Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Waarom stopten Chamberlain en Roosevelt Hitlers agressie niet ?

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Waarom stopten Chamberlain en Roosevelt Hitlers agressie niet ?

12 minuten leestijd

APELDOORN - Hadden Roosevelt en Chamberlain Hitler niet kunnen stoppen? Een vraag die, met de herdenking in zicht dat vijftig jaar geleden de Duitse aanval op Polen de Tweede Wereldoorlog (1 september 1939) ontketende, de historici des te meer bezighoudt. Zo ook de vermaarde Amerikaanse Duitslandkenner prof. Gordon A. Craig in zijn haarscherpe observatie "Die Ohnmacht der Grossmachte" (De machteloosheid van de grootmachten).

Qua temperament leken de Amerikaanse president Franklin Delano Roosevelt en de Britse premier Neville Chamberlain totaal niet op elkaar. Toch hadden deze bewindslieden twee belangrijke zaken gemeen: beiden ontbrak het aan ervaring op het gebied van de buitenlandse politiek toen zij het regeringsroer in handen namen èn beiden hielden zich met een verbazingwekkende zelfbewustheid doof voor elk advies op dit cruciale terrein in de jaren dertig.
Uit deze gemeenschappelijke grondhouding vloeiden dikwijls te weinig doordachte diplomatieke stappen voort alsmede een niet geringe dosis naïviteit en vele foutieve inschattingen ten aanzien van karakters en plannen van het dictatorduo Hitler-Mussolini.

Een voorbij Europa

Laten we eerst Roosevelt eens onder de historische loep nemen. Welnu, de Amerikaanse president liet zich graag op zijn kennis van Europa en de politiek van het Avondland voorstaan. Roosevelts 'Europa' baseerde zich echter slechts op de herinneringen die hij nog had aan kinderreizen in de jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw naar Frankrijk, Duitsland èn Groot-Brittannië, zo ook aan drie plezierreisjes naar de Oude Wereld in de jaren 1906-1912 en aan twee korte bezoeken aan Frankrijk in 1918 en 1919 als onderminister van marine van president Woodrow Wilson. Al deze herinneringen golden een voorgoed voorbij Europa...
Binnenlandse zaken namen Roosevelt tussen 1920 en 1933 te veel in beslag om zijn verouderde kijk op Europa te corrigeren. Bij de aanvaarding van zijn presidentschap bleek in elk geval duidelijk dat hij zich niet bewust was welke revolutionaire veranderingen in de internationale politiek de opkomst van de dictators hadden veroorzaakt.

Redelijkheid

Roosevelt dacht niet diep na over de crisis waarin, naast de wereldeconomie, óók de wereldpolitiek zich in het begin van de jaren dertig bevond. Hij hoopte maar dat „aloude Duitse redelijkheid a la die van Bismarcks tijd, toen ik in Duitsland op school ging, weer te voorschijn zou komen".
Bovendien geloofde de Amerikaanse president rotsvast dat de politiek van de grote mogendheden een rationeel gebeuren was volgens algemeen erkende spelregels. Na de verschrikkingen van de Eerste Wereldoorlog —de gruwelijkste krijg in de historie— zou, zo twijfelde Roosevelt geen moment, niemand meer aan de macht kunnen komen bij een grote mogendheid die in wapengeweld nationaal voordeel meende te zien.
Deze denkbeelden maakten het Roosevelt extra moeilijk om de dictators van zijn tijd te doorzien. Het breken van afspraken was voor hen immers een deugd en voor de aanwending van geweld deinsden zij geenszins terug. De president kwam daar pas vrij laat achter.

Italiaanse gentleman

In mei 1933 roemde hij in een gesprek met Hjalmar Schacht de daadkracht die hervormers als Hitler en Mussolini uitstraalden. Hun progressieve activiteiten vielen met zijn New Deal, met zijn aanpak van de Amerikaanse economische crisis te vergelijken... En nog in 1935 beschreef Roosevelt Mussolini in een particuliere brief als een „echte Italiaanse gentleman".
Eerlijk is eerlijk, de rapportages van de Amerikaanse ambassadeurs in Rome en Berlijn hielpen Roosevelt zeker in zijn eerste ambtsperiode van dit drogbeeld van de dictators niet af.
Washingtons man in Rome, Breckinridge Long, verkeerde helemaal in Mussolini's ban en de historicus William E. Dodd verafschuwde het nationaal-socialisme zozeer dat hij geen contacten onderhield met de nazi-machthebbers, kortom zichzelf drooglegde als belangrijke diplomatieke informatiebron voor de president in Berlijn.
Uit andere diplomatieke en particuliere kanalen rees zo'n tegenstrijdig beeld op van Hitler en Mussolini dat Roosevelt niet anders restte dan beide dictators op zijn minst het voordeel van de twijfel te gunnen. Duitslands herbewapening, Mussolini's aanval op Ethiopië, het uitbreken van de Spaanse Burgeroorlog, de remilitarisering van het Rijnland boorden evenwel zijn optimisme in de jaren '35 en '36 de grond in.

Irreële ideeën

De president achtte het raadzaam een buiging te maken naar de sterke isolationistische stemming in zijn land. In een rede in Chautauqua op 14 augustus verklaarde hij derhalve: „Talloze uren breek ik mijn hoofd over het probleem hoe deze natie buiten een oorlog kan blijven".
Craig: „Niets wijst erop dat de president zich ervan bewust was dat hij door deze stellingname ook zijn eigen mogelijkheden beperkte om de besluiten van de dictators te beïnvloeden".
Nog in diezelfde augustusmaand polste Roosevelt zijn ambassadeur in Berlijn hoe Hitler zou reageren op het verzoek zijn plannen voor de komende tien jaar bloot te geven en of de Führer oren had naar een mondiaal veiligheidsplan. Gelijktijdig wist de New York Times te berichten —een 'lek' in de staf van het Witte Huis- dat de president overwoog Hitler, Mussolini, Stalin, de Britse vorst en andere staatshoofden voor een speciale vredesconferentie uit te nodigen.
Hoewel de toenmalige gebeurtenissen het irreële karakter van deze ideeën aantoonden, verwierp Roosevelt ze niet en bracht hij ze na zijn herverkiezing in november 1936 weer ter sprake.

Appeasement-politiek

Stappen we nu eerst over naar de internationale visie van de Britse premier Neville Chamberlain. Ook hij had zich in het begin van zijn carrière vrijwel uitsluitend met binnenlandse zaken beziggehouden. Zijn politieke sporen verdiende Chamberlain vóór de oorlog achtereenvolgens als burgemeester van Birmingham, als minister van het postwezen onder Bonar Law en als kabinetslid voor volksgezondheid in de eerste regering van Baldwin.
Waagde Neville het bij uitzondering eens zijn mond over een internationale kwestie open te doen, dan stond broer Austen —een van de architecten van het verdrag van Locarno van 1925- onmiddellijk gereed hem de mond te snoeren: „Bedenk, Neville, dat jij van buitenlandse politiek geen snars begrijpt!"
De les was niet besteed. Als minister van financiën ontwikkelde Chamberlain een vastomlijnde visie op het wereldtoneel. Ferm liet hij in mei 1937 bij de aanvaarding van het Britse premierschap zijn zuster Ida weten een actievere rol te willen spelen in Londens buitenlandse beleid dan zijn voorganger Baldwin.
Aan deze uitgangspositie hield hij zeker niet tot algemeen genoegen van zijn kabinetscollega's onverkort vast.
Op sterke tegenstand stuitte hij daarbij niet. Daarvoor was zijn overwicht op regering en parlement tot en met de beruchte conferentie van München (de verkwanseling van Tsjechoslowakije aan het Derde Rijk) van eind september 1938 te groot. Tot aan

Waanzinnige dictator

Van nauwe samenwerking met de Fransen om het vredesverdrag van Versailles overeind..te houden wenste Chamberlain in tegenstelling tot zijn ministerie van buitenlandse zaken niet meer te weten. Voor pogingen om de vrede door appels aan morele waarden en wetten te redden legde de Britse premier een nauwelijks verholen minachting aan de dag. Ja, zo oordeelt Gordon A. Craig, Chamberlains buitenlandse politiek onderscheidde zich door een bijna arrogant zelfbewustzijn.

Toen in mei '36 de Fransen de Britten ervan poogden te overtuigen dat Hitler zijn troepen uit het Rijnland zou terugtrekken ingeval óók Londen zich bij sancties aansloot, noteerde Chamberlain in zijn dagboek: „Wij kunnen dit niet als de betrouwbare inschatting van het gedrag van een waanzinnige dictator beschouwen".

Zelfoverschatting

Overigens twijfelde hij er geen minuut aan zelf wèl met de al dan niet waanzinnige Hitler tot bruikbare afspraken te kunnen komen.
Lichtzinnig liet hij zich de onoprechte woordenkraam uit het dictatoriale kamp aanleunen. De vleierijen van Mussolini's ambassadeur Dino Grandi (de Italiaan prees Chamberlains verdiensten voor de internationale ontspanning) gaven hem augustus 1937 een niet bescheiden passage in de pen: „Als minister van financiën kon ik nauwelijks een kiezelsteentje van zijn plaats krijgen. Vandaag de dag hoef ik maar met mijn vingers te knippen en het gelaat van Europa verandert". Zou zus Ida's gezicht er wellicht ook anders hebben uitgezien na lezing van deze zelfbewieroking?

Geen tête-a-tête

Zolang Chamberlain parmantig in de diplomatieke wolken bleef paraderen, lag Britse toenadering tot en samenwerking met de Verenigde Staten in het belang van de wereldvrede niet voor de hand. Dat had ' de premier trouwens al kort na zijn ambtsaanvaarding aan Washington kenbaar gemaakt. Roosevelt, die grote waarde hechtte aan persoonlijke contacten in de diplomatie, had Chamberlain namelijk direct voor een ontmoeting onder vier ogen in het Witte Huis uitgenodigd. Maar de Britse eerste minister stelde voor de tête-a-tête te verschuiven naar een tijdstip waarop de situatie in Europa overzichtelijker zou zijn.

Kanttekening van prof. Craig: „Als het president Roosevelt op dat moment gelukt zou zijn met Chamberlain een even nauwe relatie op te bouwen als later met Churchill, dan zou de geschiedenis een andere loop hebben kunnen nemen".

Hoe dit moge zijn: Chamberlain had toentertijd in elk geval niet het gevoel een misstap te hebben begaan. In een privé-brief (alweer aan' zus Ida) lokte de invitatie van Roosevelt hem allerminst aan: „De Amerikanen hebben nog een lange wgg te gaan alvorens zij als nuttige bondgenoten in de wereldpolitiek kunnen optreden".

"Quarantaine-speech"

En ja, toen de Amerikaanse president in oktober van dat zelfde jaar '37 notabene in een isolationistisch bolwerk als Chicago de gevaren schilderde van de toenmalige internationale situatie en repte van een gezamenlijk optreden van de vredelievende naties tegen eventuele agressoren, voelde appeaser Chamberlain zich alleen maar bevestigd in het afwimpelen van de Amerikaanse avances.

Werd Roosevelts zogenoemde "quarantaine-speech" (bij een epidemie was het gebruikelijk patiënten in quarantaine te plaatsen; op dezelfde wijze zouden de vredelievende landen in de wereld de lijders aan agressiviteit volledig moeten afzonderen want een „oorlog, al dan niet verklaard, is een besmettelijke ziekte") aan het thuisfront -vooral in de staten aan de Oostkust- enthousiast ontvangen, in Londen toonde men zich onaangenaam verrast.
De Britse irritatie draaide om Chamberlains interpretatie van de "quarantaine-speech" als een bedekte Amerikaanse veroordeling van Japans oorlogszuchtige optreden tegen China van dat moment. De premier vreesde dat Roosevelts retoriek hem een hardere koers tegenover Tokio opdrong en daar had hij bijzonder weinig zin in. „Wij kunnen ons bij de huidige stand van zaken in Europa met twee ons bijzonder slechtgezinde dictators eenvoudigweg geen problemen met Japan veroorloven. Ik heb sterk de indruk dat de Amerikanen weer eens flink tamtam maken om zich vervolgens te drukken en zo de schuld en smaad voor ons te reserveren".

Bovendien, zo vervolgde hij zijn anti-Amerikaanse bedenkingen, kon Roosevelts onverantwoorde speech „de Duitsers en de Italianen wel eens aanleiding geven nauwere banden aan te knopen met de Japanners". En vocht hij juist niet tegen een samengaan van dit snode trio! Al met al was Roosevelts proefballon voor binnen- en buitenlands gebruik in Chamberlains ogen het zoveelste bewijs dat je „het" beste van de Amerikanen maar niet' anders moet verwachten dan woorden".

Als je kijkt naar Amerika's zwe^ verige houding op de Brusselse ^ conferentie van een maand later over Japans agressie in China, dan valt het ongenoegen van de Britse,; premier te begrijpen.

Wederzijds wantrouwen

Toch kwam het wantrouwen in de Anglo-Amerikaanse betrekkin-" gen niet van één kant. Een aantal van Roosevelts naaste medewerkers_ was knap beducht voor Chamber-, lains onvermoeibare pogingen toö. een vergelijk te komen met de dictators op het vasteland van Europa. Zij achtten het niet uitgesloten datde Britse premier zijn grote diplo-^ matieke wensen zelfs ten koste van bestaande internationale verdragen en de belangen van kleine naties zou willen doordrukken. Andere Amerikaanse critici van Chamberlain —minister van buitenlandse zaken Huil en vooral de voorstanders van vrijhandel— keken weer met een scheef oog naar een Brits-Duitse economische Alleingang.

Deze stromingen binnen het eigen land hebben wellicht Roosevelt tot het besluit gebracht nogmaals zijn oude droom van een wereldconferentie hardop voor zich uit te mijmeren. In januari 1938 stelde hij Chamberlain van zijn voornemen op de hoogte in het Witte Huis een treffen van alle grotere naties te houden om normen voor het internationale verkeer uit te werken.

Maar zelfs binnen zijn eigen kabinet kreeg Roosevelts initiatief geen algemene bijval. Op welsprekende wijze verwoordde William Bullitt, Roosevelts ambassadeur in Parijs, het heersende Amerikaanse scepticisme: gelet op Hitlers steeds openlijker aan de dag tredende verlangen zijn Heimat Oostenrijk bij het Derde Rijk in te lijven, zou zo'n conferentie lijken op een bijeenkomst van psychoanalytici die als slachtoffers van criminelen van het slag Al Capone onderling serieus zitten te discussiëren over de psychologische oorzaken van het maatschappelijke verschijnsel misdaad.

Londen droomde in elk geval niet mee met Roosevelt. Chamberlain was druk in de weer de Italianen aan zich te binden via een Mid- i dellandse-Zeeakkoord. Daarnaast stond hij op het punt Hitler te paai— en met een redelijke regeling van het, koloniale yraagstuk plus een gunstige handelsovereenkomst.' • Zonder ook maar zijn minister van buitenlandse zaken Anthony Eden op de hoogte te stellen wees hij Roosevelts plan voorlopig van de j hand.

Machtsblok

Eden was compleet van zijn stuk toen hij van Chamberlains hooghartige oncollegiale optreden vernam. Hoe kon de premier zich zo'n kans op een Anglo-Amerikaans front tegen de dictators laten ontglippen?! Direct probeerde hij Chamberlain alsnog om te krijgen. TevergeefsEdens oppositie tegen een vergelijK" met Mussolini's Italië leidde in februari uiteindelijk tot een breuk met Chamberlain en zijn terugtre-' ding uit diens kabinet.

Chamberlains barse reactie op Roosevelts diplomatieke zet doet des te onbegrijpelijker aan, laatzich des te minder verontschuldigen, wanneer wij zijn weigering met een brief vergelijken die hij in die tijd aan een landgenoot van de Amerikaanse president schreef: „De Verenigde Staten en het Verenigde Koninkrijk stellen samen zo'n overweldigend machtsblok voor dat alleen al een toespeling op het inzetten van deze gigant voldoende zal zijn de machtigste dictator mak te maken. Daarom geloof ik dat een samenwerking tussen onze landen hèt aangewezen middel is om de vrede te bewaren".
Wordt vervolgd.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 30 augustus 1989

Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's

Waarom stopten Chamberlain en Roosevelt Hitlers agressie niet ?

Bekijk de hele uitgave van woensdag 30 augustus 1989

Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's

PDF Bekijken