Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

James Durham, godgeleerde uit de kring van de

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

James Durham, godgeleerde uit de kring van de "Convenanters"

Getrouw prediker met zeer ernstige levenshouding en met grote ijver

12 minuten leestijd

De naam van Durham is onder ons niet geheel onbekend, maar toch veel minder bekend dan die van andere 'grote' Schotten en Engelsen, zoals Owen, Rutherford, Gray en Binning. Het is daarom wellicht een goede zaak de gegevens omtrent zijn levensloop aan onze lezers door te geven. We leren daaruit een man kennen die leefde in bewogen tijden. Een man ook met een zeer ernstige levenshouding en met grote ijver. In de iets meer dan tien jaar dat hij predikant was heeft hij heel wat geschreven, grotendeels commentaren op bijbelboeken.

James Durham, die in 1622 geboren werd, was de zoon van Sir John Durham, die het kasteel Grange Durham Angus bewoonde. Als oudste zoon in het gezin erfde hij het landgoed Easter Powrie in het graafschap Forfar. Hij studeerde aan de beroemde universiteit van St. Andrews en ging daarna naar zijn landgoed.
In de burgeroorlog werd hij onder de wapenen geroepen en als landedelman voerde hij met-de rang van kapitein een afdeling soldaten aan.
Van aard was Durham ernstig en nadenkend. Een bezoek aan de familieleden van zijn eerste vrouw Anna, die te Abercorn bij Edinburgh woonden, werd voor hem geestelijk van grote betekenis. Anna, die „ongeveer in 1648" stierf, was een dochter van Francis Durham van Duntarvie, mogelijk nog uit de verre familiekring. Sinds dat bezoek ging hij met diepe indrukken door het leven. En uit zijn geschriften mogen we opmaken dat het niet bij indrukken zonder meer is gebleven.

Glasgow

Tijdens zijn militaire-diensttijd hoorde de bekende prediker en theoloog David Dickson hem eens met zijn soldaten bidden. Dat gebed maakte zo'n indruk op Dickson dat deze Durham overhaalde theologie te gaan studeren en zich zó voor te bereiden op het predikambt. Deze verandering in zijn leven trok veler aandacht. Het kwam immers niet dikwijls voor dat een edelman predikant werd!
Maar Durham betoonde zich een ijverig, bekwaam en getrouw prediker. In de stad Glasgow, waar hij zijn theologische opleiding ontvangen had, vond hij zijn eerste gemeente. Reeds in 1650 werd hij daar tevens benoemd tot professor in de theologie. Maar vóór hij kon beginnen met het geven van theologische colleges aan de universiteit van Glasgow, kreeg hij een andere benoeming. De General Synode (The General Assembly) van de Kerk van Schotland droeg hem namelijk op hofprediker van de koning te worden. Deze taak verrichtte hij met zoveel waardigheid dat het gehele hof eerbied voor hem kreeg.
Jaren later werd hij opnieuw te Glasgow beroepen, als predikant van de "Inner Kirk". Hij nam dit beroep aan.
Deze gemeente heeft hij gediend tot aan zijn dood op 25 juni 1658, nog geen 36 jaar oud. Anna, zijn eerste vrouw, ontviel hem op betrekkelijk jonge leeftijd.
Vijf jaar later, op 14 december 1653, huwde hij opnieuw, nu met Margaret Mure, de weduwe van Zachary Boyd. Deze vrouw heeft hem jarenlang overleefd: ze overleed, in 1692.

Kenmerkend

De meest kenmerkende eigenschap- pen van Durham waren zijn ernst en de grote toewijding aan zijn ambt. Hij stond erom bekend dat hij niet dikwijls lachte, en nooit zonder aanleiding.
Eenmaal heeft hij Oliver Cromwell ontmoet, "de man van ijzer", wiens troepen toen een groot deel van Schotland hadden bezet. Toen Cromwell bij Durham ter kerk ging, deed hij dat "incognito". Hij kwam te zitten naast de dochter van de commissaris van de politie van Glasgow. Deze was niét erg voorkomend voor de 'Engelse officier' die naast haar in de kerk zat. Aan het einde van de dienst informeerde Cromwell bij haar wie de prediker was. Hij kreeg maar een kort antwoord en de wedervraag waarom hij dat wilde weten. Cromwell gaf toen als zijn mening te kennen dat hij Durham een zeer groot prediker vond, die hofprediker zou kunnen zijn aan elk Europees hof.
Men zegt dat beide mannen elkaar na de dienst gesproken hebben. Cromwell moet toen gevraagd hebben of het Durham's gewoonte was op de kansel politieke onderwerpen te behandelen. (Waarschijnlijk had Durham in zijn preek gezinspeeld op de inval van de Engelsen in Schotland). Het antwoord was dat dit Durham's gewoonte niet was, maar dat hij meende nu hij Cromwell in de kerk zag zitten hiervan te moeten afwijken. Durham had de Engelse leider dus herkend! Het pleit voor Cromwell dat beide mannen in alle vriendschap scheidden.

Schriftelijke nalatenschap

Meer over Durham kan men lezen bij de bekende schrijvers over de geschiedenis van de Kerk van Schotland, zoals Wodrow in diens "analecta" en Thomas Mc Crie. We schreven hierboven reeds dat Durham veel heeft geschreven. Ten dele werden die werken pas vele jaren na zijn dood uitgegeven. Voor belangstellenden laten we hier een opgave van zijn werken volgen. In 1657 verscheen • "Heaven upon Earth" (De hemel op aarde), 22 preken over het geweten. In 1658, zijn sterfjaar, kwam een uitvoerig commentaar op het boek Openbaring van de pers. In 1659 verscheen "Het testament van een stervende man voor de Kerk van Schotland, of een verhandeling over de ergernissen". In hetzelfde jaar kwam van de pers een commentaar op het boek Job, en in 1668 "Clavis Candci", een uitleg van het Hooglied van Salomo. 
Pas in 1676 werd een reeks preken over de Tien Geboden gedrukt, en in 1682 "De zaligheid van degenen die in de Heere sterven", een bundel van zeven preken. In 1683 verscheen zijn uitleg van Jesaja 53, onder de naam "De gekruisigde Christus". Verder zagen in 1683 nog het licht een aantal avondmaalspreken onder de naam "De onnaspeurlijke rijkdom van Christus". 
In 1685 en 1686 verschenen ten slotte nog: "Preken over de godzaligheid en de zelfverloochening" en "Het gróte-bederf van het listige zelf". Dit alles wijst er wel op dat de belangstelling voor Durham's werken oók na zijn dood nog voortduurde.

Vijf zaken

Het meeste van wat hierboven genoemd werd is ook in onze taal verschenen. Alles van Durham is vol onderwijs en geestelijk van inhoud. We willen dat toelichten met een aantal citaten uit "De gekruisigde Christus". Durham was een man die weet had van vrije genade, maar wat dringt hij bij zijn lezers aan op de aanneming van Christus! Op bladzijde 17 en volgende —de paginering is die van de uitgave van Mulder te Woerden uit 1926— behandelt Durham de vraag hoe Christus „zo nabij de zondaren gebracht wordt".
Durham noemt vijf zaken. In de eerste plaats de aankondiging in het Evangelie van Christus' geboorte, leven, zoendood en opstanding. In de tweede plaats: het Evangelie zegt nooit dat Christus gekomen is, zonder daarbij te zeggen dat het leven in Hem voor U te bekomen is. In de derde plaats is er een gebod om de kostelijke waren, die op de markt van vrije genade verkrijgbaar zijn „te verkopen". „Er komt een gebod uit, zeggende, komt, kiest het Leven, komt, koopt deze waren. Gelooft, en neemt de aanbiedinge aan". Durham verwijst naar 1 Johannes 3:23. „Dit is het grote bevel van het Evangelie: ook hebben de leraars niet alleen deze boodschap te doen, en de aanbieding voor te stellen, maar ook een opdracht (commissie) om de aanneming daarvan te gebieden en daarom is het weigeren en het verachten van deze aanbieding een overtreding van het gebod". In de vierde plaats noemt Durham bij het gebod de vele genadige beloften „die daaraan vastgemaakt zijn". En ten vijfde wordt met ernst gewezen op de keerzijde: wie niet gelooft zal hebben, zal verdoemd worden.

De schuld

Durham legt, terecht, al de schuld bij de diepgevallen mens. „Sommigen zullen hier mogelijk tegenwerpen: indien er geen leven en kracht met de aanbieding gepaard gaat, zo zal die niets kunnen Baten of uitwerken, wij kunnen de aanbieding niet geloven of aannemen. Ik antwoord: wiens schuld is het dat U macht ontbreekt? De Heere heeft immers niet de schuld. Hij heeft U een vaste grond, gegeven öm te geloven. Zijn woord is grond genoeg. 

Zijn beloften zijn vrij genoeg, en de drangredenen zijn aangenaam genoeg. Maar de grote schuld is Uw boos en ongelovig hart, dat Christus niet geloven wil, noch Hem opendoen wanneer Hij tot uw deur gebracht wordt. Ja, ik stel het buiten alle twijfel dat wanneer allen die ooit het Evangelie gehoord hebben voor de troon zullen staan, er niet één gevonden zal worden die deze verschoning (verontschuldiging) zal durven inbrengen. 

Het Evangelie brengt hen Christus zó nabij dat zij ja of neen tnoeten zeggen. Het is niet zozeer: ik kan niet, als ik wil niet geloven, en dit zal een moedwillige en boosaardige verwerping bevonden worden". 

Vier soorten geloof

Op pagina 30 noemt Durham de vier soorten geloof: historisch geloof, wondergeloof, tijdgeloof, waar zaligmakend geloof. Het wordt wel eens zó voorgesteld dat deze onderscheiding een vrucht is van latere jaren, waarin men het spoor van de Reformatie geheel bijster geraakt zou zijn. Maar Durham stierf reeds in 1658! Op pagina 54 gaat de schrijver in op de aanneming van Christus: die geschiedt volgens hem altijd door het Woord. „Ook kan er geen aannemen van Christus zijn dan in en volgens het Woord. En daarom denken de meeste mensen (die in deze de Antinomiaanse weg inslaan) dat er anders niet te doen is dan maar Christus toe te passen en Hem maar terstond voor haar eigen (eigendom) te houden. Doch omdat zij geen geloof oefenen omtrent het Woord der belofte, zo blijven zij van Hem verstoken. Dat is dat dan, gelijk ik gezegd i heb, een voorname hoedanigheid van het zaligmakend geloof, namelijk dat het op Christus berust als voorgesteld zijnde in het Woord en Hem aanneemt op 

grond van het Woord. Het zaligmakend geloof berust niet uitsluitend ("blotelijk") op Christus, omdat Hij genadig is en alle volheid in Zichzelf bezit, maar het berust op Hem en op Zijn volheid als aangenomen in het Woord en door God daarin aangeboden". „Gods getrouwe belofte is de grond, waarop wij . een recht verkrijgen tot die zaak: wij moesten dat geloof nooit beminnen dat geen gebruik weet te maken van het Woord".

De uitverkiezing

Op pagina 81 en volgende gaat Durham in op de bezwaren van hen die struikelen over de uitverkiezing en deze in strijd achten met de ernstige en weimenende roeping van allen die onder het Woord komen. Hij toont het ongerijmde daarvan duidelijk aan. „Allen die verloren gaan, gaan niet verloren omdat zij niet uitverkoren zijn, maar omdat zij niet geloofd hebben. Nu is het verbond niet minder waard, omdat sommigen niet geloven willen. 
Om nu te zeggen dat het verbond niet goed genoeg is, omdat er zovelen verloren gaan, is hetzelfde alsof men zeide, het is geen goede brug, omdat sommigen daar niet over willen gaan, maar zich wagen over het water te gaan en zichzelf zo verdrinken. Ik vraag U, wilt gij het gehele beloop van Gods bediening en van het verbond van Zijn genade omkeren? Heeft Hij ooit a priori, of van tevoren, de mensen gezegd dat zij uitverkoren zijn? 
Wie heeft ooit zijn verkiezing ten eerste geopenbaard gekregen? Gods eeuwig besluit of voornemen is de regel niet van onze plicht, noch de grond van ons geloof, maar Zijn geopenbaarde wil in Zijn Woord".
Wat zijn oorzaken van het ongeloof? Durham noemt er verscheidene op. 
Hij begint met het gebrek aan ernst en noemt verder dat men nooit Gods Woord als zodanig aanhoort, het ontbreken van het besef van in gevaar te zijn voor eeuwig om te komen, geldgierigheid en liefde tot de wereld. Men hééft al een God en er is maar voor één ding werkelijk plaats! En daarom is er weinig begeerlijks aan het Evangelie van Christus, dan is er het tegengaan en het "versmoren" van de indrukken als men die nog eens heeft. En ten laatste: het rusten op ondeugdelijke gronden, zoals eigen vroomheid, goede werken, gevoeligheden etc, in plaats van enkel en alleen te rusten
op Christus' aangebrachte gerechtigheid. 

Pastoraal

Heel pastoraal gaat Durham in op allerlei bezwaren. Met kracht wijst hij op de noodzakelijkheid van de openbaring van de arm des Heeren, vanwege de diepe val. Maar dan altijd bijbels-evenwichtig. Durham heeft ook de mensen gekend die zich met een "dodemansklacht" van de klem van het Woord afmaken. Nu alles van begin tot eind genade is, ligt het zo goddelijk ruim! Nu is er niemand buiten Gods bereik, nu is er niemand te slecht of te diep gezonken. Want de kerk wordt zalig omdat God het wil, vanwege de diepe grond in het eeuwige welbehagen van de Vader. Hoewel alle aandoeningen niet zaligmakend zijn, schrijft Durham op pagina 185, is er toch geen bekering die zonder aandoeningen is. Met kracht wijst hij op de ongenoegzaamheid van een „algemeen geloof en dringt hij ook aan op een biddend gebruik van de middelen". „Wacht U om niets aan de hand te houden dat de genade verhindert en buiten sluit, of om iets te doen dat de beweging of werking van enige genade bederft en uitblust. Hetgeen gij niet hebt, geef dat aan de Heere over en zoek dat bij Hem, die genade genoeg heeft om het in U te werken".
De aandachtige lezer zal het wellicht met mij eens zijn dat Durham hier en daar doet denken aan Van der Groe. Altijd geestelijk, altijd schriftuurlijk, altijd pastoraal. Wie onderwezen wil worden uit het Woord, zie de werken van Durham eens in handen te krijgen. Men vindt daar een gezonde leer, op schriftuurlijk-bevindelijke wijze verklaard.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 september 1989

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

James Durham, godgeleerde uit de kring van de

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 september 1989

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

PDF Bekijken