Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Sri Lanka wordt tweede Libanon als India zich geheel terugtrekt

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Sri Lanka wordt tweede Libanon als India zich geheel terugtrekt

Eigen leger beslist te zwak om strijdende partijen uit elkaar te houden

11 minuten leestijd

COLOMBO - Afgelopen zaterdag was het twee jaar geleden dat de eerste troepen van de Indiase vredesmacht in Sri Lanka aankwamen. De spanning tussen beide landen is het gevolg van de Internationalisering van een binnenlands conflict: het tot uitbarsting komen van latente spanningen tussen etnische of godsdienstige groeperingen, waarbij de regering, die niet in staat is de interne orde te handhaven, een naburige staat verzoekt militair in te grijpen. Hèt voorbeeld van internationalisering van een conflict is natuurlijk de staat Libanon. Is Sri Lanka bezig een goede tweede te worden?

„Wij willen deze zaak niet met geweld, maar in overleg oplossen. We hebben een akkoord getekend, dat we ook beiden moeten uitvoeren. De vraag of Indiase troepen zich tegen het Srilankaanse leger zullen verzetten, is hypothetisch. Ik hoop dat het gezond verstand zal zegevieren en dat we hierover met de regering in Sri Lanka kunnen praten. De Indiase troepen zijn daar op grond van een akkoord. Onze verantwoordelijkheid is dat de Tamils veiligheid wordt geboden. Een akkoord eenzijdig opzeggen of veranderen behoort naar onze mening niet tot de normale diplomatieke praktijk".

Zo reageerde de woordvoerder van de Indiase premier, Rajiv Gandhi, tegenover vertegenwoordigers van de internationale pers op het ultimatum van de Srilankaanse regering om voor 29 juli de Indiase troepen van het eiland te verwijderen. Intussen heeft Gandhi wat water bij de wijn gedaan en zijn de eerste manschappen uit het voormalige Ceylon vertrokken. Maar of er nog meer zullen volgen, blijft vooralsnog de vraag. De Indiase aanwezigheid in Sri Lanka is immers niet het enige probleem dat speelt. Integendeel. Ze verwijst naar de ernstige interne situatie die nu al tientallen jaren op het eiland heerst. Zijn in Libanon de godsdienstige, culturele en politieke tegenstellingen tussen moslims en christenen oorzaken van een langdurig conflict, in Sri Lanka zijn dit de tegenstellingen tussen de Singhalezen, die de meerderheid vormen, en de Tamils.

„Apart ras"

De Singhalese bevolkingsgroep meent dat Sri Lanka hoofdzakelijk een boeddhistisch land is, waar de andere godsdiensten niet thuis horen. Zij baseren zich hierbij op de Mahavamsa, waarin de boeddhistische monnik Mahanama in de zesde eeuw na Christus de vroege geschiedenis van Sri Lanka heeft opgetekend. Velen zien hun land als "Sinhala Dipa" (het eiland van de Singhalezen) en als "Damma Dipa" (het eiland van het boeddhisme).

De Tamils worden door hen als een apart 'ras' met een overwegend hindoestaanse godsdienst beschouwd. Hierbij vergeten de Singhalezen blijkbaar dat minstens drie kasten in hun samenleving ook van immigranten uit Zuid-India afstammen.

Singhalese leiders benadrukken steeds weer dat Tamils er in hun strijd niet voor terugdeinzen boeddhistische tempels te beschadigen of te vernietigen. Hiermee wakkeren zij anti-Tamilgevoelens aan, waarvan de wortels al in de vroegere Singhalese geschiedenis zijn terug te vinden.

Al deze zaken hebben tot de uitbarstingen van anti-Tamil-onlusten in 1956, 1958 en 1977 bijgedragen.

De visie van de Singhalezen op hun landgenoten behoeft enige nuancering. De Tamil-bevolking in Sri Lanka is een etnische minderheid, die circa 20 procent van de bevolking uitmaakt. Zij vormt op zich geen eenheid, maar is weer onder te verdelen in de zogenaamde Sri Lanka-Tamils en de India-Tamils. De voorvaderen van de Sri LankaTamils wonen al eeuwen op het eiland. Volgens sommigen vertoeven zij daar al meer dan duizend jaar. Voor het merendeel zijn ze hindoe en spreken zij Tamil, een taal die ook in het zuiden van India wordt gesproken.

De India-Tamils zijn afkomstig van migranten uit Zuid-India, die in de negentiende eeuw naar Sri Lanka gingen om daar op theeplantages te werken.

Achterstelling

De ontevredenheid van de Tamils heeft vele wortels. Zij voelen zich sinds de onafhankelijkheid van het eiland voortdurend achtergesteld. Onder het Engelse koloniale bewind hadden zij naar hun inzicht lange tijd dezelfde status als de Sin

ghalezen. Reeds voor de Tweede Wereldoorlog waren er signalen dat zij deze status zouden verliezen. Door de verkiezingen in 1931 en 1936 werden de Tamils geconfronteerd met het feit dat zij een minderheid waren. Singhalese ministers maakten in de regering voortdurend de dienst uit.

De erkenning in 1956 van het Singhalees als de officiële taal van het land en de verankering van het boeddhisme als een (pseudo)staatsgodsdienst in de grondwet in 1972, waren twee belangrijke beslissingen die het ongenoegen bij de Tamils vergrootten.

De invloed van Tamil-politici op het nationale beleid nam zodoende af, terwijl de grieven van Tamil-ministers over de achterstelling van hun bevolkingsgroep niet werden gehonoreerd. Het enige wat ze konden doen —en wat ze ook deden— was uit protest aftreden als het kabinet weer eens hun eisen afwees.

Sinds '72 was het al zo dat de politieke partijen, die een soort 'thuisland' voor de Tamils eisten, geen ministers meer voor een regering mochten leveren. Na de verkiezingen van 1977 kon het "Tamil United Liberation Front" (TULF), een coalitie van Tamil-partijen, in het parlement de belofte van een afgescheiden Tamil-staat (genaamd "Eelam") onmogelijk meer waarmaken. 

Gewelddadige strijd

Wat gezien deze ontwikkeling te verwachten was gebeurde: geleidelijk aan escaleerde de politieke strijd voor een onafhankelijke staat in een gewelddadige strijd. Gewapende (en vooral jeugdige) Tamils gingen over tot het voeren van een guerrilla om hun eisen kracht bij te zetten. Daarop stuurde de regering in Colombo troepen naar het noorden van het eiland, waar de meerderheid van de Tamils woont, om de orde te herstellen. De guerrilla's zagen dit als een bezetting van hun thuisland door de Singhalezen.
Terwijl de strijd voortduurde, kwamen ook de pogingen om tot een vreedzame regeling te komen op gang. De toenmalige president, J. R. Jayewardene, riep bij voorbeeld in 1983 een "All Parties"conferentie bijeen. Hier waren de drie belangrijkste politieke partijen aanwezig: de regerende Verenigde Nationale Partij (UNP), de TULF en de grootste Singhalese oppositiepartij, de Sri Lanka Vrijheidspartij (SLFP). Deze conferentie had weinig succes. De partijen konden namelijk niet tot overeenstemming komen over de mate waarin de lokale bestuurlijke organisaties regionale autonomie zouden krijgen.
Mede dank zij de bemiddelingspogingen van de Indiase regering werd in 1985 een nieuwe discussieronde gehouden. Delegaties van de regering in Colombo, de TULF en het Eelam Tamil Bevrijdingsfront (ETLF) startten in dat jaar besprekingen in Timpu, de hoofdstad van het koninkrijk Bhoetan. De twee Tamil-delegaties streefden hierbij naar realisering van de zogenaamde "Vier Principes": het staatsburgerschap voor alle Tamils die op het eiland wonen, het recht van zelfbeschikking voor de Tamils, de erkenning van de door Tamils bevolkte gebieden in het noorden en het oosten van het land als 'thuisland' en als vierde punt de erkenning van de Tamils als een „afzonderlijke nationaliteit".
De laatste twee eisen waren voor de Srilankaanse regering vooralsnog onaanvaardbaar. Aanvaarding ervan zou immers betekenen dat de noordelijke en oostelijke provincies een autonome politieke eenheid werden en dat het Tamil als een officiële taal werd erkend.
Door deze patstelling in de onderhandelingen liepen de bemiddelingspogingen van de Indiase regering stuk.

Vredesakkoord

Onder de sterkei^ wordende politieke druk van India sloot de regering van Sri Lanka uiteindelijk een vredesakkoord met Nieuw-Delhi. Volgens diverse bronnen zou dit akkoord rond de Tamil-kwestie zijn gesloten zonder dat de Tamils zelf erbij waren geraadpleegd.

Hoe het ook zij, belangrijk was dat de Indiase regering „de eenheid, de 

soevereiniteit

 en de integriteit van Sri Lanka" erkende. Dat betekende dat impliciet Rajiv Gandhi met deze formulering een onafhankelijke staat Eelam afwees. Geconfronteerd met afscheidingsbewegingen in eigen land, kon hij ook moeilijk anders. Sikhs, Gurkha's en verschillende militante Tamils in het zuidelijke Tamil Nadu zien zich graag van India onafhankelijk.

In het begin van de jaren zestig opereerde in Tamil Nadu zelfs een separatische beweging, waarmee vele Tamils sympatiseerden. Een onafhankelijk Eelam zou wellicht opnieuw de gedachte van een afscheiding in Tamil Nadu kunnen voeden. Vanuit dit oogpunt bezien is het wel begrijpelijk dat de Indiase regering met de bovenstaande formulering het doel van de guerrilla's in Sri Lanka -een onafhankelijk Eelam- afwijst.

Voor de regering van president J. R. Jayewardene was deze formule een belangrijk winstpunt, omdat de Indiase regering zich openlijk van de doelstelling van de Tamilguerrilla's distantieerde. 

De vraag dringt zich op wat de achterliggende redenen van de Indiase regering zijn geweest om de Tamil-separatisten in Sri Lanka toch daadwerkelijk te helpen.

De hulp aan de opstandige Tamil-groeperingen dateert reeds van 1977. Toen behaalde Jayewardene een verkiezingsoverwinning op premier Bandaranaike, een trouwe bondgenoot van oud-premier Indira Gandhi. Jayewardene stond echter een ander buitenlands beleid voor dan zijn voorgangster. Hij zette niet het beleid voort van de "non-alignment" (neutraliteit), maar volgde tot grote ergernis van India een pro-westerse koers.

Regionale supermacht

In de ogen van Gandhi kon deze beleidswijziging tot een instabiele situatie rond de Indische Oceaan leiden. Een constante in de buitenlandse politiek van India van de laatste jaren is namelijk dat het zich als een regionale supermacht beschouwt. Tot de invloedssferen behoren volgens de Indiase leiders grote delen van de Indische Oceaan (Sri Lanka, de Maldiven, de Sey

chellen) en naburige landen zoals Nepal, Bhoetan en Bangladesh.

Diverse aanwijzingen duiden erop dat de Indiase regering deze staten politiek en militair aan zich wil binden. Een conflict met Nepal over het sluiten van een handelsakkoord geeft bij voorbeeld aan dat dit koninkrijk niet te veel economische banden met China mag hebben. Ook gaf India in 1988 militaire steun aan de onderdrukking van een staatsgreep in de Maldiven. Daarnaast heeft de regering in Nieuw Delhi in de jaren tachtig de uitgaven voor de nationale defensie verdubbeld, zodat het Indiase leger sterker is dan dat van rivaal Pakistan.

Voert India ten aanzien van de vier grote mogendheden een politiek van 'ongebondenheid', kleinere landen binnen de invloedssfeer van India moeten volgens de beleidsmakers in Nieuw-Delhi een min of meer 'gebonden' buitenlands beleid voeren. Maar dan wel gebonden aan één land: India zelf! Dit geldt ook voor Sri Lanka, dat voor India een strategisch belangrijke ligging heeft.

Om nu Colombo meer in zijn pas te laten lopen, stak de Indiase regering zich in een wespennest, waar zij nu nog niet uit is. Naar algemeen wordt verondersteld, steunde Nieuw-Delhi namelijk militair een van de 'bevrijdingsgroepen', de Tamil Eelam Liberation Organisation (TELO). Een groep die er niet voor terugdeinsde onschuldige burgers neer te schieten.

Vervolgens poogde India de invloed op het binnenlands conflict nog verder te vergroten. Behalve het geven van steun verhoogde zij 

de druk op Colombo door bemiddelingspogingen voor te stellen. Pogingen die vanwege het ver uiteen liggen van de standpunten van de betrokken partijen, strandden.

Toen ook dit middel niet hielp, bleven geheime bilaterale contacten tussen beide landen over. Het resultaat van deze besprekingen was een akkoord waarin een Indiase vredesmacht (van circa 45,000 man) de gebieden waar de Tamils in Sri Lanka wonen, zou gaan controleren totdat zij meer locale macht zouden krijgen. Verder zou het Tamil naast het Singhalees en het Engels de officiële taal in Sri Lanka worden. Aanvankelijk verwelkomde de Tamil-bevolking de vreemde troepen. Na jaren van geweld hoopte zij nu rust te krijgen. Maar de rust zou van korte duur zijn. De afscheidingsbewegingen waren namelijk teleurgesteld dat zij door de Indiërs in de steek waren gelaten. Nieuw-Delhi had immers een onafhankelijke Eelam-staat afgewezen en daarmee was hun strijd voor juist dit doel tot mislukken gedoemd. De nieuwe strategie van met name de radicale "Liberation Tigers of Tamil Eelam" (LTTE) is nu om de gunst van de Tamil-bevolking terug te winnen en het Indiase leger in diskrediet te brengen. De "Tigers" plegen ook militaire aanslagen op de Indiase vredesmacht. Als reactie hierop poogt India de tegenstellingen tussen de diverse Tamil-groepen aan te wakkeren, waardoor de geloofwaardigheid van deze groepen wordt aangetast. Afkeer van de aanwezigheid van de Indiase troepen in Sri Lanka is niet alleen bij de verschillende Tamil-groepen te vinden, ook de Singhalezen moeten niets van hen hebben. 

Het duidelijkst is deze haat bij de extreme "Janata Vimukthi Peramuna" (JVP), het Singhalese Volksbevrijdingsfront. Deze partij hanteert de laatste tijd allerlei middelen (stakingen, aanslagen en sabotage) om de regering van de huidige president, Premadasa, ten val te brengen. Hij heeft zich volgens de JVP aan verraad schuldig gemaakt door de aanwezigheid van Indiase troepen in Sri Lanka te laten voortduren, en dat terwijl in de verkiezingsstrijd van vorig jaar Premadasa nog beloofde dat de Indiase troepen het land zouden verlaten. Een belofte die hij -zo wordt nu wel duidelijk— onmogelijk waar kan maken.

Troepenreductie

Desondanks wilde Premadasa onder druk van de Singhalezen blijkbaar toch in de vorm van een ultimatum een daad stellen. Voor 29 juli moest de Indiase vredesmacht geheel worden teruggetrokken, zo stelde Premadasa. De regering in Nieuw-Delhi weigerde dit. Om politiek gezichtsverlies tegenover de JVP te voorkomen, deed Premadasa vorige week het voorstel om voor 29 juli in ieder geval tot een „substantiële" troepenreductie te komen. Welnu, de Indiase regering is aan deze eis tegemoetgekomen, en zal een aantal troepen uit Sri Lanka terughalen.
De vraag is welke prijs Premadasa hiervoor heeft moeten betalen. Zal Sri Lanka nu in de buitenlandse politiek een meer pro-Indiase koers gaan varen?
De president verkeert momente el in een moeilijke positie. Enerzijds zijn daar de Singhalezen, die de Indiase vredesmacht onmiddellijk weg willen hebben. Anderzijds heeft hij te maken met de Indiase regering, die haar troepen pas geheel terugtrekt als de Tamils meer lokale macht krijgen.
India heeft zich weliswaar iets soepeler opgesteld ten aanzien van de eis van terugtrekking, maar bij ,een algehele aftocht heeft het land geen enkel belang. Als zij daarmee zou instemmen, is de chaos in Sri Lanka compleet. Gewapende Tamil-facties bestrijden elkaar nu al onderling, terwijl extremistische Singhalezen en Tamils er niet voor terugdeinzen om onschuldige burgers te vermoorden. Daarbij komt dat het Srilankaanse leger beslist onvoldoende is uitgerust om de gewapende partijen uit elkaar te houden.
Kortom, een totale terugtrekking van Indiase troepen zou van Sri Lanka inderdaad wel eens een tweede Libanon kunnen maken.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 2 augustus 1989

Reformatorisch Dagblad | 18 Pagina's

Sri Lanka wordt tweede Libanon als India zich geheel terugtrekt

Bekijk de hele uitgave van woensdag 2 augustus 1989

Reformatorisch Dagblad | 18 Pagina's

PDF Bekijken