Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De afwas als dagelijkse uitdaging *

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

De afwas als dagelijkse uitdaging *

Inwoners van Beiroet houden vast aan restanten van hun verscheurde leven

6 minuten leestijd

BEIROET - Fuad en Hayim Abboud en hun twee kinderen in het christelijke Oost-Beiroet beschouwen het als een triomf als ze weer een dag zijn doorgekomen. Ze hebben geen water of elektriciteit en veel te weinig brandstof. Zelfs de meest alledaagse karweitjes —afwassen, koken, boodschappen doen, douchenvormen een uitdaging.

De meesten van de 1,5 miljoen inwoners van Beiroet, zowel christenen als moslims, zijn de stad ontvlucht. De familie Abboud en de andere overgeblevenen houden het hart van de Libanese hoofdstad kloppend. De hartslag wordt steeds zwakker, maar de achterblijvers houden hardnekkig vast aan wat nog rest van hun verscheurde leven.

„Ik droomde vannacht dat we elektriciteit hadden", zegt Rania. „Er kwam zelfs licht uit een van de kamers". Slaapdronken was Rania opgestaan om de stereo-installatie aan te zetten. „Toen besefte ik ineens dat het licht van een kaars kwam", zegt ze.

Flatgebouw

Fuad (60), die kalligraaf van beroep is, Hiyam (47), hun I3-jarige dochter Rania en hun 17-jarige zoon Rabih wonen in Hazmieh, een van de onveiligste wijken van Oost-Beiroet. Ze wonen tweehoog in een flatgebouw van vijf verdiepingen, vlak bij de Groene Lijn, die een scheiding vormt tussen het christelijke en het islamitische deel van de stad.

De wijk wordt de laatste vijf maanden, sinds de nieuwste gevechtsronde tussen Syrische en christelijke troepen uitbrak, vrijwel dagelijks bestookt door het Syrische leger. „Er zijn nachten dat het echt granaten regent", zegt Fuad Abboud. Elk gebouw in de omgeving werd op z'n minst een keer geraakt. Het flatgebouw waarin de familie Abboud woont, vormt daarop een gunstige uitzondering. Het staat gelukkig te midden van hogere gebouwen.

Een buurman van de Abbouds werd onlangs gedood toen hij zich in een korte gevechtspauze op straat had gewaagd om naar de bakker te gaan, die even open was. Hij werd verrast door een plotseling spervuur. De kranen in het appartement van de Abbouds staan droog, hun bedden zijn ongebruikt, omdat het te gevaarlijk is om erin te slapen. Koelkast, wasmachine, televisie, lampen, niets werkt.

Hiyam Abboud heeft haar mooiste jurken van de slaapkamer overgebracht naar een ruimte zonder ramen in het midden van het appartement. Daar zijn ze veiliger. Niet dat ze ze draagt, want het sociale leven in Beiroet ligt al maanden, stil. Niemand gaat de deur uit als het niet echt hoeft. Hiyam Abboud maakt zich niet meer pp en ze draagt meestal dezelfde enkellange abaya, een Arabische jurk. „Ik weet niet meer hoe het is om je vrouw te voelen", zegt ze met een flauwe glimlach.

Mortieren

Het gezin bewaart zijn voedsel in de koelkast van een buurvrouw, Fadwa Azar. De koelkast is aangesloten op een generator en het is de enige in het hele gebouw die het nog doet. De Abbouds verlangen naar gekoelde frisdrank. Daarvoor is geen plaats in de koelkast van mevrouw Azar. Een warme maaltijd eten ze bijna nooit.

Het flatgebouw waarin ze wonen heeft, in tegenstelling tot veel andere gebouwen, geen schuilkelder. Meestal slapen ze dicht opeen op matrassen en dekens op de vloer in een muffe, ongeventileerde hal in het appartement van mevrouw Azar aan de achterkant van het gebouw, dat niet zo gemakkelijk kan woiden geraakt. „Önz_e levens worden bepaald door de grillen van de söldaten'Vzegt Hayim Abboud bitter. „We slapen en we eten en we gaan naar ons werk als zij het ons toestaan".

Het meest gevreesd zijn de 240-mm en 180-mm mortieren die de Syriërs afvuren. Die zijn ontworpen om militaire bunkers, bruggen en landingsbanen te vernietigen, maar er worden flat- en kantoorgebouwen mee beschoten. „Ze zijn een verschrikking", zegt Rabih. „Het kan ons al bijna niet meer schelen als de Syriërs ons beschieten, als ze het maar niet doen met die verschrikkelijke 240-mm en 180-mm mortieren". „Ik zou er alles voor geven als ik een keer een hele week in mijn eigen bed kon slapen", zegt Hayim Abboud.

Naar kantoor

Sinds de douche het niet meer doet, moeten ze zich met z'n vieren wassen met een halve emmer water. Een keer waren de gevechten zo hevig, dat ze zich vier dagen niet hebben kunnen wassen, omdat het te gevaarlijk was om de straat op te gaan om water te halen.

Als er even niet wordt geschoten en er is benzine, dan neemt Rabih de auto en vult hij zes tienlitervaten met water uit een bron in de naastgelegen wijk Ashrafieh, die ook voortdurend door de Syriërs onder vuur wordt genomen. Zijn moeder staat als hij weg is duizend angsten uit en bidt dat hij terug is voor de beschietingen weer beginnen.

Het gezin heeft eigenlijk 60 liter water per dag npdig om te drinken, de afwas te doen, zich te wassen en het huis schoon te houden. Hayim Abboud heeft geleerd zuinig te zijn en gebruikt een emmer om in af te wassen en het afwaswater om het toilet mee door te spoelen.

Als Fuad Abboud menden op straat ziet, gaat hij ervan uit dat het veilig is en gaat hij naar zijn werk. Het kantoor waar hij werkt, is tien minuten lopen verwijderd vari zijn appartement. Als hij op zijn werk aankomt, belt hij naar huis om z'n vrouw gerust te stellen. Anders dan veel andere Libanezen krijgt hij zijn salaris op tijd uitbetaald. Hij doet thuis ook nog free-lance-werk en de oudste zoon van het echtpaar, Fadi, die in Liberia werkt, stuurt geregeld geld naar huis.

Als hem wordt gevraagd waarom hij en zijn gezin niet zijn weggegaan uit Beiroet antwoordt Abboud dat het in de bergen bij Bikfaya, waar de familie een huisje heeft, net zo onveilig is en geld om naar het buitenland te gaan heeft hij niet.

Rania en Rabih moeten van hun vader elke dag twee uur besteden aan hun studie, maar dat valt hen niet mee. „Ik kan me gewoon niet concentreren", zegt Rabih. Eens in de twee weken brengen ze hun werk naar hun leraren en krijgen ze nieuw werk mee naar huis.

Geen nieuws

Vorige week begonnen de beschietingen een keer net toen mevrouw Abboud met de lunch bezig was. Het draaide erop uit dat het gezin halfgebakken patat moest eten in het trappenhuis. Het vlees lag nog rauw op de keukentafel. Toen de beschietingen heviger werden, nam het gezin zijn toevlucht tot het appartement van mevrouw Azar.

Om 8 uur zette mevrouw Azar de televisie aan, die ook op de generator is aangesloten, om naar het nieuws te kijken. Iedereen luisterde aandachgebieden waren getroffen tig om te horen welke en wie er waren gedood. Maar toen de nieuwslezer aan het buitenlandse nieuws begon zei mevrouw Azar kortaf: „Zet uit. De wereld bekommert zich niet om ons, dus waarom zou het ons kunnen schelen wat hun overkomt?"

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 september 1989

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

De afwas als dagelijkse uitdaging *

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 september 1989

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

PDF Bekijken