Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Herstel economie maakt einde aan jaren van bezuinigingen

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Herstel economie maakt einde aan jaren van bezuinigingen

Sanering overheidstekort kan een pijnloze operatie zijn

7 minuten leestijd

Het economisch tij is gekeerd. De inhoud van de lopende verkiezingsstrijd draagt daarom duidelijk een ander karakter dan die van de eerdere confrontaties in de jaren tachtig. In 1981, 1982 en 1986 stonden de politieke programma's in het teken van omvangrijke bezuinigingen. Anno 1989 presenteren de partijen een prettiger beeld. De huidige en verwachte ontwikkelingen bieden de ruimte om juist wat meer geld uit te geven. De sanering van de overheidsfinanciën is weliswaar nog niet voltooid, maar de voortgang van dat proces kan zijn beslag krijgen zonder veel pijn en offers. Door drs. A. A. C. de Rooij

De omstandigheden noodzaken niet langer tot versobering. Onze welvaart vertoont weer een opgaande lijn. De partijen behoeven de burger ditmaal derhalve niet te confronteren met het perspectief Van allerlei vervelende ombuigingsmaatregelen. Onder invloed van die situatie, zijn de verschillen tussen de financieel- en sociaal-economische paragrafen uit de verkiezingsprogramma's van CDA, PvdA en VVD minder groot dan voorheen en verliest het politieke debat aan scherpte. De angel is er als het ware uit. De slag om de kiezersgunst wordt daardoor een matte en wat saaie aangelegenheid, al hangt er sinds halverwege deze week, toen Kok en Lubbers flink uithaalden naar elkaar, toch een wat grimmiger sfeer rond het optreden van de lijsttrekkers.

We moeten overigens aantekenen dat ook overwegingen van politiek-strategische aard een belangrijke rol spelen bij de behoedzaamheid die de politici aan de dag leggen. De PvdA waakt ervoor geen uitspraken te doen en geen opvattingen uit te dragen die een blokkade zouden kunnen opwerpen voor toekomstige regeringssamenwerking, de VVD durft de oude coalitiepartner evenmin hard aan te pakken en het CDA bezet een riante positie in het midden, met een lijsttrekker die het image uitstraalt van de onaantastbare staatsman. Door dit alles ontbreekt het in de aanloop naar 6 september aan harde, en voor de kiezer heldere, strijdpunten.

Hetzelfde uitgangspunt

CDA, PvdA en VVD hanteren bij hun voornemens voor de komende kabinetsperiode hetzelfde uitgangspunt. Zij rekenen op een nominale economische groei van jaarlijks 4,5 procent. Daarvan is 2,5 procent echte, reële groei en vloeit 2 procent voort uit inflatie. 
Bij een gelijkblijvend beslag van de collectieve uitgaven op het gebied van nationaal inkomen, ontstaat er dan een totale budgettaire ruimte voor nieuwe uitgaven en verdere lastenverlichting van 47,5 miljard gulden. Dat bedrag geeft dus aan hoe ver in financieel opzicht de mogelijkheden reiken om de komende tijd iets extra's te doen en ligt ten grondslag aan de wensenlijstjes van de drie partijen.

Verdeling ruimte

Nu vereist handhaving van het huidige beleid al een extra uitgavenpost van 18 miljard gulden. Daarmee is  reeds een groot stuk van de ruimte besteed. 
Ook bij de verdere verdeling van de middelen zitten CDA, PvdA en VVD tot op zeker hoogte op één lijn. Zo reserveren zij alle drie ongeveer 12 miljard gulden ten behoeve van de sociale uitkeringen en de salarissen van ambtenaren en trendvolgers.
De bevriezing van de inkomens in de collectieve sector, een kernpunt uit het beleid van de laatste zeven jaren behoort tot het verleden.
Alle partijen, de éne weliswaar in wat krachtiger bewoordingen en met wat minder slagen om de arm dan de andere, beloven een meer gelijkwaardige ontwikkeling van de koopkracht tussen de diverse inkomensgroepen.

Voorts boeken zij eensgezind 10,5 miljard gulden, in voor een verdere verkleining van het financieringstekort. Zij mikken op een verlaging met twee procentpunten in vier jaar. Bij de daarna resterende ombuigingen, herschikkingen en beleidsintensiveringen plaatst elk van de partijen haar eigen accenten, maar de uiteindelijke effecten van de programma's op de economische ontwikkeling verschillen slechts marginaal, zoals blijkt uit de vorige week door het Centraal Planbureau gepubliceerde cijfers. 

Terugdringing tekort

Met het op orde brengen van het huishoudboekje van de Staat is in de voorliggende kabinetsperiode dus 10,5 miljard gulden gemoeid. Een fors bedrag. Echter, dank zij de opleving van de conjunctuur, verdienen we met z'n allen, als totale economie, meer en behoeven we niet te bezuinigen. Het benodigde geld wordt min of meer geruisloos gevonden door een deel van de toename van het nationaal inkomen voor het vermelde doel in te zetten.

Eerder in de jaren tachtig lag de groei op een zo laag niveau, dat terugdringing van het financieringstekort alleen mogelijk was met behulp van soms pijnlijke ombuigingen op tal van terreinen. Die harde aanpak is niet zonder resultaat gebleven. Onder zeven jaar CDA/VVD-beleid daalde het tekort van 10,1 procent in 1983 tot, zoals we op Prinsjesdag zullen horen, naar verwachting rond 5 procent in 1990.

Het grootste deel van die verkleining kwam tot stand onder het eerste kabinet-Lubbers. Tijdens het tweede kabinet-Lubbers verminderde het tekort met slechts 1,4 procentpunt, van 6,4 procent in 1986 naar genoemde 5 procent in 1990. Daarbij dienen we wel op te merken dat de regering in 1987 werd geconfronteerd met de enorme terugval van de aardgasbaten, van 21 naar 8 miljard. Die inkomstenderving verzwaarde de ombuigingsproblematiek uiteraard aanzienlijk. Aan de andere kant moeten we vaststellen dat Lubbers in belangrijke mate heeft geprofiteerd van meevallers in de economische groei en, in samenhang daarmee, in de sfeer van de belastingopbrengsten. Zonder de onverwacht grote toename van het nationaal inkomen waren nog meer bezuinigingen nodig geweest om de aan het begin van de rit vastgelegde doeleinden te bereiken.

Uitgavenoverschrijdingen

Dat geldt te meer als we bedenken dat onder de beide kabinetten van christendemocraten en liberalen een flink deel van de besparingen ongedaan werd" gemaakt, doordat diverse departementen, onderwijs en volkshuisvesting voorop, telkens meer uitgaven dan hun budgetten toestonden. Ook de wir vormde een omvangrijk lek. De begrotingsdiscipline liet veel te wensen over. Afspraken over het compenseren van overschrijdingen via aanvullende bezuinigingen werden allerminst strikt nageleefd. Er was geleidelijk aan sprake van bezuinigingsmoeheid. De reductie van het overheidstekort is dus zeker niet te danken aan een goede uitgavenbeheersing.

Verdere terugdringing van het tekort is zonder meer geboden. Geen enkele partij ontkent dat. De Staat maakt nog steeds te veel schulden. De aflossingsen renteverplichtingen lopen almaar op. Die verplichte uitgaven beperken de ruimte voor andere en nuttiger uitgaven. Wie nu op te grote voet leeft, betaalt in de toekomst daarvoor de rekening. De staatsschuldquote, de hoogte van de staatsschuld in verhouding tot het nationaal inkomen, stijgt nog steeds. Om een omslag te bewerkstelligen, rond 1994, is een tekortvermindering nodig tot ten minste 2,25 procent. Daar streven de politieke partijen dan ook naar.

Voorwaarden

Uit het voorafgaande kwam naar voren dat die voortgaande saneringsoperatie zonder pijnlijke maatregelen kan plaatsvinden. Voorwaarde daartoe is echter wel dat er niks misgaat, dat er geen tegenslagen optreden. De programma's zijn gebaseerd op een economische groei van 2,5 procent. Die veronderstelling mogen we aanmerken als redelijk optimistisch. Het Planbureau zelf heeft recent zijn prognose al bijgesteld tot 2,25 procent. Tevens valt de inflatie volgens de jongste prognose waarschijnlijk niet hoger uit dan 1,75 procent. Dat alles scheelt in vier jaar ruim 10 miljard gulden.

In 1988 kwam de groei uit op 3 procent en in 1989 rekent het CPB op 3,5 procent. Maar inmiddels lijkt de top van de conjunctuur bereikt of reeds gepasserd. Internationale organisaties als OESO en IMF voorspellen voor de komende jaren een vertraging van het groeitempo. Mocht die terugval onverhoopt te ver doorschieten, dan gooit dat alle mooie plannen uit de verkiezingsprogramma's in de war en komt de bezuinigingsproblematiek weer in alle. hevigheid op ons af. Over wat er dan moet gebeuren, hoe dan de prioriteiten liggen, horen we helaas niets in de verkiezingscampagnes. Reserves zijn niet ingebouwd in de financiële plaatjes.

Een tweede vereiste is dat de begrotingsdiscipline verbetert; niet alleen met woorden, maar ook met daden. De gang van zaken op dit gebied in de achterliggende jaren is bepaald niet erg bemoedigend. 

Als de praktijk evenwel niet verandert en de departementen voortdurend meer uitgeven dan aanvankelijk was geraamd, wordt het realiseren van de doelstelling met betrekking tot de overheidsfinanciën een zware opgave.


Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 2 september 1989

Reformatorisch Dagblad | 30 Pagina's

Herstel economie maakt einde aan jaren van bezuinigingen

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 2 september 1989

Reformatorisch Dagblad | 30 Pagina's

PDF Bekijken