Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

„Rechtsgang 'Levinsohn' is echt onaanvaardbaar

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

„Rechtsgang 'Levinsohn' is echt onaanvaardbaar"

Mr. Donker: Openbaar ministerie wachtte te lang

4 minuten leestijd

AMSTERDAM - „De officier van Justitie heeft zijn prioriteiten verkeerd gesteld. Ik meen, met een beroep op artikel 6.1 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM), dat sprake is van overschrijding van een redelijke termijn. Daarom moet de aanklacht tegen mijn cliënten, G. J. van Horssen uit Barneveld en J. P. van den Tol uit Dordrecht, niet-ontvankelijk verklaard worden".

Dat zei mr. W. N. L. Donker gisteren tijdens een zitting van het gerechtshof te Amsterdam, waar opnieuw de aanklacht uit 1984 van de Stichting Bestrijding van het Antisemitisme (Stiba) werd behandeld. De levensbeschrijving van de Messiasbelijdende jood Levinsohn, die beide boekhandelaars verkochten, zou antisemitisch zijn.
Nadat mr. P. M. Witteman, de president van het Gerechtshof, gedagvaarde G. J. van Horssen -Van den Tol kon niet aanwezig zijn— gezegd had dat hij niet verplicht was tot antwoord geven, zette procureur-generaal mevr. mr. A. G. Korvinus kort de historische gang van zaken uiteen.
De hele kwestie stond ook gisteren niet in het teken van een inhoudelijke bespreking, maar ging over juridisch-technische kwesties. De beide boekhandelaren waren eerder buiten vervolging gesteld omdat -globaal gesproken- de aanklacht te algemeen was. Mevr. Korvinus was van mening dat de voormalige Utrechtse officier van Justitie mr. H. W. J. Droesen wel heel erg lang gewacht had met het aanvoeren van grieven tegen de uitspraak van de rechtbank. Ze was evenwel van mening dat de zaak zelf nog best behandeld kon worden.

Moed opgegeven
Mr. Donker bestreed dit en wees erop dat juist hij regelmatig bij de rechtbank aangeklopt had, om deze nu al jaren lopende rechtzaak te kunnen beëindigen. „Na enkele jaren heb ik de moed toen opgegeven en cliënten meegedeeld dat de zaak wellicht met een sisser af zou lopen. Deze trage afwerking is echt onaanvaardbaar", aldus Donker, die erop wees dat er voor zijn cliënten grote belangen op het spel staan, omdat zij meer soortgelijke boeken in hun fonds hebben opgenomen.
De raadsman van de boekhandelaren zei dat tegen een zo vage tenlastelegging als nu gehanteerd is -het hele boek zou een antisemitische sfeer ademen- niet gereageerd kan worden. „De officier van Justitie had passages aan moeten geven. Hoe kan men van de verdediging verwachten dat bladzij voor bladzij aangegeven wordt dat het boek niet-discriminerend is? Dat is het omdraaien van onze rechtsgang", zo hield hij het hof voor.
Verder reageerde mr. Donker kritisch op de benoeming van dr. J. G. B. Janssen als lid van een commissie van twee deskundigen. Janssen is namelijk adviseur van Stiba, die de aanklacht indiende. „Bovendien is de mening van Janssen omstreden. Janssen ziet namelijk ook wortels van antisemitisme in de Bijbel en met name in het Evangelie van Johannes. Kunnen dan ook boekhandelaren die Bijbels verkopen met een zo vage tenlastelegging als nu voor ons ligt vervolgd worden?" „Mijn cliënten tasten in het duister, want zij weten niet waartegen zij zich moeten verdedigen".

Geestelijk klimaat

Vervolgens tekende mr. Donker het geestelijk klimaat van die christenen die staan in de lijn van Reformatie en Nadere Reformatie. Hij citeerde in de rechtszaal McCheyne en Revius om te laten zien dat die kring zich bepaald niet antisemitisch uitliet en dat de aanklacht juist die traditie miskent.
Mr. Donker verwees verder naar de discussie rond het boek "De Duivelsverzen" van Rushdie en de emoties rond de film "The last temptation of Christ". „De nu in geding zijnde vragen zijn zo wezenlijk en de vrijheid van levensovertuiging dreigt zo licht in verdrukking te komen, dat het openbaar ministerie bij een vervolging duidelijkheid moet verschaffen en niet zo vaag moet blijven als tegenover mijn cliënten gebeurd is", aldus mr. Donker, die verder verwees naar de jurisprudentie.
Het gerechtshof doet vrijdagmiddag 13 oktober uitspraak.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 30 september 1989

Reformatorisch Dagblad | 28 Pagina's

„Rechtsgang 'Levinsohn' is echt onaanvaardbaar

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 30 september 1989

Reformatorisch Dagblad | 28 Pagina's

PDF Bekijken