Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Vrouwenpartij

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Vrouwenpartij

4 minuten leestijd

En weer is het de dames niet gelukt. De Vrouwenpartij, eerder dit jaar zo hoopvol van start gegaan met de wind van professionele koffiedikkijkers en onverbeterlijke optimisten in de rug, bracht het niet verder dan twaalfduizend, vijfennegentig (12.095) stemmen. Verre van voldoende voor een volledig vrouwelijke volksvertegenwoordigster. Maar lijsttrekster huppeldepup, mevrouw Nahon, zat er niet mee. Volgende keer beter, was haar commentaar.
Volgende keer beter, dat werd vorige keer ook gezegd. Het verschijnsel vrouwenpartij is namelijk niet nieuw. Voorloopsters van mevrouw Nahon zijn er vele. Aletta Jacobs, Neêrlands eerste tante als student, de eerste vrouwelijke arts ook en in 1894 tot leidster gebombardeerd van de "Vereniging voor Vrouwenkiesrecht", deze dokter Aletta opperde als eerste in ons land het idee van een aparte vrouwenlijst.

In 1917 werd, na een decennialange strijd, in de grondwet vastgelegd dat vrouwen gekozen mochten worden tot lid van de Tweede Kamer. Maar het gekke van het geval was dat vrouwen in 1917 nog niet mochten stemmen. Daarvoor was weer een andere wetswijziging nodig, en die liet nog ten minste twee jaar op zich wachten. In die situatie koos Aletta Jacobs ervoor zichzelf kandidaat te stellen, in de verwachting dat veel mannen wel weg van haar zouden zijn.

Aletta's opzet slaagde echter niet omdat de meeste andere leden van-haar vereniging niet zo veel fiducie hadden in deze manmoedige manoeuvre. Dat nam niet weg dat in 1918 en 1919, met het oog op de spoedige invoering van het vrouwenkiesrecht, maar liefst twee vrouwenpartijen met elkaar in de slag gingen, en dat allemaal onder het mom van het vrouwelijk element in de politiek, dat zoveel vriendelijker en zoveel vrediger is.

Luister maar naar de propagandabrochure van de Feministische Partij (FP), de eerste van de twee: „...als vrouwen willen wij opbouwen en beschermen in plaats van vernietigen. De vrouw heeft tot nu toe haar echt vrouwelijke en moederlijke gaven te veel in kleinetj kring voor haar huisgezin bewaard en niet in de maatschappij die taal durven spreken, die blijk gaf van eigen inzicht en eigen oordeel, wat toch nodig zal zijn om haar waarachtige taak als vrouw te vervullen. De taak der vrouw is dezelfde als haar taak in het huisgezin, vredestichtster bij uitnemendheid, en dat kan zij doen zodra zij haar invloed ook buiten het gezin vrij kan aanwenden".

Punten uit het program van de FP waren „gelijk loon voor gelijken arbeid van beide seksen", „verhooging van den verantwoordelijkheidsleeftijd van het meisje tot 18 jaren", „ontwikkelingvan den kunstzin" en „herziening der huwelijkswetten". Maar ook: „bestrijding der prostitutie" en „bestrijding der drankhandel", twee programmapunten die bij wijze van spreken zo van het SGP-programma zouden kunnen zijn geleend. En dat wil nogal, wat zeggen voor een partij die de lijn der vaad'ren zo letterlijk neemt, dat vrouwen worden geweerd...

Maar noch de Feministische Partij (FP), noch de Algemene Nederlandsche Vrouwen Organisatie (ANVO) sleepte een zetel in de wacht. De fusie van 1922, toen de vrouwen voor het eerst naar de stembus mochten, ten spijt. De Eerste Wereldoorlog, die volgens de dames het failliet van de "mannenpolitiek" had bewezen, deed daaraan niets af of toe.

Ook latere vrouwenlijsten waarmee op landelijk niveau naar de kiezersgunst werd gedongen, werden afgewezen. Te denken valt aan de Onafhankelijke Vrouwenbond "Practisch Beleid", een groepering die na de oorlog ijverde voor „moederlijk inzicht" en een benadering van de „nuchtere, practische en zuinige huisvrouw". Het mocht niet baten.

Het op een na laatste echec leed de in 1972 opgerichte Nederlandse Vrouwenpartij (NVP), een clubje van wat bedeesde oudere dames die niet waren aangestoken door het feministische virus, maar meer tamboerden op de vrouwenbelangentrommel. De leuze waarmee ze strijdend ten onder gingen luidde: „We zijn niet links, we zijn niet rechts, we zijn een vrouwenpartij". De partij kon tijdens haar glorieperiode bogen op maar liefst zo'n honderdenvijftig (150) aanhangsters. En dat zegt genoeg.


Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 september 1989

Reformatorisch Dagblad | 26 Pagina's

Vrouwenpartij

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 september 1989

Reformatorisch Dagblad | 26 Pagina's

PDF Bekijken