Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

,,Als ik op het Binnenhof kom, hoor ik de gewetens ritselen

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

,,Als ik op het Binnenhof kom, hoor ik de gewetens ritselen"

Vonnis over ex-CDA-fractieleider Aantjes bleek onherroepelijk

9 minuten leestijd

Als hij een kamerdebat op de buis volgt, heeft hij nog altijd de neiging om naar de interruptiemicrofoon te lopen. De politiek heeft mr. Willem Aantjes nooit helemaal losgelaten. Ook zijn frustraties is hij na tien jaar niet kwijt maar ze worden wel minder. „Ik denk nu wel eens: het kan me allemaal gestolen worden".

Met ongekende felheid heeft de exCDA-fractieleider gevochten tegen het vonnis dat over hem was geveld. Niet altijd had hij ongelijk. Dat bleek duidelijk uit de rapporten die tien jaar geleden aan het parlement werden uitgebracht door de commissie-Patijn en de commissie-Enschedé. Het heeft Aantjes niet mogen baten. Verder dan voorzitter van de Kampeerraad heeft hij het niet meer gebracht. Het vonnis bleek onherroepelijk.

Vernietigend

Haastwerk. Die vernietigende conclusie dringt zich onwillekeurig op bij het reconstrueren van wat in het Haagse jargon de zaak-Aantjes is gaan heten. Het begint allemaal op 26 oktober 1978, als een Haagse advocaat zich meldt bij het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie (RIOD) voor een persoonlijk onderhoud met directeur dr. Lou de Jong. Hij vertelt De Jong dat Aantjes in de oorlogsjaren lid is geweest van een nazi-organisatie. Die informatie is afkomstig uit de wandelgangen van de Eerste Kamer. De Jong belooft de map-Aantjes door te zullen nemen, maar hecht weinig waarde aan de tip.
Dat verandert als De Jongs rechterhand, Van der Leeuw, een dag later met een soortgelijk verhaal bij hem komt. Aantjes zou al tijdens zijn gymnasiumtijd NSB-sympathieën hebben gekoesterd. Van der Leeuws bron is een Amsterdamse advocaat. Nader onderzoek is nu geboden. Een RIOD-medewerker krijgt opdracht het archief van de "Deutsche Dienstpost" door te spitten. Tot zijn verbijstering ontdekt de man al meteen in het eerste het beste dossier dat Aantjes zich in 1944 vrijwillig bij een Duitse organisatie heeft gemeld. Tien minuten lang staart hij ongelovig voor zich uit. Dan licht hij zijn superieuren in.
De RIOD-directie brengt onmiddellijk minister-president Van Agt op de hoogte, die nog diezelfde dag het duo De Jong en Van der Leeuw ontvangt., Een dag later wordt Aantjes zelf ontboden. Tamelijk gelaten neemt hij kennis van het intussen opgestelde RIOD-rapport, waarin niet alleen zijn lidmaatschap van de Waffen SS wordt vermeld maar ook dat hij bewaker was in het strafkamp Port Natal. Dan breken zeer enerverende dagen aan.

Primeur

Een verslaggever van het Nieuwsblad van het Noorden heeft lont geroken. In Assen circuleert het gerucht dat het RIOD met een onderzoek bezig is tegen Aantjes vanwege diens lidmaatschap van de SS. Het verhaal is in omloop gebracht door een provincieambtenaar die tot de familiekring van Lou de Jong behoort. Het Nieuwsblad van het Noorden verifieert het nieuws bij het RIOD en brengt op maandag 6 november de primeur van het jaar.
 
De Jong beseft na het telefoontje van de journalist uit het noorden dat hij geen tijd meer te verliezen heeft. In overleg met het kabinet besluit hij die avond samen met Van der Leeuw een persconferentie te geven Den Haag. De zaal in Nieuwspoort puilt uit. Met de stem van een inquisiteur maakt De Jong de bevindingen van het RIOD wereldkundig. De Jong suggereert zelfs dat Aantjes zijn Nederlanderschap heeft verspeeld door toe te treden tot een vreemde krijgsmacht en dat hij dan ten onrechte kamerlid is geweest. De persconferentie wordt rechtstreeks via de televisie uitgezonden en krijgt daardoor het karakter van een volksgericht.
De inkt van de krantenkoppen is de volgende morgen nog maar nauwelijks droog als zich een dramatisch vervolg aandient. Aantjes zal, zo meldt het ANP, om één uur de pers informeren over zijn politieke toekomst. De uitslag is voorspelbaar: de CDA-fractieleider stapt op.

Verzwegen

Dat de RIOD-rapportage de sporen van haastwerk vertoont, komt pas maanden later aan het licht. De regering roept een tweetal commissies in het leven om de zaak-Aantjes haarfijn uit te laten pluizen. De commissies, vernoemd naar hun voorzitters Enschedé en Patijn, brengen in de loop van 1979 verslag uit. Van de oorspronkelijke conclusies van Lou de Jong en consorten blijft niet zo heel vee! meer over.
Aantjes blijkt zich niet te hebben aangemeld voor de Waffen SS maar voor de Germaanse SS en dat is op zich niet zo bijzonder. Veel landgenoten hebben hetzelfde gedaan. Het bood de mogelijkheid om terug te keren naar Nederland. In Port Natal was hij slechts gevangene in plaats van bewaker en zijn Nederlanderschap is ten onrechte ter discussie gesteld omdat de Germaanse SS geen militaire maar een politieke organisatie was.
Wat resteert, is het grote verzwijgen. Stelselmatig heeft Aantjes zijn lidmaatschap van de Germaanse SS als een geheim bewaard. Dat wordt hem door het parlement zwaar aangerekend. Tijdens een ingetogen kamerdebat wordt als oordeel uitgesproken dat Aantjes' terugkeer niet wenselijk is. Wel staan openbare functies weer voor hem open. Maar als minister Gardeniers hem wil benoemen tot voorzitter van de Omroepraad, rijst er verzet. Uiteindelijk wordt hij voorzitter van de Kampeerraad.
De commissie-Patijn gaat ook na of er sprake is geweest van een complot. Aantjes heeft zich als fractieleider van het CDA een links imago verworven. Zo was hij in 1973 wegbereider voor het kabinet-Den Uyl. Zelf oppert Aantjes dat hij het slachtoffer is geworden van een samenzwering van politieke tegenstanders. Het blijft een theorie. Bewijzen zijn nooit gevonden.

Onrecht

Aantjes vindt anno 1989 nog steeds dat de Kamer hem onrecht heeft aangedaan, dat hij over zijn verleden heeft gezwegen, mag volgens hem niet het struikelblok zijn. „Wat ik in de oorlog gedaan heb, vindt de Tweede Kamer niet ernstig. Dan kan het toch ook niet ernstig zijn als je erover zwijgt?", redeneert hij.
De 66-jarige ex-politicus is vooral bitter gestemd over de wijze waarop hij door zijn eigen partij is behandeld. „Als je nagaat wat mij allemaal is toegezegd en als je dan ziet wat daarvan waar is gemaakt, mag ik dan gefrustreerd zijn? De geweldige vernedering dat men mij uiteindelijk niet meer wilde aanbieden dan het voorzitterschap van de Kampeerraad... Ik heb het gedaan, alleen omdat ik vond dat ik het met het wachtgeld dat ik trok verplicht was. Noem het maar een politieke frustratie: dat het ook in onze partij zo gaat. Ik kom nog wel eens op het.Binnenhof. Dan hoor ik de gewetens ritselen".
„Men wilde mij kwijt", voegt hij eraan toe. „Dat is het enige geweest. Ik herkende het in het debat over Lubbers en Koeweit. Als dat debat niet in verkiezingstijd had plaatsgevonden, zou er een heel ander verhaal gehouden zijn. De VVD en de PvdA wilden voor het CDA aantrekkelijke partners blijven. Je verdwijnt in Den Haag alleen op grond van politieke belangen. Mijn eigen partij vond mij te links en bij de VVD was ik de man van de drie H's.
Op een partijraad had ik de VVD de partij van "Ha, Ha, Ha" genoemd: Harm (van Riel), Haya (van Someren) en Hans (Wiegel). Halen, hebben, houden, zei ik erbij.
Dat is de VVD lang nagedragen".
„Weet je van wie ik dat had, dat ha,| ha ha?", lacht Aantjes geheimzinnig. „Van ds. Leenmans, mijn vroegere predikant uit Bleskensgraaf. „Mensen, mensen, mensen", zei hij dan, „praat me niet van mensen. Ik zie soms nog liever bomen dan mensen. Mensen, dat is alleen maar ha, ha, ha: Halen, hebben, houden".

Prof. Severijn

Hij woont nog steeds in het herenhuis in Utrecht waarin hij zijn loopbaan begon als secretaris van de christelijke aannemersbond. De ontelbare stapels papier in zijn enorme werkkamer duiden erop dat hij zijn dagen bepaald niet in ledigheid doorbrengt. Naast zijn betaalde overheidsfunctie is hij voorzitter van Zon en Schild, vice-voorzitter van een Riagg, adviseur bij het verbond van bouwondernemers en redactielid van Hervormd Utrecht. „Van de week heb ik een afscheidsinterview met ds. A. Kool, een van de gereformeerde bonders hier in Utrecht", vertelt hij met enige trots.
Regelmatig vloeien er nog politieke commentaren uit zijn pen, de ene keer voor Trouw, een andere keer voor Hervormd Nederland. Politiek heeft ondanks alles de liefde van zijn hart. „Ik mis het nog wel", erkent hij ruiterlijk. „Ik deed het ontzettend graag. Ik vind het kamerlidmaatschap nog altijd de grootste eer die je in de politiek te beurt kan vallen. Wel heb ik de afgelopen tien jaar leren relativeren. Er gebeuren dingen in je leven die veel belangrijker zijn".

Moordend

Zijn Haagse jaren noemt hij „mooi maar moordend". In het holst van de nacht thuiskomen was geen uitzondering. „Ik heb er wat naar de ondergang zien gaan. Drankproblemen, kapotte huwelijken, noem maar op". Het politieke bedrijf volgt hij nog wel maar met de rol van buitenstaander blijft hij moeite hebben. „Als ik twee zinnen hoor, weet ik al hoe het verder gaat. Dat is gewoon griezelig. Ik heb ook iedere keer de neiging om naar de interruptiemicrofoon te lopen. Het is dan net of je er nog steeds deel van uitmaakt".
Een uitvoerig gesprek over de affaire zelf zegt hij niet te willen ontlopen. „Ik vervulde een politieke functie van niveau en dan heeft het publiek recht op verantwoording. Bovendien kan ik dan de dingen die me dwars zitten van me af praten. Maar het is wel zo dat het me niet meer zo bezig houdt. Het is mijn leven gelukkig niet gaan beheersen. Als ik bij mijn dochter kom en de kleine wil per se dat opa zijn luier verschoont, dan denk ik wel eens: Het kan me allemaal gestolen worden".
Wat altijd gebleven is, is de band met de Alblasserwaard in het algemeen en zijn geboorteplaats Bleskensgraaf in het bijzonder. Dat werkt zelfs door in het nageslacht: zijn zoon heeft daar een advocatenkantoor met de naam "Aantjes en Schakel". Een grote eer vond hij de uitnodiging om begin juli in Bleskensgraaf een nieuw bedrijfspand te openen op een perceel dat ooit aan zijn vader toebehoorde. Zijn toespraak had hij keurig onderverdeeld in drie punten. Lacht guitig: „Dat konden ze wel waarderen".
„Ik ga er nog regelmatig naar de kerk. In Utrecht kom ik nauwelijks bij de Bond. Dan wordt er meteen gefluisterd van: Zie je wel, het oude nest raken ze nooit meer kwijt. Maar in Bleskensgraaf heb je dat niet. Die mensen zijn ook als een blok om me heen blijven staan. Zelfs een oude liefde die ik vroeger in de steek heb gelaten, heeft het voor me opgenomen. Als ik daar ben, dan voel ik dat we op dezelfde gronden staan, ook al denk ik over veel dingen anders".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 5 augustus 1989

Reformatorisch Dagblad | 18 Pagina's

,,Als ik op het Binnenhof kom, hoor ik de gewetens ritselen

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 5 augustus 1989

Reformatorisch Dagblad | 18 Pagina's

PDF Bekijken