Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

„Wij kunnen niet leven bij de gratie van een uitzondering

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

„Wij kunnen niet leven bij de gratie van een uitzondering"

9 minuten leestijd

Vanaf de tweede helft van de jaren zeventig discussieert de politiek over anti-discriminatie. De niet-confessionele partijen zagen graag een wet tot stand komen als uitwerking van artikel één van de grondwet, waarin mensen elkaar op grond van ras, geslacht, leeftijd, seksuele geaardheid of wat voor grond dan ook, niet ongelijk behandelen. Het tweede kabinet-Lubbers had zich ten doel gesteld een dergelijke wet door het parlement te loodsen. Door de val van het kabinet is het nooit verder gekomen dan de schriftelijke voorbereiding. Tijdens de formatiebesprekingen zal er uitvoerig over dit onderwerp worden gesproken.

Momenteel liggen er drie wetsvoorstellen bij het parlement. Een algemene wet gelijke behandeling,, een wet waarin een aantal bepalingen over anti-discriminatie in het Wetboek van Strafrecht worden aangescherpt (beide voorstellen zijn afkomstig van het kabinet) en een initiatiefwetsvoorstel van de Partij van de Arbeid. In het voorstel van het kabinet is een uitzonderingsbepaling opgenomen die stelt dat christelijke scholen leerkrachten op grond van hun homoseksuele levenswijze mogen weigeren ontslaan. De Partij van de Arbeid vindt dat niet terecht. In het initiatief is dan ook geen uitzonderingsbepaling opgenomen.

Op verzoek discussieerde de indiener van deze wet, mevrouw J. van Nieuwenhoven, met de lijsttrekker van de SGP, ir. B. J. van der Vlies, over gelijke behandeling. Over de definitie lijken de twee het aardig eens.
Volgens mevrouw Van Nieuwenhoven gaat het om het beoordelen van mensen op gronden waarop ze je niet mag beoordelen. Van der Vlies spreekt over het ongerechtvaardigd onderscheid maken in overigens gelijke gevallen. Toch zijn er verschillen.
Mevrouw Van Nieuwenhoven: „Het gaat er mij ook om dat de ene groep die zijn waarden voor zichzelf goed vindt, deze niet oplegt aan anderen". De SGP-lijsttrekker wijst erop dat er ook sprake kan zijn van gerechtvaardigd onderscheid: „Dan gaat het erom welke normen en waarden je daarbij hanteert. De SGP leidt haar normen en waarden vaneen andere Bron af dan de PvdA".
 

Hoe ga je in een samenleving met ' dievettfèhilleftde normen en waarden óni? Mag je de normen die je voor de eigen groep als geldend hanteert, opleggen aan anderen? 
Van der Vlies: „Het antwoord daarop heeft te maken met de wijze waarop je de overheidstaak ziet. De overheid is niet neutraal, maar dienaresse Gods en heeft daarom de bevoegheid om een ethisch oordeel uit te spreken over bepaalde gedragingen. Maar als bepaalde wetgeving zich uitstrekt over private sfeer, dan vraag je je af of zich dat verdraagt met hetgeen de grondwet over de taak van de overheid zegt. Niet alles zal onder staatstoezicht staan".

Gelijkheid

In de jaren zeventig is met name binnen de PvdA gediscussieerd over de vraag of er nu gesproken moest worden over „gelijkheid" of over „gelijkwaardigheid". In 1977 is toen nadrukkelijk gekozen voor de laatste term, omdat gelijkheid niet kan; biologische verschillen alleen al sluiten dat uit.

Meneer Van der Vlies, als het gaat om gelijkwaardigheid, waarom zijn er dan toch bezwaren tegen een anti-discriminatiewet?
„Voor de SGP is de Bijbel het uitgangspunt. Voor God zijn alle mensen gelijk, iemand is om zijn huidskleur of opvattingen niet minderwaardig. Iets anders is het als we spreken over gedragingen. Laten we man en paard noemen als het gaat over de gelijke behandeling: ongehuwd samenwonen van man en vrouw en het samenwonen van mensen van hetzelfde geslacht met als doel een intieme relatie met elkaar te onderhouden. Daarvan zeggen we op grond van de Bijbel dat het zonde is. Dan moet de overheid dat —op de punten waar het de verantwoordelijkheid van de overheid betreft— ontmoedigen en niet aanmoedigen".

„Wij zijn tegen het maken van ongerechtvaardigd onderscheid, discriminatie mag niet. Ook wij vinden dat de overheid met kracht het geweld tegen homoseksuelen moet uitbannen. Daarover geen misverstand. We hebben op de voorstellen om wijzigingen aan te brengen in het Wetboek van Strafrecht, dan ook anders gereageerd dan op de twee andere wetten die voorliggen. We vragen ons af of de overheid met zo'n. algemene wet moet komen als ze weet dat er een confrontatie van grondrechten aan de orde is. Dat heeft te maken met de ruimte die ik in de samenleving heb, krijg en houd om vanuit mijn overtuiging te leven. Die ruimte zal ik houden, maar ook de ruimte om vanuit die overtuiging een ethisch oordeel af te geven over het gedrag van een ander".

Rangorde

Mevrouw Van Nieuwenhoven: „Ik wil doorstoten naar de kern van het vraagstuk: Is artikel 1 van de grondwet, waar gesproken wordt over de gelijke behandeling, nu belangrijker dan de artikelen die spreken over de vrijheid van godsdienst en de vrijheid van onderwijs? De rangorde is voor ons niet bepalend.
Voor ons is wel van belang dat de vrijheid van de één nooit ingeperkt mag worden door de vrijheid van de ander.
Dat er in de samenleving niet gediscrimineerd mag worden, is voor ons het bindende beginsel. Dat geldt ook als het huidige artikel 1 bij voorbeeld artikel 38 zou zijn. Daarom vinden wij dat nooit enig schoolbestuur zou mogen zeggen dat het homoseksueel gedrag reden is om iemand te ontslaan. Dat mag niet. Dat kan overigens al niet meer op het andere punt dat de heer Van der Vlies noemde, namelijk het ongehuwd samenwonen. In het Burgerlijk Wetboek is daarover in 1975 een bepaling opgenomen".

Wordt de discussie niet te veel over theoretische voorbeelden gevoerd, die in de praktijk weinig zullen voorkomen? Gaat het eigenlijke verschil van mening niet over een luchtbel?
Mevrouw Van Nieuwenhoven: „Absoluut zijn er maar heel weinig gevallen bekend. De luchtbel is dat een schoolbestuur altijd andere redenen kan vinden om iemand te ontslaan. Homoseksualiteit wordt dan niet genoemd, omdat men weet dat er problemen zouden kunnen ontstaan. We proberen in de wet misschien wel iets te veel te regelen en discussiëren al tien jaar over iets dat in de praktijk heel weinig voor zal komen".
Van der Vlies: „Ik weet dat het punt voor veel schoolbesturen reëel is. Het gaat om de autonomie die er is -en zou moeten blijven- om een school in te richten naar inzichten overeenkomstig de Bijbel. Het gaat over het benoemingsbeleid en het toelatingsbeleid. Laat het dan niet vaak voorkomen, het is wel een principiële discussie. Het gaat om de tenuitvoerlegging van een grondwetsartikel. Dan is voor mij niet beslissend of het vaak of niet vaak voorkomt.
Waar maak je een wet voor, juist voor dat ene conflict. Dan moet de wet er zijn en de rechten die fundamenteel zijn beschermen. Het is voor de SGP en veel schoolbesturen van enorm belang dat een leerkracht die aangenomen is om normen over te dragen aan de volgende generatie, zelf naar die normen leeft. Gebeurt dat niet, dan is dat onaanvaardbaar".

Mevrouw Van Nieuwenhoven, is er voor u mee te leven dat er in de wet ruimte komt voor andersdenkenden, zodat schoolbesturen wel de vrijheid hebben om homoseksuele leerkrachten te ontslaan?
„Het gaat om gelijkwaardigheid, niet om gelijkheid. Daarom kun je niet zonder uitzonderingen, maar dan alleen de strikt noodzakelijke. Zo zullen we niet bepleiten dat de priesteropleiding ook toegankelijk moet zijn voor vrouwen en praktiserende homoseksuelen. Ook bepaalde punten uit de zedelijkheidswetgeving mogen gehandhaafd blijven. Ik noem de kleedhokjes voor mannen en vrouwen bij zwembaden. We gaan niet de hele wereld overhoop halen. Maar er is op de langere termijn niet te leven -ik lig er overigens niet alle nachten van wakker- met het discrimineren van mensen vanwege hun seksuele geaardheid".
Van der Vlies: „Ik proef een beetje een tweeslachtigheid. Aan de ene kant wordt gezegd: Het valt allemaal wel mee, we zetten de wereld niet op z'n kop, het zijn maar enkele gevallen. Maar aan de andere kant wordt het een principiële kwestie genoemd. Over dat laatste moeten we met elkaar spreken. Ook ik zie op het praktische vlak dat er allerlei andere dingen een rol spelen, een rol moeten spelen. Het gaat met aan om een leerkracht die zijn homoseksuele voorkeur duidelijk maakt, een schop te geven en direct te ontslaan. Er moet christelijk mee worden omgegaan. Maar voor ons blijft gelden dat de overheid tot taak heeft om, zoals artikel 36 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis zegt, de  ongebondenheid van de mensen terug te dringen".

Betekent het beteugelen van de ongebondenheid van de mensen nu juist niet dat er op het punt van anti-discriminatie het een en ander geregeld moet worden?

 Van der Vlies: „U hebt mij ook niet horen zeggen dat er niets geregeld moet worden. Maar scholen moeten de vrijheid hebben om te waken bij de identiteit van hun scholen. Ik noem even een voorbeeld. Een docent vertelt in de klas dat kinderen niet mogen vloeken, maar als diezelfde docent net buiten het schoolhek zelf het verkeerde voorbeeld geeft, dan gaat zoiets het schoolbestuur wel degelijk aan".

Van Nieuwenhoven: „Zou u dan de persoon direct ontslaan?"
Van der Vlies: „Nee, natuurlijk niet. Ik zou in gesprek komen met zo iemand. Maar als zo iemand persisteert en zegt: Binnen de school wil ik me houden aan de regels en daarbuiten niet, dan moet er de mogelijkheid zijn om iemand te ontslaan. Zoiets is er natuurlijk ook aan de hand met die andere zaken".
Van Nieuwenhoven: „ledere rechter zou u gelijk geven als bij een slechte verhouding ontslag wordt gegeven. Het gaat er bij de homoseksuele leerkracht ook niet om dat hij direct buiten het schoolhek zijn voorkeur kenbaar maakt. In die zin gaat de parallel met vloeken niet op"
Van der Vlies: „De parallel zit voor mij hierin...."
Van Nieuwenhoven: „Hier gaat het om het openlijk wonen met iemand van dezelfde sekse".Van der Vlies: „Maar in een dorp is dat bekend. Dat strijdt met wezenlijke normen en waarden die diezelfde persoon..."

Van Nieuwenhoven: „Maar dat geldt ook voor samenwonenden, en die mogen ook niet om die reden ontslagen worden".

Van der Vlies: „Dat is juist, maar niet alles wat de Nederlandse wetgever- in zijn wijsheid heeft vastgesteld, is goed".

Als er deze of gene wet gelijke behandeling tot stand komt, is de ramp voor het land dan even groot als bij een abortuswet of euthanasiewet? Van der Vlies: „De euthanasiepraktijk heeft waarschijnlijk een andere omvang, maar als ik kijk naar de prinicipiële kant, dan is er weinig verschil. Maar geen misverstand: Wij willen geen discriminatie. Als schoolbesturen echter niet de vrijheid hebben homoseksuele leerkrachten te ontslaan/'dan is dat voor mij eèii fundamentele zaak. Eëft dergelijke wet betekent toch een beperking om te leven in woord en daad vanuit ons levensbeginsel, juist daar waar dat implicaties heeft voor een ander.
Een uitzonderingsregel, zoals het kabinet wil staat ons als SGP niet aan.
Het gaat ons om de normen en waarden vanuit de Bijbel. Het leven bij de gratie van een uitzondering kan niet".
Van Nieuwenhoven: „Ik ben het met Van der Vlies eens als het gaat over de ethiek dat er eigenlijk geen onderscheid is tussen abortus, euthanasie en gelijke behandeling, maar in de discussie hebben wetten die gaan over leven en dood toch net even een iets andere waarde".
Van der Vlies: „Dat ben ik bereid toe te geven". 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 2 september 1989

Reformatorisch Dagblad | 30 Pagina's

„Wij kunnen niet leven bij de gratie van een uitzondering

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 2 september 1989

Reformatorisch Dagblad | 30 Pagina's

PDF Bekijken