Gedachten over de blinde Cornelis J. Bute
Zondagsmiddags dicteerde hij een nieuw voorspel, zomaar even onder de koffie
Het was in 1916 dat ons gezin, bestaande uit vader, moeder en twee kinderen, verhuisde van Rotterdam naar Zutphen, De stad met de prachtige St. Walburgskerk en het fraaie Baeder-orgel. In die stad werd vader al snel organist van de geref. kerk, waar een klein eenklaviers-orgel stond. Begrijpelijk dat we eens gingen luisteren naar het orgel in de Walburg. Daar troffen wij voor de eerste maal de blinde organist Cornelis Johan Bute (1889-1979). Na lange jaren een terugblik op een zeer markant musicus.
We woonden in dezelfde straat, de Beukerstraat. Bute op nummer 9, wij op 37. Zo groeide tussen ons snel en ongemerkt het contact. Er bloeide een hechte vriendschap op, die nog steviger werd vanaf het moment dat ik in 19i7 zijn leerling werd.
Cornelis Bute werd op 22 oktober 1889 (een volle eeuw geleden) geboren in een Arnhems onderwijzersgezin. Hij was enig kind en vanaf zijn geboorte blind. Daardoor ging hij op jonge leeftijd naar het blindeninstituut te Amsterdam, kreeg daar later orgelles van C. F. Hendriks. Thuis werd hij niet ontzien, vooral zijn vader was streng. Bij een wandeling mocht Cor alleen losjes met zijn elleboog tegen die van zijn vader steunen. Bij hobbelige paden mislukte dat nogal eens en dan klonk het wreed: „Kun je niet uitkijken!" Maar „zien" en „kijken" waren.ook bij Cornelis Bute veel gebruikte uitdrukkingen. Een orgel werd dus, ondanks de blindheid, bekeken.
Nieuwsgierig
Bute was een uitermate vriendelijk mens. Zijn ogen stonden vrij normaal, hij had geleerd, ondanks de moeite die dat vergde, om mensen aan te kijken. Vooral als zijn vader erbij was, gedroeg hij zich in dit opzicht voorbeeldig. Uitermate nieuwsgierig was hij ook. Hij wilde alles weten en wilde kennis nemen van nieuwe dingen. Dat waren er zo rond de Eerste Wereldoorlog heel veel! Elektriciteit, telefoon, motoren, auto's (orgeltrappers verdwenen!). Zo hadden wij thuis-eerrmotorftets. Om te weten hoe dat ging, liet Bute zich achter op de duo zetten, terwijl de fiets op de bok bleef staan. Alsof alles echt was, werd de motor aangezet. Na een poosje vroege Bute of we nu al ver waren! Later hebben we ook echt gereden en merkte hij aan de beweging en de wind langs zijn hoofd wat er allemaal om hem heen gebeurde als je écht reed.
Het werd een vaste gewoonte dat ik Bute naar concerten en andere bijeenkomsten bracht. Vooral als het om concerten ging, prees ik mezelf gelukkig erbij te kunnen zijn.
Olsen, de dammer
Als ziende voelde ik mij soms de mindere van de blinde Bute. Een sterk staaltje hiervan maakte ik in Rotterdam mee. We gingen logeren bij een tante van mij, die vroeger verpleegster was geweest, hetgeen goed uitkwam. Bute wilde natuurlijk het orgel in de in de Grote of St. Laurenskerk zien en tevens een lotgenoot van hem bezoeken: de heer Olsen, een bekende dammer, kampioen van Rotterdam. Hij had een sigarenzaak in de Oranjeboomstraat. In de winkel werd kennis gemaakt, waarna we werden uitgenodigd om boven te komen. De beide blinde heren liepen vlot de achter de zaak gelegen gang door en de trap op. Aangezien het daar geheel donker was, bleef ik hulpeloos achter en moest door Olsen naar boven worden geleid!
Bute had natuurlijk een vaste begeleider, maar die was bij plotselinge gebeurtenissen moeilijk te bereiken. Als kleine jongen van een jaar of twaalf functioneerde ik zo nogal eens als de leidsman van de blinde Walburgorganist. In vergelijking met zijn lotgenoten was Bute bijzonder handig en gewiekst. Bij het orgelspelen kende hij vrijwel geen moeilijkheden. Hij wisselde met groot gemak van klavier en was bij voorbeeld veel trefzekerder dan zijn eveneens blinde collega Anton W. Rijp, organist van de Nieuwe kerk te Amsterdam, die nog wel eens aarzelde en zich vergiste. Ook op vreemde orgels was Bute heel snel thuis.
Braille
In het blindeninstituut leerde Bute het muziek-brailleschrift. In een stevig, kartonachtig papier werden met een soort priem stipjes gedrukt die aan de andere kant van het papier tot bultjes werden. Zo werden zij door de blinde met de toppen van de vingers gevoeld.
Ik herinner mij in de kamer van Bute aan de wand een hele rij grote boeken. Dat bleek slechts het Matthéüs-evangelie te zijn, een hele wand vol! Het muziekschrift was primitief (plm. 1920), maar verbeterde later sterk. In die tijd ging het als volgt: Bute legde, zittend aan de piano, het dikke boek op z'n knie en voelde met zijn rechterhand eerst een aantal maten die alleen voor de linkerhand bedoeld waren. Deze maten werden uit het hoofd geleerd. Vervolgens andersom. Boek op de knie, links voelen en weer uit het hoofd leren. Daarna ging het boek aan de kant en werden beide uit het hoofd geleerde partijen op het klavier onder elkaar gepast!
Nieuwe composities moesten worden gehaald in de blindenbibliotheek te Amsterdam, een tijdrovende kwestie. Op een gegeven moment besloot mijn vader dit blindenschrift aan te leren, zodat hij helpen kon. Voor een ziende was het leren van het brailleschrift eenvoudiger dan voor een blinde, want hij had alleen te maken met de putjes die in de pagina gedrukt stonden. Hij kon deze putjes ook zien, dus hoefde hij het papier niet om te keren. Maar primitief bleef net.
Cornelis Johan Bute was een belangrijk figuur onder de organisten van zijn tijd. Hij kon prachtig improviseren en dat kwam goed van pas in de eredienst. De melodieën van de psalmen en gezangen kende hij allemaal uit zijn hoofd. Hij had nooit hulp nodig en hoefde nooit een melodie na te lezen in zijn brailleboeken. Maar ook zijn repertoire aan orgelwerken was zeer uitgebreid. Wat ook belangrijk was: hij leerde steeds de nieuwste werken en bleef dus heel goed bij. Hij gaf veel concerten, vaak met solisten. Het instuderen van de begeleidingen gaf daarbij soms problemen omdat alles in braille overgezet moest worden, maar ook omdat er meestal geen tijd was om het daarna nog eens te studeren.
Alweer Worp
Bute bleef zondags nogal eens bij ons eten. Mijn vader (hij deed in zijn geref. kerk tweemaal per zondag dienst) kon het dan nooit nalaten hem een voorspel voor een psalm af te bedelen. Bute dicteerde dan, zomaar even onder de koffie, een eigen voorspel. Vader was daar heel blij mee, hij kon weer wat anders laten horen dan altijd Worp of Brandts Buijs. Ik heb nog een paar muziekboekjes met voorspelen die op zulke zondagmiddagen even werden gemaakt. Heel bijzonder!
Lesgeven ging Bute tot op een bepaalde hoogte zeer goed af. Over ritme, frasering, voordracht en registratie heb ik veel van hem geleerd. Alleen de houding van lichaam, armen en benen was nauwelijks te controleren. Theorie ging ook heel goed. Improvisatie ook, zodat ik rustig kan zeggen dat ik een groot deel van mijn scholing aan Bute te danken heb. Doordat ik ging studeren in Amsterdam en mijn ouders van Zutphen naar Hilversum vehuisden, is het contact geleidelijk aan verbroken.
Beiaard
Gelukkig woonde in Zutphen mejuffrouw Suringa, die de zorg voor Bute overnam en die veel voor hem betekend heeft. Later hoorde ik dat Bute zich nog geworpen heeft op de beiaardstudie (1951) bij de blinde Zwolse beiaardier Willem Créman. Bute werd toen klokkenist van de Wijnhuistoren te Zutphen. Op 60-jarige leeftijd trad Bute nog in het huwelijk, waarmee een gelukkige tijd aanbrak. Deze werd echter wreed verstoord doordat zijn vrouw door een beroerte haar spraak verloor. Omgang met elkaar werd zo vrijwel onmogelijk. Bovendien liet de gezondheid van Bute ook te wensen over (maagkwaal). De zeer begaafde musicus stierf in een rusthuis in Den Haag op 27 juli 1979.
George Stam is een van de meer bekend geworden leerlingen van Cornelis J. Bute. De eerste lessen vonden plaats in 1917.
Bute wordt in Zutphen op 13 oktober herdacht.
Om 19.30 uur bespeelt Gert Oldenbeuving de beiaard van de Walburgkerk met werken van Bute en tijdgenoten.
Na 20.00 uur bespeelt Peter Eilander het Baeder-orgel in de Walburgkerk met werken van Bute, De Wolff, Bijster, Andriessen en Schuurman.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 september 1989
Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 september 1989
Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's