Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Het enige minpunt: de te krappe zetels

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Het enige minpunt: de te krappe zetels

Bezoekers van Nationale Taptoe Breda wacht spektakel vol show en militaire muziek

5 minuten leestijd

Negen uur. In de hoek van het paradeterrein van de Koninklijke Militaire Academie slingert een enorme klok, op hout aangebracht, heen en weer. De knaap blijkt op een geheimzinnige manier een diep-bronzen klank te kunnen voortbrengen: de Nationale Taptoe Breda begint. De bezoekers op de tribunes wacht een spektakel met veel (militaire) muziek, exercities, lichteffecten en onverwachte ' geweerknallen juist op het moment dat alles donker is op de parade. Een gebeuren dat zich vanaf vorige week donderdag elke avond, met uitzondering van de zondag gelukkig, heeft afgespeeld en dat nog tot morgen duurt.

In het voorprogramma is het publiek al aardig in de stemming gebracht door verschillende burgerkorpsen. De korpsen staan min of meer te dringen om in het voorprogramma van de taptoe op te kunnen treden en voor het bestuur is dat dan ook de kraamkamer waaruit latere deelnemers voor het hoofdprogramma geselecteerd kunnen worden. Want ook al heeft de taptoe een duidelijk militair karakter, er is altijd medewerking van een burgerkorps, dat zich dan uiteraard qua niveau kan meten met de militaire orkesten in Nederland. En dat die niveau hebben, bewijzen ze ook deze avond weer.
De Nederlandse militaire muziek is uiteraard sterk verweven met de traditie. Dat blijkt al direct bij het zien van al die uniformen, tot stand gebracht in een soms ver verleden. Die binding met de traditie blijkt echter ook uit het taptoeprogramma. Zo presenteren de orkesten van de Koninklijke Marechaussee zich in verband met het 175-jarig bestaan van dat wapen. Een heel spektakel, waarbij je je even afvraagt waar het publiek voor komt: voor de show of voor de muziek?

Verloren

Het zal wel een combinatie van beide zijn, maar in de presentatie van de marechaussee verdringen beide elementen elkaar wel eens. Op het moment bij voorbeeld dat het motordemonstratieteam de parade oprijdt is de aandacht voor de muziek weg. Het publiek houdt de adem in als de groep motorrijders zich in tweeën splitst, waarna iedere groep vanuit een hoek van het terrein met een flinke vaart het midden opzoekt. Daar kruisen de twee stromen elkaar om en om. Hun devies, "zonder vrees of blaam", staat gelukkig het gezond verstand niet in de weg: op een gegeven moment houden enkele motorrijders toch even in, anders was het tot de botsing gekomen waarop het publiek zat te wachten.

Zoals gezegd: de muziek die op dat moment ten gehore wordt gebracht is verloren. Tegen zestien grommende motoren, die met zwaailicht in de groeiende schemering rondrijden, is niets bestand.

„Perfect show!"

Het publiek dat echt voor de muziek gekomen is, komt meer aan z'n trekken in het optreden van de Flora Band uit Rijnsburg. Uiteraard wordt daarbij gemarcheerd, maar bet is niet spectaculair genoeg om de aandacht van de muziek af te leiden. De muziekliefhebbers komen ook volledig aan hun trekken tijdens het optreden van de Marinierskapel der Koninklijke Marine. Ze brengen onder andere een arrangement van het Moto Perpetuo van Paganini. Paganini's muziek is onder violisten berucht vanwege de onspeelbaarheid en dat blijkt ook hier. Onnavolgbaar zoals de klarinettisten van de Marinierskapel in een duizelingwekkende snelheid een stroom van noten ten gehore brengen. Het getuigt van een indrukwekkende techniek.
Heel wat anders dan het lied van Piet Hein, waarmee de mariniers afscheid nemen, dat overigens wel velen tot enthousiast meezingen brengt.
Het publiek is ook duidelijk onder de indruk van het optreden van de gasten uit Noorwegen, de Koninklijke Garde. Ze tonen dat excerseren nog iets anders is dan in een rij min of meer recht achter elkaar lopen. Alles gaat volstrekt gelijk: er is één geluid als de handen het geweer grijpen, één geluid als het geweer wordt neergezet en één beweging als de hoofden draaien. Daarbij vergeleken is het marcheren van verschillende Nederlandse korpsen maar een rommeltje. Hoewel: dat zijn natuurlijk in de eerste plaats beroepsmusici en daarna pas militairen. Na afloop zegt een van de luisteraars spontaan tegen een Noorse militair: „Perfect show!", en die grijnst terug: „Thank you".

Sinds 1814

In het op een na laatste onderdeel presenteert zich alles wat de landmacht maar aan militaire muziek bezit, van de Koninklijke Militaire Kapel tot het Fanfarekorps der Limburgse jagers. Alleen al dat klfeurrijke spel van die verschillende uniformen is fraai om te zien, zeker als dat aangevuld wordt met muziek. Er is keus genoeg want de Landmacht herdenkt hiermee het feit dat er sinds 1814 militaire muziekkorpsen zijn, dus in die periode is er ook heel wat muziek voor hen geschreven.

Dit onderdeel wordt besloten met een aantal arrangementen van Mozartcomposities, onder de titel Amadeus Favorites. Volgens de presentator is het een bewerking „die Mozart de wenkbrauwen zou hebben doen fronsen". Dat zal waar zijn, hoewel het "Eine kleine Nachtmusik" ook in deze bezetting aangenaam in het gehoor ligt.

Verhuizen

Bij de Finale sta^t ten slotte de hele parade vol met de vele honderden deelnemers. Met een speciaal door Henk van Lijnschoten gecomponeerde mars, "Op de parade", nemen ze afscheid van het paradeterrein van het Kasteel van Breda: volgend jaar verhuist de taptoe naar de Chassékazerne, eveneens in Breda.
Werkelijk schitterend klinkt daarna Bortnianski's "I pray for the Power of Love", ook bekend als het christelijke gezang "Ik bid U aan, o Macht der Liefde". Dit zijn voor mij de blazers op hun mooist: een breed geluid, diep, warm en klankrijk. En zo klinkt ten slotte ook het Wilhelmus. Het publiek rijst op, de vele geüniformeerden op de tribunes salueren, waarna de deelnemers onder de klanken van de Bredasche Mars afmarcheren. Het publiek strompelt een beetje stijf de tribunes af — dat is het enige nadeel van de Taptoe: de zitplaatsen zijn nogal krap uitgevallen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 september 1989

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

Het enige minpunt: de te krappe zetels

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 september 1989

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

PDF Bekijken