Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

"Libanese christenen gaan ten ond door onverschilligheid van het Westen"

Uitblijven van druk op Syriërs betekent gewisse nederlaag van Aoun

8 minuten leestijd

„De lucht is een vulkaan geworden, die vuur en dood uitgiet", aldus een emotionele omroepster deze week op de radio "Christelijke Stem van Libanon". Ze vroeg zich wanhopig af waar de „Arabische broeders" bleven om de christenen te helpen, die bestookt werden met het vuur van Syrië en Syriës bondgenoten. „Beiroet wordt van de aardbodem weggevaagd als bij een aardbeving. Onze gewonden bloeden dood in de straten en in de schuilkelders"/Libanons hoofdstad, die al veertien jaar gebukt gaat onder een burgeroorlog, heeft een zwarte week achter de rug. Ongeveer 90 procent van haar 1,5 miljoen bewoners zijn naar veiliger oorden gevlucht.

De christelijke- enclave, die 800 vierkante kilometer beslaat, is volledig omsingeld door Syrische strijdkrachten en strijdkrachten van het "nationalistisch front", bestaand uit de druzen van Walid Joumblatt, soennieten, sji'ieten en de pro-Syrische Palestijnse groeperingen. Syrische patrouilleboten hebben de weg over zee afgesloten. De leider van het christelijke leger, generaal Michel Aoun, heeft gezworen de Syriërs het land uit te zullen drijven. Hij wordt gesteund door Irak, dat de Syriërs' graag een lesje wil leren voor hun gedrag tijdens de Golfoorlog, waarbij Syrië Iran steunde.
De Syriërs antwoordden in maart op de aanvallen van de maronitische leider Aoun door het christelijke deel van Libanon af te sluiten. Weken van wederzijdse beschietingen volgden, waarbij beide partijen niet alleen eikaars militaire posities maar ook eikaars woonwijken bestookten. In de laatste dagen waren brandende gebouwen onbereikbaar voor brandweerlieden. En als ze er al in slaagden de branden te bereiken, konden ze vaak weinig uitrichten, omdat er geen druk op de waterleiding stond. Burgers raakten ingesloten, in schuilkelders en kwamen daar om. Sinds 8 maart dit jaar zijn volgens de politie in Beiroet ?o'n 736 Libanezen omgekomen en bijna 1900 gewond- geraakt. Alleen zaterdag al vielen er 37 doden.

Wat de laatste dagen vooral verontrusting wekt, is dat de Syriërs grote aantallen doden onder de christenen veroorzaken. De van de buitenwereld afgesloten christenen kunnen niet of nauwelijks ontsnappen. De moslims in WestBeiroet echter kunnen de artilleriebeschietingen ontvluchten door naar Zuid-Libanon uit te wijken. Een bron bij het Israëlische leger heeft bekendgemaakt dat er in de afgelopen tijd 25.000 vluchtelingen —vooral sji'ieten— naar de door Israël en het Zuidlibanese leger gecontroleerde veiligheidszone zijn gevlucht.
De Syrische president, Hafez al-Assad, heeft de reputatie een keiharde te zijn als zijn belangen op hef spel staan. Dat bleek bij voorbeeld in februari 1982, toen hij tussen de 10.000 en 30.000 van zijn landgenoten de dood injoeg toen fundamentalistische moslims in de stad Hama in opstand kwamen. Ook nu, vrezen velen, zal Assad er niet voor terugdeinzen harde maatregelen toe te passen om de militaire kracht van Aoun te breken.

Wat wil Syrië bereiken in het door oorlog verscheurde Libanon, waar de Amerikanen, de Israëliërs en de Fransen zich zo lelijk aan hebben vertild? Syrië beschouwt controle over Libanon van vitaal economisch, politiek en vooral ook strategisch belang. Assad wil voorkomen dat Israël door Libanon heen trekt om een aanval te plegen op Syrië. Hij wil juist zélf Libanon kunnen gebruiken bij een oorlogvoering: met name de Bekaa-vallei kan dienen als een springplank voor een aanval tegen Israël.
In feite heeft Syrië Libanon nooit als een onafhankelijke staat erkend. Diplomatieke relaties, tussen beide landen werden nooit geopend. In juli 1976 merkte Assad via Radio-Damascus op: „Gedurende de geschiedenis zijn Syrië en Libanon één land en één volk geweest". Libanon hoort, vindt Assad, in feite bij Syrië.

Geen inlijving

Toch wenst Assad het land niet in te lijven. Hij ziet het liefst dat er pro-Syrische leiders aan het bewind zijn, over 'wie Damascus controle uit kan oefenen. In 1976 trok Syrië Libanon binnen. Toen waren de Syriërs de bondgenoten van de maronieten, die hun positie bedreigd zagen door de druzen en de Palestijnen van de PLO. Assad wenste niet dat er zich een sterke anti-Syrische macht naast zijn deur ontwikkelde; Sy-. rië liet de christelijke falangisten toe een bloedbad aan te richten in het Palestijnse kamp Tel al-Zater. De militaire kracht van de druzen, Kamal Joumblatt, werd vermoord. Eind jaren zeventig werden de rollen omgedraaid. De maronieten ontwikkelden zich tot een sterke macht. En Assad kan het niet; toestaan dat Aoun de Syriërs met de hiilp van zijn aartsvijand Irak uit Libanon wil verdrijven. Dé Syrische leider ziet riiet alleen zijn hegemonie over Libanon in gevaar gebracht, maar hij wenst zich ook niet te laten insluiten door twee vijanden: aan dé ene zijde Irak, en aan de andere zijde een christelijke, pro-Iraakse enclave.

Syrië heeft de christelijke enclave omringd en de aanval van Aoun met een tegenaanval beantwoord, met het doel de militaire kracht van de maronieten te breken. Door de benarde positie waarin Assad de christenen gedreven heeft door zijn blokkade en beschietingen, hoopt hij dat de christenen Aoun af zullen zetten. Hij wenst de maronitische leider te vervangen door een andere, pro-Syrische christelijke leider, die danst naar zijn pijpen. Voor het bereiken van dit doel heeft de sfinx van Damascus veel over, zelfs het rijkelijk laten 'vloeien van bloed onder de christelijke bevolking.

Machtspolitiek

Syrië heeft ook getracht, tot nu toe zonder veel succes, politieke hervormingen Uit te voeren.' Het mgontsevenwicht was tot nu toe in het voordeel van de christenen..Syrië wilde de macht van de christenen verminderen, en die van de moslims en de druzen, die nu circa 70 procent van de bevolking vormen, vergroten. In die poging wordt Syrië gesteund door het grootste-deel van de Libanese bevolking, maar dat|wil niet zeggen dat dat deel ook voorstander is van de Syrische bezetting. De moslims en de druzen prefereren overigens wel een Syrische hegemonie boven een maronitische hegemonie.

Professor Mosje Ma'oz, een deskundige op het gebied vairS^rië en Libanon en verbonden aan de,Hebreeuwse Universiteit van Jeruzalem, zegt dat Aoun -misschien 20 procent en op zijn hoogst 30 procent van de Libanese bevolking vertegenwoordigt. Het percentage christenen in Libanon schat hij op 30 procent en de maronieten op tussen de 15 en 20 procent. Ma'oz: „Ik geef Aoun maximaal de steun van 30 procent van de bevolking, maar ik denk dat het dichter bij, de 20 procent ligt. Niet eens alle christenen steunen hem. De Grieks-orthodoxen bij voorbeeld niet, maar de katholieken weer wel. De maronieten zijn niet geïnteresseerd in Libanon, als geheel, maar ze zijn geïnteresseerd in. hun eigen belangen en in hun eigen gebied".

Kwestie van dagen

Evenals de meeste waarnemers, gelooft de professor dat de 20.000 soldaten van Aoun uiteindelijk het onderspit zullen delven tegen de beter bewapende 35.000 Syrische militairen en hun bondgenoten. Volgens sommigen is het een kwestie van enkele dagen yoordat het leger van Aoun ineen zal storten. Militair gezien heeft Aoun geen kans de Syrische aanval te weerstaan, aldus Ma'oz. De vraag is echter hoe lang Aoun stand kan hpudeiji. „Hij kan deze zware oorlog enige tijd doorstaan, maar op de lange duur heeft hij geen kans. Hij is van alle kanten oméingeld. De Syriërs staan er veel gunstiger voor".
De protesten uit de wereld tegen Assads optreden kwamen aanvankelijk moeizaam op gang. Dit heeft Israëlische leiders ernstig verontrust. Er bestaan gevoelens van sympathie tussen de Libanese maronieten en de joodse natie, omdat zij de enige twee eenheden-in het Midden-Oosten vormen die met succes een islamitische overheersing hebben weten te weerstaan. „De lessen die moeten worden geleerd zijn bitter", merkte deze week vice-premier Sjimon Peres op als reactie op de gebeurtenissen in zijrt buurland. „De relatieve onverschilligheid van dè wereld laat zien dat elke natie op haar eigen kracht moet vertrouwen".

Ook Israël niet

Wat Peres bedoelde was duidelijk: ook Israël hoeft ten tijde van oorlogvoering tegen Syrië of andere Arabische staten niet te rekenen op militaire hulp van westerse landen. Israels premier, Jitschak Sjamir, uitte bittere kritiek op de Verenigde Naties, die traag waren in hun respons op de gebeurtenissen terwijl ze „geen gelegenheid voorbij laten gaan Israël voor de meest onbelangrijke gebeurtenissen te veroordelen". De ministers van buitenlandse zaken van Saoedi-Arabië, Algerije en Marokko beschuldigen Syrië ervan verantwoordelijk te zijn voor de verslechterende situatie. De VN eisten een staakt-het-vuren, maar daar hielden de strijdende partijen zich niet aari Frankrijk stuurde een afgevaardigde om over een staakthet-vuren te praten. De kritiek op Syrië uit de westerse landen bleef veelal mild. De meeste-westerse landen wensen goede relaties met Syrië. Dit land kan behulpzaam zijn bij het loskrijgen van de gijzelaars. In de politiek gelden belangen en geen principes. Geen westers land lijkt bereid de christenen daadwerkelijk te hulp te komen.

Dagen geteld

De enige landen die militair zouden kunnen ingrijpen, zijn Irak en. Israël. Irak heeft door zijn ligging een logistiek probleem. Voor Israël zou het door zijn nabijheid een stuk gemakkelijker zijn om in militair opzicht te helpen. Maar de Israëlische leiders hebben deze week laten weten dat daarvan geen sprake kan zijn. De Libanon-oorlog van 1982 tot 1985, de eerste oorlog in Israels geschiedenis die niet de" goedkeuring van de hele bevolking wegdroeg en een zware tol aan soldatenlevens eiste, ligt nog vers in het geheugen. ^ Premier Sjamir: „We zijn een klein volk met vele eigen problemen en zorgen en wij kunnen zelf niet veel doen". De premier wees er op dat hier een taak ligt voor de internationale gemeenschap „en in het bijzonder voor hen die dicht bij de (christen-)Libanezen staan wat betreft religie en cultuur".
Als de westerse landen na zullen laten in de komende dagen zeer zware druk op Syrië uit te oefenen, kunnen de dagen van de onafhankelijke christelijke eenheid in Libanon wel eens geteld zijn én zouden vele maronieten in de komende dagen wel eens de dood kunnen vinden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 19 augustus 1989

Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 19 augustus 1989

Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's

PDF Bekijken