Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Zeeland wil depot voor vervuilde baggerspecie

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Zeeland wil depot voor vervuilde baggerspecie

Locatie komt in gebied Westerschelde

3 minuten leestijd

MIDDELBURG — In Zeeland is er zeer dringend behoefte aan feen depot waar verontreinigde baggerspecie kan worden geborgen. De bodems van de grote wateren, havens, kanalen en andere waterlopen zijn in meer of mindere mate vervuild. Bij het onderhoudsbaggerwerk en bij het saneren van waterbodems komt verontreinigde specie vrij. Dit dient ergens opgeslagen te worden. De vraag is waar en hoe. Dit blijkt uit de "Startnotitie milieu-effectrapportage berging baggerspecie provincie Zeeland". In de nota die tot en met 20 oktober ter inzage ligt, probeert men een antwoord te geven op de vragen.

Tot nu toe wordt bij het baggeren nog naar nood- en interimoplossingen gezocht. Soms wordt het baggeren uitgesteld. Dit laatste «is beslist geen goede oplossing omdat de bevaarbaarheid van waterwegen en havens door deze handelwijze gevaar loopt, aldus de nota. Men stelt dat deze notitie een eerste stap is naar een structurele oplossing.

Tot en met het jaar 2008 komt ruim acht miljoen kubieke meter probleemspecie bij baggerwerkzaamheden vrij. Deze hoeveelheid kan nog veel groter worden omdat het hier om een globaal geïventariseerde hoeveelheid gaat. Hiervan moet de eerstkomende tien jaar, tot en met 1998 bijna 4400 kubieke meter opgeslagen worden. Een alternatief voor berging is er nauwelijks. Het reinigen van de baggerspecie, waarin veel giftige stoffen en zware metalen zich bevinden, is zeer kostbaar. Het is bovendien slechts geschikt voor enkele stoffen. Verder is de verwerkingscapaciteit vergeleken bij het aanbod veel te gering.

Nieuwe technieken

Bij onderzoek naar het aantal depots is vast komen te staan dat één depot voor Zeeland verreweg de goedkoopste oplossing is. Dit zou dan in de Westerschelde moeten zijn omdat daar de meeste vervuilde specie vandaan komt. Ook kunnen bij centrale berging nieuwe technieken om de specie te reinigen of in omvang te verminderen, gemakkelijker worden toegepast. Bovendien biedt één depot voor het beheer voordelen. Ook de rijksoverheid staat een vergaande centralisatie voor. Bij berging kan gekozen worden voor berging in het water of op het land. In het water kan er op de bodem van diepe geulen worden gestort, in de bodem van ondiepten, bij voorbeeld in plaatgebieden, of in een bedijkt'depot.

De beide eerstgenoemde mogelijkheden zijn niet echt toepasbaar daar de vervuilde specie later alsnog wordt verspreid in het water. Blijft over een bedijkt depot. Hierbij denkt men aan aandijking om de specie veilig in het water te bergen. De specie kan worden geborgen tot het niveau van gemiddeld hoogwater. Wel dienen voorzieningen getroffen te worden voor het mogelijk doorsijpelen van water tegen te gaan.

Diepe putten

Berging op het land kan plaatsvinden in de bodem, bij voorbeeld onder water in diepe putten, of op de bodem. Evenals bij berging in het water moet worden voorkomen dat verontreinigde stoffen verspreid worden. Ook moet stank- en geluidhinder worden voorkomen. Om verontreiniging van de omgeving te voorkomen, zullen steeds maatregelen nodig zijn.

Ten slotte dient de locatie per schip bereikbaar te zijn. Uiteindelijk levert de inventarisatie van alle wensen een vijftal plaatsen voor opslag in het water op en een zestal plaatsen op het land. In het water tegen de dijk wordt gedacht aan Rammekensschor, de Kaloot, Staartsche Nol, Appelzak—Noord en Appelzak-Zuid. Op het land het Sloegebied en zijn omgeving, tussen Breskens en Hoofdplaat, ten westen van het kanaal van Gent naar Terneuzen, tussen Reuzenhoek en Ossenisse en tussen Kloosterzande en Graauw. Pi\ deze plaatsen zullen in het op te stellen milieueffect-rapport (MER) nader worden onderzocht. Naar verwachting zal deze in het najaar 1990 gereed zijn.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 27 september 1989

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's

Zeeland wil depot voor vervuilde baggerspecie

Bekijk de hele uitgave van woensdag 27 september 1989

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's

PDF Bekijken