Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

„Ben ik dom dat ik in de DDR blijf?

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

„Ben ik dom dat ik in de DDR blijf?"

„We zouden bloemen moeten krijgen omdat we zijn teruggekomen!"

4 minuten leestijd

LEIPZIG — Toen een jonge Oost-Duitse lerares in Oost-Berlijn vrijdag voor de eerste maal na de grote vakantie haar school weer betrad, liep ze op de trap haar schoolhoofd in de armen, die verbaasd uitriep: „Dat had ik absoluut niet verwacht, dat u er nog zou zijn! U had toch een reisvergunning voor Hongarije?"

Na afloop van de zomervakantie zou in de DDR pas duidelijk worden hoe veel burgers tijdens hun vakantie in Hongarije besloten hadden niet meer terug te keren. Dat is evenwel nog steeds geen uitgemaakte zaak: een paar duizend of 15.000.

Zeker is ondertussen wel dat de gevolgen niet te overzien zijn. Het hotelpersoneel maakt aan de lopende band overuren om de diensten van „afwezige" collega's over te nemen, en de wachttijden voor reparaties zijn nu nog langer dan ze al waren.

Radeloosheid

Van groter belang dan deze merkbare problemen is evenwel het psychische effect op de Oostduitse burger die wel naar zijn land is teruggekeerd of gewoon is gebleven. Je merkt het overal, zegt de eerdergenoemde lerares. Die frustratie en de vraag die mensen zichzelf stellen: „Ben ik zo dom dat ik in dit land blijf?".

Wat de burgers op dit moment met elkaar gemeen hebben, is radeloosheid. En cynisme. Zoals zo vaak wordt dit geuit in grappen en grollen, die nu evenwel openlijk over de tafel gaan. Een cabaretgroep uit Leipzig, "De Academixer", sprak zaterdagavond ais volgt zijn publiek toe: „Het verheugt ons dat u allen naar de DDR bent teruggekeerd van uw oponthoud in het buitenland".

Een Oostduitser vertelt met luide stem in een hotel in Leipzig: „Wisten jullie al dat het reisbureau van de DDR inmiddels al drie bestemmingen in het bijzonder aanprijst: Boedapest, Wenen en Giessen".

Zelfbevestiging

Het opvangkamp in Giessen is voor veel Oostduitse vluchtelingen de eerste halte in de Bondsrepubliek.

In toenemende mate geven de mensen die gebleven zijn hun sarcasme de vrije loop. Ze laten zo'n grote bitterheid zien die gedurende ettelijke decennia is gegroeid, dat het ook de kerk opschrikt: „Niet ieder gescheurd melkpak toont het ware gezicht van onze republiek", zei een dominee tegen zijn gemeente. Aan het ongenoegen van de Oostduitse burgers valt echter niet te ontkomen.

„Wat hier op de televisie wordt gebracht kunnen we toch niet meer serieus nemen", zegt de een. Een ander, die zojuist is teruggekeerd van zijn vakantie in Bulgarije, geloofde zijn oren en ogen niet: „Toen ik in Bulgarije was, luisterde ik naar de Duitse radio. Het heeft me bijzonder boos gemaakt dat de westerse media op sensatie en dramatiek belust zijn. Daarbij gaan ze geheel voorbij aan de gevolgen die dit voor ons zou kunnen hebben. Toen ik weer naar huis ging, en onze eigen kranten en televisie had gezien, kwam het me allemaal erg spookachtig voor. Het was louter zelfbevestiging wat de klok sloeg; met geen woord werd gerept over de vluchtelingen".

Verstomd regime
Zo luid het volk mort, zo stil blijft het aan de top. Partijleider Erich Honecker houdt na zijn galoperatie een rustvakantie, en zijn tijdelijke waarnemer zwijgt in alle talen.

Volgens het onderwijspersoneel is er nog geen enkele oplossing geboden hoe zij het uitvallen van hun collega's moeten opvangen. „De regering is verstomd", constateert een burger enigszins verbaasd. „Dit zwijgen verwoordt in mijn ogen een grote angst".

Gaandeweg lijken de burgers hun regering niet meer serieus te nemen. „Het contrast tussen wat het individu in zijn dagelijks leven ervaart en wat er aan de andere kant in de krant staat, is onverdraaglijk", zegt een Oostduitse. „Het is toch allang duidelijk dat ook deze mensen falen. Ook degenen waarbij men dat juist niet verwacht".

In Oost-Berlijn reageert een terugkerende luchtreiziger op het beleefde verzoek van de douane even te wachten („Alles komt in orde!"): „Hoezo, alles komt in orde? We zouden bloemen moeten krijgen omdat we zijn teruggekomen!"

Veel Oost-Duitsers zijn gehecht aan hun huis, hun familie en hun baan. Ook de sociale zekerheid die hun wordt geboden, willen ze niet zomaar opgeven. Veel ouderen zijn ook bang dat, als ze vluchten, ze in het Westen geen werk zullen krijgen. Bovendien hebben velen nog de hoop dat er onder Honecker nog het een en ander zal veranderen.

„De mensen moeten hieraan zelf ook hun steentje bijdragen, 'maar op het moment dat ze zich geen raad meer weten, hebben ze al een visum voor het Westen op zak. Alles wat bij ons oppositie is, gaat weg", betreurt een vrouw.

De Bondsrepubliek betaalt voor. iedere vluchteling gemiddeld een paar duizend mark aan de DDR. Voor dit jaar werden via legale kanalen -dus ook afgezien van de Oost-Duitsers die naar Hongarije vluchtten- 80.000 vluchtelingen verwacht. Een Oost-Duitse merkte onlangs snedig op: „Bonn koopt de oppositie van de DDR op".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 5 september 1989

Reformatorisch Dagblad | 12 Pagina's

„Ben ik dom dat ik in de DDR blijf?

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 5 september 1989

Reformatorisch Dagblad | 12 Pagina's

PDF Bekijken