Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Gezondheidszorg allerlei

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Gezondheidszorg allerlei

5 minuten leestijd

Grasmaaiers

Wat zijn ze handig voor mensen met een grote tuin: de elektrische kantgrasmaaiers die met een ronddraaiend nylondraadje korte metten maken met de lange grassprieten. Deze grassprieten worden afgesneden door het nylondraad, dat met een omwentelingssnelheid tussen de 6000 en 14000 toeren per minuut over het graskantje scheert... Als zo'n draadje, of een stukje ervan, losschiet kan dat echter nare gevolgen hebben.

Dat blijkt uit een bijdrage van oogarts J. A. Oosterhuis in het jongste nummer van het Nederlands tijdschrift voor geneeskunde. Hij wijst erop dat onderzoek in de Verenigde Staten heeft uitgewezen dat het aantal ongevallen veroorzaakt door nylondraad van grasmaaiers tussen 1979 en 1985 vertienvoudigd is.

De gevolgen van het losschieten van (een stukje van) de nylondraad logen er niet om. Werd het oog geraakt, dan leidde dit in veel gevallen tot perforatie van de oogbol. In een flink aantal gevallen moest het oog als verloren worden beschouwd. Dat kwam mede door de micro-organismen uit het plantaardige materiaal dat aan de nylondraad kleefde, ten gevolge waarvan ernstige ontstekingen ontstonden.

Oosterhuis tekent bij dit alles aan dat het dragen van een gewone bril geen bescherming biedt. De kracht waarmee het projectiel wordt afgeschoten is daarvoor te groot. Het dragen van een schutbril wordt „met de meeste klem" aanbevolen. De nylondraad kan het beste voor elke maaibeurt vernieuwd worden.

Vliegtuigtrombose


Er bestaat geen verband tussen het maken van lange vliegreizen en het ontstaan van trombose (bloedstolsels). Dat heeft een steekproef aangetoond waaraan meer dan vijftig trombosedeskundigen uit de Benelux als proefkonijn deelnamen.

De uitkomst van het onderzoek werd eergisteren in Tokio bekendgemaakt door dr. H. Büller en prof. dr. J. ten Cate.
Zij zijn beiden verbonden aan het Academisch Medisch Centrum (AMC) in Amsterdam.

Vorig jaar schreven we in deze rubriek naar aanleiding van een publikatie in het Engelse medische tijdschrift The Lancet dat op lange intercontinentale vluchten bloedstolsels in de benen kunnen worden gevormd.
De stolsels zouden ontstaan doordat de vliegtuigpassagier gedurende lange tijd in een stoel moet zitten zonder noemenswaardige beweging. Na afloop van de vlucht kunnen die stolsels Vervolgens losschieten en vastlopen in het fijnmazige vaatbed van longen of hersenen met alle gevolgen van dien.

De uitkomst van het jongste onderzoek laat zien dat deze theorie niet opgaat.. Büller en Ten Cate maken hun bevindingen deze week in Tokio, waar een wereldcongres plaatsvindt voor hemostase(bloedstollings)-deskundigen, bekend. Voor het onderzoek waren 53 proefpersonen vlak voor hun vertrek naar het congres in Tokio ingespoten met een kleine hoeveelheid jodium-isotopen, die eventuele stolsels 'zichtbaar' maken. Na aankomst in het hotel in Tokio werden de onderbenen doorgemeten, hetgeen 24 uur later nog eens werd herhaald. Volgens een AMC-woordvoerder werd bij geen van de deskundigen een stolsel ontdekt.
De uitslag van het representatieve onderzoek is, aldus de woordvoerder, „opmerkelijk". Gezien het relatief grote aantal trombosegevallen waarmee ziekenhuizen in de buurt van luchthavens worden geconfronteerd, werd een verband waarschijnlijk geacht.
De uitkomst van het onderzoek kan betekenen dat de luchthaventrombose slechts een demografisch verschijnsel is, omdat er op vliegvelden nu eenmaal een constante stroom van mensen en dus van potentiële patiënten is.

Cholesterol

Prof. dr. P. A. van Zwieten, farmacoloog in het AMC in Amsterdam, en prof. dr. J. C. Birkenhager, internist in het Academisch ziekenhuis Rotterdam-Dijkzigt, vinden dat nogal wat Nederlanders „doordraven" als zij erachter komen dat zij een verhoogd cholesterolgehalte hebben. „Zij vragen dan direct aan hun huisarts om de sterkste middelen die er zijn, de zogenaamde cholesterolsynthese-remmers". Die middelen zijn volgens hen voorlopig alleen bestemd voor de ernstigste patiënten, die niet reageren op andere cholesterolverlagende behandelingen.
Van Zwieten en Birkenhager erkennen dat onderzoek weliswaar heeft uitgewezen dat die middelen het cholesterol-peil in het bloed snel en sterk verlagen, maar benadrukken tegelijkertijd dat over bijwerkingen op lange termijn nog te weinig bekend is.

Zij wijzen erop dit het overgrote deel van de Nederlanders met een te hoog cholesterol-gehalte (volgens de overheid gaat het ongeveer 25 procent van de bevolking), door aanpassing van hun leefwljze zelf al heel wat aan hun kwaal kunnen doen. Minder eten, minder dierlijke vetten, minder zout en meer beweging is volgens hen beter dan hel halen van een recept voor een geneesmiddel bij de huisarts.

Mocht dit alles helpen, dan zijn IP'P onvoldoende volgens Van Zwieten en Birkenhager milder werkende cholesterolverlagende medicamenten voorhanden Zij raden ten sterkste af om de zware cholesterol synthese-remmers zonder grondig onderzoek van de bloedvaten voor te schrijven, iets wat in de praktijk volgens hen helaas wel gebeurt.

Het ideale cholesterol-gehalte, dat iedereen bij zijn hui meten, ligt op 5 mme l/liter. Ligt het gehalte tussen de 5 en de 6,5 mmol/liter, dan zou men kunnen spreken van een "lichte" verhoging.Tussen de 6,5 en 8 is sprake van een 'verhoogd cholesterolgehalte. Wie boven de 8 mmol/liter zit, heeft absoluut een te hoog cholesterolgehalte.

Aidsmedicijn

Het medicijn AZT remt de ontwikkeling van aids voordat ziekte zich heeft gemanifesteerd bij personen die de eerste verschijnselen vertonen van besmetting met het HIV-virus, dat aids veroorzaakt. Dit blijkt uit een proef met AZT, waarvan de resultaten onlangs door het Amerikaanse ministerie van volksgezondheid werden bekendgemaakt.

De resultaten waren zo bemoedigend, dat de proef voortijdig is stopgezet om deelnemers die een placebo kregen ook met AZT te kunnen behandelen.
Het Amerikaanse Instituut voor Allergieën en Besmettelijke ziekten, dat de proef uitvoerde, schat dat 100.000 tot 200.000 Amerikaanse patiënten met vroege symptomen van HIV-besmetting baat kunnen hebben bij vroegtijdige behandeling met AZT. De proef wijst 0( k uit hoe belangrijk het is dat personen die behoren tot de risicogroepen zich op besmetting met het HIV-virus laten testen, aldus het instituut.     W. van Hengel

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 23 augustus 1989

Reformatorisch Dagblad | 18 Pagina's

Gezondheidszorg allerlei

Bekijk de hele uitgave van woensdag 23 augustus 1989

Reformatorisch Dagblad | 18 Pagina's

PDF Bekijken