruit voortvloeiende onderzoek te billijken is.

Zo is het dan gebeurd! Dat daarbij leemten worden geconstateerd, gebreken werden aangewezen, en dat er dus kwetsuren bij een aantal instellingen werden opgelopen, behoeft niet te bevreemden. Het is niet allemaal even doelmatig georganiseerd. Het werkt niet allemaal effectief genoeg.

 De schrijver van dit artikel heeft het voorrecht te werken aan een wetenschappelijke instelling die voor minder dan de helft door de overheid wordt gesubsidieerd. De Christelijke Gereformeerde Kerken hebben bewust gekozen voor deze minderheidspercentage-subsidie van het jaarlijkse budget. Het betekent dat de kerken baas in eigen theologisch huis zijn gebleven en blijven. Dat maakt de positie met het oog op het schrijven van dit artikel gemakkelijker dan wanneer een schrijver verbonden is aan een volledig gesubsidieerde universiteit.

Redelijke beoordeling

Bovendien heeft Apeldoorn van de VCG een redelijk judicium (= beoordeling) gekregen. Het stemt ons tot dankbaarheid dat het werk aan waarderen is aangemerkt. Hoewel bij het wetenschappelijk bedrijf betrokken, sta ik toch enigermate ter zijde, omdat ik werk aan een door de kerken onderhouden instelling.

Waardering en bezwaren

Overigens is het met de naamgeving wel vreemd gesteld. Onlangs maakte ik een vergadering mee georganiseerd door de Vereniging van Samenwerkende Nederlandse Universiteiten. Daar zaten vertegenwoordigers van zes theologische faculteiten en van zeven (voormalige) theologische hogescholen. Wat deed zich daar nu voor in de naamgeving? De laatsten (vroeger dus hogescholen) werden in die kring universiteiten genoemd en de eersten werden als faculteiten aangeduid.

Voor mijn gevoel een breuk met het verleden. Alsof de faculteiten geen universiteiten vertegenwoordigen, en alsof hogescholen (met slechts één faculteit) universiteiten zijn, met allerlei faculteiten. Deze naamsverandering -het opvijzelen van instituten tot universiteiten- past in het hedendaagse klimaat van veralgemenisering en het wegwerken van zeer reële verschillen. Een uniformering die te denken geeft, juist als onderzoek naar het wetenschappelijk peil en rendement niet in alle opzichten bevredigend is, om het zacht te zeggen. Intussen is deze naamgeving een wettelijke en maatschappelijke werkelijkheid.

Wij hebben waardering voor de grondige werkwijze van de VCG. Toch heeft zij naar mijn oordeel op zijn minst twee fouten gemaakt. De betrokkenheid van het theologisch wetenschappelijk onderwijs op de kerken is onvoldoende in rekening gebracht. Voor onderzoek was alle aandacht, voor onderwijs aan aanstaande predikanten veel minder. Vervolgens: De maatstaf die gehanteerd werd was in belangrijke mate de internationale uitstraling en verbondenheid van de theologie. Beide bezwaren hangen met elkaar samen. Dat er ook wetenschappelijke publikaties ten dienste van de kerk en haar dienaren verschijnen, werd onvoldoende of soms helemaal niet erkend. Dat bij voorbeeld een blad als "Theologia Reformata" geheel buiten de telling (of beter buiten de weging) bleef, is daarvan een schril en schrijnend bewijs.

Dit alles had ik als achtergrond nodig om de vraag die de redactie mij voorlegde te beantwoorden. Vanuit mijn positie antwoord ik voluit ja op de vraag. Ik doe dat niet maar omdat Apeldoorn de subsidie zou kwijtraken als het antwoord neen moest zijn. De Christelijke Gereformeerde Kerken zouden inderdaad subsidie moeten afwijzen als de overheid aan de verstrekking ervan de voorwaarde verbond theologische wetenschap zonder geloof te bedrijven. Dan zou Apeldoorn zijn levensader worden afgesneden.

 Gereformeerde theologie, zoals wij die trachten te beoefenen, is ondenkbaar zonder geloof in de God van de Openbaring en zonder de geloofsbelijdenis dat de Schrift tiet Woord van God is, waarin Hij Zichzelf aan ons openbaart. Het is met name Herman Bavinck geweest die in zijn rede "De weten.schap der Heilige Godgeleerdheid" (1883) en in "Godsdienst en godgeleerdheid" (1902) dit standpunt geheel in de lijn van de Reformatie heeft verdedigd. Nog onlangs is erop gewezen dat Abraham Kuyper er een merkwaardige wetenschapsbeschouwing op heeft nagehouden. Dat deed prof. J. Klapwijk in zijn bijdrage aan de bundel "Abraham Kuyper. Zijn volksdeel. Zijn invloed" (Delft 1987).

Verlaagd

Terloops moge ik eraan herinneren dat we de lijn van Kuyper (en niet die van Bavinck) tegenkomen in de omschrijving die dr. W. J. Ouweneel van theologie heeft gegeven. Hij noemt de theologie "een vakwetenschap, waarin het logisch denkvermogen van de onderzoeker zich verdiepend, analyserend, abstraherend en systematiserend bezighoudt met het bijbelse geloofsgoed zoals dat vervat is in de Schrift", "Woord en wetenschap" (Amsterdam 1987, blz. 59).

Met deze omschrijving lijkt mij de theologie verlaagd te zijn tot wetenschap van de godsdienst, in dit verband van de godsdienst (samengevat in het geloofsgoed) van de Bijbel te weten van de schrijvers en van de mensen die erin beschreven worden. Voor dit onderzoek is geloof geen voorwaarde. Zeker, wie zelf uit dat geloofsgoed leeft, zal als gelovige de Bijbel onderzoeken. De omschrijving maakt echter niet duidelijk dat voor het onderzoek van dat geloofsgoed geloof een vereiste is, evenmin als men mohammedaan moet zijn om het geloofsgoed van de islam te onderzoeken.

Theologie zou slechts een vakwetenschap zijn. Dat is in de lijn van Kuyper (en dan nog niet van de hele Kuyper), niet in de lijn van Bavinck en van de Reformatie.

Het rapport van de VCG is besproken op een door theologen druk bezocht symposium in Amsterdam, gehouden op 20 mei. Via officiële rapportage in de kring van vakgenoten is mij duidelijk geworden dat de VCG daar ook andere opvattingen van theologie dan die welke in het rapport domineerde, wil aanvaarden als wetenschappelijke theologie. Dit versterkt mij in de overtuiging dat de theologische wetenschapsbeoefening verbonden met vroomheid, ook na het verschijnen van dit rapport en het verwerken van de resultaten ervan, mogelijk blijft.

Geen Godgeleerdheid

Dan komt het erop aan dat de theoloog persoonlijk het geloof kent en beoefent. Dat zijn wetenschap geen doel in zichzelf is, maar dienst aan God, aan de kerken en aan de mensen, tot eeuwig behoud. Dat niet de rede of het intellect beslist over wat waarheid is. Ons hart moet ervoor geopend worden door de Heilige Geest. Dan kan het verstand het orgaan zijn om te verstaan wat God te zeggen heeft. Een theologie die niet door vroomheid, niet door godvrucht wordt bepaald, is -om dat prachtige woord voor de theoloog maar eens te gebruiken- geen Godgeleerdheid. Zij is niet door God geleerd. Zij is een speciale gestalte van de godsdienstwetenschap.

Ik ben ervan overtuigd dat Voetius" verlangt naar de verbinding van wetenschap en vroomheid iets radicaal anders beoogde dan de een of andere vorm van godsdienstwetenschap. Of de aldus beoefende theologie aan de faculteiten van de universiteiten welkom zal zijn en daar een royaal onthaal zal vinden, is een zaak die valt buiten de beantwoording van de aan mij gestelde vraag. Ik zal er mij dan ook niiet over uitlaten.

Wel wil ik aan het slot met nadruk stellen dat het rapport van de VCG de theologie voor de uitdaging van zelfonderzoek heeft gesteld. Wie bent u? Wat doet u, wat beoogt u ( waarvoor werkt u? Dat is de indringende vraag. Ons antwoord is dat Voetius" zinspreuk actueler is dan ooit. De van gebed doortrokken uitvoering van zijn programma is de enige manier om als wetenschap van de Heilige Godgeleerdheid in een geseculariseerde samenleving te overleven.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 20 juni 1989

Reformatorisch Dagblad | 12 Pagina's

Voetius' reformatorisch programma voor de theologie is nog steeds actueel

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 20 juni 1989

Reformatorisch Dagblad | 12 Pagina's

PDF Bekijken