Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Geringe verschillen

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Geringe verschillen

4 minuten leestijd

De verschillen zijn gering. Die conclusie komt naar voren uit de cijfers met betrekking tot de macro-economische effecten van de verkiezingsprogramma's van PvdA, CDA, VVD en D66. Het Centraal Planbureau (CPB) heeft de computers laten berekenen wat uitvoering van de beleidsvoornemens van de vier genoemde politieke groeperingen, in de komende jaren oplevert. Eerder deze week werd het rapport met de resultaten gepubliceerd. Het bevat beslist geen verrassende of schokkende gegevens en biedt geen handvat voor welke partij dan ook, om de kiezer ervan te overtuigen dat zij overduidelijk de gunstigste koers voor de nieuwe kabinetsperiode heeft uitgezet.
De sociaal-democraten scoren op het eerste gezicht het best. Hun beleid zorgt voor wat meer groei en werkgelegenheid dan dat van de concurrenten.
Dat is een gevolg van de grotere investeringsactiviteit op de terreinen van milieu en woningbouw. Het CPB houdt het voor de PvdA op 61.000 extra banen, terwijl er voor de VVD 12.000 en voor het CDA 10.000 uit de bus rollen. Het CPB voegt hier wel een kanttekening aan toe. In latere jaren zal die meer stimulerende aanpak van de PvdA leiden tot hogere collectieve uitgaven. Dat roept dus toch weer het oude beeld op van een partij die het niet zo nauw neemt met de overheidsfinanciën, die uit is op succesjes op korte termijn, maar de rekening daarvoor, in de vorm van lastenverzwaringen, doorschuift naar de toekomst.
Ook in het plaatje van de VVD herkennen we een element dat eigen is aan die partij. De belasting- en premiedruk daalt bij de liberalen met 0,7 procent; bij PvdA, CDA en D66 daarentegen treedt een stijging op van 0,4 procent. Het gebruikelijke pleidooi van de VVD voor lagere lasten voor de burgers, blijkt dus meer in te houden dan alleen mooie woorden.
Maar nogmaals, het geheel overziende zijn de verschillen klein. Dat wekt geen verbazing, want de partijen hebben gekozen voor dezelfde uitgangspunten. Alle programma's zijn gebaseerd op een verwachte jaarlijkse economische groei van 2,5 procent. Bovendien besteden zij een zelfde deel van de daaruit voortvloeiende ruimte voor een verkleining van het financieringstekort. Een reductie van dat tekort met 2 procentpunten is het eensgezinde doel. De verdeling van de dan nog resterende financiële middelen leidt dus niet tot markante verschillen wat betreft de uitwerking op de economische ontwikkeling.
Overigens is de vooronderstelling van een groei van 2,5 procent tamelijk optimistisch. Het CPB heeft zijn prognose inmiddels al bijgesteld tot 2,25 procent. Welke plannen laten de partijen vallen als het economisch tij onverhoopt tegenzit? Waar haalt men dan het benodigde geld vandaan, op welke posten bezuinigt men dan eventueel? Dat zijn vragen die te weinig aandacht krijgen. We horen niets over een "slecht-weer- scenario".

De uitkomsten van de berekeningen van het Planbureau passen bij het karakter van de huidige verkiezingsstrijd. Die wordt bepaald niet gekenmerkt door polarisatie. Harde en aansprekende strijdpunten, met een voor de kiezer helder verschil in standpunten, zoals in het verleden over bij voorbeeld bezuinigingen en kruisraketten, ontbreken ditmaal.
Daar draagt de opstelling van de PvdA zeker het nodige toe bij. Kok wil graag gaan regeren en zet zich daarom minder krachtig af tegen het CDA. Lubbers heeft een zeker superioriteitsgevoel, presenteert zich liever als staatsman dan als partijman. Daarom ook van zijn kant geen scherpe aanvallen. En Voorhoeve kampt nog met de naweeën van de kabinetscrisis en de problemen in eigen gelederen.

Voorts geven ook de economische omstandigheden aanleiding tot eensgezindheid op veel punten en voor de milde toonzetting. Het gaat goed in ons land. De bezuinigingspijn is geleden en over maatregelen ter verdeling van de welvaart valt meestal gemakkelijker overeenstemming te bereiken dan over ingrepen die leiden tot versobering.
Ten aanzien van het te voeren financieel en sociaal-economisch beleid, lopen de opvattingen dus niet zo heel ver uiteen. Het lijkt ons, dat er in ieder geval geen onoverkomelijke struikelblokken bestaan voor de onderhandelingen, tussen welke partijen ook, tijdens de kabinetsformatie.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 augustus 1989

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's

Geringe verschillen

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 augustus 1989

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's

PDF Bekijken