Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Goedkoop en duur past niet in één rek

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Goedkoop en duur past niet in één rek

Een winkelier zou het liefst alleen blauwe en bruine schoenen verkopen

5 minuten leestijd

NIEUWEGEIN - „We hebben de indruk dat de laatste tijd iets minder schoeisel wordt gekocht. Er bestaat tegenwoordig meer aandacht voor buitenlandse reizen en woninginrichting, minder voor mode. Vorig jaar was trouwens helemaal een slap jaar, omdat we geen winter en geen zomer hebben gehad. Iedereen bleef op dezelfde schoenen doorlopen", zo concludeert P. van Lammeren, manager van het Schoenencentrum (SCN) in Nieuwegein. Het SCN bestond gisteren vijf jaar.

De functie van het Schoenencentrum valt te vergelijken met die van het Confectiecentrum in Amsterdam: de aanbieders (fabrikanten, importeurs, agenten) en de detaillisten in de schoenenbranche worden bij elkaar gebracht. Zo'n 95 procent van het internationale schoenaanbod is volgens Van Lammeren in het pand aanwezig. Van de zelfstandige Nederlandse schoenenwinkels behoort 88 procent tot de 'klantenkring' van het Schoenencentrum. Zij kopen daar gemiddeld 60 procent van de schoenen die in hun winkel terechtkomen.

In Nederland worden jaarlijks ongeveer 60 miljoen paar schoenen aan de man gebracht. Daar tellen we samen zo'n 3 miljard gulden voor neer. Een derde hiervan is -indirect- afkomstig van het Schoenencentrum. Niet dat die schoenen allemaaleerst Nieuwegein aandoen. Daar staan alleen de modellen die de 150 exposanten kunnen leveren.

Pantoffel

Van Lammeren schat dat elke exposant zo'n tweehonderd verschillende schoenen in zijn assortiment heeft. Detaillisten kunnen dus kiezen uit een schier onuitputtelijke collectie. Een persbericht van het SCN verwoordt het zo: Een detaillist kan in het Schoenencentrum alles vinden wat hij in zijn winkel nodig heeft. In alle prijsklassen, van hoog-modieus tot zeer klassiek, van de orthopedische schoen tot de hoogste naaldhak, van pantoffel tot sportschoen. Van Lammeren: „Breed oriënteren is voor de kleine, zelfstandige schoenwinkel steeds belangrijker. De concurrentie met het grootwinkelbedrijf, zoals bij voorbeeld Manfield en Bata, wordt heviger. Deze bedrijven nemen deskundigen in dienst. Van de kleinere bedrijven wordt dus ook een zekere professionalisering gevraagd. Bezoek van vertegenwoordigers is ouderwets. Het kost veel tijd, en je loopt het gevaar dat je de draad van de al gedane bestellingen kwijtraakt. Een schoenendetaillist moet zich oriënteren, bekijken wat er uit zijn assortiment moet verdwijnen en zoeken naar alternatieven".

Geen postzegels

„De onderkant van de schoenenmarkt wordt voor 80 procent bediend door discountzaken als Bata en Van Haren. De toekomst voor de kleinere bedrijven zit in de midden- en bovenkant. Filiaalbedrijven kopen groot in, zijn daardoor goedvan pantoffel tot sportschoen"... koop, daar kan een zelfstandig bedrijf niet tegen op. Zij moeten zich richten op de verkoop van schoenen uit de midden- (ƒ 98 tot ƒ 150) en de duurste prijsklasse", zo meent Van Lammeren.

„Ik ben er van overtuigd dat je bij het bestellen van schoenen in het oog moet houden dat je geen postzegels moet kopen, maar een verzameling. Er moet lijn in je assortiment zitten. Anders breng je je klanten in verwarring. Je kunt geen dure schoenen naast goedkope in het rek zetten. Als je dus heel breed, wilt zijn, heb je een heel grote winkel nodig, en daarover beschikken kleinere schoenenzaken nu juist niet" De cijfers tonen overigens aan dat het in praktijk nog wel anders gaat. De gemiddelde prijs van een paar schoenen daalde in het zelfstandig kleinbedrjf van ƒ 77,50 in 1982 naar ƒ 77,40 in 1987. In dezelfde periode werd een gemiddeld paar schoenen uit een filiaalbedrijf ƒ 11 duurder, de prijs steeg namelijk van ƒ 44,80 naar ƒ 55,80. Hoe dat komt? Van Lammeren: „De zelfstandige bedrijven • zijn nog zoekende. Ze hebben de keuze tussen beter en goedkoper, en dachten dat de laatste variant de omzet zou bevorderen".

Bruin en blauw

Volgende maand begint in het Schoenencentrum de verkoop van schoenen voor de zomer van 1990. Orders zullen tussen 1 september en 1 november geplaatst worden. Levering volgt in de maanden december tot en met februari. Seizoengevoelige artikelen- zoals sandalen kunnen overir gens ook nog later worden besteld. „De schoenenbranche werkt op bestelling, maar de detailhandel zou het liefst uit voorraad van schoenen voorzien worden. Ze willen het risico van het inkopen verplaatsen naar de leverancier. Dat krachtenspel blijft altijd aanwezig".

Wie bepaalt nu eigenlijk wat Nederland volgende zomer aan zijn voeten zal dragen? Van Lammeren, lachend: „Maar heel weinig mensen weten wat aan zal slaan. Eigenlijk niemand. Een detaillist gaat af op zijn eigen ervaringen en de ontwerpen die het Modecentrum voor de schoenenbranche heeft gemaakt. Hij speelt het liefst op "safe", zou daarom eigenlijk alleen bruine en blauwe schoenen in zijn winkel willen zetten. Dan weet je zeker dat je er niet mee blijft zitten. Dat is echter saai. Om een aantrekkelijk rek te kunnen tonen, moet je ook dingen kopen die je mooi vindt".

Eerste aanzet

De eerste aanzet voor het nu vijf jaar bestaande Schoenencentrum Nederland (SCN) werd eigenlijk al in 1903 gegeven. In dat jaar werd er in Waalwijk een grote Nederlandse expositie op het gebied van schoenen en leder gehouden. In 1925, 1984 en 1953 werden er nogmaals dergelijke incidentele evenementen georganiseerd. Later werd er twee keer in een jaar een beurs georganiseerd, in de Jaarbeurs te Utrecht. Het aantal exposanten nam in de loop der jaren toe tot circa honderd. In ' 1984 werd besloten een zelfstandige vestiging in Nieuwegein te betrekken. De voornaamste reden was dat de aantrekkingskracht van het centrum zou toenemen door een sterkere centralisatie.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 22 augustus 1989

Reformatorisch Dagblad | 12 Pagina's

Goedkoop en duur past niet in één rek

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 22 augustus 1989

Reformatorisch Dagblad | 12 Pagina's

PDF Bekijken