Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Twaalf dagen zwijgend examen doen

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Twaalf dagen zwijgend examen doen

Toerisme als de grote boosdoener: in Oberammergau laten bekwame houtsnijders zich verleiden tot kitsch

7 minuten leestijd

Iedere neringdoende heeft er wel iets van voorhanden: een handgesneden schaapje, een jager met buit, een kribje. Het houtsnijwerk uit Oberammergau heeft wereldfaam. De zucht naar klinkende munt dreigt echter ook hier de echte creativiteit de das om te doen. „Helaas", verzucht directeur Baten van de opleiding tot gezelhoutsnijder.

Geen fraai gesneden uithangbord, zelfs geen miniem naambordje. Niets wijst erop dat het enorme, witte pand een Schnitzschule, school voor Houtsnijders herbergt. Of het moest het doffe gehamer zijn dat door de open ramen tot de buitenwereld doordringt. "Wegens examens gesloten voor bezoekers", meldt een simpel papiertje op de deur. Binnen, vlak achter de vaalgroene zijdeur staat een levensgrote, houten schaapherder in het schemerduister van de hoge, statige hal. Er heerst een serene rust, slechts uit de Schnitzerei klinken de doffe klappen waarmee de beitel in hout wordt gedreven. Een brede, voorname trap voert naar de eerste verdieping. Het fraaie houtsnijwerk langs de leuningen heeft de diepe, verdofte kleuren van eeuwenoud handwerk. Schijn bedriegt echter. Pas in 1908 werd de school gebouwd. Toen was de traditie van het Oberammergauer houtsnijwerk al wijd en zijd bekend.

Notedop

De kunst van het houtsnijden wortelt in het grijze verleden van het Ammertal. Het is uit nood geboren. De bewoners van het Ammertal modelleerden hun keukengerei en meubels uit het sparrehout dat in de wouden rond de dorpjes groeide. De barre winter dwong de boeren bij de haard te blijven. Uit pure verveling nam vader zijn gereedschap ter hand om een popje te snijden voor zijn dochtertje of om moeders houten lepels te versieren.

Langstrekkende kooplieden —Oberammergau lag aan de handelsroute van Augsburg naar Italië— zagen brood in de verkoop van het snijwerk. Het duurde nietlaijg of deze vorm van huisvlijt leverde bijna elke dalbewoner een extra boterham op.
Na verloop van tijd werd de vraag naar het snijwerk zo groot dat menigeen zijn andere bezigheden stopzette en zich specialiseerde in het houtbewerken. Inmiddels werden er niet meer alleen gebruiksvoorwerpen gesneden. Reeds in de zestiende eeuw houdt de bevolking van het Ammertal zich voornamelijk bezig met het vervaardigen van religieuze afbeeldingen. Andreas Althammer, die in 1520 de geschiedenis van Ettal en omgeving beschrijft, tekent aan: „Oberammergau heeft vakbekwame, begaafde mensen, die geleerd hebben de kleinste beeldhouwwerken te snijden. Ze zijn in staat in een notedop de lijdensgeschiedenis van de Heere uit te beelden. Iets dergelijks vindt men in Duitsland of zelfs in heel Europa nauwelijks".

De genoemde notedop kunnen we gevoeglijk letterlijk nemen. Ook heden ten dage worden losse figuurtjes van nauwelijks een vingernagel lang in een halve walnoot tot een tafereeltje samengevoegd.

Stukloon

Eeuwenlang verandert er weinig in het kleine dorpje aan de Ammer. Van vader op zoon wordt de kennis overgedragen: als klein knaapje speelt de zoon des huizes in vaders werkplaats en alras wordt hii bevorderd tot krullenjongen. Soms in heel letterlijke zin: even voor de laatste eeuwwisseling laat vader Schauer, vooral bekend om zijn dierfiguren, zoon Anton de krullige wol van zijn schapen uitsnijden. Een complete schaapskudde draagt onder een sokkel de inscriptie "Der Toni hat die Wolle gestochen".
De manier waarop "der Toni" het houtsnijden leerde, is nu vrijwel verleden tijd. „Een paar dorpjes verderop, daar is nog iemand die leerlingen aanneemt. Maar de meesten vinden het risico te groot. De snijders krijgen geen uurloon, maar stukloon uitbetaald ", vertelt directeur Baten.

Wie het vak wil leren, is derhalve aangewezen op een van de vijf Beierse scholen. De Oberammergauer school is een van de grootste. „Uit de hele Bondsrepubliek komen er leerlingen hierheen. Slechts een viertal is uit Oberammergau afkomstig". Op zich niet eens zo'n minimaal aantal. Het totale aantal examenkandidaten bedroeg afgelopen cursusjaar achttien.

Eigen stijl

Op het praktijkexamen gaat het luidruchtig toe. Hamerslagen weerklinken door de ruimte. Geconcentreerd meet een meisje de diepte van de oogholte van het gipsen model. Haar rechterhand, waarmee ze ruwe hout bewerkt, is in leren banden gezwachteld. Tegen de splinters. Een enkeling legt even het gereedschap neer voor een praatje. Dat mag. Twaalf dagen lang zwijgend examen doen zou te veel gevraagd zijn. En afkijken is er toch niet bij. Iedereen werkt aan zijn eigen ontwerp. Baten loopt keurend langs de werkstukken. „Let even daarop..." wijst hij op een wat ruw afgewerkte ceintuur van een perehouten dame.

Enorme stapels houtblokken en planken onder het afdak naast de school spreken duidelijke taal: praktijklessen nemen —al dadelijk in het eerste leerjaareen fors deel van de lesuren in beslag. Binnen staan half afgemaakte snijwerken te wachten op verdere bewerking. Een tiental figuren, alle in dezelfde houding. Zoals overal zingt echter ook hier elk vogeltje zoals het gebekt is. De beeldhouwwerken lijken geen van alle op elkaar. „De leraren stimuleren het ontwikkelen van een persoonlijke stijl. Het eiken ontwerp, dat is het zwaartepafib?an deze opleiding. Dat zie je al in het eerste jaar. De een werkt het liefst nauwkeurig naar de natuur, de ander heeft een wat naïeve stijl".

Naast de pure 'houtvakken', zowel praktisch als theoretisch, krijgen de leerlingen ook technisch en vrij tekenen en calligraferen. Ook het nasnijden van bestaande kunstwerken staat op het programma.
En niet te vergeten de restauratiewerkzaamheden. Daarin verdienen heel wat gevestigde houtsnijders een goede boterham.

Natuurstudie

Nauw met de herstelwerkzaamheden verbonden zijn de decoratietechnieken. Vroeger werden vrijwel alle beelden voorzien van een kleurtje. Soms werd daarvoor zonder meer de verfkwast ^Mteerd. Om het geheel indrukwekkender te maken, werd er rijkelijk met bladgoud gewerkt. De uitbundige kleuren worden weinig meer gebruikt. Het huidige kleurengamma toont meer tere, doffe tinten, waardoor de snijwerken op het eerste gezicht oud lijken. Hoe dat wordt gedaan? Plotseling begrijpt directeur Baten niet meer zo precies wat ik bedoel. „Zullen we naar het andere lokaal gaan?"

 In een verlaten ruimte waarin normaliter de tweedejaarsleerlingen zijn gehuisvest, kijkt een koppeltje pluimvee vanaf banken en kasten nieuwsgierig de wereld in. Hier en daar staat naast een fraai houten exemplaar nog een draadfiguur met wat afgebrokkelde klei. Een natuurstudie, gemodelleerd naar een heuse kip die midden in het lokaal werd geposteerd.

Gilde

Het derde leerjaar besjuit met de "Gesellprüfung", het examen. Voor het praktijkdeel worden maar liefst twaalf dagen uitgetrokken. Er moet een eigen ontwerp worden uitgevoerd. Eerst wordt een gipsen model vervaardigd, dat exact in het door de leerling zelf gekochte hout moet worden gekopieerd. Is het werkstuk door examencommissie in orde bevonden, dan mag de geslaagde houtsnijder zich "gezel" noemen. Een benaming die nog overgebleven is van het vroegere gildensysteem. Daarvan resteert nog zo het een en ander. Wil iemand zich namelijk als zelfstandig Holzschnitzer vestigen, dan dient hij -of zij, ide helft van de leerlingen bestaat uit meisjes- meester te zijn. Daarvoor moet ide gezel een jaar praktijkervaring op.doen bij een gevestigde meester. Om het imeestersdiploma te kunnen behalen, imoeten daarna nog een jaar lessen worden gevolgd in München, waar de enige school die tot meester opleidt is gevestigd. 

De opleiding is grondig, daar zal het niet aan liggen, maar toch... „Het houtsnijwerk in Oberammergau is niet meer wat het geweest is", vindt Baten. De schuldige? Het toerisme, dat is de grote boosdoener. Bekwame snijders laten zich verleiden tot kitsch. De toerist koopt toch wel. Die zal geen ettelijke honderden Marken neertellen voor een origineel ontwerp, als bij de buurman een veel goedkoper produkt te koop is. Gevolg is dat winkel na winkel na winkel dezelfde honden, schapen, jagers en vooral veel herdertjes, kribbes, Maria'tjes en crucifixen in de etalage liggen. Beter werk moet men met een lantaarntje zoeken. Wie dat wenst, kan zich daartoe een met houtsnijwerk verfraaid exemplaar aanschaffen in Oberammergau...

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 september 1989

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

Twaalf dagen zwijgend examen doen

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 september 1989

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

PDF Bekijken