Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

„Tekst en muziek vormen een geheel

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

„Tekst en muziek vormen een geheel"

De 25e bundel koraalbewerkingen van Leen Schippers loopt straks van de pers

7 minuten leestijd

Wanneer we in een van de reformatorische kerken komen, loont het de moeite een kijkje te nemen bij het orgel. Negen van de tien keer treft men er bladmuziek van Leen Schippers aan. En misschien was het nog niet opgevallen, maar in zeker vier van de vijf gemeenten uit onze gezindte klinken met een zekere regelmaat de bewerkingen van deze populaire amateurmusicus. Wie is de man achter deze muziek? En hoe kijkt hijzelf tegen zijn muziek —en die van anderen— aan?

Leen Schippers werd geboren in een jaar waarin de wereld er muzikaal gezien bepaald niet op vooruitging. Zijn geboortejaar (1937) staat immers hoofdzakelijk bekend als het sterfjaar van grote musici als Jan Zwart, Widor, Vierne en Pierné. Hoewel thuis het harmonium niet ontbrak wekten de radioconcerten van onder anderen Piet van Egmond en Feike Asma pas echt zijn belangstelling voor het orgel. Een bijgewoond orgelconcert van Asma in de Nieuwe kerk van Katwijk was het laatste zetje: Leen ging op orgelles. En wel bij de heer A. P. Balkenende, een goede amateur. Maar dat ging allemaal niet zo lekker, vandaar dat na een jaar het bijltje er tijdelijk bij neer werd gelegd. Na zo'n anderhalfjaar werd de draad weer opgepakt, zij het dat pa Schippers, inmiddels wijzer geworden, zoonlief wel zijn lessen zelf liet betalen. En dat hielp: reeds na een jaar kon Balkenende de jongen niets meer bijbrengen en adviseerde hem les te gaan nemen bij bij voorbeeld een leerling van Asma.

Van der Panne

Die kans kwam op de eerste gehouden Jan-Zwartherdenking (in de Grote kerk te Noordwijk), waar Wim van der Panne speelde. Na afloop van het concert werden de stoute schoenen aangetrokken en met succes: twee maanden later was Leen Schippers leerling van Wim van der Panne. Tien jaar lang ging hij trouw in Voorburg zijn lessen halen. De verhouding bleef niet beperkt tot die van leraarleerling. Leen registreerde bij concerten en plaatopnamen en kwam op die manier met veel van 's lands mooiste orgels in aanraking, zoals het schitterende, inmiddels afgebroken, instrument van de Wilhelminakerk in Rotterdam. Van het feit dat Van der Panne behoefte had om voor een concert even de benen te strekken, profiteerde Leen stevig door zelf achter de klavieren plaats te nemen. Bij het overlijden van Van der Panne schreef Schippers een In Memoriam in het maandblad "De Orgelvriend" over de man aan wie hij zoveel goede herinneringen bewaart.

Recensie

Na de lessen bij Van der Panne werd nog zo'n anderhalfjaar muziektheorie gestudeerd onder leiding van de bekende componist Paul Christiaan van Westering. „Een echte filosoof", vindt Schippers, „en vreselijk knap". In de jaren zeventig gaf Schippers regelmatig goed bezochte orgelconcerten op diverse grote en kleinere instrumenten in den lande. Ook voor de NOS werden opnamen gemaakt. Een concert op het (oude) orgel van de Rijssense Schildkerk heugt hem nog goed. Vanwege het moeilijk bespeelbare pedaal (de zwarte toetsen lagen ongeveer even hoog als de witte) werd vlak voor de bespeling besloten uit Mendelssohns tweede sonate het derde deel maar niet te spelen. En dat viel niet op, zoals bleek uit de recensie van het concert: de recensent had genoten van het orgelspel, en met name van het schitterend vertolkte derde deel uit Mendelssohns sonate... Daaruit blijkt maar weer eens hoe lastig een orgel kan zijn en hoe glibberig de taak van recensent.

Invaller

Problemen met de bloedvaten noodzaakten Schippers met het geven van deze bespelingen —die vaak studie tot in de kleine uurtjes tot gevolg hadden— te stoppen. Veel programma's en kranteartikelen uit die periode vonden hun plaats in het zorgvuldig bijgehouden plakboek. Daarnaast verschenen ook nog grammofoonplaten, hoofdzakelijk gevuld met eigen koraalbewerkingen, gespeeld op de bekende orgels in Hasselt en Den Haag. Hoewel je zou verwachten dat een man die zo vastgegroeid is aan het orgel, ook tijdens zondagse erediensten achter de klavieren te vinden is, gaat dat bij Leen Schippers niet op. Hij is momenteel nergens vaste organist en is dat nooit geweest ook. Wel speelt hij regelmatig als invaller weekdiensten, trouwdiensten en dergelijke, zowel in zijn eigen kerk (geref. gemeente) als in andere. 's Zondags geeft hij echter de voorkeur aan het luisteren naar de verrichtingen van andere organisten, onder wie leerlingen.

Gevraagd naar zijn favoriete stijlperiode, hoeft Schippers het antwoord niet lang schuldig te blijven. „Bach is de grootste", luidt het besliste antwoord. Maar wat betreft het kerkelijk orgelspel voor reformatorische erediensten geeft hij de voorkeur aan de muziek van Jan Zwart en Feike Asma. Mendelssohn vindt hij ook prachtig, terwijl Franck hem wat minder ligt. De muziek uit de periode vóór Bach (Sweelinck, Van Noordt) kan hem maar matig boeien. Op de vraag welke organisten hij bijzonder waardeert, komt het antwoord wat voorzichtiger: Het is moeilijk namen te noemen zonder anderen te kort te doen. Qua improvisatie heeft hij veel waardering voor Jan Jongepier en Klaas Bolt, maar vooral de improvisaties van Jan Bonefaas vindt Schippers enorm knap. Wat betreft de interpretatie is de keus veel groter. Vooral bij de jeugdige organisten, met namen als Vincent de Vries en Peter Eilander, zit veel talent.

Walther

Een groot deel van het gesprek gaat onvermijdelijk over de eigen koraalbewerkingen van Schippers. Het zijn juist die bewerkingen geweest die hem zijn landelijke bekendheid hebben gegeven. Het begon allemaal met een verzoek van "De Orgelvriend" voor het schrijven van een muziekbijlage, zo'n 25 jaar geleden. Hoeveel bewerkingen er inmiddels uitgegeven zijn, weet hij niet. Wel hoopt hij aan het einde van dit jaar de 25e bundel opzijn naam te hebben. Hoewel de stijl van de composities op sommige punten duidelijke verwantschap toont met onder anderen Asma, is Schippers niet van mening dat hij zich echt op Asma richt. Hij verwijst daarbij als voorbeeld naar een voorspel van Psalm 26, dat in de stijl van Walther is geschreven. Verder waardeert hij de triovorm, zoals die door onder anderen Jan Zwart (Gebed des Heeren) gehanteerd werd, bijzonder. Daar staat tegenover dat Schippers Asma's aanpak van de gemeentezangebegeleiding als indrukwekkend heeft ervaren („Daar gingen de haartjes op m'n armen van overeind staan, eerlijk waar").

Gun leven...

Schippers probeert zijn muziek tamelijk doorzichtig te houden. Akkoordverdubbelingen vermijdt hij zoveel mogelijk. „Een organist die een beetje handig isdoet dat zelf wel, terwijl ik aan de andere kant nu ook mensen bereik die zeggen: „Dat is nou net wat ik kan grijpen". Daar staat tegenover dat zijn bewerkingen ook wel eens op concerten gespeeld worden. Een programma van een concert waarop Asma "Schippers" speelde, neemt een bijzonder plaatsje in.

Het ontstaan van een nieuwe bewerking is heel verschillend. Soms worden er midden in de nacht plotseling wat noten op het altijd gereed liggende muziekpapier gekrabbeld, terwijl de inspiratie ook wel eens op een verjaardagsfeestje pardoes de kop opsteekt. Hoewel Schippers die momenten als „de beste" karakteriseert, is het maar de vraag of de rest van de familie het daarmee eens is... Vervolgens worden de schetsjes uitgewerkt en doorgespeeld. En daarna verdwijnt het manuscript in de kast. Een jaar later neemt Schippers het weer ter hand om te bekijken of hij het dan nog de moeite waard vindt. Zo niet, dan verdwijnt het richting prullenbak. „Maar het belangrijkste is", zo benadrukt Schippers, „dat tekst en muziek een geheel moeten vormen. En dat wordt ook in reformatorische kerken veel gemist. Het moet wel onze bede zijn „Gun leven aan mijn ziel, dan looft mijn mond..." Daar komen we veel aan te kort, maar het is toch de kracht van het koraalspel".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 3 oktober 1989

Reformatorisch Dagblad | 32 Pagina's

„Tekst en muziek vormen een geheel

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 3 oktober 1989

Reformatorisch Dagblad | 32 Pagina's

PDF Bekijken