Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De intifada: een moorddadig Palestijnse binnen- en buitenbrand

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

De intifada: een moorddadig Palestijnse binnen- en buitenbrand

9 minuten leestijd

JERUZALEM - De intifada wordt grimmiger. Eerdere bench ten dat de Palestijnse opstand aan het uitdoven zou zijn, blijken onjuist. Met het arresteren van het Palestijnse leiderschap zijn er andere, minder ervaren leiders aan de macht gekomen. Daardoor verandert de strijd van karakter. Veel van de energie van de opstand richt zich naar binnen. Gaat ook deze revolutie haar eigen kinderen versllnden?

Een van de meest opmerkelijke veranderingen is dat het Palestijnse geweld zich meer richt tot medePalestijnen. Elke week is er een aantal berichten van Palestijnen die door andere Arabieren zijn vermoord. Sinds het begin van de Palestijnse opstand in december 1987 zijn er tegen de honderd 'collaborateurs' of mensen met 'immoreel gedrag* uit de weg geruimd.

Niet zelden gaan martelingen aan de moorden vooraf. Bewoners van een van de steden op de Westoever melden dat mensen die ervan verdacht worden met de autoriteiten te coöpereren in de laatste weken ontvoerd zijn, mee worden genomen naar afgelegen plekken en daar hard geslagen worden. Als de 'waarschuwingen' niet helpen, kunnen de daders worden gedood. Er opereert ook een soort Palestijnse geheime dienst, die inlichtingen verzamelt over verdachte Palestijnen.

Inmiddels weet iedereen dat lang niet alle 'slachtoffers collaborateurs waren. Volgens Palestijnse bronnen werden er in zo'n 20 procent van de gevallen "fouten" gemaakt. Maar volgens Israëlische bronnen heeft circa 50 procent van de gedoden op geen enkele wijze met de Israëlische autoriteiten samengewerkt. Het gaat dan meestal om het uitvechten van familievetes of persoonlijke ruzies.

De Israëlische krant Jeruzalem Post meldde vorige week dat een hooggeplaatste legerofficier stelt dat de Palestijnen op de westelijke Jordaanoever leven onder een „regering, van terreur en angst", "die wordt veroorzaakt door hun mede-Palestijnen.

Zo moest de minister van gezondheid, Ya'acov Tsur, de burgemeester van Bethlehem, Elias Freij, in het geheim bezoeken. Een openlijk bezoek zou het leven van de burgemeester in gevaar kunnen i brengen. Toch blijft, aldus analisten, het meeste geweld zich richten tegen de Israëliërs. Ze verwachten niet dat de intifada zich zal ontwikkelen tot een totale interne strijd.

Vergeefse oproepen

Maar Palestijnse collaborateurs bestaan wel degelijk. Zij geven inlichtingen aan de Israëliërs waardoor het makkelijker wordt de intifada te bestrijden. Volgens Palestijnse bronnen vormen deze collaborateurs een gevaar voor de Palestijnse gemeenschap. Activisten kunnen zo worden opgepakt en kunnen worden gedood. Israël doet van alles om de collaborateurs te beschermen. Aan hen worden vaak wapens gegeven waarmee ze zich kunnen verdedigen en ze dragen een radio om de hulp van het leger te kunnen inroepen.

Het Verenigde Nationale Leiderschap van de opstand, dat met ondergrondse pamfletten leiding geeft aan de intifada, is het gevoel voor wat het wel en niet van de bevolking kan eisen gedeeltelijk kwijtgeraakt. Zo werd er geëist dat de Palestijnse kinderen op stakingsdagen niet naar school zouden gaan. Maar de ouders, die blij waren met het Israëlische besluit om de scholen weer te openen, stuurden hun kinderen toch.

Ook werd er een vergeefse oproep gedaan aan de bewoners van militair ondervraagt twee Arabische de Westoever eind augustus niet naanhun werk in Israël te gaan. In de Gazastroók werden namelijk magnetische pasjes ingevoerd die Palestijnen nodig hebben om Israël binnen te komen. De Gazanieten staakten en de bewoners van de Westoever zouden dat uit solidariteit ook moeten doen, aldus de leiders van de intifada.

Uitputtingsslag

Ori Nir, die zich als correspondent van de kwaliteitskrant Ha'Aretz dagelijks met de problematiek op de Westoever bezighoudt, signaleert een verandering van motivatie bij de Palestijnen. „Hun bereidheid om te lijden is echt niet verdwenen, maar ze zijn zich beter bewust van hun rode lijnen, hun begrenzingen. Er zijn bepaalde dingen die ze gewoon niet op willen geven, zoals het onderhoud van hun families of onderwijs voor hun kinderen".

Hij vervolgt: „Het gevoel van euforie, zoals die tijdens de eerste tien maanden van de opstand heerste, bestaat in het algemeen niet meer. De onafhankelijkheidsverklaring was een soort toppunt, maar sindsdien gaat het moreel naar beneden. De mensen zijn nu meer gedesillusioneerd. Ze begrijpen dat de onafhankelijkheidsverklaring diplomatiek gezien misschien belangrijk was, maar dat hun leven in werkelijkheid niets veranderde. Ze weten nu dat een lange stijd zal volgen, een uitputtingsoorlog, en dat terwijl er op" het politieke vlak eigenlijk niets gebeurt. Dit beïnvloedt de motivatie, maar ik zeg niet dat de motivatie er niet meer is".

Minder goede leiders

Een van de belangrijkste oorzaken van de karakterverandering van de intifada ziet Nir in de wisseling van het Palestijnse leiderschap. De Israëlische autoriteiten worden steeds succesvoller en efficiënter in het bestrijden van de intifada. Ze weten wie de belangrijkste leiders van de opstand zijn. Deze zijn gearresteerd of het is 'hen duidelijk gemaakt dat de veiligheidsdienst precies weet wie zé zijn en wat ze doen, waardoor ze non-actief worden.

Dit betekent dat de opstand van zijn oorspronkelijke leiders is beroofd. Deze mensen waren goed opgeleid en in hoge mate politiek bewust. Maar over de nieuwe leiders vertelt Nir: „Het leiderschap bestaat nu uit mensen die veel minder goed opgeleid zijn en zich minder goed bewust zijn van de consequenteies van hun acties. Ze zijn meer gejaagd en hebben minder verantwoordelijkheidsgevoel".

In een droge waterput

Als voorbeeld noemt de journalist de verdwijning van Shaul Mish'aniya. Deze Israëlische juwelenen goudhandelaar deed zaken op de Westoever. Tijdens een recent verblijf in de stad Tulkarm werd hij door met messen en schroevedraaiers gewapende Palestijnen ontvoerd. De bedoeling was concessies af te dwingen voor zijn vrijlating.

Een van de organisatoren was een lokale Palestijnse leider. Binnen twee dagen echter hadden de veiligheidstroepen hem bevrijd uit zijn benarde positie in een zes meter diepe, droge waterput. Nir over deze ontvoeringsactie: „Om zoiets in de bezette gebieden te doen is werkelijk dom. Na twintig jaar bezetting is de Israëlische veiligheidsdienst heel goed geïnfiltreerd en georganiseerd".

Pamfletten

Nier wijst ook op de pamfletten. In het begin van de opstand zag je dat de pamfletten veel beter waren opgesteld. Ze waren veel meer afgestemd op de wil van het volk. Toen bestond er een soort dialoog tussen het leiderschap en het publiek. Het leiderschap gaf globale lijnen en wachtte op een reactie van l^et publiek. Dit duidt er op dat het kader dat nu de Verenigde Nationale Leiderschap leidt minder ontwikkeld is".
De Palestijnse journalist Daoud Kuttab brengt de pamfletten ook in verband met de verandering in het leiderschap. „We hebben geen toestemming om een leiderschap te hebben. Het is illegaal om pamfletten te hebben of een politieke organisatie te vormen. Duizenden van onze leiders zitten gevangen. Dus we proberen steeds nieuwe leiders te kweken en dat is geen gemakkelijk proces. We werken tegen een geweldige overmacht. Het is moeilijk om precies aan te voelen wat onder het volk leeft. Soms maken ze fouten, maar dat is begrijpelijk".

Uit frustratie

De bevolking kent haar dalen en hoogtepunten, maar ze blijft bereid om een prijs te betalen voor het ongedaan maken van de bezetting, zegt Kuttab. „Binnen dit kader willen sommigen een hogere en anderen een lagere prijs betalen".

Hij wijst er op dat de Palestijnen „gefrustreerd en ongelukkig zijn" omdat ook na twintig maanden opstand er nog geen concrete resultaten in het verschiet liggen. Hierdoor grijpen sommigen naar middelen „die buiten het kader van de intifada vallen", zoals kidnappingen, het neersteken van Israëliërs of het in een ravijn laten storten van een bus. De daders valt volgens hem niet veel te verwijten: „Dit wordt veroorzaakt door de frustratie en door het gebrek aan Israëlische respons".

Opstapje naar PLO

De Israëliërs maken een grote fout, aldus Kuttab. Ze denken een Palestijns leiderschap buiten de PLO om te kunnen creëren. Op deze wijze zou Israël alleen maar hoeven te spreken met de Palestijnen in de door Israël jgecontroleerde gebieden en niet met hen die daarbuiten zijn.

Maar de gesprekken die Palestijne leiders in de afgelopen tijd met Israëlische leiders gevoerd hebben dienen juist voor Israël als opstapje naar de PLO. Kuttab: „We willen Israël helpen. Als de Israëliërs niet het telefoonnummer of het adres van de PLO weten willen wij hun dat geven. Maar als ze niet willen bellen met de PLO willen wij niet langer van de partij zijn in de samenzwering tegen ons volk. Ons idee is dat de Israëliërs niet serieus zijn in het zoeken naar een oplossing. Ze kijken alleen naar het conflict als een public relations probleem. Ze zijn niet voor een tweestaten-oplossing. Ze willen een eenstaat-oplossing, waarbij wij onder bezetting blijven. En ze zijn nog gelukkiger als wij dit land' verlaten".
Het vredesinitiatief van premier Sjamir, dat ondermeer verkiezingen onder de Palestijnen impliceert, heeft geen kans van slagen als Israël het wil gebruiken om een leiderschap buiten de PLO te creëren, zegt Kuttab. Ook Nir heeft niet het idee dat de gewone Palestijnse man in de straat „op enigerlei substantiële wijze" over het plan heeft nagedacht. Maar Nir ziet ook een andere reden: „Sommige Palestijnen zijn niet erg gecharmeerd van het idee van verkiezingen. Ze zijn bang voor deze gedachte. Want verkiezingen kunnen het meest cruciale breekpunt vormen van de interne geschillen die vooral de laatste tijd zijn ontstaan op persoonlijk en groepsniveau". Nir zegt dat velen vrezen dat de verkiezingscampagne zal ontaarden in „een akelige en misschien zelfs bloedige campagne".

Vuil spel

De Israëliërs zijn gewend geraakt aan de intifada en de doden die ze met zich meebrengt. De belangstelling van de zijde van de buitenlandse pers voor de demonstrerende jongeren is gigantisch geslonken. Volgens Kuttab maakt dit voor de voortgang van de intifada niets uit. „De intifada begon nooit ter wille van de krantekoppen. De mensen demonstreerden of er nu wel of geen camera's bij waren, of de pers er wel of niet was, of de Westoever wel of niet open was. Het zal niet stoppen als de pers niet meer geïnteresseerd is".

Nir constateert dat de lagere milieus het niet zo belangrijk meer vinden de intifada af te schilderen als een soort "witte revolutie". Ze doen niet meer zo hun best om de strijd "schoon" te houden. „Het is nu werkelijk een vuil spel geworden. Zowel de Palestijnen als de Israëlische autoriteiten gebruiken nu akelige methoden".

De meer doorknede Palestijnse leiders proberen ondertussen de oude bedoeïenen-wet te reactiveren. Ruziemakende families kunnen zich dan tot ervaren en kundige Arabische leiders wenden. Dat om verdere chaos in de Palestijnse maatschappij te voorkomen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 4 september 1989

Reformatorisch Dagblad | 12 Pagina's

De intifada: een moorddadig Palestijnse binnen- en buitenbrand

Bekijk de hele uitgave van maandag 4 september 1989

Reformatorisch Dagblad | 12 Pagina's

PDF Bekijken