Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

FWZ wil betere positie koopvaardij

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

FWZ wil betere positie koopvaardij

Nota over zeescheepvaart in Europees perspectief onderweg naar 1992

5 minuten leestijd

ROTTERDAM - De Federatie van werknemersorganisaties in de zeevaart (FWZ), de bij de FNV aangesloten vakbond waarvan drie kwart van de zeevarenden van de Nederlandse koopvaardij lid is, heeft de regering opgeroepen zich sterk te maken voor verbetering van de positie van de koopvaardij in Europees verband. In de eind vorige maand gepubliceerde nota "Zeescheepvaart in Europees perspectief' constateert de bond dat met de tot nu toe in Nederland getroffen maatregelen het doel niet bereikt kan worden.

Het bestuur van de FWZ heeft zijn opvattingen over de zeescheepvaart onderweg naar Europa 1992 in een uitgebreide notitie neergelegd. Het eerste ontwerp is, na een bespreking met de Koninklijke Nederlandse Redersvereniging (KNRV), de Vereniging van Nederlandse reders in de Kleine Handelsvaart (VN'RK) en de besturen van de Algemene vereniging van zeevarenden (AVZ) en de Vereniging van kapiteins en officieren ter koopvaardij (VKO) aangescherpt. De nota is onder meer verzonden aan de regering en de Tweede Kamer.
In de inleiding van de nota stelt de FWZ dat de Nederlandse overheid in de jaren 1985 tot en met 1988 een aantal maatregelen trof om de concurrentiepositie van de Nederlandse zeescheepvaart ten opzichte van het buitenland te versterken. Genoemd worden: het verminderen van de wettelijk voorgeschreven bemanningssterkte, het verruimen van de mogelijkheden met goedkope buitenlandse zeevarenden te varen, het experimenteren met zogenaamde kernbemanningen, het treffen van fiscale faciliteiten voor zeevarenden die aan de reder ten goede komen en het voortzetten, zij het op lager niveau, van de Investeringspremie Zeescheepvaart (ipz).

Onvoldoende

Geconstateerd wordt dat deze maatregelen een positieve werking hebben gehad op het vlootbestand. Veel reders zijn van oordeel dat zij op onderdelen onvoldoende zijn geweest. De maatregelen hebben er wel toe geleid dat Nederland niet uit de pas is gaan lopen met de andere landen van de Europese Gemeenschap waar men via andere maatregelen de concurrentiepositie wil versterken.

De experimenten met kleinere bemanningen en het toelaten van goedkope Aziatische bemanningsleden op de Nederlandse vloot beoogden de concurrentiepositie van de Nederlandse koopvaardij te verbeteren, maar hadden tot gevolg dat de werkgelegenheid afnam.

De FWZ is van mening dat alleen een gezamenlijk optreden van de EG-landen kan leiden tot herstel van de Europese en daarmee ook de Nederlandse koopvaardij. De EG-landen moeten gezamenlijk de .strijd aanbinden tegen de oneerlijke concurrentie van de scheepvaart onder goedkope vlag. De neergaande spiraal waarbij rederijen voortdurend op zoek zijn naar goedkopere bemanningen en goedkopere vlaggen voor hun schepen moet worden doorbroken, zo meldt de nota.

Men is van oordeel dat dat kan als de EG eisen stelt aan de schepen die worden ingezet voor het vervoer van en naar de lidstaten. Het inter-Europese vervoer moet worden opengesteld voor alle lidstaten; andere landen zouden daaraan slechts op basis van wederkerigheid mogen deelnemen als ze voldoen aan de Europese normen. De scheepvaart onder goedkope vlag en met goedkope Aziatische arbeidskrachten, moet daarbij geweerd worden.

Landelijk niveau

De FWZ is ervan overtuigd dat ook op landelijk niveau maatregelen nodig zijn om het teloor gaan van de Nederlandse zeescheepvaart te verhinderen. Behalve voor het treffen van maatregelen dient Nederland zich in de EG ook sterk te maken voor het sociale gezicht van Europa. Niet alleen voor degenen die aan de wal werken maar ook voor zeevarenden. Gewezen wordt tevens op de politiek-militaire strategische betekenis van de Nederlandse handelsvloot. Gesteld wordt dat in tijden van internationale spanning de Nederlandse scheepvaart onmisbaar zal zijn bij het zeker stellen van de eigen noodzakelijke aan- en afvoer. Dan kan niet of misschien in geringe mate gerekend worden op de scheepvaart onder buitenlandse vlag.

De opvatting van de overheid dat de bemanning van een schip er slechts voor heeft te zorgen dat het schip veilig van de ene haven in de andere komt, deelt de FWZ niet. Men is van oordeel dat de bemanningssamenstelling, niet rechtstreeks noodzakelijk voor de voortgang op zee, niet aan de inzichten van de reder mag worden overgelaten. Gewezen wordt op het feit dat de opvatting van de Nederlandse overheid strijdt met de door het Europees Parlement aangenomen resolutie inzake de veiligheid op zee.

Fiscale faciliteiten

Wat allerlei fiscale faciliteiten betreft wordt in de nota gesteld dat die alleen ten goede mogen komen aan schepen die ten minste met een volledige Nederlandse veiligheidsbemanning zijn bemand. Het bestuur van de FWZ is van oordeel dat de ipz voorlopig dient te blijven bestaan. De aan de regeling klevende nadelen dienen echter teniet gedaan te worden. Zo dient de premie op 25 procent van de nieuwbouwprijs te worden gebracht en de werkingsduur aanzienlijk te worden verlengd tot de economische levensduur van een schip.

Gelet op het toenemend aantal ongelukken zal ook de nodige aandacht aan onderwijs en opleiding geschonken dienen te worden. Binnen de EG worden initiatieven ontwikkeld om de maritieme opleidingen te normaliseren en te zijner tijd een Europese Scheepvaartopleiding in het leven te roepen.

Het FWZ bestuur is ook van mening dat de Nederlandse overheid initiatieven moet ontplooien om de basisvoorwaarden voor een veilige vaart mogelijk te maken. In eerste aanleg dient het veiligheids- en milieubewustzijn in alle zeevaartopleidingen als integrerend deel van het leerprogramma opgenomen te worden. De werkomstandigheden aan boord van de schepen dienen zoveel als mogelijk is te worden verbeterd.

Ferryvervoer

Een van de gevolgen van de Europese eenwording in 1992 zal zijn dat de schepen die varen tussen Nederland en Groot-Brittannië formeel aan het binnenlands verkeer zullen deelnemen. Proble men zoals beëindiging van de belastingvrije verkopen en de btw-vrijstelling komen dan aan de orde. Dit verslechtert de concurrentiepositie. De Nederlandse overheid dient er in EG verband voor te pleiten dat het ferryvervoer in de EG slechts kan plaatsvinden met schepen onder een der vlaggen van de EG-landen en ook bemand moet zijn met EG-onderdanen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 3 juli 1989

Reformatorisch Dagblad | 14 Pagina's

FWZ wil betere positie koopvaardij

Bekijk de hele uitgave van maandag 3 juli 1989

Reformatorisch Dagblad | 14 Pagina's

PDF Bekijken