Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Palet & pennestreek

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Palet & pennestreek

6 minuten leestijd

Romeinse landhoeven

De vakanties hebben zich vrijwel ten einde gespoed, maar wie belangstelling toont in de oude Romeinse historie van de Germaanse landen, waartoe wij immers zelf behoren, kan de tip alvast bewaren voor een volgende vrije tijd. Zelf beleefde ik vorige maand enig genoegen aan het bekijken van een ten dele heropgebouwde Romeinse 'villa' —wat in deze gevallen geen villa is, maar een landhoeve van een hereboer; zoiets wat de Afrikaners een 'plaas' noemen— in de Duitse deelstaat Rijnland-Palts: de 'villa' Otrang buiten het Zuideifeler stadje Bitburg. Het gebied, waar eeuwen geleden ook de grens (limes) van het Romeinse keizerrijk liep, is meer dan rijk aan Romeinse archeologische resten.

Wie in Trier aan de Moezel was, kent de reusachtige Porta Nigra (die in later eeuwen ook als kerk is benut...), de keizerlijke warme baden (thermen) en het zogeheten paleis van keizer Constantijn de Grote, nu een protestantse kerk. Niet ver van Trier, in het Luxemburgse grensstadje Echternach aan de Süre, is vlak naast het kunstmatige grote meer en watersportcentrum ook een Romeinse 'villa' opgegraven. Die is niet compleet heropgebouwd, maar het uitgestrekte terrein, met zwembad, geeft een prima idee van de weelde waarin deze Romeinse volksplanters in de verre buitengebieden zich baadden. In die zin lijkt het gedicht van Ovidius ("Beatus ille qui procul negotiis", gelukkig is hij die ver van de drukke nijverheid etc.) aardig te kloppen. De Delflandse boer en dichter Hubert Korneliszoon Poot gaf er zijn eigen interpretatie van: "Hoe genoeglijk vloeit het leven/ des gerusten landmans heen".

Klein openluchtmuseum

Of het aan de rijksgrenzen altijd zo genoeglijk toeging? De kolonisten zaten daar niét op verzoek van de inheemse stammen, zoals de Treveri. Maar dat doet er nu minder toe; die Zuid-Eifel zit vol met Romeinse resten, ook als het slechts restanten van een oud tempeltje zijn, zoals in Ernzen, of een landhoeve bij Bollendorf. Welnu, de Villa Otrang aan de oude rijksheirbaan van Trier (Augusta Treverorum) naar Keulen (Colonia Agrippinensis) is zo'n landgoed met centrale verwarming van bijna twintig eeuwen geleden. Het was een ommuurde rechthoek van zo'n 380 bij 130 meter, met Romeins herenhuis, boerderij en een negental kleinere gebouwtjes. Het ressorteert nu als mini-openluchtmuseum onder Kastelenbeheer van de deelstaat.

Er is vrij veel aan gereconstrueerd en het blijft gissen of de opstallen er werkelijk zó hebben uitgezien, maar het grondvlak, de muren- en zuilenresten en de vele heel mooi bewaard gebleven mozaïeken geven toch een aardige indruk van het leven en bedrijf van een Romeinse hereboer aan een rand van het imperium, in de Ie en 2e eeuw van onze jaartelling. Overzicht van de opgravingen en gedeelte herbouw van de Romeinse landhoeve Otrang langs de oude heirweg van Trier naar Keulen.

Voor een vollediger beeld van Romeins leven en (krijgs)bedrijf in Germanië kan men natuurlijk beter terecht in het bekende archeologisch park van Xanten in Noord-Rijnland, niet ver van Nijmegen en Kleef. Maar de diverse ruimtes —woon-, slaap-, (verwarmde) badkamers, zuilenhallen, stookplaats en zo meer- zijn in Otrang goed herkenbaar. De mozaïekvloeren, met name in het herenhuis, zijn fraai versierd met dieren- en bloemmotieven en geometrische figuren.

Goden en tempels

Er is vrij veel bekend over de bouwhistorie van de villa, die diverse uitbreidingen hee'ft ondergaan. Als de bewoners ter 'kerke' wilden, hoefden ze niet- ver. Op zo'n 400 meter van de hoeve heeft men rond 1843 en in 1873/74, bij opgravingen de resten van tempeltjes blootgelegd, waarvan er twee als respectievelijk een Gallo-Romeinse 'ommegangstempel' -vierkant, met eromheen een aangebouwde zuilengalerij- en een tempel met kleine voorhal werden gedefinieerd. Vondsten wijzen op het vereren van de godinnen Juno, Minerva en Diana (godin van de jacht) en op de oorlogsgod Mars.

Ook een torso van Isis-Fortuna werd hier aangetroffen, terwijl Otrang eveneens veel aardewerk, munten (van Constantijn tot Gratianus, wat wijst op een ononderbroken tempelcultus tot in de vierde eeuw na Chr.), das- en jasspelden en ander klein goed heeft opgeleverd. Alles bijeen voldoende om tijdens een bezoek aan het Bitburger land ook even de Romeinse 'villa' Otrang aan te doen, mèt de in bedrijf zijnde herberg...

Nog tot 29 oktober, dus voorbij de herfstvakantie, kan men in museum het Catharijneconvent te Utrecht genieten van een vrij ruim opgezette expositie "Kunst uit Oud-Katholieke kerken". Aanleiding ertoe is de "Unie van Utrecht", die nu niets te maken heeft met Willem de Zwijger en de Tachtigjarige Oorlog, maar met de gezamenlijke geloofsbelijdenis die de oud-katholieke bisschoppen van Nederland, Zwitserland en Duitsland in 1889 in Utrecht opstelden.


Oude kerkelijke kunst

Dit feit van een eeuw geleden betekende dat de Nederlandse "Rooms-Katholieke Kerk van de OudBisschoppelijke Clerezie", die zich in 1723 los van de paus had gemaakt en als 'nationale Katholieke Kerk' een eigen weg was ingeslagen, voortaan samen met gelijkgezinde zusterkerken in Europa op weg ging als Oud-Katholieke Kerk. Geestelijke achtergronden ervan zijn het jansenisme, de abdij Port-Royal en de reformerende denkbeelden van Blaise Pascal. Naast Jansenius zijn ook aartsbisschop Cornells Steenoven, Pothoven, Quesnel en Codde te noemen.

Van de Oud-Katholieke Kerk weten we veelal niet veel méér dan dat de pastoors wèl mogen trouwen en dat ze de paus niet erkennen In het Catharijneconvent is ook het Oud-Katholiek Museum ondergebracht en uit bezit van dit museum en diverse parochies is de expositie ingericht. Daar zit veel kunst uit de Gouden Eeuw bij: schilderijen van Van Honthorst en Bloemaert, rijke liturgische gewaden, fraai kerkzilver uit de 17e en 18e eeuw etc.

Voorname altaarstukken

Anders dan de rk-parochies, die na het herinvoeren van de bisdommen in de 19e eeuw veel neo-gothische kerken bouwden en nieuw kerkelijk gerei in die stijl aanschaften, hebben de oud-katholieke parochies hun kunstbezit sinds de 17e eeuw en daarna -in de schuilkerken, want ook zij moesten 'ondergronds' gaan met hun erediensten- trouw bewaard. Overigens gebeurde dat mede uit geldgebrek om als kleine kerk nieuwe zaken aan te schaffen!

Het museum toont nu tal van kerkelijke voorwerpen, boeken e.d. en vaak de bijpassende kerkinterieurs die het gebruik in de liturgie tonen. Schilder C. Steffelaar legde in de 19e eeuw enkele kerkinterieurs vast. Daarnaast zag ik een fraai marmeren doopvont, wierookvaten, kandelaars, indrukwekkende altaarstukken, ook uit de omgeving van Hendrik ter Brugghen. "Kunst uit Oud-Katholieke Kerken" gaat vergezeld van een aardige, in kleur en (vooral) zwart-wit geïllustreerde catalogus. Daarin wordt niet alleen het kunstbezit beschreven, maar ook de kerkhistorische achtergrond, de "Unie van Utrecht" van 1889, de band met de Zwitserse "Christkatholische" kerken en zo meer. Dit boek van 124 pagina's op A4-formaat met 148 foto's kost slechts 19,50 gulden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 23 september 1989

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

Palet & pennestreek

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 23 september 1989

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

PDF Bekijken