Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

"Wilhelmus" en "Marseillaise" bij calvinisme en de Beeldenstonn

'Uitwijkelingen' uit Plancius' geboortestreek plantten kerk en industrie in Engelse Sandwich

15 minuten leestijd

Vluchtelingen ter wille van hun calvinistisch geloof herdenken in een middeleeuwse, ook nu nog zeer rooms-katholieke kerk; in een academische zitting die door de plaatselijke pastoor wordt besloten met een oecumenisch gebed en met het spelen van zowel het Wilhelmus, God save the Queen en de Brabanqonne als de Marseillaise en het "Alle Menschen werden Brüder": kan dat? In België kon het, in het nu bijna vergeten plaatsje Dranouter in het schitterende Westvlaamse heuvelland tussen leper en de Noordfranse stad Bailleul, die voor de Vlaming en de Groot-Nederlander gewoon Belle heet. Wij bezochten daar de plechtige opening van de expositie "Opstand en Uitwijking", gewijd aan de massale calvinistische uittocht uit dit Vlaamse en Frans-Vlaamse Westkwartier naar veiliger streken. Zoals naar Leiden, Londen en Sandwich.

Het is een wat merkwaardige gang met die -kennelijk reizende— expositie in de St.-Jan-de-Doperkerk te Dranouter (dat ook Dranoeter heet), in het glooiende land van de Kemmel-, de Zwarte- en de Rode berg, tussen Loker en Nieuwkerke en op loopafstand van de Franse grens, die hier geen echte scheiding brengt in Vlaanderen. Want het is de streek waarin ook Steenvoorde, Saints-JansCappel, Godewaersvelde, Boeschèpe, Hazebrouck, Caster, Steenwerck en zoveel andere plaatsen met Nederlandse namen liggen. Het is de Westhoek, waar de Geuzen sterk kwamen opzetten en waar in 1566 de Beeldenstorm uitbrak, die vanhieruit oversloeg naar andere steden in Vlaanderland en het Noorden.

Leiden en Sandwich

Maar merkwaardig vond ik dat deze expositie in Dranouter —geboortestad van Pieter Platevoet, die wij later in Amsterdam als de kaartkundige en predikant Petrus Plancius zullen tegenkomen— voor een deel al in de Hooglandse kerk te Leiden te zien was. Daar waren in juni twee exposities ingericht: "Leiden, 400 jaar stad van vluchtelingen", èn "Vluchten uit Vlaanderen". Deze laatste kwam tot stand in samenwerking met de Geschied- en Familiekundige Kring Westhoek in Vlaanderen en met het Engels historisch genootschap "Historical Link Flanders-Kent". Déze expositie was grotendeels dezelfde als "Opstand en Uitwijking - Vluchtelingen uit het Westkwartier naar Sandwich tijdens de 16e eeuw".
En om het nog ingewikkelder te maken: de expositie in de Westvlaamse gemeente Heuvelland gaat terug op de Engelse, die al vorig jaar juli te zien was in de St. Pieterskerk te Sandwich in Kent. Daar is op 23 juli 1988 door de toenmalige Vlaamse minister Paul Breyne en de burgemeester van Sandwich van destijds, mevr. Pauline Leith, een gedenkplaat onthuld waarop de historie van de om hun geloof —en om de commercie: de lakenindustrie!— uit Vlaanderen naar Kent uitgewekenen werd vastgelegd.
De Anglicaanse St. Pieterskerk van Sandwich werd vanaf 1563 aan de Vlaamse 'inwijkelingen' ter beschikking gesteld. Op zondag 23 juli van dit jaar wordt opnieuw in deze kerk een plechtige herdenkingsdienst gehouden en het is de bedoeling dat dit een zich herhalend gebeuren wordt.

Plancius / Platevoet

Bij de opening in Dranouter waren diverse hoogwaardigheidsbekleders aanwezig en Britse en Vlaamse historici die ook in Leiden van de partij waren. Onder hen de Vlaamse oud-minister en de oud-burgemeester van Sandwich, dat in de 16e eeuw door de Vlaamse 'uitwijkelingen' Zandwijck werd genaamd. De handeling bestond uit het EngelsVlaams doorknippen van linten in de kerk van Sint Jan, waarachter een gedenkteken de in 1552 geboren zoon van Dranouter, Platevoet alias Plancius, vooral eert als kaartkundige en zeevaarder.
De vrij bescheiden expositie met veel foto's en oude documenten kreeg in de kerk een plaats juist onder een reusachtig schilderij van een voor dit onderwerp nogal pijnlijke gebeurtenis: hoe de Bosgeuzen in Dranoeter in 1568 drie priesters „die trouw bleven aan de heiige Mis" hebben vermoord. De twaalf thema's gingen onder meer over de bekende vluchtelingen-gemeente van Austin Friars in Londen (met als voorgangers en oudsten Maarten Micron, Godfried van Wingen en anderen), het Westkwartier en Kent, de Nederlanden en Engeland, de Textiel, Kerk en volksgeloof en Kritische geluiden en vernieuwing. Ze werden getoond onder enkele zeer roomse kruiswegstaties...

Verzoenings-bedevaart

Het lijkt een ironie der historie: een expositie over de beeldenstorm, de inquisitie en de vlucht voor Spanje en Rome bekijken in een ouderwetse roomse kerk, waarbinnen en waarbuiten (met de Tombe aan de Eikelstraat) de herinnering IER aan de moord op drie priesters door de Geuzen levend wordt gehouden. Bovendien wordt elk jaar op de derde zondag van september een bedevaart ondernomen naar het Kruis van de Zwarte Molen buiten Dranouter.
Dat is echter geen puur rooms-katholieke aangelegenheid meer, want dit kruis, dat juist tachtig jaar geleden op de Zwartemolen-heuvel werd opgericht door pastoor Lootens, moet nu voor heel Frans- en West-Vlaanderen dienen als symbool van de eenheid tussen christenen en vooral als teken van verzoening om na vier eeuwen de naweeën van de godsdienstoorlogen en de geuzentijd hier uit te wissen. Want niet alleen werden er priesters van Reningelst, Hondschoote of Rusbroek in de 16e eeuw door geuzen gedood; ook veel geuzen vonden de dood in leper en op de Ravelsberg door de hand van de Spaanse inquisitie.

Geuzen en nieuwe leer

In de jaren 1560 en volgende werden alleen al in Dranouter achttien leden van de familie De Swarte om hun nieuwe geloof omgebracht. Een van hen was Jan de Swarte en historicus lic. L. Vandamme achtte het in de academische bijeenkomst mogelijk dat Jan molenaar was van de Zwarte Molen in Dranouter, waarheen nu die jaarlijkse verzoeningstocht trekt. Ook de samenkomst in de kerk stond in dat teken van begrip en het afslijpen van de scherpe kantjes van toen. Dezelfde strekking kwam ik al eerder tegen in een wel interessant, maar nogal rommelig boek over deze materie: "Geuzen in de Westhoek" door Roger A. Blondeau. Ook daar ligt de nadruk op begrip; weliswaar niet vergeten, maar wèl vergeven. Dit alles behoeft ons echter niet van een waardering voor de expositie "Opstand en Uitwijking" af te houden. Zoals de burgemeester van Heuvelland bij de opening al opmerkte: de Westhoek was in de 16e eeuw dè (of in elk geval: een belangrijke) bakermat van de nieuwe leer. Veel wevers, drukkers en uitgevers uit deze streek zochten hun toevlucht in Leiden en in Kent, met name in Sandwich. Dat was, zo vertelde oud-burgemeester mevr. Leith, lange tijd een opvangcentrum: van vluchtelingen uit België, van Hugenoten en van joden.

Ook sociaal conflict

Ook Jaak Decaestecker, hoofdredacteur van het jaarboek "Westhoek", en Westhoek-medewerker Dirk vander Bauwhede gaven verhalen over de Vlaamse emigratie naar Kent. De laatste benadrukte, dat er niet alleen sprake was van een godsdienstige vlucht. De overgang naar de Hervorming had ook sterk sociale aspecten. Het ging de arbeiders'klasse' mede om de sociale structuur van de RKKerk die ze afwezen. Vander Bauwhede, die zijn toespraak eindigde met "Vive Ie Geus", wilde in elk geval de emigratie uit de Westhoek niet alleen als deel van een geloofsstrijd zien. En dat past dan weer in de theorieën van Kuttner en anderen, die 1566 als het hongerjaar betitelden en die sociale factoren, zoals misoogsten, lieten domineren boven de religieuze.
Lic. L. Vandamme, medewerker van de Stedelijke Bibliotheek te Brugge en groot kenner van de Westhoekhistorie, schilderde de nieuwe religie in het Westkwartier van Vlaanderen. Al omstreeks 1518 zijn de eerste reformatie-gezinde geluiden hier te horen, zij het dan nog geen calvinistische, maar vooral do)erse. Als er in 1539 een groot Rederijtersfeest is, zijn er ook Rederijkerskamers uit de Westhoek aanwezig, die al kritische geluiden jegens de oude Moederkerk laten horen. Toch streeft men dan nog niet naar een nieuwe kerk; die afscheiding komt pas na harde onderdrukking van de doperse 'cellen' en 'kernen' in deze regio. Vooral in de jaren zestig van de 16e eeuw is het hier goed raak: velen worden om hun nieuwe leer omgebracht.

Welkom in Engeland

Dranouter en Belle (Bailleul) zijn belangrijke oorden van het calvinisme-in-opkomst. Ook de dekens van de Latijnse School in leper verspreidden de nieuwe leringen.
En in de jaren '50 en '60 hebben de calvinisten al eigen consistories (kerkenraden) en min of meer vaste voorgangers in Hondschoote, Nieuwkerke en omgeving.
In 1566 barst juist in déze contreien de Beeldenstorm in alle hevigheid uit: in Steenvoorde, Belle èn omliggende steden.
Als Margaretha van Parma de zaak niet in de hand kan houden en als Alva toeslaat, zoeken velen een uitweg naar Engeland. De vluchtweg liep via Nieuwpoort en ook vanuit Grevelingen (nu Gravelines in Noord-Frankrijk) stak men over naar Kent.
De Britse kant van de zaak werd ons uit de doeken gedaan door de uitstekend Nederlands sprekende historici prof. Alastair Duke van de universiteit van Southampton en drs. M. Backhouse, voorzitter van het Engelse genootschap "Historische banden Vlaanderen-Kent".
Duke gaf ronduit toe dat de komst van de Vlaamse vluchtelingen in 16eeeuws Kent niet altijd werd gewaardeerd. Ze bleven bijeen in hun eigen gemeenschap. Door de regering van koningin Elizabeth I werden ze uit economische motieven wèl redelijk gastvrij verwelkomd. Zij voerden daar de lakenindustrie in en de Britse vorstin zag het belang van deze bedrijfstak. De Anglicaanse overheden stonden niet echt te trappelen om deze Vlaamse (en ook Waalse!) calvinisten in te halen. Vanuit Kent staken die kooplieden trouwens in het geheim regelmatig over naar Hazebrouck en omgeving, voor de (ver)koop van vlas en garens, voor hagepreken en soms ook om wraak te nemen op de vijand.

Vluchtelingenkerk Londen

Nog altijd zijn er in Sandwich veel huizen met 'Hollandse' gevels en (soms verbasterde) familienamen van Vlaamse oorsprong. Maar wie mocht menen dat de stad één groot en gratis opvangcentrum was, wordt door Duke en Backhouse wel uit de droom geholpen. Zo kregen de vreemdelingen in 1561 de St. Clementskerk in bruikleen, maar wèl op voorwaarde dat zïj een derde van de herstelkosten van deze oude gotische kerk betaalden...
Centrale figuur in de vluchtelingengemeente hier was voorganger Jacob de Buyzere uit Hondegem, die tot 1560, als collega van Petrus Datheen uit Cassel in deze streek, nog monnik in leper was en in dat jaar naar Londen v uchtte omdat hij om zijn ketterse denkbeelden vervolging vreesde. Hij trouwde en werd daar in 1561 hulpprediker in de Nederlandse gemeente van Austin Friars. De kerkeraad hier zond hem in najaar 1561 naar Sandwich, maar in 1566 keerde De Buyzere met prediker Sebastiaan Matte terug naar het Westkwartier. Daar werd hij een drijvende kracht achter de Beeldenstorm. Ook in de slagen bij Waterloo in 1566 en Oosterweel in 1567 speelde hij een rol. Jacob de Buyzere werkte later nog in Amsterdam en stierf, terug in Sandwich, in 1572.

Radicale prediker

Zijn zoon Gerson, die daar in 1565 was geboren, studeerde godgeleerdheid in Leiden, was hulpprediker te Sandwich en sinds 1588 predikant in Veere. Hij overleed in Leiden in 1631. De Buyzere senior was een radicale figuur, die door zijn houding voor dreigende breuken onder de vluchtelingen van Londen en Kent zorgde. De kerkeraden daar waren verdeeld tussen de gematigden, die van geen gewapend verzet tegen de gehate Habsburgers en het pausdom wilden weten, èn hen die juist gewapenderhand de vijand te lijf wilden. In Londen wonnen de vreedzamen het pleit, in Sandwich won de radicale De Buyzere.
Aanvankelijk ging het in Sandwich om enkele honderden vluchtelingen; al vrij snel waren het er een paar duizend en later maakten de saai- en baai-werkers uit Vlaanderen wel bijna de helft van de bevolking van Sandwich uit.
Die gegevens van Duke, Backhouse en anderen vindt men ook in de geïllustreerde catalogus "Revolt and Emigration", een speciale uitgave van het "Westhoek-Jaarboek" in de Engelse taal en met Nederlandse en Franse samenvattingen.
Het zijn essays van Backhouse, Duke, Vandamme en Gwy Mandelinck over Elizabeth I die Sandwich beschikbaar stelde voor de Vlamingen, over de Beeldenstorm en Spaanse repressie, de geboorte van de calvinistische hervorming en het concilie van Trente, de lakenindustrie en de opstand in het Westkwartier en calvinisten uit de Zuidelijke Nederlanden als een veronachtzaamde gemeenschap in het Engeland van Elizabeth I. (Dit laatste door prof. Duke, die ook wees op de komende dissertatie van Andrew Spicer over de Franstalige vluchtelingen-gemeenschap van Southampton).

Westhoeks kleyne luiden

Duke benadrukte dat de Westhoekvluchtelingen tot de 'kleyne luiden' behoorden, de handwerkslieden. De jonge stedelijke elites uit Gent en Antwerpen met hun humanistische opvoeding en hun rijkdom kregen meer kansen in Amsterdam.
Ook de gemeente van Austin Friars in Londen was tot 1600 veel meer een Vlaamse aangelegenheid, maar na die tijd wendde men zich vooral tot Noord-Nederland voor predikanten. Overigens zijn er van de 16e tot de 18e eeuw tientallen Zuid- en Noord-Nederlandse immigranten-gemeenten geweest in Engeland, en niet alleen aan de kust (zoals Dover, Southampton, Harwich, Yarmouth of King's Lynn), maar ook ver landinwaarts (waaronder in Keswick, Manchester, Coventry, Windsor en Reading).
De polders bij Sandwich en de hopvelden in Kent zijn zo'n erfenis van de 'inwijking' uit Zuid en Noord, die uiteindelijk vele duizenden namen omvatte. En in de kerk van Dranouter kan men tot 17 september, elke dag van twee tot zes uur, terecht voor deze vrij kleine tentoonstelling over een boeiende periode uit de Vlaamse historie die in de 16e eeuw ook goeddeels onze historie was. Wie de Leidse expositie moest missen, kan hier de schade inhalen. Er zijn hier ook kleurenfoto's te zien van de Hooglandse kerk in Leiden en de opening daar.

Land van veldslagen

Wie toch in deze streken vertoeft, moet zeker de gelegenheid aangrijpen om een stuk West- en Frans-Vlaanderen te bekijken. Toeristisch is het heuvelland aan weerszijden van de grens wel de moeite waard, al mag men ondanks de benamingen geen hoog oprijzende pieken en scherpe dalen verwachten.
De hoogste 'bergen' hier, zoals de Kemmelberg, komen niet boven de 156 meter uit. Maar de streek is, naast de oude steden zoals leper met hun herinneringen aan de rijke lakenindustrie, ook verder historisch in tal van opzichten waardevol.
Het is ook het bloedige slagveld van de Eerste Wereldoorlog. Nog klinkt elke avond in leper bij de Meense Poort "The Last Post", ter herinnering aan de tienduizenden aan de IJzer, de Schelde en de Leie gesneuvelde Britse en Canadese soldaten. Bij Diksmuide liggen ook de Vlaamse „lijken als zaden in 't zand".
Maar al vele eeuwen geleden werd hier 'Vlaams' bloed vergoten: in de Slag der Gulden Sporen tegen de Fransen, bij Kortrijk op 11 juli 1302. Nog immer is 11 juli een Vlaamse nationale feestdag. Ingeklemd in de tijd tussen deze Sporenslag en de Grote Oorlog ligt de 16e eeuw met de felle godsdiensttroebelen. Sporen ervan zijn op tal van plaatsen in deze Westvlaamse en Noordfranse streken te vinden. Ik wees al op de kerk van Dranouter, het Plancius-monument en de Tombe voor de door Bosgeuzen vermoorde priesters.
Maar op menige Grote Markt zijn schavotten en brandstapels opgericht geweest en tal van kerken verloren in de 'Beeldstormerije' —vaak eerder een uiting van bot vandalisme dan van de heilige overtuiging dat de boeken der leken moesten worden opgeruimd!— allerlei kunstvoorwerpen.

Toeristenroute 1914-'18

Het is trouwens toch opvallend, hoe kleine plaatsen van nu in Heuvelland en de Franse Bergen van Vlaanderen relatief grote oude kerkgebouwen bezitten. Dranouter, Loker en Nieuwkerke zijn daar goede voorbeelden van. Die 'gebeden in steen' bewijzen wèl dat deze streek vroeger tamelijk welvarend moet zijn geweest. Vlasbouw en lakenindustrie namen een hoge vlucht en Dranouter —nu een saai plaatsje met een paar huizen— hield er wel een forse meerbeukige kerk aan over, hoewel ik niet weet of die al in de late 16e eeuw deze omvang had.
De toerist in deze landpalen kan ook de speciale 1914-1918-route volgen van de Vlaamse Toeristen Bond of andere trips van Westtoerisme. Terwijl aan Franse zijde Bailleul met Gotische Zaal uit de 12e eeuw een aardig uitgangspunt biedt voor een tochtje langs het Molenmuseum in Boeschèpe, de dodenakker van Berthen aan de Katsberg (waar kanunnik Jules Andouche, groot ijveraar voor de Vlaamse taal en cultuur, ligt begraven), of Saint-Jans-Cappel, waar een museum gewijd is aan de schrijfster Marguerite Yourcenar. Om van 'Franse' plaatsnamen als Outtersteene, Strazeele en Steentje maar te zwijgen.

Vlaamse steden

Wie het liever in wat grotere steden met een rijke (kerk)historie zoekt, moet in elk geval leper met haar zeldzaam gaaf gerestaureerde Lakenhalle (125 meter lange gevelwand!). Belfort en St. Maartenskathedraal bezoeken. Maar ook Kortrijk, Veurne, Poperinge en Roeselare verdienen een langer of korter verblijf. Ten slotte is Roeselare de plaats waar priester-dichter Guido Gezelle lange tijd zat weggestopt. Hier kan men ook de Albrecht-Rodenbachroute rijden; genoemd naar de jonge Vlaamse dichter die het befaamde "Vliegt de blauwvoet, storm op zee" schreef. In Poperinge trof ik aan de-Grote Markt gezusterlijk naast elkaar een evangelische kerk, een christelijk ziekenfonds en een casino!
En aan Franse zijde is de weg van Duinkerke aan de kust via Bergues (Sint Winoks-Bergen) via Steenvoorde en Hazebrouck naar Rijsel (Lille) een leerzaam pad door de oude historie der Franse en Zuidelijke Nederlanden.
In dat geval is het goed, ook even te letten op de wijze waarop in déze streek twee eeuwen Franse Revolutie wordt herdacht. Het wemelde hier van vlaggen in 'onze' driekleur, maar dan verticaal, van kokardes en versieringen. Maar de hoofdprijs geef ik aan een herenkapper in Bailleul (Belle), die onder grote jaartallen 1789 en 1989 deze pakkende tekst bood: "In 1789 sneden ze je hele kop eraf. Wij, in 1989, snijden alleen je haren en baard eraf"!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 juli 1989

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 juli 1989

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's

PDF Bekijken