Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

„ledereen keek naar ons, vreselijk

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

„ledereen keek naar ons, vreselijk"

Eerste groep Nederlandse toeristen in Irak sinds negen jaar

4 minuten leestijd

BAGDAD — Zojuist terug van weggeweest: de eerste Nederlandse toeristen in Irak sinds negen jaar. les Goedbloed van het reformatorische reisbureau Avanta uit Middelburg combineerde een tocht door Turkije met vijf dagen Irak-in-sneltreinvaart. Over affiniteit gesproken: „In Iraaks Koerdistan word je vaak aangehouden door iemand die gauw even meedeelt dat hij christen is en zich erg solidair voelt met jou".

Het was niet bepaald makkelijk om bij de Iraakse ambassade in Den Haag negentien visa los te peuteren. Organisator/reisleider Goedbloed: „Vul je je formulieren in, dan krijg je het bericht dat er een aidsverklaring bij moet. Vervolgens worden alle reizigers gemobiliseerd richting huisarts. En hèb je ten slotte al die briefjes, dan willen ze nog een verklaring van de GG & GD, een stempel van het ministerie van buitenlandse zaken etcetera". „Bij de grens had ik me dan ook een grondige controle voorgesteld. Dat viel echter reuze mee. Naar de aidsverklaring, een speciaal rijbewijs en een motorrijtuigenverklaring werd niet gevraagd".

Het reisschema van Avanta vanaf de grens bij Czakho verliep via Iraaks Koerdistan naar Bagdad. Met twee bestelbussen en een auto trokken de Nederlanders door magnifieke berggebieden en kale zandwoestijnen. En passant snoven zij een vleugje Irak op. Het einddoel was Babyion, 100 km ten zuiden van de hoofdstad, waar de groep de herbouw van Nebukadnezars glorieuze paleis aanschouwde.

Hoe waren de ervaringen met de Iraakse bevolking? Goedbloed: „In het noorden van Irak heb je natuurlijk de Koerden. Dat zijn mensen die toch een beetje lastig kunnen zijn, ook al bedoelen ze het niet zo. Ze dringen wat om je heen en worden er heus niet moe van tien uur aan één stuk naar je te kijken. Ze leunen tegen je auto of klimmen erop, en kijk, dat gaat je soms vervelen. De Irakezen zelf zijn wat afstandelijke, een tikkeltje verwaande Arabieren. Zij zijn zeker niet zo gastvrij als de Syriérs".

„Een hoge Irakees -die in de oorlog piloten van gevechtsstraaljagers instrueerde, iets waarvoor hij door president Saddam Hoessein himself werd geridderd- bij wie wij op de thee werden genodigd, vertelde dat de Iraakse bevolking vroeger veel spontaner was, maar dat de mentaliteit door de oorlog ernstig is verziekt".

Een van de Irakgangers is Dilly Tichelaar uit Wekerom. Ze kan zich goed vinden in Goedbloeds typering „afstandelijke gastvrijheid". „We hadden als groep nogal bekijks in onze westerse kleding. Dat merkte je meteen toen we Irak binnenreden. Iedereen keek naar ons, iedereen zwaaide, vreselijk. In verschillende dorpen werden we omsingeld door voornamelijk mannen en kinderen".

Dat was eveneens in Bagdad het geval. Dilly: „Hier liepen lang niet alle mensen gesluierd. Het merendeel was redelijk westers gekleed. Toch hebben we in Bagdad kleding aangetrokken met lange mouwen en rokken, omdat dat in dit land verstandiger is. Want we waren nauwelijks onze busjes uitgestapt of een menigte mannen belaagde ons (meisjes, MvB). Dat was niet prettig".

Irak zou volgens les Goedbloed -zelf voor het eerst in dit land- een zeer welvarende oliestaat zijn ware het niet dat het negen jaar in de Golfoorlog was verwikkeld. „Je kunt duidelijk zien dat het een rijk land is, ook al kampt het met een torenhoge oorlogsschuld. Al die gastarbeiders (voornamelijk Egyptenaren) zijn er om 800.000 Irakezen te vervangen die in het leger zitten. De hoofdstad Bagdad is allerminst verwoest tijdens de oorlog. Dit is een heel moderne stad, waar vreselijk veel geld in gestoken is om het er super te laten uitzien".

Zandbergje

Het staakt-het-vuren dat vorig jaar zomer tussen Irak en Iran van kracht werd, wil niet zeggen dat Irak demilitariseert. „Vooral bij de grens heerst scherpe bewaking. De eerste 50 km nadat we het land bij Czakho inreden, was er om de 800 meter een militair kamp. Dat was dan niet van een-soldaat-achter-een-zandbergje. Integendeel, hier zagen wij tanks en zwaar artilleriegeschut", vertelt Goedbloed. Frappant was dat iedere Irakees in zowel de stad als op het platteland zwaargewapend door het leven gaat, „tot de boer op zijn ezel" toe. In een ander woestijnachtig gebied waar Avanta doorheen reisde op weg naar Bagdad, zag je 'sterren'. Dat bleken granaatinslagen te zijn, trieste getuigen van veel oorlogsleed.

Vonden jullie het soms niet beangstigend in Irak? Dilly: „Nee, echt bang zijn we niet geweest. Wel zorgden we ervoor —met name in Bagdaddat we in groepjes bij elkaar bleven". Toeristen bleken zeldzame gasten in Irak. „We hebben een keer een Duitse jongen gesproken die op zijn fiets Irak door trok. Verder vertelde men ons bij een benzinepomp dat er een paar weken daarvoor ook twee fietstoeristen waren gepasseerd", aldus Dilly. Avanta ziet Irak best wel zitten voor een volgende trektocht. Goedbloed: „Ik heb dat noorden van Irak nu bekeken en dat is ontzettend mooi. Daar zou ik graag wat langer rondrijden, eventueel op doortocht naar het zuiden. DU is me uitstekend bevallen".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 26 september 1989

Reformatorisch Dagblad | 13 Pagina's

„ledereen keek naar ons, vreselijk

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 26 september 1989

Reformatorisch Dagblad | 13 Pagina's

PDF Bekijken